PlusLief Dagboek

Terug naar 25 februari 1986: disco in het Lloyd

Schrijver Marieke Groen (1966) hield ruim veertig jaar een dagboek bij. Op maandag, woensdag en ­vrijdag leest u hier wat zij in het verleden op deze datum schreef.

Beeld Shutterstock

Terug naar 25 februari 1986

Gisteren weer naar het huiskamerproject in het Lloyd hotel geweest. Er gebeurde iets heel stoms. Normaal gaan we altijd alleen om te praten met de jongens die er gevangen zitten. De bedoeling is dat we het over normale dingen hebben, dus geen therapeutische gesprekken. Daarom mogen we ook niet weten wat ze hebben gedaan, want dan zouden we ze daar maar op beoordelen/veroordelen. Maar vanavond hadden ze iets anders bedacht: een discoavond (van 7 tot half 9). Allemaal in het kader van: normale dingen doen. Dus wij komen boven, alle tafels en stoelen staan aan de kant, en de bewakers draaien plaatjes. Beetje geforceerd allemaal, maar à la, dus wij dansen. Na een paar dansplaatjes zet de ‘DJ’ opeens een schuifelplaatje op. De jongens vroegen ons meteen ten dans. Wij (we zijn met alleen maar meisjes) keken elkaar aan van: wat moeten we doen? Maar we hadden toen iets van: vooruit dan maar. Daarna was het alleen nog maar schuifelplaatjes.

Toen we na afloop door de bewaker naar beneden werden gebracht zei M. dat een van de jongens tegen haar had gezegd dat het meisje waarmee hij schuifelde zich helemaal tegen hem aan had gedrukt. Toen keek ze naar mij en zei lacherig: ‘Jij schuifelde toch met hem? Deed jij dat?’ Ik: ‘Nee, natuurlijk niet!’ Maar terwijl ik het zei voelde ik dat ik knalrood werd en ik dacht: nu gelooft ze me niet. En ik zag de andere meisjes kijken alsof ze het ook niet geloofden. Ik voelde me zó stom, op de fiets naar huis dacht ik de hele tijd: ik ga nooit meer, en dat denk ik nu nog steeds. Ik probeerde de hele tijd terug te halen wat ik dan precies had gedaan waardoor die jongen dat kon denken. Maar volgens mij heb ik niks raars gedaan.

Het Lloyd Hotel was oorspronkelijk een landverhuizershotel. Van 1963 tot 1989 deed het dienst als jeugdgevangenis, daarna zaten er ateliers. Sinds 2004 is het weer een hotel.

Terug naar 23 februari 1979

Lief Dagboek, vandaag was ’t carnavalsfeest. We moesten om zeven uur op school zijn, en dan naar ’n lokaal om je om te kleden. Je beeldde met je hele klas een onderwerp uit. Wij hadden ’t verre oosten. Ik had een rode satijnen broek met een hesje van paars met groen satijn en daaronder m’n bikini. Verder had ik slippers aan en een sluier voor. Ik had hele lange oorbellen in en had me opgemaakt met mascara en ogenschaduw. Onder m’n ogen had ik speciale goudglitter en sterretjes op m’n voorhoofd.

D. en ik hadden beiden een grote waaier van zilverpapier gemaakt. Toen moesten we naar beneden en langs de jury die uit vijf leraren bestond. M.’s klas kwam na ons, ze waren punk. M. had een oude spijkerbroek met veiligheidsspelden erin, gympies en leren jackie aan. Hij had z’n gezicht wit geschminkt met een zwarte ster op z’n wang, net als Kiss. Na ’t showen voor de jury gingen we hossen op carnavalsliedjes. Daarna moest je per klas je liedje opvoeren. Wij waren als tweede aan de beurt. De jongens lagen op de grond terwijl de meisjes naar ze stonden te waaieren. Daarachter stonden meisjes te buikdansen en ondertussen zongen we ons liedje. Dat lukte aardig.

Het liedje van de klas van M. ging over de Dik Voormekaar-show. Ze zongen bijvoorbeeld: “Ik ben meneer de Groot en ik ben dol op krentebrood.” En: “Ik ben Harry Nak en ik heb duiven op m’n dak.” Het was erg leuk. Toen kregen we de uitslag en wij hadden de eerste prijs!! ’t Was niet te geloven. We juichten en gilden dat ’t niet mooi meer was. I. en ik vroegen We are the champions van Queen aan, speciaal voor onze klas. M.’s klas kreeg geen enkele prijs.

Papa kwam ons om een uur of tien ophalen. Thuis ging ik meteen m’n make-up eraf wassen. Ik haalde ’t eraf met tandpasta. Gewoon tandpasta erop en verwijderen met een nat washandje en weg is het! Doei!

Terug naar 22 februari 1985

Vandaag met L. naar Amsterdam geweest, want zij wilde nieuwe schoenen, college shoes, hele truttige dingen. In de Kalverstraat lieten we een computerfoto maken. Je moest op een krukje gaan zitten en dan kwam je hoofd op een tv. Dat werd dan in stipjes op papier gedrukt door een computer.

Omdat het zo duur was, gingen we met z’n tweeën op het krukje, na afloop knipten we de foto doormidden. Daarna gingen we naar de film Twee vorstinnen en een vorst (geproduceerd door de oom van M. en met muziek van de man van mijn lerares Nederlands!!).

Mooie film, het tegenovergestelde van Dallas. Als ze in Dallas met elkaar naar bed gaan, zie je wat gekus en dan zakken ze onder het beeld van de camera. Hier zag je alles heel mooi en puur.

We gingen ook nog heel chique lunchen: pommes frites et la sauce et une icecream de l’eau – oftewel een patatje met bij Ruud Krol en een waterijsje toe.

Hoogachtend:

Mejuffrouw Marieke Gibb-Groen Barones van stuk tot spetters

Terug naar 21 februari 1985

Vandaag was de Elfstedentocht, voor het eerst in 22 jaar. Toen ik vanmorgen opstond, zaten er al een stel in de keuken die om vijf uur waren opgestaan om de start te zien in het pikkedonker.

Het was toch wel een gek gezicht dat toen ik uit school kwam de Elfstedentocht er nog steeds was: ik had er al een hele dag op zitten en zij stonden nog steeds op het ijs. Het dooit al, er ligt heel veel water op het ijs, het lijkt soms wel of ze op het water rijden.

Het zal nu wel weer 20 jaar duren voor er een Elfstedentocht komt, dus toch wel goed dat ik nog even heb gekeken. Nu even naar de Spar klunen, anders heb ik straks niks te eten!

Voor het eerst in 22 jaar werd er een Elfstedentocht gereden in 1985. De wedstrijd werd gewonnen door Evert van Benthem. Het jaar erop was er opnieuw een Elfstedentocht.

Terug naar 19 februari 1983

Lief Dagboek, ik haalde vanmorgen A. op om naar ’t winkelcentrum te gaan, maar hij was helemaal niet vrolijk. Toen vertelde hij ’t: z’n moeder vindt dat we elkaar te vaak zien, dat ik hem te veel in beslag neem, dat z’n schoolwerk er ‘vast’ onder gaat lijden.

Dat als hij dit jaar zakt hij ’t studeren wel kan vergeten, dat hij thuis nooit wat doet maar altijd maar boven zit met mij en wat hij daar niet allemaal doet met mij. Beláchelijk! A. was loeikwaad en zei: ik ben 19 en nog bepalen ze alles voor me! Wat gaat hun aan wat ik met jou doe! Hij liep te vloeken en moest bijna huilen.

We hebben een heel end gelopen, A. zei dat als hij niet mocht gaan studeren, hij ’t huis uit zou gaan en ’n studiebeurs aan zou vragen. Hij wilde dat ik ook van school was en ook ’n studiebeurs had of ’n baantje, dan konden we samen op kamers gaan wonen, weg uit dat klote-huis, bij die klote-ouders.

Toen ik hem ’s avonds weer zag had hij een gesprek gehad met z’n vader erbij. Ze vonden dat hij me alleen nog maar in het weekend mocht zien, anders kon hij zich niet concentreren op z’n examens. We waren allebei een beetje (zeg maar: heel erg) aangedaan. Toen zei A: “Als we elkaar nog maar zo weinig zien…”

Ik: “Wat?”

Hij: “Heeft het dan nog wel zin voor jou?”

Ik schrok heel erg, ik was bang dat hij me kwijt wilde. Maar hij was juist bang dat ik hem kwijt wilde. Hij dacht dat we misschien uit elkaar zouden groeien als we elkaar niet zo vaak meer zien.

A. bracht me thuis en we keken elkaar steeds heel zielig aan en hielden elkaar dan stevig vast.

Hij wilde zeggen: “Nou, tot vrijdag.” Maar ik snoerde hem snel de mond en zei “Tot snel.” Ik kon wel huilen. Ik mis hem nu al. Nog 5 dagen. Hoe kom ik ze door??

x-je M.

Terug naar 18 februari 2012

De hele avond naar het liveverslag van de uitvaart van Whitney Houston op CNN gekeken, iets dat het midden hield tussen een gospelconcert en een soap. Er waren verpleegsters met witte kapjes die kwamen aansnellen als iemand in het publiek onwel werd. Bobby Brown verscheen, veel te laat, met een entourage van negen personen. Toen hij hoorde dat daar geen plaats voor was, maakte hij woedend rechtsomkeert.

Op het podium, schuin achter de piano, en prominent in beeld, zat een vrouw met een imposante hoed op die ik eerst aanzag voor een afro. Misschien dacht ze: ik draag mijn haar voor de gelegenheid een beetje afro-american. Ze was de enige blanke en de enige die zwart droeg, alle anderen waren in het wit. Vergissing. Maar ze liet zich niet kennen. Toen

Alicia Keys zong: ‘She was an angel,’ knikte ze driftig van ja, dat was ze, en toen Keys daaraan toevoegde: ‘We will never forget you,’ schudde ze verwoed nee.

Toen Stevie Wonder achter de piano Love is in Need of Love Today inzette, een nummer waar ze in haar jonge jaren misschien op had gedanst, en iedereen overeind kwam, kon ze niet als enige blijven zitten. Er was één probleem: waar liet ze haar handen? Ze hingen als twee dode vogels onderaan haar armen, je kon zien dat ze ze liever had thuisgelaten.

Voor haar werd iemand uit het publiek weggeleid door een verpleegster, en op dat moment vonden haar handen elkaar, op kruishoogte, meer bij toeval dan met voorbedachten rade, leek het. Even klapte ze mee, toen stak ze de handen in haar zakken. Ze deed haar stinkende best, dat moest ik haar nageven. Maar zwart zou ze nooit worden. Dat wist ze zelf ook.

Whitney Houston overleed op 48-jarige leeftijd in bad aan een hartaanval die mogelijk verband hield met haar drugsverslaving. Drie jaar later overleed de dochter die ze kreeg met Bobby Brown op vrijwel dezelfde manier.

Terug naar 14 februari 1979

Toen ik vanmorgen de gordijnen opendeed en naar buiten keek, wist ik niet wat ik zag! Er woei een verschrikkelijke sneeuwstorm! We zouden naar school fietsen, maar ik wist wel dat dát niet doorging. En ja hoor, de fietspaden waren helemaal dichtgesneeuwd.

En toen zei mama dat de bussen ook niet gingen! I.’s moeder wilde ons anders wel brengen maar dan moesten we eerst de garage uit­graven want die was helemaal ingesneeuwd. We waren wel plusminus 25 minuten bezig en kregen het stikwarm! Toen konden we eindelijk gaan.

Soms kon je nergens langs en overal waren sneeuwduinen van wel tien meter! Sommige huizen waren helemaal ondergesneeuwd en wegschuiven hielp niet, want het stoof zo weer op.

In de auto glipten we steeds en je zag niks. We moesten heel zacht rijden en deden er wel drie kwartier over om op school te komen. Maar daar aangekomen, hadden we vrij want er kon niemand naar school komen, ook de leraars niet. Alleen konden we niet meer naar huis want de bussen reden niet en I.’s moeder was alweer weg.

M. zei dat een kennis van hem vlakbij woonde. We liepen er met z’n allen heen, maar het was heel moeilijk lopen door alle sneeuw die voor je ogen dwarrelde. De ­kennis (man) geloofde niet dat we vrij hadden en ging de school bellen. Daarna geloofde hij het wel en heeft hij ons thuisgebracht met de auto.

Thuis zei mama dat er geen ­vliegtuigen gingen omdat Schiphol dicht was. Dat is nog nooit gebeurd! Op het nieuws zag je boerderijen in Drenthe die helemaal ondergesneeuwd waren en koeien die door de sneeuw opgesloten zaten en nog maar voor één dag eten hadden. Dus zo leuk is het allemaal niet!

Je Marieke

Op 14 februari 1979 woedde de zwaarste sneeuwstorm van de twintigste eeuw in Nederland. Door de stormachtige wind ontstonden er sneeuwduinen tot zes meter hoog. Nederland was dagenlang totaal ontregeld. 

Terug naar 11 februari 2011

Als het woensdag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: op een Amsterdamse gracht met een fotograaf die me portretteerde voor mijn nieuwe boek. Of: op de rommelzolder van G. waar ik samen met E. en G. was beland na een copieuze lunch en we op dat moment zijn oude foto’s en plakboeken bekeken.

Als het donderdag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: in een restaurant waar krokodil op de kaart stond en waar ik zonet had vernomen wie de BNG Literatuur Prijs had gewonnen (Maartje Wortel).

En als het maandag was gebeurd, had ik kunnen zeggen: op de bank met milde migraine, net als tijdens 9/11, de moord op Fortuyn en vele andere mijlpalen in de geschie­denis. Tenzij het ’s avonds was gebeurd, dan had ik kunnen zeggen: op de boot van J, die de publicatie van haar eerste kinderboek vierde.

Maar aangezien het vandaag ­gebeurde om een uur of vijf, moet ik de vraag ‘waar was je op het moment dat Mubarak aftrad?’ beantwoorden met: in de Hema, waar ik, in joggingbroek, zonder make-up en zonder bh, heen was gehold omdat ik opeens enorme trek had gekregen in chips. Paprikachips.

Nu zit ik met tranen in mijn ogen te kijken naar beelden van de feestende massa op het Tahrirplein, en blijft de chips onaangeroerd op het aanrecht liggen. ‘Dit is een dag van grote vreugde,’ zei Angela Merkel. En zo is het. Godverdomme zeg, wat ze met z’n allen voor elkaar hebben gekregen daar. Tegelij­kertijd vraag ik me af wat ervoor Mubarak in de plaats gaat komen. Voorlopig neemt het leger de macht over. Het leger? Voorlopig? Maar daar hebben we het morgen wel over, vandaag is het feest.

Na vier weken van protesten in ­Caïro en andere plaatsen in Egypte, trad president Mubarak, die Egypte dertig jaar met ijzeren hand had geregeerd, af. De protesten op het Tahrirplein hielden nog maanden aan, omdat er nauwelijks iets veranderde voor de bevolking.

Terug naar 9 februari 1991

Opa G. is dood. Af en toe moet ik even huilen, maar ik besef het nog niet echt. Ik mis hem nog niet. ­Vandaag zou bekend worden gemaakt of er een Elfstedentocht kwam. Opa was de hele ochtend zenuwachtig geweest, oma werd er gek van. Ga anders het stoepje vegen, zei ze. Opa veegde de sneeuw weg.

Hij was heel lang bezig. Toen hij weer binnenkwam schonk oma hem een kop koffie in en gaf hem een stuk kruidkoek. Opa ging op de bank zitten, at de koek op, dronk zijn kopje leeg en sloeg met zijn hoofd achterover. Dood.

M. kwam me ophalen, want het ov lag plat vanwege de sneeuw. Iedereen was er al. Opa lag op de bank onder het dekentje met de margrieten, zoals hij altijd lag als hij een dutje deed na het eten. Zijn hoofd leek zo klein opeens, helemaal verschrompeld.

Oma zat als een standbeeld in haar stoel. Het was zo’n goede man, zei ze. En dat ze niet goed genoeg voor hem was geweest. “Ik kom hier nooit meer overheen.” Toen keek ze me aan en zei: “Voor jou is het ook zo erg, Marieke.” Ik hield haar hand vast en wist niet wat ik moest zeggen.

Na een paar uur kwamen ze opa halen. Ze ritsten hem in een grijze zak en zetten hem op een karretje en reden hem weg. Ik was bang dat ze zijn nek zouden breken, of zijn benen.

Hij zakte scheef – “Ho!” riep iedereen – en werd toen als een brood in de lijkauto geschoven. Nu zit oma alleen in dat huis. Moet ze vanavond alleen naar bed. Morgen ga ik weer naar haar toe. Ik ben doodop. Ik hoop echt dat er geen Elfstedentocht komt. Kut-Elfstedentocht.

Na een strenge vorstperiode van ­bijna twee weken kwamen op 11 februari 1991 de rayonhoofden van de Vereniging Friesche Elfsteden bijeen. Maar als gevolg van de hevige sneeuwval kon geen datum worden geprikt voor de Elfstedentocht, en daarna trad de dooi in.

Terug naar 7 februari 1997

Gisteren aangekomen in Antigua, dat in het verleden meerdere malen is getroffen door aard­bevingen. Overal in de stad zie je ruïnes van kerken en ingestorte gebouwen. Ons hotel zit in een oud klooster, we hebben gigantische kamers met hoge plafonds.

Afijn, gisteravond, we lagen net in bed, begon opeens alles te trillen. Ik schoot overeind, knipte het licht aan en zag de lamp heen en weer zwaaien. Dus ik gilde: “Aardbeving!” We sprongen alle drie uit bed en holden naar buiten, in de verwachting dat daar allemaal mensen zouden zijn, maar het was doodstil. Tenslotte maar weer terug naar bed gegaan, maar we lagen nog niet of het begon weer.

Vanmorgen bleek wat de trillingen had veroorzaakt: de watertank van het hotel, die op het dak staat, was leeg en de waterleidingen die precies boven onze hoofden liggen, gingen daarvan schudden.

Vandaag zouden we de Pacaya-vulkaan (laatste uitbarsting: vorig jaar) beklimmen. Niet geheel ongevaarlijk: er vinden regelmatig overvallen door bandieten plaats en vorige week is er een meisje vermoord. Daarom mag je alleen in een groep naar boven en moet er altijd een bewapende gids mee.

We wilden gisteren al een trip boeken, maar besloten tot vandaag te wachten. Net toen we wilden gaan boeken, komt I. opgewonden naar ons toe hollen en zegt dat alle touroperators hun vulkaanwandelingen hebben gecanceld omdat er gisteren een groep toeristen is overvallen. Hun gids, een Guatemalteek, is doodgeschoten en de toeristen moesten al hun bezittingen, waaronder hun kleren, af­geven aan de overvallers.

We stonden helemaal te bibberen, stel je voor dat wij in die groep hadden gezeten. Dan hadden wij in ons nakie terug gemoeten!

Snap je nu waarom ik me niet helemaal op mijn gemak voel hier?

De Guatemalteekse stad Antigua werd meerdere malen getroffen door zware aardbevingen. De laatste, met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter, was in 2014.

Terug naar 5 februari 2011

Egypte staat in brand. Ik zit al dagen aan de tv gekluisterd, net als bij 9/11 en toen de Golfoorlog begon. Het enige verschil is dat mijn tv nu een pc is en dat CNN is vervangen door Al Jazeera.

Nee, dat is niet het enige verschil. Het andere verschil is dat ik nu het gevoel heb dat het over míj gaat, over een plek die me dierbaar is – hoewel ik Caïro als stad haat. Ironisch genoeg vinden de protesten plaats op de enige plek in Caïro die ik niet haat, Midan Tahrir, waar het Egyptisch Museum staat. Duizenden demonstranten staan er, tanks staan verdekt opgesteld in de zijstraten en ik betrap mezelf op een romantisch verlangen erbij te willen zijn.

Wat een rare gedachte is voor iemand die al in paniek raakt bij het zien van een groepje anti­bont­demonstranten op de Dam. Ik slaap onrustig en voel een constante spanning.

Gisteren was de dag dat het ultimatum afliep en Mubarak moest vertrekken. Meer mensen dan ooit gingen de straat op, maar hij zit er nog steeds. Wel heeft hij laten weten zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen.

Vandaag is het wat rustiger.

Nog steeds duizenden demonstranten op het Tahrirplein, maar geen clashes meer met zogenaamde pro-Mubarak-demonstranten (mannen op kamelen die de menigte te lijf gingen, waarschijnlijk betaalde oproepkraaiers), zoals woensdagnacht toen het gigantisch uit de hand liep.

Ik ben zo trots en zo ontroerd dat de Egyptenaren eindelijk massaal in opstand komen. Het is waanzinnig wat er gebeurt. Dit is een opstand, een revolutie.

Hier wordt geschiedenis geschreven, en het is waanzinnig om er getuige van te zijn. Ik zit constant met kippenvel op mijn armen en een brok in mijn keel. Zo veel moed, zo veel hoop. Ik hou mijn hart vast.

De Egyptische revolutie was gericht was tegen de regering van president Mubarak, onder wiens bewind Egypte grote armoede, werkloosheid en voedsel- en woningtekorten kende. Zij begon op 25 januari 2011 en eindigde op 11 februari met het aftreden van Mubarak.

Terug naar 2 februari 2002

Gekkenhuis in de stad – hebben we ons laten vertellen, wij zijn de hele dag binnengebleven. Wel een raar idee dat op een steenworp afstand van hier het koninklijk huwelijk plaatsvindt. Vond. Want het is alweer voorbij. O. zag net onderweg naar de Appie de gouden koets langsrijden, leeg, een beetje stiekem. (Waarheen? Ik heb opeens een beeld van files op de A1 vanwege een gouden koets met acht paarden ervoor. Er zal toch wel ergens een vrachtwagen klaarstaan om hem te vervoeren?)

Verder heb ik vandaag uiteraard vaak moeten denken aan het huwelijk van Beatrix en Claus, vlak voor ik geboren werd, en aan oom A. die destijds in de Raadhuisstraat stond, met zijn fototoestel in de aanslag, wachtend tot zijn provovriendjes hun rookbom zouden gooien (niet over de hoofden, maar tussen de benen door, hadden ze afgesproken). Dit alles omdat de kroonprinses met een Duitser ging trouwen. Claus Raus.

A. was van plan de foto’s te verkopen aan De Telegraaf, die zou er het meeste voor willen betalen, dacht hij. Maar uiteindelijk zijn ze nooit gepubliceerd.

Vandaag bleef het stil, geen rookbommen, geen oproer, alleen een klein demonstratietje op het Koningsplein, en iemand die een zakje meel naar de gouden koets gooide. Poef.

Terwijl we nu toch meer reden hebben om te protesteren; waar Claus een lieve, goedmoedige man bleek zonder een greintje foutheid in zijn donder, zat de vader van de nieuwe koningin in de regering van Videla tijdens de militaire junta in Argentinië. Hij mag er niet bij zijn vandaag, dat was de deal. Maar verder komen ze weer overal mee weg, die Oranjes. Goed. De poppenkast is voorbij, de binnenstad is weer vrijgegeven.

Op 02-02-2002 trouwde Prins Willem-Alexander met de Argentijnse Máxima Zorreguieta. Minister van Staat Max van der Stoel had Máxima’s vader verzocht weg te blijven. Jorge Zorreguieta was minister van landbouw en veeteelt in het kabinet van dictator Videla (1976-1983)

Terug naar 31 januari 2008

Boekpresentatie van G.P. bij Athenaeum. Ik was van plan een uurtje te gaan en dan weer naar huis, lekker op de bank met House, mijn nieuwe lievelingsserie. Over de zwartgallige en aan pijnstillers verslaafde, maar briljante dokter House die diagnoses probeert te stellen van patiënten die met geheimzinnige, en meestal dodelijke aandoeningen in zijn ziekenhuis belanden.

Het klinkt een beetje suf zoals ik het nu beschrijf, maar het is briljant. Iets om voor thuis te blijven. Wat ik vanavond dus ook van plan was. Maar het liep anders.

Na de boekpresentatie belandden we met een groepje in café De Zwart. We gingen patat halen, bleven even hangen in Kapitein Zeppos en gingen weer terug naar De Zwart. Daar werd net de tv aangezet voor Pauw & Witteman, waar Peter R. de Vries een belangrijke onthulling zou gaan doen over Joran van der Sloot en de moord op Natalee Holloway.

Iedereen was stil en keek naar de tv en ik dacht: dit is zo’n moment dat ik me later ga herinneren: waar was je toen bekend werd gemaakt dat. En ik bedacht hoe goed het was dat ik nu niet thuis in mijn joggingbroek voor de tv zat, maar in een schrijverscafé in gezelschap van mensen als Joost Zwagerman en A.F.Th. van der Heijden (oké, die zaten aan de andere kant van de bar, maar toch).

Maar uiteindelijk was het niet veel. Het ‘ultieme bewijs’ van Peter R. de Vries bleek vooral een teaser voor een twee uur durende tv-special waarin een met verborgen camera gefilmd gesprek met Joran van der Sloot zal worden getoond. Volgende week. Dus nu weten we nog niks. De tv ging weer uit, er werden nog twee zinnen aan gewijd en toen gingen we weer door met drinken en roddelen over andere schrijvers.

Natalee Holloway verdween op 30 mei 2005 op Aruba. Haar lichaam is nooit teruggevonden. Joran van der Sloot zit een gevangenisstraf van 28 jaar uit in Peru wegens de moord op de Peruaanse studente Stephany Flores.

Terug naar 29 januari 2015

Nooit kijk ik Het Journaal, nu bleef ik hangen na DWDD en zag ik de melding in beeld verschijnen: ‘Wegens omstandigheden is er geen Journaal mogelijk.’ Ik legde de afstandsbediening weer neer en ging er eens goed voor zitten. (Ha! Er gebeurt iets, iets onverwachts dat de routine doorbreekt.) Even later was NPO2 ook uit de lucht. Een man met een pistool, las ik al snel op internet. En nadat hij was overmeesterd verschenen de beelden, haarscherp en met perfecte belichting (want: in een televisiestudio), alsof het een Nederlandse politieserie was: een man – een jongen nog – verzorgd type, het type dat je vertrouwt als het je op straat aanspreekt, liep met een pistool in zijn hand door de studio en praatte met de bewaker die hij had gegijzeld (gegijzeld? denk je nu, het zag eruit alsof ze vrienden waren). Het was allemaal heel duidelijk en up close te zien. Het duurde een paar minuten, toen werd de jongen overmeesterd. Het was bijna over-realistisch – als er zoiets bestaat.

Een gek, denk ik nu. Een psychiatrisch patiënt. Dat komt ervan als je blijft bezuinigen op de zorg. Maar ik zag ook heus wel dat het een ‘man met een Noord-Afrikaans uiterlijk’ was. En zo vlak na Parijs denk ik: wat is er allemaal met de wereld aan de hand? Wat is de stand, zijn we in oorlog?

Opeens vraag ik me af waar het heen gaat – of er een lijn in zit. Hoe zullen we hier over tien jaar op terug kijken? Hoe noemen we deze tijd dan? Ik heb behoefte aan overzicht, geloof ik, meer nog dan aan veiligheid. Ik voel me niet onveilig. Er is nog geen moment geweest waarop ik me niet veilig voelde. Ik wil alleen weten waar we aan toe zijn.

De 19-jarige student Tarik Z. drong het NOS-gebouw binnen met een neppistool en eiste zendtijd in het Acht uur Journaal omdat hij ervan overtuigd was dat de NPO leugens verkondigde en zweeg over ‘het fundament van het huidige monetaire systeem’. Hij had terroristische motieven noch psychische stoornissen.

Terug naar 27 januari 1995

We zitten in de Ardennen met F’s familie om zijn moeders zeventigste verjaardag te vieren. Uitgerekend dit weekend, nu België en delen van Nederland onder water lopen.

De anderen zijn hier al een dag, wij kwamen vanmiddag pas aan. Druk, werk, we hoeven het niet eens meer uit te leggen. Het zijn lieve mensen, maar drie dagen met z’n allen in the middle of nowhere is me net iets te veel.

Op de heenweg maakten we een pitsstop bij V. in Zuid-Limburg, waar de overstromingen uit het nieuws echt zijn. Wat me vooral is bijgebleven uit het nieuws, afgezien van al dat water, zijn de Limburgers die jammerden dat ze de inhoud van hun vrieskist nu weg konden gooien. Als dat je grootste zorg is, ben je een welvarend mens.

V. nam ons mee naar de Maas, die hele wegen en weilanden onder water had gezet. Het had iets dreigends, juist doordat het water er zo kalm bij lag. Dat je je bijna af gaat vragen: waar komt al dat water vandaan, hoe komt het aan die kracht? Zou het ’s nachts van gedaante veranderen om in de vorm van een soort monster de ­slapende wereld te verzwelgen?

Toen we na de lunch doorreden naar de Ardennen, bleek dat het huisje waarin we verblijven ook bijna was opgeslokt door het water. Achter het huisje loopt een stroompje dat is veranderd in een woest kolkende rivier. De gasten in het huisje hiernaast, dat net iets lager ligt, zijn al geëvacueerd.

Twee keer per dag komt de boswachter of de wateropzichter, of wie het dan ook is, in zijn jeep langsrijden om de stand van het water te controleren. En stiekem hoop ik dat wij morgenochtend ook worden geëvacueerd.

Wegens extreem hoog water in de Rijn, de Maas en de Waal, als gevolg van zware regens in de Ardennen en Frankrijk, moesten eind januari 250.000 mensen in het rivieren­gebied hun huis verlaten. Het was de grootste evacuatie in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis.

Terug naar 24 januari 2007

Ik ben genomineerd voor een literaire prijs, samen met Abdelkader Benali, Marcel Möring en de Vlaamse schrijvers Luc De Vos, Dré Steemans en Bart Van Lierde. Ja, als enige vrouw.

Het is een nieuwe prijs, overgewaaid uit de UK: de Bad Sex Award. Een prijs voor de slechtste seksscène in een literair werk. Ik ben genomineerd voor een afzeikprijs.

Bij de uitgeverij hadden ze vernomen dat er een grote kans bestond dat ik ging winnen, en de organisatie wilde graag dat ik naar Antwerpen kwam om de prijs persoonlijk in ontvangst te nemen (het is een Vlaamse prijs, een Belgenmop georganiseerd door tijdschrift Humo en festival De Nachten).

Daar had ik helemaal geen zin in. Niet alleen omdat ik grieperig ben en vanavond naar de schrijversborrel in De Pels wil, maar, nou ja, daarom. Omdat ik me niet vrijwillig te kakken ga laten zetten.

Even later belde mijn uitgever weer: ze hadden uit betrouwbare bron vernomen dat niet ik de winnaar was, maar Bart Van Lierde.

Nou, gefeliciteerd.

Je kunt niet winnen in dit soort situaties, je moet boven jezelf gaan staan, niet boos worden, niet be­ledigd, als je er niet om kunt lachen ben je een loser. Het beste dat je kunt doen is het naar je toe trekken en enthousiast meedoen, in je mooiste jurk naar de uitreiking gaan en lachend je poepprijs in ontvangst nemen. Dat is de enige manier waarop je kunt winnen. En dan nog win je niet, want je hebt een prijs gekregen voor een slechte prestatie. Maar zij hebben een leuke avond gehad.

The Bad Sex Award, de onderscheiding voor de slechtste seksscène in een literair werk, is in Engeland al sinds 1993 een begrip. In 2007 waaide de prijs over naar de lage landen, waar hij als de Slechte Seks Prijs twee keer werd uitgereikt en daarna een stille dood stierf.

Terug naar 22 januari 1993

Bahariya oase. Vier uur zou de busreis vanuit Caïro duren, volgens Lonely Planet. Afijn, acht uur deden we erover om hier te komen. Drie keer moesten we stoppen onderweg omdat de motor oververhit raakte (waarna alle mannen de bus verlieten om toe te kijken hoe de chauffeur een jerrycan water over de motor leeg goot), twee keer omdat de chauffeur thee ging drinken.

In de bus vernamen we dat er gisteravond, een paar straten van ons hotel, een bom is ontploft. We hebben er niks van meegekregen. Op de dag dat we aankwamen, gooide een man een bom naar een bus vol toeristen in Caïro. Ook dit hoorden we pas een week later.

Zo gek, we hebben getwijfeld of we hier wel heen moesten gaan met al die aanslagen op toeristische doelen op het moment, maar we dachten dat het wel veilig zou zijn. Dan blijken er tijdens ons verblijf maar liefst twee aanslagen te zijn gepleegd en we hebben er letterlijk niks van gemerkt.

We verblijven nu in het Alpenblickhotel. Serieus. We waren het niet van plan. Een paar jaar geleden (lazen we in de Lonely Planet) had de eigenaar een stel Duitsers meegenomen op een woestijntrip. Midden in de Western Desert (Sahara) wilde hij extra geld zien. Ze weigerden, waarop de man hen had achtergelaten, met een paar flesjes water, wat ongeveer gelijk staat aan poging tot moord. Ze wisten terug te komen in de bewoonde wereld, en de eigenaar van het hotel ging de gevangenis in, maar inmiddels is hij weer vrij.

Iedereen verdient een tweede kans, volgens Lonely Planet. Dus die geven we hem nu. (Ook omdat het enige andere hotel een heel eind buiten het stadje ligt en de eigenaar overkwam als een creep.)

Tientallen aanslagen tussen 1992 en 1997 in Egypte werden opge­ëist door Gama’a al-Islamiyya. Leider Omar Abdel-Rahman was het brein achter de bomaanslag op het WTC in New York (februari 1993).

Terug naar 20 januari 1979

Vannacht had het zó geijzeld dat we op straat konden schaatsen. Je kon de hele buurt doorschaatsen, te gek! Niemand ging meer op de sloot, iedereen ging op de weg, want er reden toch geen auto’s, die slipten allemaal weg.

In de buurt van school zijn een paar heuvels die we ‘de bergen’ noemen, daar kon je heel goed vanaf, die zijn nu helemaal glad. Eerst durfde ik niet omdat er heel veel kinderen buiten waren en ik dacht dat iedereen me uit zou lachen omdat ik Friese doorlopers heb en die vind ik zó kinderachtig!

Maar M. ging ook schaatsen en die heeft dezelfde stomme schaatsen als ik, dat gaf me weer moed. Alleen R. zei dat hij had gedacht dat ik wel kunstschaatsen had, ­verder zei niemand iets erover.

Ik vond het ook fijn dat je niet ‘door het ijs kon zakken’. Met schaatsen op de sloot kraakt het ijs soms heel erg en dat vind ik best eng. Ook zijn er soms natte plekken waar het water doorheen komt, en wakken. Dat was nu helemaal niet zo.

Om acht uur ’s avonds waren er nog heel veel kinderen buiten. Iemand zette boxen voor het raam met Paradise by the Dashboard Light keihard en dan gingen wij dansen op onze schaatsen. Dat was heel leuk. (Paradise by the Dashboard Light is een heel gaaf nummer dat al wéken heel hoog in de hitparade staat en misschien volgende week wel op 1.)

Er ligt nou al vanaf 30 december 1978 ijs en sneeuw. Lang hè? Als het morgen nog zo is, willen D. en ik naar het winkelcentrum schaatsen, alleen heeft D. schaatsbeschermers, dus zij kan het winkelcentrum in en ik niet. Of ik moet op mijn sokken gaan, maar dan krijg ik denk ik wel nattepoten.

Je Marieke

De strenge winter van ’78-’79 heeft in de herinnering van veel Nederlanders bijna mythische vormen aangenomen. Er waren sneeuwstormen, sneeuwduinen, en als gevolg van ijzel kon er tweemaal op straat worden geschaatst.

Terug naar 17 januari 1991

Vannacht begon de oorlog tegen Irak. Het was aangekondigd, als een spannende film. Iedereen die we kennen zat er klaar voor. Ook F. en ik. Het werd later en later. En opeens begon het. De CNN-correspondent in Bagdad zette zijn microfoon in het raamkozijn zodat wij in onze woonkamers de bommen live konden horen vallen. (Attent van hem.)

Het is de eerste oorlog die ik bewust meemaak, live op tv.

F. en ik zaten er met onze armen om elkaar heen op de bank naar te kijken.

Ik ben zo blij met hem. We doen alle idiote dingen die ik altijd samen met vriendinnen deed, ik wist niet dat het kon met een vriendje. Ik heb al twee keer een knetterende migraineaanval bij hem gehad en nog is hij niet bij me weggelopen. Ik wil noteren hoe lief hij is en dat hij me heel erg aan het lachen maakt.

Dat hij mijn U2-manuscript heel kritisch leest, terwijl hij U2 verschrikkelijk vindt, en dat hij vraagt of ik namen wil verzinnen voor zijn personages. Dat hij ijsklontjes op mijn hoofd legt als ik migraine heb en dat hij ‘Vrouw, ik hou van jou’ in het Chinees tegen me zegt. Dat hij lekkere dingetjes voor me meeneemt die hij zelf niet lust, en dat hij zegt dat ik Egyptische handen heb en een mooie rug en het leuk vindt als ik roep: ‘En nu wil ik eens wat vertellen!’ als hij de hele avond aan het woord is, en dat hij al dingetjes van me weet die ik zelf nauwelijks weet.

En dat hij, als ik vraag of hij altijd eerlijk tegen me zal zijn, in de lach schiet omdat hij dat een opmerking vindt uit Goede tijden slechte tijden. En nog heel veel meer. Het is oorlog maar wij hebben liefde.

De Golfoorlog begon op 2 augustus 1990 met de inval van Irak in Koeweit. Toen Irak geen gehoor gaf aan de oproep van de VS om Koeweit te verlaten, begon de VS een lucht­offensief onder de naam Operatie Desert Storm. Het werd het grootste luchtoffensief uit de geschiedenis.

Terug naar 15 januari 1977

Vandaag moesten we weer schaatsen op de Jaap Edenbaan. Bij de bushalte kwam een meisje dat ook bij ons op schaatsen zit naar E. toe. Ik was met E. aan het praten, maar ze ging er gewoon doorheen praten en in de schaatsbus ging ze snel naast E. zitten en zich heel erg uitsloven. Ik had er de pest in.

Het schaatsen ging ook helemaal niet lekker, want er lag een hele laag water op de baan, dus je moest oppassen dat je niet viel, want dan was je meteen zeiknat. We moesten dit keer zo snel mogelijk twee keer op en neer, en een stuk rijden en dan werd je tijd opgenomen. Ik had 49,2 seconden en M. 48,8. Eerst lag ik 4/10 seconde op M. voor, maar er schaatste een kind voor me langs dat me afsneed en daarom had ik een lagere tijd.

Daarna gingen we oefenen met slalommen, maar mijn schaatsen zaten niet lekker, de ene keer zaten ze te strak en dan zaten ze weer te los, en ik ging steeds langs de kant zitten om ze goed te doen. Ik had ook hele koude poten. Papa werd boos omdat hij dacht dat ik expres niet schaatste omdat ik geen zin had. Ik kon wel huilen. (Papa en mama schaatsen ’s morgens voor ons en blijven soms nog als wij komen.)

Ik vind schaatsen superstom en saai! Alleen de bus terug is leuk, dan moeten we altijd lachen. We zingen dan ook omstebeurt liedjes en dan moet je daarna de beurt geven aan een ander. Ik hoopte steeds dat ik niet aan de beurt kwam, maar helaas. Ik zong Vedeldi Vedeldei, dat is een beetje een grote mensenlied met ook wel rare woorden. Ik werd knalrood toen ik het zong. Stom hè?!­

In 1961 werd de Jaap Edenbaan, de derde 400 meterkunstijsbaan ter wereld, geopend. Het veranderde het schaatsen in Nederland voorgoed. De Jaap Edenbaan droeg onder andere bij aan de doorbraak van Ard Schenk en Kees Verkerk, die nu niet meer naar Noorwegen hoefden om te trainen.

Terug naar 13 januari 1996

Na een lange rit in een afgeladen bus over slingerende bergwegen aangekomen in San Cristóbal de las Casas (Chiapas). Onderweg stopte de bus steeds om boeren op te pikken die van het land kwamen en hun machetes nonchalant op de vloer van de bus legden. Ik droeg slippers en elke keer als we remden of door een bocht gingen was ik bang dat een schuivende machete mijn tenen eraf zou maaien.

San Cristóbal de las Casas ligt op 2200 meter hoogte, ik merkte het al na een uurtje of zo: koppijn, duizeligheid en bij het minste beetje vals plat loop ik al te hijgen. Maar het is hier prachtig. Pastelkleurige huizen, koloniale kerken (dat is iets minder) en Mayavrouwen die in bontgekleurde doeken lopen.

Dit is de thuisbasis van de EZLN, het Zapatista-bevrijdingsleger – een boerenguerillabeweging die hier in het arme Chiapas strijdt voor een rechtvaardiger verdeling van het land. Drie jaar geleden was er een grote, gewapende opstand van de EZLN en sindsdien maken zij hier de dienst uit. San Cristóbal de las Casas is hun hoofdstad en de leider van de EZLN, subcomandante Marcos, is een soort popster. Overal hangt zijn foto en er zijn poppetjes gemodelleerd naar hem en zijn vriendin, ook een beroemdheid. Je ziet zijn gezicht niet, want hij draagt een bivakmuts. Slim, want daardoor kun je je alles bij hem voorstellen – hij kan net zo knap (of lelijk) zijn als je zelf wenst.

Ik moet eraan wennen, guerrilla’s die deel uitmaken van het dagelijks leven. Op de markt heb ik een houten speelgoedvrachtwagentje gekocht met vier gewapende zapatista’s: subcomandante Marcos, zijn vriendin en hun vrienden, zeg ik tegen mezelf. Nu kan ik thuis zapatistaatje spelen.

Het EZLN kwam in 1994 in opstand tegen de Mexicaanse regering en heeft sindsdien het gezag over ­Chiapas. Tot 1989 leidde subcomandante Elisa het leger. Toen zij zwanger werd, kreeg haar vriend, subcomandante Marcos, de leiding.

Terug naar 10 januari 1976

Hoi, Dagboekje! Vandaag was het Unicefgala op tv. Meewerkenden: The Bee Gees, Andy Gibb, Olivia Newton-John, ABBA, the Fonz, Donna Summer en Rod Steward. En nog het Unicef kinderkoor en Earth, Wind & Fire.

Nou, eerst kwam iedere artiest even op in een mooie bontjas onder een donderend applaus van het publiek. Toen ging iedereen zingen. ABBA zong Chiquitita, Rod Steward zong Do you think I’m sexy, Donna Summer wat over haar dochtertje Mimi, verder iedereen wat.

Toen kwam Andy. De Bee Gees zeiden: “Dit concert is opgedragen aan de kinderen van de wereld.” Barry zei: “Een paar jaar geleden hadden wij thuis ook een kind.” En toen zei Maurice: “Ladies and gen­tlemen, our brother Andy Gibb.”

Toen kwam Andy swingend aanlopen in een rode glimbroek en een rood truitje met gouden kettingen om zijn nek en witte gymschoenen. Ik kreeg net zo’n gevoel in mijn buik als toen ik Saturday Night Fever voor de tweede keer zag: ik kon er niet genoeg van krijgen! Toen hij klaar was, kwam Olivia Newton-John aanlopen met een groot bord waar hij zijn handtekening op zette, want de opbrengst was voor Unicef.

Ik las in de Popfoto dat Andy Gibb vorige week in het ziekenhuis lag omdat hij een spier vlak bij z’n hart had gescheurd. En op de poster van Andy in mijn kamer staat een soort gedrukt kringeltje vlak onder z’n hart. Toevallig hè?

Ik las ook dat Olivia Newton-John twee maanden bij Andy heeft gewoond omdat zij net ruzie met haar vriend had en Andy bijna overspannen was. Toen vroeg ik me af of ze elkaar zouden zoenen of bloot zien. Ik hoop echt van niet!

Andy Gibb was de jongere broer van The Bee Gees, die tussen 1977 en 1980 een zeer succesvolle solo­carrière had. Hij overleed op 30-jarige leeftijd aan een hartaandoening, waarschijnlijk het gevolg van excessief drugsgebruik.

Terug naar 8 januari 1990

Niemand zal dit geloven, wij zelf nog het minst: we hebben Bono ontmoet. JA ECHT! Echt.

Om 14.30 uur stonden we voor het Amstel Hotel, samen met nog twee meisjes. Na een minuut of tien, we hadden nog niks of niemand verwacht, kwam Bono opeens naar buiten. “Hé Bono,” riepen we, alsof het de normaalste zaak ter wereld was, waarop hij naar ons toe kwam. Hij was klein, knap, met knalblauwe ogen en een wolk Cacharel pour l’homme om zich heen. We gaven hem de babytandenborstel voor Jordan, zijn pasgeboren dochter, waar hij wel om moest lachen, plus de Collectormania met ons stuk erin.

Yeah, I’ve heard about it,” zei hij. HE HEARD ABOUT IT! Daarna tekende hij een portret op S. haar spijkerbroek. Op de rug van mijn T-shirt schreef hij: ‘Marieke is my main woman. Bono is a boy still. ’90.

Hij moest ervandoor, maar even later kwam The Edge aanlopen met zijn vrouw. Aislinn sloop snel naar binnen, maar Edge bleef staan, heel aardig, heel geduldig. Opeens kwam Bono er weer aan. “You’re still here?” We waren totaal overdonderd omdat ze zo bleven rondhangen en we wisten van gekkigheid niet meer wat we moesten zeggen of vragen.

S. vroeg wat voor luchtje hij op had. Ik: “It’s a big smell!” (Ik geloof niet dat dit Engels is.) Bono zei sorry, en dat hij het zelf niet rook omdat hij verkouden was. Het was… unreal!

Toen ze weg waren, brachten we ons filmpje naar de 1 uurservice en gingen naar mijn huis om champagne te drinken. We konden niet wachten tot de foto’s klaar waren. Maar toen gebeurde het aller, allerergste… alle foto’s waren onderbelicht! Ach, who cares? Ik ben Bono’s main woman!

Oké, ik vind het wel een beetje kut dat de foto’s zijn mislukt, een beetje boel kut.

Nee, het is VERSCHRIKKELIJK!

Op 5, 6, 9 en 10 januari stond U2 in het Rotterdamse Ahoy met de Lovetowntour. De band logeerde, zoals altijd, in het Amstel Hotel in Amsterdam.

Terug naar 7 januari 2015

Vanmorgen heel vroeg opgestaan voor de bus van 7.45 uur naar Sevilla. Op mijn gevoel richting de binnenstad gelopen, daar ontbeten in een cafeetje en toen het Alcázar Real binnengegaan, waar Moorse en christelijke architectuur samenkomen. Het was rustig en prachtig. De batterijen van mijn camera waren bijna leeg, dus maakte ik foto’s met mijn telefoon, tot ook die batterij bijna leeg was en ik de telefoon uitzette om energie te sparen.

Ik bezocht Plaza de Toros, de oude stierenvechtarena waar de koppen van de afgeslachte stieren aan de muren waren gespijkerd. Ik at een tapasmenu en bestelde per ongeluk ‘vino verde’, waar de ober erg om moest lachen: groene wijn. Ik dacht aan wat ik N. vanavond zou skypen. Bij alles wat ik deed klotste de verliefdheid door mijn lijf.

Om 16.00 uur de laatste bus terug naar Aracena genomen. H. stond al op me te wachten bij het bus-station. Toen ik mijn huisje binnen­ging en mijn telefoon weer contact maakte met wifi, zag ik dat ze me ’s middags had gewhats-appt: ‘Is alles in orde?’ Ik begreep het niet, had ze zich zorgen gemaakt?

Ik maakte de houtkachel aan en opende mijn laptop. Op Facebook zag ik berichten die ik niet begreep, over cartoons, over ene Charlie. Je suis Charlie, stond er steeds.

Toen las ik het. Een terroristische aanslag op de redactie van een satirisch striptijdschrift in Parijs. De hele dag had ik van niks geweten. Ik bevond me op een eiland van onschuld, van nog geloven dat de wereld veilig was. En nog steeds komt het niet echt binnen.

Parijs, nooit eerder was het zo dichtbij. Vanuit Nederland gezien, dan. Hier op het Andalusische platteland voelt het eigenlijk alleen maar heel ver weg.

Bij de door Al Qaida opgeëiste aanslag op het hoofdkantoor van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs werden tien mensen vermoord. Vlak na de aanslag verscheen overal ter wereld de leus ‘Je suis Charlie’, als steunbetuiging aan de slachtoffers en aan de vrijheid van meningsuiting.

Terug naar 3 januari 2002

Gelukkiger nieuwjaar (maar dat is niet zo moeilijk). Nu we het mythische jaar 2000 achter ons hebben gelaten, begint het eigenlijk pas echt met futuristische jaartallen: 2002.

We bleven met z’n tweeën thuis gisteravond, ik was te moe om iets te doen. De afgelopen weken hebben er ingehakt en ik wilde eigenlijk gewoon om half elf naar bed (O.: ‘Nou, dan doen we dat toch gewoon?’). Nog even overwogen, maar we wilden ook om 00:01 gaan pinnen, dus bleven we op.

Bij de pinautomaat op het Leidseplein stond al een rij toen we aankwamen. We keken bij de mensen voor ons hoe het geld eruitzag: net monopolybiljetten, guldenbiljetten zijn mooier.

Daarna zelf onze eerste euro’s gepind. Vreemde ervaring om dat geld in je hand te hebben en niet precies te weten hoeveel het is, net alsof je op vakantie bent. Ik voel een soort verzet, iets belangrijks uit mijn jeugd, uit mijn leven, is verdwenen, iets dat me vertrouwd was, en het komt nooit meer terug.

Het is ook verlies van houvast nu je bij elke aanschaf, van een brood tot en met een wasmachine, moet gaan rekenen: hoeveel is dit in guldens, word ik niet afgezet? Et cetera. Ik ben benieuwd hoe lang het zal duren voor het went.

2002 is begonnen. Zullen O. en ik samen het einde van het jaar halen? Of wordt dit het jaar waarin we definitief uit elkaar gaan? Het voelt ongemakkelijk en rauw nu, op een bepaalde manier. We lopen op onze tenen, allebei. Ik kan me niet voorstellen dat het ooit weer zo vanzelfsprekend zal gaan voelen als voorheen. Ik weet niet eens of ik dat wel wil.

Schansspringen in Garmisch-Partenkirchen kijken nu. Even doen alsof er nooit iets verandert.

Op 1 januari 2002 gingen de twaalf landen van de Europese Unie, plus Monaco, San Marino en Vaticaanstad, over op de euro, die op dat moment een waarde had van iets meer dan 2,20 gulden. Het werd de grootste monetaire omwisselingsoperatie aller tijden.

Terug naar 31 december 1977

Lief Dagboek, vandaag was ’t oudjaar, ik mocht voor de derde keer opblijven, M. voor de eerste keer. Mama had een heleboel oliebollen en appelflappen gebakken.

’s Avonds hebben we van 7 tot 12 gekeken naar Toppop, Paul van Vliet in Carré, Charlie Chaplin (in verband met zijn dood tijdens kerst) en Peter Pan. Om twaalf uur hebben we vuurwerk afgeknald. Aan tafel had papa gezegd dat hij het vergeten was te kopen, maar hij had alles in een plastic zak verstopt.

We hadden meer knalvuurwerk dan siervuurwerk, maar we ­konden ruilen met de buren aan de linkerkant, want die hadden het andersom. We liepen nog even een rondje om de buren gelukkig nieuwjaar te wensen. Ik was eerlijk gezegd wel bang voor al het rondspattende vuurwerk, want je hoort nu zo vaak dat er ongelukken met vuurwerk gebeuren.

Om kwart voor één ging ik naar bed. Doeg! Ik bedoel: “Gelukkig nieuwjaar”! Je Marieke

Terug naar 30 december 2006

Saddam Hoessein is op­gehangen. Dood, wil ik erbij zetten, alsof dat niet al ­duidelijk is. Het gebeurde zo stilletjes en terloops, misschien dat het daarom niet echt leek. Er zijn beelden waarop hij naar de galg wordt geleid en er een gigantisch dikke strop om zijn nek wordt gelegd. Die beelden zijn van op­vallend slechte kwaliteit, bijna ­alsof het nep is.

Het heeft gewoon iets surreëels, net als zijn ontdekking destijds, toen hij als een oude man met een verwilderde blik uit de grond kwam kruipen. Ik kan me niet voorstellen dat dit voor iemand voelt als gerechtigheid, het voelt als een verhaal dat is afgeraffeld. Maar goed, ik ben natuurlijk geen slachtoffer van de psychopaat (een woord dat ik nog even wil gebruiken, misschien uit angst dat anders het beeld van de arme oude man blijft hangen).

De Iraakse dictator Saddam Hoessein werd ter dood veroordeeld voor het vermoorden van 148 burgers in het sjiitische stadje Dujail in 1982. Hij werd opgehangen in het voormalige bureau van zijn eigen geheime dienst in Bagdad.

Terug naar 27 december 2003

Een paar weken geleden heb ik een kijkcijferkastje gekregen. Het werd geïnstalleerd door een man met een lange baard, die vijfenvijftig minuten over de groenten in zijn moestuin praatte en toen in vijf minuten het kastje op mijn tv aansloot. “De installatie duurt ongeveer een uur,” had de medewerkster van de dienst Kijk- en Luisteronderzoek door de telefoon gezegd.

Ik heb altijd gedacht dat kijkcijfers automatisch in elk huishouden werden gemeten via je tv-aansluiting of zo. Beetje naïef, alsof Big Brother altijd meekijkt. Maar wat me ook verbaasde is dat er maar iets meer dan duizend mensen in Nederland zijn met zo’n kastje. Je invloed is dus enorm. Hoe ze bij mij terecht zijn gekomen weet ik niet, maar blijkbaar word ik gezien als een prima kijker (LOL).

Elke keer als ik nu de tv aanzet, moet ik me aanmelden, en als er mensen meekijken, moet ik die ook aanmelden. Doe ik dat niet, dan blijft het kastje keihard in lichtgevende knipperletters roepen: WIE KIJKT ER? WIE KIJKT ER? WIE KIJKT ER? Dus toch een béétje alsof Big Brother meekijkt.

De eerste dagen keek ik onbevangen naar alles waar ik anders ook naar kijk. Toen ging ik daarover nadenken. Moet ik nog wel naar foute realitysoaps op SBS6 en naar RTL Boulevard kijken? Hou ik daarmee niet ‘het systeem’ in stand? Kan ik niet beter alleen nog maar naar kunst- en cultuurprogramma’s kijken en naar telefilms en dramaseries van Nederlandse makelij?

Ik heb opeens het gevoel alsof ik een verantwoordelijkheid heb. Vandaag heb ik de tv aangezet voor de herhaling van een kunstprogramma dat ik anders nooit kijk en ben ik gaan stofzuigen. Want dat ziet big brother dan weer niet.

De Stichting KijkOnderzoek (SKO) houdt sinds 1965 ons kijkgedrag bij. Sinds 1987 gebeurt dat elektronisch, via een kijk­cijferkastje, in 1250 Nederlandse woningen. Deelnemers aan het onderzoek worden willekeurig geselecteerd.

Terug naar 24 december 1976

Vandaag gingen we om 4 uur naar opa en oma E. In de achterkamer lagen alle cadeautjes. We mochten ze nog niet hebben en ik stikte van de zenuwen! Toen we een tijdje Donald Ducken hadden gelezen riep oma mij eerst en wees aan welke pakjes voor mij waren. Ik kreeg: zes stenen letterbakbeestjes, Das-klei, viltstiften, een groot vingerverfblok, een Holly Hobbiepoëziealbum, een Holly Hobbiepop van 40 centimeter (Holly Hobbie is een soort lapjes­pop die nu in de mode is), een leuke spaarpot met slot en een soort plastic plakdingen van Donald en Katrien Duck en Micky en Minnie Mouse waaraan je dingen kunt hangen.

We kregen ook een bord met kerstkransjes, noten en mandarijntjes. Om acht uur gingen we naar thuis. Toen we naar huis reden zei mama dat ze me abonnee had gemaakt op de Tina. Daar was ik heel blij om. Thuis heb ik nog naar de Mounties Show gekeken.

Je Marieke

Terug naar 25 december 2005

Toen ik vanmorgen de gordijnen opentrok, zag ik op het trappetje van het café hiertegenover een man liggen. Een dronken toerist, dacht ik. Maar een toerist heeft een hotel en meestal ook vrienden die hem meenemen. Ik bleef naar hem staan kijken. Het was steenkoud. Misschien was hij bewusteloos. Maar even later had hij zich omgedraaid.

Ik schonk een beker thee in en besmeerde twee plakken kerstbrood met dik roomboter. Toen ging ik naar beneden. “Hallo,” zei ik. Hij ging overeind zitten en ik gaf hem het bord en de beker. Hier, omdat het kerst is. Zoiets wilde ik zeggen, maar toen zag ik dat het een Arabier was. Hij lachte dankbaar naar me, ik lachte terug en ik ging weer naar binnen. Toen moest ik opeens heel hard huilen.

Terug naar 20 december 1979

Lief Dagboek, ’t is al bijna weer kerst en dat merk je overal aan: overal kerstbomen en kerstetalages, kerstverlichting op straat en popsterren maken kerstliedjes. Zoals: Abba met I Have a Dream (leuk), Boney M. met I’m Born Again (leuk), Mac Kissoon & Family met Love and Understanding (stom), Paul McCartney met A Wunderful Christmas Time (gaat wel).

Best gezellig allemaal hoor, maar ik voel me altijd zo verdrietig worden aan ’t einde van ’t jaar. Dan is zo’n jaar om 12 uur ’s nachts opeens voorbij en ’t komt nooit meer terug. Dat vind ik zo’n raar idee. We vieren ’t nu ook nog in Spanje, want opa en oma zijn veertig jaar getrouwd en willen dat we langskomen om kerst en oud en nieuw bij hen in Benidorm te vieren. Oom A. en tante L. gaan er ook naartoe. We gaan voor het eerst met het vliegtuig en we logeren in een hotel. Je kunt nu aan het strand liggen daar, alleen ’s avonds moet je een truitje aan en met kerst gaan we buffet eten in opa en oma’s hotel. Toch blijf ik geloof ik liever hier. Want nu hebben we dus geen ouderwetse oudejaarsavond met vuurwerk en Koot en Bie op tv, geen top 100 ’79 en top 1000 van de jaren 70 en niet om 12 uur naar buiten om de buren gelukkig nieuwjaar te wensen. Dat vind ik gewoon jammer. Ik ben niet zo iemand van verre reizen maken en aan ’t andere end van de wereld sinterklaas of kerst vieren in de zon, weet ik nu. Ik zit liever thuis op m’n kamer met de gordijnen dicht en het licht aan en m’n radiocassetterecorder aan. Maar ja, ik kan natuurlijk niet in m’n eentje thuis blijven.

Je Marieke

Vanaf september 1978 maakten Kees van Kooten en Wim de Bie wekelijks een aflevering van Het Simplisties Verbond voor de VPRO. Op oudejaarsavond 1978 werd een lange compilatie uitgezonden. In 1979 was er alleen een oudejaarsconference van Wim Kan.

Terug naar 18 december 1989

Ein-de-lijk konden we naar U2 en toen ging het finaal mis. Ons allereerste U2-concert werd een aanfluiting, een domper, een dikke dooie mus. Het begon goed, we waren om een uur of vier bij de RAI, er zaten al wat mensen buiten voor de ingangen en het was heel gezellig. Toen de deuren opengingen, holden we naar binnen en we hadden meteen goeie plaatsen.

Het begin was magisch, we konden het niet geloven: daar stonden ze. Maar Bono’s stem was slecht, dat kon niemand ontgaan. Toen Edge Van Diemen’s Land zong, verliet de rest het podium, misschien om te overleggen. Bono kwam alleen terug en zette Help van The Beatles in, zonder begeleiding, en liet ons het grootste deel zingen. Toen zei hij: ‘This is a unique concert, this never happened to U2 before, this is a free concert.’

Het was afgelopen. De lichten gingen aan en er verscheen een man op het podium (de baas van Mojo, zei iemand) die vertelde dat het concert was afgelopen omdat Bono zijn stem kwijt was en dat we onze kaartjes moesten bewaren omdat er een vervangend concert zou komen. Er werd ‘boe’ geroepen en gefloten, S. barstte in huilen uit en kon niet meer stoppen. Naast ons stond een jongen die de hele tijd onze aandacht probeerde te trekken, we vonden hem irritant en negeerden hem. Hij tikte S. aan en vroeg: “Wat is je adres?” Toen trok hij als een goochelaar zijn jas open en liet de walkman zien die daaronder zat. Hij had het hele (halve) concert opgenomen en wilde S. een kopie van het bandje sturen omdat hij het zo zielig vond dat ze zo moest huilen. Superaardig! Maar verder was het één grote desillusie.

Opeens stonden we weer buiten, op dat ‘gezellige’ Europaplein, in de kou. Leeg maar vol verlangens. Hear their heartbeat, hear their heartbeat.

In december 1989 zou U2 drie keer in de RAI optreden, maar halverwege het eerste concert verloor Bono zijn stem. De concerten werden afgelast en het jaar daarop in­gehaald in Ahoy.

Terug naar 16 december 2013

Van de week gekeken naar de begrafenis van Nelson Mandela op tv.

Ik werd heel vrolijk van de doventolk die geen doventolk was. Hij stond op het podium naast sprekers als Obama ernstig te gebaren, tot doven wereldwijd zich begonnen te roeren: de man deed maar wat.

Nu is hij met een verklaring gekomen: hij is schizofreen en zegt naar engelen te hebben gebaard. Ook dat maakt me vrolijk.

Terwijl het natuurlijk niks is om je vrolijk over te maken, schizofrenie is een verschrikkelijke aandoening. Het komt misschien ook doordat het zich allemaal in Zuid-Afrika afspeelt, een land dat zich niet vaak van een tragikomische kant laat zien.

Maar och, Mandela. Ik vind het nog steeds ongelofelijk wat die man heeft gedaan en betekend, voor zijn land, voor de wereld.

Ik herinner me het moment waarop ik hoorde dat hij werd vrij­gelaten.

Het was zomer, meen ik, ramen gingen open en het nummer Free Nelson Mandela schalde over straat. Ik belde met A., die zei: “Kom, we gaan naar het Leidseplein!”

Daar kwamen mensen bijeen om het te vieren. Ik herinner me niks van het Leidseplein, wel van het telefoongesprek en de euforie die ik voelde – alsof álles nu mogelijk was.

Dat hij president werd, dat het ANC legaal werd, en de regeringspartij bovendien, we vinden het nu normaal, maar vandaag besefte ik weer hoe ontzettend bijzonder het was, wat een strijd er is geleverd en hoeveel er is veranderd.

Terug naar 13 december 2003

They got him. Vanavond zagen we de beelden van Saddam Hoessein die uit zijn ondergrondse schuilplaats werd gehaald, hij oogde slonzig en verward. Niet wat je wilt zien; een monster wil je zien, een waardige vijand. Geen oude man met verwilderd haar en een grijze baard. Maar die bekendmaking, tjonge. Amerikanen zijn daar wel goed in, hoor. Zo’n persvoorlichter: ‘Ladies and gentleman (verwachtingsvolle pauze), we got him.’

Spontaan kippenvel. Zó goed geschreven.

De Iraakse president Saddam Hoessein werd, na 25 jaar schrikbewind, aangetroffen in een kleine, onderaardse ruimte in de buurt van zijn geboortedorp, waar hij zich acht maanden had schuilgehouden.

Terug naar 12 december 2007

Vanmiddag na ontvangst van M.’s laatste zeurmailtje de deur uit gegaan, ik snakte naar frisse lucht en andere stemmen. Met K.G. naar Paradiso gegaan voor Nightwriters, een nieuw literair programma van Kluun en Saskia Noort, overdag, maar in een nachtclubsetting. Een deejay, een quiz, een goeie band en schrijvers die het voorlezen naar een hoger plan hebben getild (Christophe Vekeman, wauw! De Elvis van de letteren). De zaal zat vol.

Toen we weggingen zag K. een bundeltje biljetten op de vloer liggen, 50 euro, die we natuurlijk braaf naar het politie­bureau hadden moeten brengen, maar dat deden we niet, we besloten ervan uit eten te gaan. Euforisch waren we, alsof dit het begin was van een nieuw, fantastisch leven (en god weet dat ik daarnaar snak).

Eerst was er nog een borrel ergens. Maar we konden het adres niet vinden, en toen we het eenmaal hadden gevonden bleek de tent nog niet open te zijn. Het sloeg een beetje dood en K. zei: ‘Eigenlijk moeten we nu naar huis om te schrijven, na zulke inspirerende optredens.’ (Wat ze volgens mij bedoelde was: ik heb geen zin meer, ik wil naar huis.)

Ik vond het prima. We verdeelden de poet en gingen ieder ons weegs. Ik nam me voor iets heel lekkers te kopen bij Albert Heijn. Maar eenmaal in die kleine klote toeristen-Appie hier kon ik niet echt iets vinden, dus ben ik zonder iets te kopen naar huis gegaan, waar ik een pannenkoek bakte die na twee happen in de vuilnisbak belandde omdat hij niet gaar was. En zo liep de middag als een ouwe ballon leeg, en had ik alleen nog maar die klotemail van M. die ik nog steeds niet beantwoord heb.

Terug naar 11 december 1988

Gisteren met S. naar Utrecht gelift voor een optreden van The Sugarcubes, die we allebei heel goed vinden. Eerst gebeurde er nog iets engs. We stonden te liften bij de Utrechtsebrug toen er een auto stopte. S. holde erheen en vroeg: ‘Ga je naar Utrecht?’ De man die achter het stuur zat, zei niks en bleef voor zich uitkijken. S. vroeg het nog eens en weer zei hij niks.

Vanuit haar ooghoeken zag ze dat hij met zijn hand over de zitting van de stoel naast hem wreef alsof hij wilde zeggen: ga maar zitten. S. keek en schrok zich toen dood: hij had geen hand, maar een haak. Toen ze terugholde naar mij reed de auto snel weg. We durfden bijna niet meer te liften daarna. Waarom hebben wij altijd van die creeps en idioten??

Daarna hadden we gelukkig wel snel een (normale) lift, we moesten alleen een abby normal eind lopen om bij de villa te komen waar het concert van de Sugarcubes was. Het was een gratis concert, vanwege tv-opnames voor VPRO’s Firma Onrust, midden op de dag, maar who cares? Het was supergaaf. Zangeres Björk Gudmundsdottir betrad het podium in een zilverkleurig jurkje met Doc Marten’s eronder, een schattig klein meisje. Dat beeld deed ze meteen teniet toen ze haar mond opentrok: ze krijste en fleemde, zweette en stampvoette en zweepte het publiek finaal op. Zanger Einar Benediktsson vormde haar bizarre tegenpool, op de achtergrond mompelend en brullend. Zijn trompetsolo voerde hij uit op een plastic kindertrompetje en de lange pauzes tussen de nummers (als gevolg van de tv-opnames) vulde hij met het tappen van moppen.

Een stel gekjes die het gek-zijn naar een hoger niveau hebben getild. Nu willen S. en ik ons idee voor een pretpunkband met de naam Badmuts weer nieuw leven gaan inblazen.

The Sugarcubes werd in 1986 opgericht door Björk. Nadat de band in 1992 werd ontbonden ging Björk verder als soloartiest.

Terug naar 9 december 1980

Vanmorgen bij Duits het eerste uur hadden we het over John Lennon, die gisteren is dood­geschoten door een geschifte fan bij zijn huis. Die fan wilde een handtekening, John Lennon kwam naar buiten en maakte even een praatje met hem.

Daarna ging de fan niet weg, maar bleef in de tuin staan en toen John Lennon weer naar buiten kwam schoot hij hem dood, zomaar. En weet je wat nog wel het gekste is? Dat hij niet wegholde toen de politie kwam, nee, hij ging rustig een boek lezen tot ze kwamen. Echt gestoord dus.

Toen we het erover hadden in de klas zei J.W. dat hij John Lennon altijd al de beste van de Beatles had gevonden. Ik wist niet eens dat John Lennon ook bij de Beatles zat, ik ken hem alleen van Imagine (heel mooi liedje met een witte piano). Van Paul MCartney wist ik wel dat hij bij de Beatles zat. Paul McCartney zat daarna bij Wings met zijn vrouw Linda (van Mull of Kintyre, ook heel mooi liedje).

In de pauze deden we weer een sneeuwballengevecht, de jongens tegen de meisjes, supermelig. En E. heeft een nieuwe truc bedacht om zwart te kunnen rijden in de bus: je plakt doorzichtig plakband op je strippenkaart, dan kun je de stempel er zo vanaf vegen. Dat is beter dan met vaseline want dan begint de stempel soms meteen al te vlekken.

E. vertelde dat M. was gepakt met vaseline op zijn strippenkaart: de buschauffeur had het door en veegde zó met zijn vinger de vaseline eraf en zette M. toen uit de bus! Schunnig hè?!

John Lennon werd op 8 december 1980 voor het Dakotagebouw in New York neergeschoten door Mark Chapman, een fan met psychische problemen. Paul McCartney noemde hem in een gedicht ‘Jerk of all Jerks’. Chapman zit nog altijd vast voor de moord.

Terug naar 6 december 1995

Vandaag een dagje redactiewerk voor Rossinant gedaan en met F. mee gegaan naar het kantoor van R.H. om daar te gaan zitten werken. Er was een nieuw meisje dat was aangenomen voor de productie van de film, die vertelde dat ze hiervoor voor een makelaar werkte en in die tijd een appartement aan Brad Pitt had verkocht, op het Karthuizerplantsoen. Hij woont daar natuurlijk niet het hele jaar door, alleen als hij in Nederland is.

Hij staat gewoon in het telefoonboek, zei ze, kijk zelf maar. Ik geloofde er niks van, maar dacht: ik ga het mooi niet nu controleren, straks sta ik voor paal.

Toen ik thuiskwam heb ik toch het telefoonboek erbij gepakt, en je gelooft het niet: Pitt, B. op het Karthuizerplantsoen. Maar ja, dan kan het natuurlijk nog steeds iemand anders zijn die óók toevallig B. Pitt heet.

Het bleef maar door mijn kop spoken, toen besloot ik het nummer te bellen. Ik dacht: als er wordt opgenomen hang ik meteen weer op. Maar eigenlijk verwachtte ik wel een antwoordapparaat. Ik draaide het nummer, wachtte… en toen werd opgenomen! Een mannenstem, in het Engels! Ik schrok en zei niks, maar hing ook niet op. Toen hoorde ik een heleboel fuck offs en nog wat gescheld, waarna er werd opgehangen.

Nu weet ik het niet meer. Ik bedoel, als Brad Pitt daar woont, dan neemt hij toch niet de telefoon op?

Tenzij hij niet weet dat hij in het telefoonboek staat. Of zou er gewoon iemand die Bas of Boudewijn Pitt heet op dat adres wonen?

Maar er werd wel in het Engels opgenomen. Of is het allemaal één grote grap en hangt daar de geheime camera van Ralph Inbar? We zullen het wel nooit weten.

Brad Pitt komt graag in Amsterdam. Hij had een appartement in het oude schoolgebouw op het Karthuizersplantsoen. Volgens de site van Rosmuller Makelaars bezit hij momenteel een appartement in de Jordaan. 

Terug naar 4 december 1982

Hoi Dagboeki! Vandaag vierden we thuis sinterklaas met A. en opa en oma E. erbij. A. had een grote kist getimmerd en geverfd die we helemaal met gereedschap open moesten maken. Binnenin had hij voor ons allemaal cadeautjes gestopt. Ik wist niet eens dat hij dat had gemaakt! Het was echt heel veel werk terwijl hij al zo hard moet leren voor zijn examens. Superlief!

Ik schaamde me een beetje omdat niemand van ons een cadeautje voor hem had gekocht, alleen ik. En ik had al zo met hem te doen omdat ze zijn brommer hebben ingenomen. Die was namelijk nogal gaar en werd met plakband en ijzerdraad bij elkaar gehouden. Er was een brommercontrole in Amstelveen en toen moest A. zijn brommer inleveren. Nu heeft hij voor f 100 een barrel gekocht dat hij gaat opknappen.

Toen opa en oma naar huis waren zei mama dat ik eraan moest denken dat als ik een rokje aan had ik netjes zat. Oma had er iets over gezegd tegen haar. Ik had met mijn knieën opgetrokken op de bank gezeten, maar ik had er een dikke maillot onder aan, dus je zag niet mijn onderbroek ofzo. Ik vond het echt overdreven.

’s Middags tennis gekeken met John McEnroe die flink werd ingemaakt door de rat Ivan Lendl (terwijl die anders véél minder goed is dan McEnroe). Eerst leek het wel goed te gaan voor Johnny, de eerste set won hij, maar toen sloeg het om. Misschien had hij zijn dag niet ofzo, want hij speelde heel slecht, dubbele fouten, netballen enz. Echt een aanfluiting. Alsof hij er niet bij was met z’n hoofd. Misschien… is het wel uit met z’n vriendin. Let’s hope so, dagboeki!

De rivalen Ivan Lendl en John McEnroe kwamen tussen 1980 en 1992 36 keer tegen elkaar uit, waarvan McEnroe 25 wedstrijden won. Op 4 december 1982 stonden ze tegenover elkaar in de finale van de eerste editie van de European Community Championship. Lendl won.

Terug naar 2 december 1989

Eindelijk weer eens goed wezen stappen. We gingen naar Planet E, een nieuwe housetent die net wat ruiger is dan de RoXY of de Exit. Alle mannen in de tent waren flikkers en alle vrouwen waren omgebouwd.

Er was een transseksueel met kanonnen van tieten, een leernicht die op de dansvloer begon te strippen tot hij piemelnaakt was, terwijl een travestiet op hoge hakken er koket omheen stapte en naar hem uithaalde met een riem.

Op de dansvloer stond een vrouw in een keurig mantelpakje, ze danste met haar rug naar ons toe. Toen ze zich omdraaide zagen we pas dat het voorpand van haar jasje eruit was geknipt en haar blote borsten onthulde. Supermooie borsten, vooral B. kon zijn ogen er niet van afhouden.

“Ze zijn niet echt, hoor,” zeiden wij, “het is een man.” Maar B. wilde het niet geloven, hij dacht dat wij jaloers waren.

De muziek was geweldig, relaxed en hypnotiserend tegelijk, en het was niet echt druk, dus er was genoeg ruimte om lekker te kunnen dansen. Superavond was het.

O, ik heb nog goed nieuws, ik heb telefoon genomen. Ik had er opeens zó genoeg van om geen telefoon te hebben, ik heb de tram gepakt naar S. en gezegd: ik neem telefoon. Toen zei zij: ik ook. En vervolgens zijn we naar de Primafoonwinkel gegaan, terwijl we helemaal geen geld hebben voor een telefoonaansluiting.

En het was nog duurder dan we dachten ook, omdat we een telefoontoestel erbij moesten huren. Maar over een paar weken kunnen we elkaar gewoon vanuit ons eigen huis bellen, niet te geloven. Nooit meer naar de snackbar om voor een kwartje te bellen (terwijl iedereen kan meeluisteren) of naar de telefooncel aan het einde van de straat, waar altijd een rij staat. Ik kan niet wachten, het is echt een droom!

In 1988 kwam housemuziek naar Nederland. In Amsterdam opende de RoXY, maar ook de It, Exit en underground danceclub Planet E, later omgedoopt tot Planet Earth, homodisco’s met veel travestie die ook bij hetero’s populair waren.

Terug naar 29 november 2005

Toen Th. hier laatst was heeft hij een account voor me aangemaakt bij eDonkey en me laten zien hoe je illegaal films en tv-series downloadt. Ik ging meteen aan de slag met het downloaden van Six Feet Under, na Twin Peaks de Beste Serie Ooit. Het is nog wel een gedoetje, want mijn computer moet dag en nacht aan blijven en downloadt meerdere afleveringen tegelijk, maar niet allemaal even snel; soms is er ’s morgens een aflevering voor 100 procent binnen, bijvoorbeeld aflevering 9, terwijl aflevering 2 pas op 28 procent staat en al drie weken bezig is. Dat is wel frustrerend.

Wat wel snel binnenkwam was Macbeth van Polanksi. J. kwam en na het eten wilden we de film gaan kijken. De openingsscène begon: allemaal blote mensen die over elkaar heen krioelden, tieten, billen – en toen opeens een piemel in beeld, een echte, en vrouwen die daar Dingen Mee Deden.

Ik herinnerde me Macbeth wel als heftig en expliciet – maar dít kon ik me echt niet herinneren. Toen verscheen er een titel in beeld: Gang Bang II. J. begon van schrik heel hard te lachen, ik riep (ook van schrik): ‘Zet af, zet af!’ Blijkbaar zetten sommige mensen porno op internet onder een andere titel. Ook een film van Hal Hartley bleek porno te zijn. De schok, dat moment waarop je beseft dat dat waarnaar je zit te kijken niet ‘normaal’ is, dat je een afslag hebt genomen naar iets anders; je wilt zo snel mogelijk terug. Tegelijkertijd wil je blijven, omdat je nieuwsgierig bent. Nieuwsgierigheid als een vogel die door je borst fladdert. ‘Ik heb nog nooit porno gezien, weet je dat?’ zei J. Maar we gingen toch niet kijken. Ik denk dat we allebei niet durfden.

eDonkey, een voorloper van Bit­Torrent, was een peer-to-peer-­protocol waarmee gebruikers films, muziek en software deelden. Vanwege schending van het auteursrecht begon de politie in 2006 met het offline halen van e-Donkeyservers.

Terug naar 27 november 1984

Gisteravond zaten we met een stel van de eenheid naar ‘Eén voor Afrika’ te kijken, een grote inzamelingsactie voor de hongersnood in Afrika met allemaal optredens en zo. Door heel erge droogte daar is de oogst mislukt en zijn al honderdduizenden mensen verhongerd.

Het tv-programma werd uitgezonden vanuit de RAI, hier niet zo ver vandaan en Mies zei dat iedereen langs mocht komen. Toen besloten T. en ik d’r heen te gaan. Het bleek toch een stukje verder weg dan we dachten en op de een of andere manier waren we bang dat we te laat zouden komen, terwijl het de hele avond doorging, dus we gingen keihard fietsen. Doodmoe en helemaal bezweet kwamen we bij de RAI aan. We hadden verwacht dat het heel druk zou zijn met overal mensen, maar tot onze verbazing was er bijna niemand. We liepen een gigantische hal binnen waar allemaal tafels stonden waar mensen geld konden doneren. Maar wij hadden al geld overgemaakt aan het speciale gironummer, dus we liepen door naar de volgende hal. Daar zagen we Mies, die het presenteerde. Overal stonden camera’s. Op tv zag je een heel grote Mies en leek het net of de hal vol mensen zat, maar in het echt waren er maar een paar plekken in het publiek bezet en zag je Mies die in haar eentje tegen een camera praatte die drie keer zo groot was als zij.

We bleven een poosje staan kijken, toen hadden we het wel gezien en zijn we maar weer teruggegaan. Thuis wilde T. per se samen slapen, maar ik had geen zin en dan weet ik nooit goed hoe ik dat moet zeggen. Toen ging ik maar stom doen zodat we ruzie kregen en ik tenminste alleen kon zijn. Soms voel ik me net alsof ik stik omdat hij altijd samen wil zijn.

Eén voor Afrika, de eerste Giro 555-actie, was een inzamelingsactie tegen de hongersnood in Ethiopië en de Sahel. Er werd 81 miljoen gulden opgehaald. De televisie-­uitzending van tien uur werd gepresenteerd door Mies Bouwman en Koos Postema.

Terug naar 25 november 1988

Geen les vandaag vanwege een demonstratie tegen de plannen van Deetman-lik-m’n-reet-man. M. en ik zouden ook naar Den Haag gaan om te demonstreren, maar we liepen te lang te hannesen en toen was het eigenlijk al te laat om te vertrekken. We vonden het ook wel een beetje duur, met de trein, arme studentjes die we zijn. Maar helemaal niks doen was natuurlijk ook stom.

We hadden gehoord dat er een bijeenkomst was op de sociale academie en spraken we af daar naartoe te gaan. Maar toen we bij M. thuis zaten, hadden we geen zin meer omdat we de halve stad al afgesjokt waren. Beetje een afgang.

Deetman wil de huidige studiebeurs afschaffen en dat studenten voortaan geld moeten lenen om te kunnen studeren. Vandaar dat alle studenten boos zijn. Eigenlijk ben ik niet heel erg tegen die plannen. Voor mij is het eigenlijk wel goed, dan kan ik eindelijk een studiebeurs krijgen. Nu kan ik geen beurs krijgen omdat mijn ouders niet willen zeggen hoeveel ze verdienen en ook niet willen bijdragen in mijn kosten (terwijl ze wel drie keer kinderbijslag voor me krijgen, omdat ik boven de achttien ben en uit huis ben). De enige oplossing voor mij: illegaal met een uitkering studeren. De kans dat ik gepakt word is superklein, maar het zit me toch niet helemaal lekker. Maar anders had ik nooit een opleiding kunnen doen. De opa’s en oma’s hebben tot nu toe mijn collegegeld betaald en ik heb een keer geld gehad van mijn docent om het boek voor jeugdrecht te kopen, maar dat is niet wat ik wil, ik wil niet afhankelijk zijn van andere mensen. Met de nieuwe plannen krijgt iedereen een basisbeurs, dus ik ook. Dat is tenminste wat.

Minister Deetman schafte de kinderbijslag voor kinderen boven de 18 af en voerde de basisbeurs in om studenten minder afhankelijk te maken van hun ouders. De beurs was populair: het budget werd met 500 miljoen gulden overschreden.

Terug naar 22 november 1984

Een tijdje geleden was ik bij het kraakspreekuur langsgeweest, ik had namelijk een huis leeg zien staan op de Transvaalkade waar ik wel wilde wonen. Bij het kraakspreekuur zeiden ze dat je een matras binnen moest leggen, dan ben je een bewoner en mogen ze je er niet meer uitzetten.

Ik had eigenlijk gehoopt dat ze met me mee hadden willen gaan om de deur open te breken, maar dat was niet zo. Ze wilden me wel een breekijzer lenen, maar de rest moest ik zelf doen. Toen dacht ik al een beetje: laat maar. Maar toen ik het aan S. vertelde, zei zij: “We gaan het doen!” Dus vanochtend zijn we er samen heen gefietst met een tas vol krentenbollen en een thermosfles koffie.

Bij de woning aangekomen, ­bleken er opeens gordijnen voor de ramen te hangen. Maanden heeft het leeg gestaan en nu wonen er opeens mensen! Dat was wel een tegenvaller.

We liepen wat door de buurt en overal stonden huizen leeg. We kwamen twee jongens tegen uit Nieuw-Zeeland die ook op zoek waren naar een huis. Zij hadden een breekijzer en in ruil voor een krentenbol wilden ze wel een deur voor ons openbreken. Ze hadden de deur zo open, waarna we met z’n vieren naar binnen liepen. Maar binnen… oei oei. Uit de vloer staken leidingen en pvc-buizen, de toiletpot en het keukenblok waren eruit gesloopt, et cetera.

We gingen op de grond zitten en aten een krentenbol. Het duurde even voordat we beseften dat dit het was: we hadden een huis gekraakt. Het was steenkoud. We moesten plassen (maar waar?).

We zeiden tegen de jongens dat we nog even iets moesten doen. Toen zijn we hard teruggefietst naar onze warme kamers op Uilenstede. Ik heb héél lang onder de hete douche gestaan. Tot zover ons kraakavontuur.

In de jaren 80 was kraken voor velen dé oplossing voor de grote woningnood. Het was ook een manier om te protesteren tegen leegstand, woningnood en ­speculatie. In 2010 werd ­kraken bij wet verboden.

Terug naar 20 november 2006

Een paar maanden terug had ik meegedaan aan een prijsvraag waarvoor je tien vragen over Tirza van Grunberg moest beantwoorden. De hoofdprijs was een spiksplinternieuw MacBook. De meeste vragen waren makkelijk te beantwoorden, alleen de vraag ‘hoeveel glazen gewürztraminer drinkt Jörgen Hofmeester op het examenfeest van Tirza?’ vergde wat inspanning (ik kwam uit op 20 1/2).

Ik stuurde mijn antwoorden in en daarna kreeg ik bericht dat alle deelnemers aan de Tirzaprijsvraag werden uitgenodigd voor een lezing waar de winnaar bekend zou worden gemaakt.

Gisteren was de lezing, in Odeon. Al weken was ik ervan overtuigd dat ik de winnaar was. Het voelde gewoon zo, ik zei het zelfs tegen mensen in mijn omgeving (die daarna op hun voorhoofd wezen). Maar toen Grunbergs uitgever zei dat Arnon in zijn borstzakje een papiertje had met daarop de naam van de winnaar, zag ik op diverse plekken in de zaal mensen elkaar aanstoten, en opeens begon mijn overtuiging te wankelen.

De lezing duurde eindeloos. Toen was daar het moment waarop de ­winnaar bekend werd gemaakt. Arnon Grunberg pakte het papiertje uit zijn binnenzak, vouwde het open en zei: “Marieke Groen.”

Het klonk wel en niet als mijn naam. Ik zag mezelf in slow motion van mijn stoel springen, armen in de lucht. Alsof ik een act opvoerde waarvoor ik maanden had ge­oefend. Ik beklom het podium, Grunberg zoende me en overhandigde me de MacBook. Ik kreeg de microfoon, plugde en passant mijn eigen boek, en daarna gingen we allemaal aan de gewürztraminer. De zaal bleek vol bekenden te zitten. Ik trakteerde S. en H. en F. op een lunch – alsof ik geen laptop maar geld had gewonnen, terwijl ik natuurlijk nog steeds zo arm ben als een kerkrat. En nu zit ik thuis, aangeschoten naar mijn mooie nieuwe MacBook te kijken. Tjonge, ik heb gewonnen. Ik wist het.

Terug naar 18 november 1977

Lief Dagboek,

E. en ik zijn bezig een dans­clubje op te richten en dan bij platen als Kresy On You van Heart, When van Showaddywaddy, Dancing Queen en Knowing Me, Knowing You van Abba, Ferry Teel van Dana en I Lady met My Man van Patricia Paay dansjes te maken. We willen als jongens R., P. en R. er bij kiezen en als meisjes I. want die zit op jazzballet en kan heel goed dansen, een beetje als Penny de Jager van Top-Pop.

Als ik ’s avonds niet in slaap kan komen verbeeld ik me altijd dat ik een beroemde zangeres ben die ook heel goed kan dansen en dat ik dan met alle liefjes van me, zoals R. en N. en K. en M. en die twee jongens die in Q en Q meespeelden, met een circuswagen rondtrek en dan ook ga optreden, want dat is mijn liefste wens.

Omdat we nog niet genoeg mensen hadden voor ons clubje gingen we buiten spelen. We speelden dat we prinsessen waren, maar dan modern-stoer (in plaats van ouderwets-netjes). We waren namelijk ook geheim agenten, net als Charlie’s Angels en De Vrouw van Zes Miljoen. Als onze vader de koning niet keek, gingen wij stiekem naar buiten om te spioneren en de boeven te pakken.

Om half zes ging E. naar huis om te eten. Alleen dat dacht ze maar, want toen ik thuis kwam en op de klok keek was het pas half vijf! Toen heb ik nog maar een tijdje alleen gespeeld met de barbies. Het was toch steenkoud buiten, als we nog langer hadden doorgespeeld waren onze voeten er misschien wel afgevroren!

Je Marieke

P.S. Je zult je misschien wel afvragen waarom ik steeds op losse blaadjes schrijf. Dat komt omdat ik het slotje van het dagboek niet open krijg.

De Vrouw van Zes Miljoen (Bionic Woman) was een Amerikaanse tv-serie uit de jaren zeventig over een vrouw wier benen, arm en oor na een ongeluk waren vervangen door bionische implantaten, vergelijkbaar met die van de Man van Zes Miljoen.

Terug naar 16 november 2014

Ik stond vanmorgen, nog slaperig, met mijn koffie voor het raam toen er een touringcar vol Zwarte Pieten langsreed, het oude Nuonterrein op. Voor het eerst komt Sinterklaas in het Amstelkwartier – de intocht begint hier, op de Amstel. En voor het eerst in, wat zal het zijn, veertig jaar? voel ik een verlangen om te gaan kijken. Het zal wel te maken hebben met de nieuwheid van de wijk en het gebrek aan voorzieningen hier: alles wat hierheen komt is welkom. Het schaarsteprincipe.

O, wat was ik vroeger bang voor Zwarte Piet. En voor Sinterklaas. En voor de glazenwasser. En voor bezoek.

Nu mijn kinderangsten zijn opgedroogd ben ik vooral bang voor het pro-Pietengeschreeuw. Het pro-Zwarte-Pietengeschreeuw. Ik schrik van de felheid waarmee ze een karikatuurpiet verdedigen. Traditie, zeggen ze. En: Piet is zwart omdat hij door de schoorsteen komt (wel raar dat zijn gezicht dan egaal zwart is. En zijn pakje nog helemaal schoon is. Ook raar dat hij onderweg naar beneden donkere krullen heeft gekregen en dikke rode lippen en Moorse oorringen, kortom: dit gelooft toch geen hond?).

Ik kan er echt niet bij dat er mensen zijn die dit blijven verdedigen, anno 2014. Als hele bevolkingsgroepen Zwarte Piet als kwetsend en beledigend beschouwen en er voldoende alternatieven zijn – ongeschminkt, rood, blauw of pimpelpaars geschminkt – dan ben je toch wel een enorme eikel als je zegt: die Piet moet een zwart geschminkte karikatuur met dikke rode lippen blijven?

En het is niet alsof die pro-Pieten niet beter weten, er is al zoveel over gezegd en geschreven, niemand is nog onwetend op dit punt. Dit is moedwillig kwetsen en beledigen. Waar komt dat vandaan? Waar komt die enorme woede van ze vandaan? Dit kan toch niet alleen om Zwarte Piet gaan?

Intussen staat er nu een groepje Pieten op rolschaatsen, op weg naar de binnenstad, voor de McDonald’s te overleggen. Alsof ze zeggen: het is pisweer, we kunnen ook gewoon naar de Mac gaan. Haha. Dat relativeert alles.

Terug naar 13 november 1981

Filmavondje op school. One Flew Over the ­Cuckoo’s Nest. Ik ging er met P. heen. “Denk je dat je vanavond weer met L. gaat?” vroeg ze. Ik: “‘Zeker weten van niet.” P: “Zeker weten van wel!”

Ik: “Nee, hoor.” P: “Wedden van wel?” Ik: “Wedden van niet?”

P: “Ja!”

Dus wij wedden voor ƒ1,- M. en D. deden ook mee. L. kwam net binnen, hij lachte en zwaaide naar me. P.: “O jee, daar gaat mijn geld!” Toen ging het licht uit.

De film was steengoed. Het ging over een inrichting vol gekken. Toen kwam Jack Nicholson er. Hij was meteen goede maatjes met ‘chief’, een grote indiaan die niet kon praten. Op een avond schepte hij op dat hij een zware wasbak door het raam zou gooien en ’m zou peren. Maar hij kreeg die wasbak niet van de grond, toen brak er een rel uit. Terwijl Jack N. en chief zaten te wachten op hun straf, bood Jack hem een kauwgummetje aan. Zegt chief opeens: “Thank you.” Blijkt dat hij helemaal niet doofstom is, maar doet alsof!

Dan besluiten chief en Jack hem te peren. Ze geven een afscheidsfeestje. Billy, een stotterende jongen, wil met Jacks vriendin naar bed en Jack gunde hem dat wel. Billy had de nacht van zijn leven, maar de volgende ochtend pleegde hij zelfmoord. Jack kon niet aanzien dat de hoofdzuster er zo koel onder bleef en wilde haar wurgen. Toen kreeg hij een soort hersenspoeling toegediend waardoor hij krankzinnig werd. Zo werd hij naar de slaapzaal gebracht.

Chief sloop naar zijn bed en fluisterde dat ze er nu vandoor konden, maar Jack reageerde niet, hij was volslagen gek geworden. Toen drukte chief huilend een kussen op zijn gezicht zodat Jack stikte. Daarna greep chief met al z’n krachten die wasbak, gooide hem door het raam en sprong er zelf achteraan. Goed, joh!

Toen het licht aanging was L. er niet meer. Nou ja, wel 3 piek verdiend.

Terug naar 11 november 2002

Het is ramadan, de straten zijn versierd met vlaggetjes, aan de moskeeën hangt feestverlichting. Toen we in Caïro uit de bus stapten werden we onmiddellijk aangeklampt door een jongen die ons naar ons hotel wilde brengen. We gaven hem het adres, hij knikte enthousiast, hij woonde daar in de buurt. Hij keek om zich heen, schoot een man aan.

Er werd druk overlegd, nog een man kwam erbij staan, nog meer overleg. En wij maar wachten met die aardappelzakken op onze rug. Eindelijk gingen we op weg. De zon was net onder, overal zaten groepjes mensen te eten. Politieagenten schoolden samen op een stuk karton, kioskverkopers aten samen uit tupperwarebakjes. Bij restaurants stonden lange tafels met maaltijden voor de armen, gefinancierd door de rijken.

Ik dacht altijd dat ramadan afzien was, maar dit oogde als een feest, een feest van saamhorigheid.

Intussen kon onze gids niet gaan eten omdat hij ons per se naar het hotel wilde brengen, en de weg niet wist. Na drie kwartier slalommen herinnerde ik me opeens dat ik nog een vliegtuigcakeje in mijn tas had. Ik gaf het hem en toen had hij ons hotel zo gevonden.

Nu zitten we op het dakterras te eten. In de diepte bromt en toetert Caïro, mijn ogen prikken al van de smog. Morgen naar Luxor, kan niet wachten.

Terug naar 12 november 2002

Vond ik het gisteren nog mooi hoe mensen hier ramadan houden, vandaag riep het ergernis op, toen we in de stoffige hitte werden aangeklampt door een zesjarig meisje dat ons popjes probeerde te verkopen.

Haar haar zat in de knoop, haar jurkje was smerig. We boden haar een slokje water en een snoepje aan, die ze heel beslist afsloeg. Ik hoop echt dat ze gewoon geen trek had, niet dat ze van haar ouders mee moest vasten. Het was al erg genoeg dat ze niet op school zat maar erop uit werd gestuurd om te werken.

De ramadan is de vastenmaand van de moslims. Kleine kinderen, zieken en zwangere of menstruerende vrouwen hoeven niet mee te vasten.

Terug naar 10 november 1989

Vandaag naar opa en oma E. geweest. Oma reageerde verbazingwekkend nuchter op het nieuws van de val van de Berlijnse Muur. Wel zei ze dat ze komend voorjaar weer naar de reünie van haar oude school in Berlijn wil. Die reünie is elk jaar, maar de laatste jaren wilde ze er niet meer heen, omdat ze, zoals ze zelf zegt, niet hoeft te zien wie er allemaal dood zijn.

Nu wil ze weer gaan om klas­genoten terug te zien die ze al dertig jaar niet heeft gezien omdat die per toeval aan de andere kant van de Muur waren beland. Want zo willekeurig ging het, er werd een streep getrokken, dwars door straten en zelfs door huizen heen, en zo werden mensen van elkaar gescheiden. Intussen komt er geen einde aan de stroom mensen die van Oost-Berlijn naar West vertrekt, lopend of in Trabantjes en andere koekblikken, stoeten mensen in hopeloos gedateerde kleren, met ouderwetse kapsels, dolblij of huilend: eindelijk vrij.

Ze nemen niks mee, ze laten alles achter. Rijen dik staan de auto’s voor de Brandenburger Tor, iedereen wil d’r uit. So much voor de communistische droom.

Terug naar 9 november 1989

De grens tussen Oost- en West-Berlijn is vanavond opengegaan. Ongelofelijk, dat het zomaar is gebeurd. Er hing al een poosje iets in de lucht natuurlijk, Honecker afgezet, Oost-Duitsers die nu opeens wel naar andere Oost-Europese landen mogen reizen etc. etc. Maar dit nu opeens… het is echt weird. Ik zit met kippenvel te kijken naar beelden van mensen die elkaar boven op de muur helpen of hem met pik­houwelen te lijf gaan.

De grensbewakers staan er een beetje dommig bij. Aan de andere kant, aan onze kant, staan ook heel veel mensen, te applaudisseren en te helpen. Het is alsof je kijkt naar een gevangenisuitbraak, zó bizar.

De in 1961 opgetrokken Berlijnse Muur was onderdeel van het IJzeren Gordijn, de grens tussen communistisch Oost-Europa en het kapitalistische Westen en deelde Duitsland in tweeën. Op 3 oktober 1990 werd het land herenigd.

Terug naar 7 november 1976

Vannacht mocht D. bij me slapen, maar ze had het niet getroffen, want om half drie werd ik misselijk wakker. Ik ging snel naar de wc in de badkamer en het was geen minuut te laat, want daar kwam het al. Mama hoorde het vanaf hun slaapkamer en gaf me een emmer.

Toen ik doortrok was D. ook wakker geworden. We gingen even kletsen en even later moest ik weer overgeven maar omdat ik boven in het stapelbed lag en D. onder, moest ik goed mikken.

Jammer genoeg ging er net een beetje naast. Vanmorgen toen ik wakker werd had ik erge buikpijn en ik kon niet spelen, dus ging D. maar naar huis. Aan het ontbijt zei mama dat er een bacil rondvliegt en als die op je gaat zitten krijg je een soort griep die gelukkig maar een dag duurt. Ik heb verder de hele dag overgegeven hoewel ik alleen ’s morgens twee boterhammetjes heb gegeten en twee bekers thee heb gedronken.

’s Avonds om half 10 was het helemaal over, maar toen kregen J. en papa het! We hadden nog heel erg gelachen. Gisteravond onder het t.v. kijken zei D. opeens dat ze daar het boek “Turks fruit” van Jan Wolkers zag staan. Ze zei dat daar een heleboel sex in stond.

Dus vroegen we aan mama of we het mochten lezen. Mama kende het zelf niet meer goed en toen we zeiden dat er allemaal sex in stond zei ze: “Nou, dan mogen jullie het niet lezen.” Maar dat meende ze natuurlijk niet.

In het boek stond iets van een man die geneukt had met een vrouw en dat z’n lul toen tussen ze gulp bleef zitten en dat hij hem niet meer los kreeg en meer van die dingen. We moesten hartstikke lachen.

Terug naar 4 november 1996

Een echo uit mijn jeugd: het bericht dat Bokassa is overleden. Als ik drie gebeurtenissen uit het nieuws moet opnoemen die boven komen drijven als ik aan de jaren zeventig denk zijn het: de Molukse gijzelingen, miljonairsdochter Patty Hearst die zich aansloot bij het symbiotisch bevrijdingsfront (nu ik dit opschrijf klinkt het héél raar – klopt die naam wel? Symbiotisch??) en keizer Bokassa.

Als jong meisje kon ik er geen genoeg van krijgen, lezen over de zelfgekroonde Afrikaanse keizer die zijn vijanden aan de krokodillen voerde en tijdens staatsbanketten mensenvlees serveerde. Ik las erover in de Panorama, die vol wilde sensatieverhalen stond.

Ik vrát het. Bokassa was een soort staatshoofd uit Suske en Wiske of uit Kuifje. Het sloot naadloos aan bij de verhalen die ik las, te bizar om waar te zijn.

Ik realiseer me nu pas, nu hij dood is, dat het écht waar was en dat hij echt heeft geleefd. Wat het nog bizarder maakt dan ik altijd heb gedacht.

Terug naar 5 november 1981

Hoi Dagboeki! Ik had twee tussenuren en ging naar opa en oma. In de Privé stond een verhaal over een Japanse man die een Nederlands meisje had opgegeten. Ze waren vrienden, toen heeft hij haar vermoord en opgegeten.

Hij had haar in de koelkast gestopt en pakte er steeds een stukje uit om op te peuzelen. Toen hij wilde vluchten vond de politie hem met een koffer met al die lichaamsdelen erin in een park.

Eng hè? Hij had ook een heel eng gezicht, als een masker. Ik lig nu te schrijven met alleen mijn nachtlampje aan, ik moet eigenlijk plassen, maar ik durf niet meer!!!

Je Marieke

De Nederlandse student Renée Hartevelt werd in 1981 in Parijs vermoord door de Japanse Issei Sagawa, die delen van haar lichaam opat. Door een vreemde samenloop van omstandigheden zat hij slechts tweeënhalf jaar vast.

Terug naar 2 november 2004

Theo van Gogh is ­vermoord. Voor de avondwinkel in de Linnaeusstraat. Door een man in een djellaba. Ik weet niet wat ik erover moet zeggen.

E., die er vlakbij woont, belde. Hij was er vanmorgen op weg naar zijn werk langsgefietst. Er lag een man op het fietspad, hij moest eromheen, over de stoep. Hij zag kogelhulzen liggen, dacht aan een afrekening in het criminele circuit. Hoorde pas een paar uur later, op zijn werk, dat het om Theo van Gogh ging. Hij is erg aangedaan.

Op Happyvpro.nl verscheen een oproep om met ratels en pannendeksels naar de Dam te komen voor een ‘herriedemonstratie’. Ik had migraine, dus ik bleef thuis. Lang met E. aan de telefoon gezeten en samen tv gekeken, ik in mijn huis, hij in het zijne.

Job Cohen sprak de menigte op de Dam toe: “Er is vandaag een Amsterdammer vermoord.” Dat was mooi. Maar op Happy – zelfs daar – waren kreten te lezen als ‘het begon allemaal toen we dertig jaar geleden de eerste Ali naar Nederland haalden’. Er doken natuurlijk meteen mensen bovenop (want: Happy VPRO), maar toch, het was gezegd.

Ik las alles, maar had niks te zeggen, bek vol tanden. Op het nieuws hoor ik steeds ‘de moord op Theo van Gogh’ en dan is elke keer mijn eerste reactie: die zin klopt niet, ze hebben woorden uit andere zinnen door elkaar gehusseld. De combinatie van die woorden is zó vreemd.

Theo van Gogh, met een peuk in zijn mond op de fiets door de Watergraafsmeer, pias, plaaggeest, cactuskusser – en uitge­rekend hij wordt vermoord. Wat zegt dit over de wereld van vandaag?

Theo van Gogh werd vermoord door Mohammed B., die de filmmaker zag als een vijand van de islam en meende dat die daarom moest sterven. Mohammed B. zit een levenslange gevangenis- straf uit.

Terug naar 30 oktober 1998

Het leukste van terugkomen van vakantie is het knipperende lampje op het antwoordapparaat. Als je het afluistert, hoor je meestal alleen maar: klik, tuut-tuut-tuut, maar de verwachting, het vooruitzicht is zo fijn.

Terug van Kos dus. De eerste vakantie zonder F. (er staan me nog heel wat eerste keren te wachten, vrees ik. Ik zie nu al als een K2 op tegen kerst en oud en nieuw). Kos was onverwacht fijn, soms moeilijk, soms eenzaam, maar ik geloof dat ik toch wel een beetje ben bijgekomen. Hoogtepunten: met S. op de fiets naar het asklepieion, en ’s avonds in bed met het licht uit samen de Dik Voor­mekaar Show nadoen. Met meneer de Groot en Harry Nak (‘Nou…ont-zet-tend?’). Huilen van het lachen.

Thuiskomen viel me zwaarder dan verwacht. Niks van F. op het antwoordapparaat of in de post. De eerste uren thuis was de pijn weer even heel erg. Dat stomme, stille huis. Aan wie moet ik nu mijn verhalen kwijt?

Er zijn twee mensen overleden, las ik in de kranten van de afgelopen week, twee mensen met een geleende identiteit: de Zangeres Zonder Naam en Ted Hughes, die voor mij altijd de man van zal blijven. Zouden ze nu herenigd zijn ergens, hij en Sylvia? Je hoopt het, ondanks je geloof.

De Dik Voormekaar Show was een komisch programma van André van Duin en Ferry de Groot dat in de jaren ‘70 en ‘80 wekelijks op de radio was.

Terug naar 29 oktober 1983

Hai Dagboeki, meer dan een half miljoen mensen waren er op de vredesdemonstratie tegen kernwapens en de plaatsing van kruisraketten in Woensdrecht, goed hè? Iedereen die we kenden was er! A. en ik waren er alleen niet bij, want zijn brommer wilde weer eens niet starten.

550.000 mensen liepen mee in de demonstratie tegen de plaatsing van 48 kruisraketten in Woensdrecht. Het was de grootste demonstratie ooit in Nederland. De kruisraketten kwamen er niet.

Terug naar 28 oktober 1989

Iemand had een briefje opgehangen bij de Jac. Hermans waarop een cd-speler werd aangeboden voor 250 gulden. Nieuw kosten ze 1000 gulden. Ik ken maar één iemand met een cd-speler, iedereen heeft een pick-up. Behalve ik dan, ik heb alleen een cassettedeck. Ik had er opeens zó genoeg van dat altijd als ik een plaat wil hebben, ik naar de binnenstad moet fietsen om die plaat te halen bij de plaatuitleen, vervolgens langs moet bij iemand met een pick-up die hem voor me op kan nemen – binnen twee dagen, want dan moet ik de plaat weer inleveren – en de muziek dán pas kan beluisteren. Ik besloot de cd-speler te kopen.

De jongen van wie ik hem kocht had alweer een nieuwe cd-speler. Geld zat, blijkbaar. Ik nam de cd-speler mee naar huis en zocht mijn cd. Ik heb er één: een cd-single van Yello die je ooit gratis kreeg bij Oor: Oh Yeah. Op de achterkant – wat bij een cd niet de achterkant is, maar dezelfde kant – staat The Race. Ik legde het cd’tje in de cd-speler en drukte op play. Ik ben geen fan van Yello, maar ik weet wel hoe ze klinken. Dit klonk héél anders. Naar symfonische rock. Naar Mr. Mister, een verschrikkelijke kutband. Ik haalde het cd’tje eruit. Ik legde het er opnieuw in: Mr. Mister. Ik inspecteerde de lade. Ik haalde de onderlegger eruit.

De onderlegger. Het was een cd. Van Mr. Mister. Ik herinnerde me dat de jongen van wie ik de cd-speler had gekocht me het geluid wilde laten horen. Hij had een cd’tje gepakt uit zijn verzameling (hij had er meer dan één), die opgezet en was blijkbaar vergeten hem er weer uit te halen. Nu heb ik dus twee cd’s.

In 1983 introduceerde Philips de compact disc, een geluidsdrager die de lp zou gaan vervangen. Van de cd werd gezegd dat je hem kon bekrassen, onder de kraan kon houden en andere gekkigheid mee uithalen, en nog bleef hij het doen.

Terug naar 25 oktober 1991

Sneller dan verwacht hebben we een ritme gevonden. F. gaat ’s morgens met de boer mee de berg op om locaties te zoeken voor zijn film en ik blijf in het grote huis achter om te werken aan mijn boek.

Als F. aan het einde van de dag thuiskomt heeft hij glanzende ogen van de schnaps en hij vertelt me de moppen die hij van de boeren heeft gehoord. Ze gaan vrijwel altijd over een ‘Stinkbock’ uit een buurdorp. “Wat is een Stinkbock?” vroeg ik. Dat wist hij ook niet precies, maar hij moest er wel vreselijk om lachen.

’s Avonds kijken we naar de Duitse of de Oostenrijkse tv. We zijn nu echt volledig in de ban van Twin Peaks. Het wordt hier nage­synchroniseerd, maar dat is niet erg, want ze lopen een paar afleveringen achter bij ons, dus we kunnen het makkelijk volgen. Ik ben zo bang voor Bob, ik durfde vannacht niet naar de wc, F. moest mee.

We lezen om beurten in Het dagboek van Laura Palmer en hebben het er steeds over wie we denken Laura heeft vermoord en wie Bob is. Het kwaad zelf, zegt F. (Toen hij dat zei, durfde ik helemaal niet meer naar de wc.)

Gisteren ging ik, gaar van het typen, een stukje wandelen in het bos hierachter. Kaarsrechte rijen sparren, het werd steeds donkerder en stiller. Dit is helemaal geen bos, dacht ik toen, en ik wist niet hoe snel ik eruit moest komen.

Ik heb nog steeds niet naar huis gebeld. Ergens hoop ik dat oma er stilletjes tussenuit knijpt, dat de begrafenis al achter de rug is als we thuiskomen en dat ik gewoon door kan met mijn leven, zonder pijn, zonder verdriet. Maar zo werkt dat niet, dat weet ik ook wel.

Twin Peaks is een tv-serie van David Lynch en Mark Frost uit 1990 en 1991. De serie draait om de moord op een meisje, Laura Palmer, in een houthakkersstadje, en heeft wereldwijd een cultstatus.

Twin Peaks billboard.Beeld RV

Terug naar 23 oktober 2012

Vanavond naar een feestelijke vertoning van Poule des doods geweest in De Balie, de docu over De Eenzame Uitvaart van F. Starik, wat ik zo’n prachtig en troostrijk project vind. Troostrijk omdat ik soms denk dat het mij ook kan overkomen, eenzaam en alleen sterven. Ik heb geen familie, geen man, geen kinderen, en of mijn vrienden er nog zijn als ik oud en moeilijk ben (i.t.t. jong en moeilijk), moet nog maar blijken. Maar dan is Starik er gelukkig nog.

De docu laat vooral de, hoe zal ik het noemen, kantoorkant van zo’n eenzame uitvaart zien. Een kaartenbaksysteem, stapels papieren en een telefonerende medewerkster (‘Drie keer licht klassiek. En een dichter? Ook een dichter’), twee keuvelende gemeenteambtenaren (‘Wat eten we vanavond?’ ‘Hutspot met gehaktballetjes.’ ‘O, lekker’) die in de woning van een man die er twee weken dood heeft gelegen toch maar even een mondkapje voordoen.

De dichter die thuis zijn gedicht voor de dode schrijft en na afloop van de dienst met de twee ambtenaren koffie drinkt aan een sta­tafel, zij zijn de enigen voor wie de koffiekamer is opengegaan.

Dat soort beelden.

Maar het raakt me diep, die eenzame doden en het feit dat er een clubje dichters is dat het op zich heeft genomen ze een waardig afscheid te geven. Dat is groots.

En toch rees onwillekeurig de vraag: wat als zo iemand hier helemaal niet op zat te wachten? Menno Wigman, een van de dichters uit de poule, had dat ook, hij zei: “Ik weet dat er mensen zijn die bewust antisociaal leven – misschien stellen die wel helemaal geen prijs op al die bemoeienis.”

Maar goed, de dode is dood, die maakt het toch niet meer mee (zou je daartegenin kunnen brengen). En de meesten zouden het stiekem toch wel fijn hebben gevonden (denk ik dan). Dus doe maar wel, ga er maar vooral nog heel lang mee door.

De dichters van stichting De eenzame uitvaart begeleiden eenzaam gestorvenen in Amsterdam naar hun graf. Dichter en oprichter F. Starik overleed zelf in 2018.

Terug naar 21 oktober 1984

Gisteravond uit geweest met S. en A. Eerst gingen we wat drinken in de Schutter, daarna ging A. naar huis en gingen S. en ik naar Zorba the buddha, de Bhagwandisco, daar kun je lekker swingen en het is tenminste niet zo duur. S. ging Bhagwanezen in de zeik nemen, dat was echt lachen. Toen we onze jassen afgaven zei ze tegen de jongen van de garderobe: “Sta je lekker te worshippen?” Dat zeggen ze namelijk tegen álles; als ze de vloer vegen, als ze lege glazen ophalen of als ze je jas ophangen, dan noemen ze dat worshippen.

Het doet me altijd denken aan ‘smurfen’ van de smurfen, je weet wel, dat de smurfen altijd zeggen: “ik ga even de was smurfen.” Of: “heb je dat al gesmurft?” Maar je kunt alles tegen die Bhagwanezen zeggen, ze blijven altijd glimlachen (en daarom wil je júíst van alles tegen ze zeggen, zo werkt dat). Ze lopen ook de hele tijd met een stoffer en blik rond, als iemand as morst of zijn peuk op de grond gooit, komt er meteen iemand in oranje kleren aan om het op te vegen. En soms gaan ze met z’n allen dansen als een boom in de wind, alsof ze op heilgymnastiek zitten.

Nou ja, moeten zij weten. Ik vind het gewoon een beetje raar dat ze die oude vent van een Bhagwan aanhangen en alles doen wat hij zegt. Bhagwan heeft voorspeld dat de wereld ten onder gaat aan aids. Daarom moeten alle Bhagwanezen met condooms om neuken en plastic handschoenen aan bij het vrijen, want alleen dat kan het tegenhouden volgens hem. Ze gaan ook allemaal met elkaar naar bed en je mag niet weigeren, ook niet als het een vies, oud mannetje is. Ik zou dat echt nóóit kunnen.

Marieke

Van 1983 tot 1992 zat op de Oudezijds Voorburgwal Zorba the Buddha, een discotheek gerund door volgelingen van Bhagwan, die ook bij niet-sannyasins populair was. Zorba de Buddha was een van de eerste plekken in Nederland waar xtc werd gebruikt.

Terug naar 18 oktober 1976

Vandaag ging ik op rolschaatsen naar school. D. zou ook gaan, maar ze had geen tijd meer om ze onder te doen, dus ging ik maar alleen. Op school waren M. en L. jarig. L. deelde prikkers uit met kaas, worst, een uitje en een augurkje. M. deelde rolletjes drop uit.

’s Middags kreeg ik mijn poesie terug van K. die erin had geschreven. Toen ik het wilde gaan lezen, kreeg ik bijna een hartverlamming want er stond: ‘Lieve Marieke’. Maar dat had hij bij alle ­meisjes geschreven. C. vroeg aan hem waarom hij overal ­‘lieve’ schreef. Toen zei K.: “Nou, dat hoort toch!”

Toen mama het las, zei ze: “Wat schrijft hij nou over zijn penis?”

Ik schrok me rot, want dat had ik nog helemaal niet gezien. Hij had ‘tip tap top mijn pen is op’ geschreven, dan moet je ‘op’ een beetje bibberig schrijven alsof je pen op is, maar hij had tussen het woordje ‘is’ en het woordje ‘op’ een poesieplaatje geplakt en toen was het net of er stond: ‘Tip tap top mijn penis’.

Het liefst had ik het blaadje eruit gescheurd, maar dat doe ik natuurlijk niet echt. Ik laat K. nooit meer in m’n poesie schrijven.

’s Avonds in bad, toen papa m’n haar ging wassen, zei hij dat ik eens ’n vriendinnetje moest zoeken. Ik deed net of ik hem niet hoorde, maar ik wist best dat ik haast nooit met iemand speel en altijd in m’n eentje zit te lezen of in m’n dagboek zit te schrijven.

Gister vroeg R. na school of ik met haar wou spelen, maar ik verzon snel dat ik al met M. had af­gesproken om te gaan spelen want ik vind R. niet zo’n leuk kind. Maar misschien moet ik nu toch maar met haar gaan ­spelen.

Jouw Marieke

Terug naar 16 oktober 2005

Gisteren met J. en B. – die we, saillant detail, op internet leerden kennen onder de naam Patrick Bateman – naar een lezing van Bret Easton Ellis in Odeon geweest. Ik wilde proberen mijn manuscript van Lunar Park te laten signeren, maar durfde het uiteindelijk niet. Ik heb het natuurlijk wel illegaal verkregen.

B. wilde ook iets laten signeren, maar geen boek, zei hij. Toen hij bij mij aanbelde had hij een rugzakje om van pastelkleurig teddybont waar een lange houten steel uitstak. Het was een bijl. Die wilde hij laten signeren.

“Ik denk niet dat je daar Odeon mee in komt,” zei ik. Maar tot onze verbazing kon hij gewoon doorlopen. Bret Easton Ellis las voor, wat op zich al magisch was, en al die tijd lag er een bijl in een teddyrugzakje onder onze stoelen.

Na de lezing was er een borrel voor genodigden, wat wij niet waren, maar weer konden we zo doorlopen. Bret Easton Ellis stond aan de bar en oogde wat verveeld. “Ga ernaartoe,” zeiden J. en ik tegen B..

Uiteindelijk haalde hij zijn bijl tevoorschijn en liep erheen. Ik zag het van een afstandje gebeuren: omstanders deinsden achteruit en de uitgever wilde zijn schrijver al wegvoeren, maar die zei: “Wait.”

“Do you want so sign my axe?” vroeg B. zacht. (Ik was inmiddels dichterbij geslopen.)

“Your ass?” vroeg Bret Easton Ellis geamuseerd.

“No, my axe.”

“You want me to draw an axe on your ass?”

Hij had er zichtbaar lol in. Toen vroeg hij om een pen en zette zijn naam in grote krulletters op de steel van de bijl. Vervolgens pakte hij een cameraatje uit zijn zak en maakte een foto van B. met de bijl.

Nu ligt de bijl hier, in de boekenkast, zijn scherpe kant in het teddyrugzakje gestoken, tot B. hem weer komt ophalen. Is dit een goed verhaal of niet?

Bret Easton Ellis is een Amerikaans schrijver. Zijn beroemdste en meest controversiële werk is de roman American Psycho uit 1991, over seriemoordenaar Patrick Bateman. 

Terug naar 14 oktober 2012

G. schreef me vanmorgen dat hij altijd een herstellende zieke zou willen zijn. Ik niet, ik ben liever een beginnende zieke, iemand wiens neus nog niet kapot is gesnoten, wiens koelkast nog niet leeg is en wiens gedachten nog niet in kringetjes bewegen.

Ik gloei, mijn huid tintelt en gedachten blijven halverwege steken. Ik douche drie keer per dag heet en denk niet aan de energierekening en ook niet aan het milieu. Ik hou de gordijnen gesloten en kijk de hele dag tv.

Vandaag volg ik de expeditie van Felix Baumgartner in Roswell. Niet op de achtergrond, tijdens het afwassen of het telefoneren, maar vanuit mijn bed, urenlang, van minuut tot minuut, zonder er iets naast te doen. Felix Baumgartner zal straks op 39.045 meter hoogte uit zijn capsule in de stratosfeer naar beneden springen.

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik mezelf gedwongen iets grappigs te bedenken over de link met de ufo die in 1947 in Roswell crashte of om een kritische opmerking te maken over al het geld en de moeite die in deze onderneming zijn gepompt, maar ik ben ziek, dus ik doe niks.

Ik loop alle veertig handelingen (‘items’) die aan de sprong voorafgaan met Felix door (item 24: ‘Okay, it’s getting serious now, pal’). Ik zie hoe hij aarzelt bij item 29 (‘Remove the seat belt. Felix? Remove the seat belt.’) en ik hoor het commentaar vanaf de grond als hij zijn voeten buiten op de treeplank zet (‘I got an angel to take care of you.’).

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik dat van die engel corny gevonden en die Baumgartner een aandachtziek gastje genoemd. Maar ik ben ziek, dus hoeft dat niet. Ik hoef helemaal niks, alleen maar te kijken. Heaven on earth.

Felix Baumgartner is een Oostenrijks skydiver die als eerste mens een sprong door de geluidsbarrière maakte. Hij sprong van 39 kilometer hoogte naar beneden. Zijn vrije val duurde 4 minuten en 19 seconden.

Terug naar 11 oktober 1982

Hoi Dagboeki! Ik ben heel erg blij dat ik op ’t laatste moment wiskunde heb geruild met tekenen, het is de beste beslissing van m’n schoolcarrière geweest. Op dit moment hebben we als opdracht: ‘zure regen’. Ik maak ’n tekening van ’n standbeeld in ’n park dat aangevreten is door zure regen en is veranderd in ’n onherkenbare klomp steen.

Ik gebruik twee materialen: de bosjes en het gras schilder ik met plakkaatverf en het standbeeld zelf teken ik met potlood (2B en HB). Het is erg goed gelukt, al zeg ik het zelf! (Het is nog niet af.) De mooiste tekening is van C., die ’n doodskop maakt met de half gesmolten huid er nog op, heel gruwelijk. Ik geloof dat zij ook naar de kunstacademie wil, net als ik en E.

’s Avonds bij A. gegeten, ons lievelingsmaaltje: tosti’s met veel uien en echte chocomel (‘spa bruin’) erbij, want z’n ouders waren weg. A., die dus een hekel heeft aan disco en soul en zelf alleen maar punk en new wave draait en bandjes die hij opneemt van Spleen, een radioprogramma op zondagmiddag waar ze crisismuziek draaien, had tussen z’n oude platen ’n plaat van de Commodores gevonden. (Beetje lange zin, dit, maar goed.) Toen hebben we bij ’t licht van ’n kaarsje steeds geluisterd naar Three Times a Lady, terwijl A. dat anders ‘zum kotzen’ vindt. (Hij zegt ook altijd ‘bumsen’, hij houdt erg van Duitse woorden).

Hij zei ook dat hij ’n liedje voor ons had gevonden, het was geen disco en ook geen new wave, maar iets voor ons allebei. Hij draaide ’t en we luisterden er stilletjes naar in elkaars armen, met kaarsjes aangestoken. Ik vond het heel mooi. Nightporter heet het en de groep heet Japan.

Kusje xx Miek

In de jaren tachtig was zure regen een van de grootste milieuproblemen: de zuurtegraad van de regen was zo hoog dat bossen en standbeelden werden aangetast. Door de uitstoot van zwaveldioxide en stikstof­oxiden aan banden te leggen verdween zure regen.

Terug naar 9 oktober 2016

Ik heb een fornuis overgenomen van een buurvrouw op de vijfde die ging verhuizen en had mijn oude inductieplaat op Marktplaats gezet. Er reageerde een Syrische vluchteling die net een ‘woning’ had gekregen (een containerkamer in een studentencomplex in Noord). Hij woont nu nog in het azc dat sinds de zomer in de Bijlmerbajes zit. Vluchtelingen huisvesten in een gevangenis, wie verzint dat?

In september was er een open dag voor buurtgenoten waar ik ook was, een veel te blije bedoening met geschminkte kinderen en workshops koken en exotisch trommelen. Geen vluchteling te zien verder, die hadden zich natuurlijk allemaal verschanst. Maar vandaag stond er een in mijn huis, een jonge, blije Syriër met een knotje. Een Syrische hipster. Ze bestaan, ik wist het tot aan vandaag niet. Ik betuigde mijn medeleven over de situatie in zijn land, daarna vroeg ik hem het hemd van het lijf.

‘Is dit pas de eerste keer dat je een Syriër uit het nieuws ontmoet?’ vroeg hij. ‘Wauw.’

Touché.

Ik gaf hem mijn oude kookplaat, mijn oude oventje, mijn oude blender. Ik ging de berging in

en zocht naar meer – heb je al bestek? Heb je soepkommen? Wil je een deken? Een cupcakebakplaat?

Hij vroeg om een glaasje water. Ik vroeg of hij niet liever cola had of thee of een complete maaltijd. Ik wilde hem vetmesten en overladen met cadeaus.

‘Ik was ooit bijna in Damascus,’ zei ik, ‘en ik ken een kat die Raqqa heet.’ En hij maar lachen, alsof er geen oorlog bestond.

Het regende pijpenstelen toen hij vertrok. Ik gaf hem een paraplu, ik had er toch vier. Woensdag komt hij terug, met een helper en een busje. Nu ga ik even een potje janken om de ellende in de wereld.

In de zomer van 2016 werden de leegstaande torens van de voormalige penitentiaire Inrichting Over-Amstel omgebouwd tot tijdelijke opvang voor duizend asielzoekers. De torens worden momenteel gesloopt om plaats te maken voor woningen.

Terug naar 7 oktober 1985.

Een tijdje geleden heb ik me aangesloten bij de anti-apartheidsbeweging. Ik had namelijk op het journaal beelden gezien van protesten in Zuid-Afrika en besloten dat ik wat wilde doen.

In het telefoonboek heb ik het adres opgezocht van de anti-apartheidsbeweging. Ik heb ze gebeld en gezegd dat ik wil meewerken. Ze waren net bezig met de oprichting van een jongeren­afdeling, dus dat kwam mooi uit. Samen met twee andere meisjes vorm ik nu de jongerenafdeling. We hebben al heel veel goede dingen gedaan, zoals interviews gegeven aan Trouw en de Waarheid en de jongerenkrant van de FNV, en dingen gedaan op festivals vanwege het jongerenjaar.

Ook zijn we bezig geweest met het bedenken van een actie. We hadden bedacht dat we een picketline demonstratie zouden houden bij de rondvaartboten van Holland International, omdat die reizen naar Zuid-Afrika aanbieden, ondanks de boycot. Belachelijk natuurlijk! We hadden de rondvaartboten gekozen omdat dat gevoelig voor ze is, iedereen loopt erlangs, veel toeristen gaan erin, dus iedereen ziet het.

Nou, je raadt nooit wat er gebeurt… Vandaag kwam ik bij de anti-apartheidsbeweging aan, krijgen we te horen dat Holland International is gestopt met hun reizen naar Zuid-Afrika! Weken zijn we bezig geweest met de voorbereidingen, onze eerste actie, en dan gaat ie niet door!

Maar het is natuurlijk wel heel goed dat Holland International nu geen reizen meer aanbiedt naar Zuid-Afrika, dat is wel iets om blij om te zijn. Verder vind ik het werk heel leuk en ook heel goed om te doen. Maar toen ik opa en oma E. vertelde dat ik nu bij de antiapartheidsbeweging zat, zei oma met een vies gezicht: “Hè, bah.” Dat verbaasde me wel. Opa en oma zijn natuurlijk fanatieke VVD’ers, maar ik had echt niet verwacht dat ze voor apartheid waren.

Zuid-Afrika kreeg in de jaren tachtig, als gevolg van de apartheidspolitiek, te maken met een wereldwijde economische boycot.

Terug naar 4 oktober 1992

De Bijlmer staat in brand. We waren uit eten geweest voor F.’s verjaardag, toen we thuiskwamen zette ik de tv aan en we zagen beelden van brandende flatgebouwen in Amsterdam. Uilenstede, was het eerste dat we dachten en we schrokken ons kapot. Het leek op de flats aan de GU-kant. Maar het was Uilenstede niet, het is de Bijlmer. Er is een Israëlisch vrachtvliegtuig in twee flats gevlogen, er middenin. Alles staat in de hens, beelden die je alleen van oorlog kent, brandende gebouwen, brandende brokstukken op de grond.

Bijna alle bewoners waren thuis, achter alle ramen brandden lichten, zeiden ze op het nieuws, het was zondag, etenstijd, hele families zaten samen aan tafel. Tweehonderd woningen. Het vliegtuig is er dwars doorheen gevlogen, als een vuist die door een stuk karton slaat. Het gekke is dat we eerst opluchting voelden omdat het níet Uilenstede was, en toen pas, alsof we opnieuw een aanloopje moesten nemen, afschuw voelden.

Het is non-stop op het nieuws, alleen maar vuur, live en in de herhaling. Het hele gebied, in één klap veranderd in een slagveld. Je kunt je geen voorstelling maken van de chaos, beelden van mensen met ontvelde handen, die trillend op de grond liggen, brandweermannen met een soort speelgoedbrandweerspuitjes die niet opgewassen zijn tegen al dat vuur. Tientallen doden, zeggen ze op het journaal.

Ze zeggen ook dat er veel illegalen in de flats woonden, mensen van wie niemand wist dat ze er zaten. Dus ze weten niet eens hoeveel doden er precies zijn en wie ze waren. Op een of andere manier vind ik dat het meest tragisch, dat je als vluchteling uit een land komt waar je geen leven had, dat je hier in Nederland denkt vrij te zijn en dan op deze manier doodgaat. Verschrikkelijk.

Na de Bijlmerramp kregen illegalen die de ramp hadden overleefd een verblijfsvergunning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden