Plus Lief Dagboek

Terug naar 1977: ‘Als ik niet in slaap kan komen verbeeld ik me dat ik een beroemde zangeres ben’

Schrijver Marieke Groen (1966) hield ruim veertig jaar een dagboek bij. Op maandag, woensdag en ­vrijdag leest u hier wat zij in het verleden op deze datum schreef. 

Beeld Shutterstock

Terug naar 18 november 1977

Lief Dagboek,

E. en ik zijn bezig een dans­clubje op te richten en dan bij platen als Kresy On You van Heart, When van Showaddywaddy, Dancing Queen en Knowing Me, Knowing You van Abba, Ferry Teel van Dana en I Lady met My Man van Patricia Paay dansjes te maken. We willen als jongens R., P. en R. er bij kiezen en als meisjes I. want die zit op jazzballet en kan heel goed dansen, een beetje als Penny de Jager van Top-Pop.

Als ik ’s avonds niet in slaap kan komen verbeeld ik me altijd dat ik een beroemde zangeres ben die ook heel goed kan dansen en dat ik dan met alle liefjes van me, zoals R. en N. en K. en M. en die twee jongens die in Q en Q meespeelden, met een circuswagen rondtrek en dan ook ga optreden, want dat is mijn liefste wens.

Omdat we nog niet genoeg mensen hadden voor ons clubje gingen we buiten spelen. We speelden dat we prinsessen waren, maar dan modern-stoer (in plaats van ouderwets-netjes). We waren namelijk ook geheim agenten, net als Charlie’s Angels en De Vrouw van Zes Miljoen. Als onze vader de koning niet keek, gingen wij stiekem naar buiten om te spioneren en de boeven te pakken.

Om half zes ging E. naar huis om te eten. Alleen dat dacht ze maar, want toen ik thuis kwam en op de klok keek was het pas half vijf! Toen heb ik nog maar een tijdje alleen gespeeld met de barbies. Het was toch steenkoud buiten, als we nog langer hadden doorgespeeld waren onze voeten er misschien wel afgevroren!

Je Marieke

P.S. Je zult je misschien wel afvragen waarom ik steeds op losse blaadjes schrijf. Dat komt omdat ik het slotje van het dagboek niet open krijg.

De Vrouw van Zes Miljoen (Bionic Woman) was een Amerikaanse tv-serie uit de jaren zeventig over een vrouw wier benen, arm en oor na een ongeluk waren vervangen door bionische implantaten, vergelijkbaar met die van de Man van Zes Miljoen.

Terug naar 16 november 2014

Ik stond vanmorgen, nog slaperig, met mijn koffie voor het raam toen er een touringcar vol Zwarte Pieten langsreed, het oude Nuonterrein op. Voor het eerst komt Sinterklaas in het Amstelkwartier – de intocht begint hier, op de Amstel. En voor het eerst in, wat zal het zijn, veertig jaar? voel ik een verlangen om te gaan kijken. Het zal wel te maken hebben met de nieuwheid van de wijk en het gebrek aan voorzieningen hier: alles wat hierheen komt is welkom. Het schaarsteprincipe.

O, wat was ik vroeger bang voor Zwarte Piet. En voor Sinterklaas. En voor de glazenwasser. En voor bezoek.

Nu mijn kinderangsten zijn opgedroogd ben ik vooral bang voor het pro-Pietengeschreeuw. Het pro-Zwarte-Pietengeschreeuw. Ik schrik van de felheid waarmee ze een karikatuurpiet verdedigen. Traditie, zeggen ze. En: Piet is zwart omdat hij door de schoorsteen komt (wel raar dat zijn gezicht dan egaal zwart is. En zijn pakje nog helemaal schoon is. Ook raar dat hij onderweg naar beneden donkere krullen heeft gekregen en dikke rode lippen en Moorse oorringen, kortom: dit gelooft toch geen hond?).

Ik kan er echt niet bij dat er mensen zijn die dit blijven verdedigen, anno 2014. Als hele bevolkingsgroepen Zwarte Piet als kwetsend en beledigend beschouwen en er voldoende alternatieven zijn – ongeschminkt, rood, blauw of pimpelpaars geschminkt – dan ben je toch wel een enorme eikel als je zegt: die Piet moet een zwart geschminkte karikatuur met dikke rode lippen blijven?

En het is niet alsof die pro-Pieten niet beter weten, er is al zoveel over gezegd en geschreven, niemand is nog onwetend op dit punt. Dit is moedwillig kwetsen en beledigen. Waar komt dat vandaan? Waar komt die enorme woede van ze vandaan? Dit kan toch niet alleen om Zwarte Piet gaan?

Intussen staat er nu een groepje Pieten op rolschaatsen, op weg naar de binnenstad, voor de McDonald’s te overleggen. Alsof ze zeggen: het is pisweer, we kunnen ook gewoon naar de Mac gaan. Haha. Dat relativeert alles.

Terug naar 13 november 1981

Filmavondje op school. One Flew Over the ­Cuckoo’s Nest. Ik ging er met P. heen. “Denk je dat je vanavond weer met L. gaat?” vroeg ze. Ik: “‘Zeker weten van niet.” P: “Zeker weten van wel!”

Ik: “Nee, hoor.” P: “Wedden van wel?” Ik: “Wedden van niet?”

P: “Ja!”

Dus wij wedden voor ƒ1,- M. en D. deden ook mee. L. kwam net binnen, hij lachte en zwaaide naar me. P.: “O jee, daar gaat mijn geld!” Toen ging het licht uit.

De film was steengoed. Het ging over een inrichting vol gekken. Toen kwam Jack Nicholson er. Hij was meteen goede maatjes met ‘chief’, een grote indiaan die niet kon praten. Op een avond schepte hij op dat hij een zware wasbak door het raam zou gooien en ’m zou peren. Maar hij kreeg die wasbak niet van de grond, toen brak er een rel uit. Terwijl Jack N. en chief zaten te wachten op hun straf, bood Jack hem een kauwgummetje aan. Zegt chief opeens: “Thank you.” Blijkt dat hij helemaal niet doofstom is, maar doet alsof!

Dan besluiten chief en Jack hem te peren. Ze geven een afscheidsfeestje. Billy, een stotterende jongen, wil met Jacks vriendin naar bed en Jack gunde hem dat wel. Billy had de nacht van zijn leven, maar de volgende ochtend pleegde hij zelfmoord. Jack kon niet aanzien dat de hoofdzuster er zo koel onder bleef en wilde haar wurgen. Toen kreeg hij een soort hersenspoeling toegediend waardoor hij krankzinnig werd. Zo werd hij naar de slaapzaal gebracht.

Chief sloop naar zijn bed en fluisterde dat ze er nu vandoor konden, maar Jack reageerde niet, hij was volslagen gek geworden. Toen drukte chief huilend een kussen op zijn gezicht zodat Jack stikte. Daarna greep chief met al z’n krachten die wasbak, gooide hem door het raam en sprong er zelf achteraan. Goed, joh!

Toen het licht aanging was L. er niet meer. Nou ja, wel 3 piek verdiend.

Terug naar 11 november 2002

Het is ramadan, de straten zijn versierd met vlaggetjes, aan de moskeeën hangt feestverlichting. Toen we in Caïro uit de bus stapten werden we onmiddellijk aangeklampt door een jongen die ons naar ons hotel wilde brengen. We gaven hem het adres, hij knikte enthousiast, hij woonde daar in de buurt. Hij keek om zich heen, schoot een man aan.

Er werd druk overlegd, nog een man kwam erbij staan, nog meer overleg. En wij maar wachten met die aardappelzakken op onze rug. Eindelijk gingen we op weg. De zon was net onder, overal zaten groepjes mensen te eten. Politieagenten schoolden samen op een stuk karton, kioskverkopers aten samen uit tupperwarebakjes. Bij restaurants stonden lange tafels met maaltijden voor de armen, gefinancierd door de rijken.

Ik dacht altijd dat ramadan afzien was, maar dit oogde als een feest, een feest van saamhorigheid.

Intussen kon onze gids niet gaan eten omdat hij ons per se naar het hotel wilde brengen, en de weg niet wist. Na drie kwartier slalommen herinnerde ik me opeens dat ik nog een vliegtuigcakeje in mijn tas had. Ik gaf het hem en toen had hij ons hotel zo gevonden.

Nu zitten we op het dakterras te eten. In de diepte bromt en toetert Caïro, mijn ogen prikken al van de smog. Morgen naar Luxor, kan niet wachten.

Terug naar 12 november 2002

Vond ik het gisteren nog mooi hoe mensen hier ramadan houden, vandaag riep het ergernis op, toen we in de stoffige hitte werden aangeklampt door een zesjarig meisje dat ons popjes probeerde te verkopen.

Haar haar zat in de knoop, haar jurkje was smerig. We boden haar een slokje water en een snoepje aan, die ze heel beslist afsloeg. Ik hoop echt dat ze gewoon geen trek had, niet dat ze van haar ouders mee moest vasten. Het was al erg genoeg dat ze niet op school zat maar erop uit werd gestuurd om te werken.

De ramadan is de vastenmaand van de moslims. Kleine kinderen, zieken en zwangere of menstruerende vrouwen hoeven niet mee te vasten.

Terug naar 10 november 1989

Vandaag naar opa en oma E. geweest. Oma reageerde verbazingwekkend nuchter op het nieuws van de val van de Berlijnse Muur. Wel zei ze dat ze komend voorjaar weer naar de reünie van haar oude school in Berlijn wil. Die reünie is elk jaar, maar de laatste jaren wilde ze er niet meer heen, omdat ze, zoals ze zelf zegt, niet hoeft te zien wie er allemaal dood zijn.

Nu wil ze weer gaan om klas­genoten terug te zien die ze al dertig jaar niet heeft gezien omdat die per toeval aan de andere kant van de Muur waren beland. Want zo willekeurig ging het, er werd een streep getrokken, dwars door straten en zelfs door huizen heen, en zo werden mensen van elkaar gescheiden. Intussen komt er geen einde aan de stroom mensen die van Oost-Berlijn naar West vertrekt, lopend of in Trabantjes en andere koekblikken, stoeten mensen in hopeloos gedateerde kleren, met ouderwetse kapsels, dolblij of huilend: eindelijk vrij.

Ze nemen niks mee, ze laten alles achter. Rijen dik staan de auto’s voor de Brandenburger Tor, iedereen wil d’r uit. So much voor de communistische droom.

Terug naar 9 november 1989

De grens tussen Oost- en West-Berlijn is vanavond opengegaan. Ongelofelijk, dat het zomaar is gebeurd. Er hing al een poosje iets in de lucht natuurlijk, Honecker afgezet, Oost-Duitsers die nu opeens wel naar andere Oost-Europese landen mogen reizen etc. etc. Maar dit nu opeens… het is echt weird. Ik zit met kippenvel te kijken naar beelden van mensen die elkaar boven op de muur helpen of hem met pik­houwelen te lijf gaan.

De grensbewakers staan er een beetje dommig bij. Aan de andere kant, aan onze kant, staan ook heel veel mensen, te applaudisseren en te helpen. Het is alsof je kijkt naar een gevangenisuitbraak, zó bizar.

De in 1961 opgetrokken Berlijnse Muur was onderdeel van het IJzeren Gordijn, de grens tussen communistisch Oost-Europa en het kapitalistische Westen en deelde Duitsland in tweeën. Op 3 oktober 1990 werd het land herenigd.

Terug naar 7 november 1976

Vannacht mocht D. bij me slapen, maar ze had het niet getroffen, want om half drie werd ik misselijk wakker. Ik ging snel naar de wc in de badkamer en het was geen minuut te laat, want daar kwam het al. Mama hoorde het vanaf hun slaapkamer en gaf me een emmer.

Toen ik doortrok was D. ook wakker geworden. We gingen even kletsen en even later moest ik weer overgeven maar omdat ik boven in het stapelbed lag en D. onder, moest ik goed mikken.

Jammer genoeg ging er net een beetje naast. Vanmorgen toen ik wakker werd had ik erge buikpijn en ik kon niet spelen, dus ging D. maar naar huis. Aan het ontbijt zei mama dat er een bacil rondvliegt en als die op je gaat zitten krijg je een soort griep die gelukkig maar een dag duurt. Ik heb verder de hele dag overgegeven hoewel ik alleen ’s morgens twee boterhammetjes heb gegeten en twee bekers thee heb gedronken.

’s Avonds om half 10 was het helemaal over, maar toen kregen J. en papa het! We hadden nog heel erg gelachen. Gisteravond onder het t.v. kijken zei D. opeens dat ze daar het boek “Turks fruit” van Jan Wolkers zag staan. Ze zei dat daar een heleboel sex in stond.

Dus vroegen we aan mama of we het mochten lezen. Mama kende het zelf niet meer goed en toen we zeiden dat er allemaal sex in stond zei ze: “Nou, dan mogen jullie het niet lezen.” Maar dat meende ze natuurlijk niet.

In het boek stond iets van een man die geneukt had met een vrouw en dat z’n lul toen tussen ze gulp bleef zitten en dat hij hem niet meer los kreeg en meer van die dingen. We moesten hartstikke lachen.

Terug naar 4 november 1996

Een echo uit mijn jeugd: het bericht dat Bokassa is overleden. Als ik drie gebeurtenissen uit het nieuws moet opnoemen die boven komen drijven als ik aan de jaren zeventig denk zijn het: de Molukse gijzelingen, miljonairsdochter Patty Hearst die zich aansloot bij het symbiotisch bevrijdingsfront (nu ik dit opschrijf klinkt het héél raar – klopt die naam wel? Symbiotisch??) en keizer Bokassa.

Als jong meisje kon ik er geen genoeg van krijgen, lezen over de zelfgekroonde Afrikaanse keizer die zijn vijanden aan de krokodillen voerde en tijdens staatsbanketten mensenvlees serveerde. Ik las erover in de Panorama, die vol wilde sensatieverhalen stond.

Ik vrát het. Bokassa was een soort staatshoofd uit Suske en Wiske of uit Kuifje. Het sloot naadloos aan bij de verhalen die ik las, te bizar om waar te zijn.

Ik realiseer me nu pas, nu hij dood is, dat het écht waar was en dat hij echt heeft geleefd. Wat het nog bizarder maakt dan ik altijd heb gedacht.

Terug naar 5 november 1981

Hoi Dagboeki! Ik had twee tussenuren en ging naar opa en oma. In de Privé stond een verhaal over een Japanse man die een Nederlands meisje had opgegeten. Ze waren vrienden, toen heeft hij haar vermoord en opgegeten.

Hij had haar in de koelkast gestopt en pakte er steeds een stukje uit om op te peuzelen. Toen hij wilde vluchten vond de politie hem met een koffer met al die lichaamsdelen erin in een park.

Eng hè? Hij had ook een heel eng gezicht, als een masker. Ik lig nu te schrijven met alleen mijn nachtlampje aan, ik moet eigenlijk plassen, maar ik durf niet meer!!!

Je Marieke

De Nederlandse student Renée Hartevelt werd in 1981 in Parijs vermoord door de Japanse Issei Sagawa, die delen van haar lichaam opat. Door een vreemde samenloop van omstandigheden zat hij slechts tweeënhalf jaar vast.

Terug naar 2 november 2004

Theo van Gogh is ­vermoord. Voor de avondwinkel in de Linnaeusstraat. Door een man in een djellaba. Ik weet niet wat ik erover moet zeggen.

E., die er vlakbij woont, belde. Hij was er vanmorgen op weg naar zijn werk langsgefietst. Er lag een man op het fietspad, hij moest eromheen, over de stoep. Hij zag kogelhulzen liggen, dacht aan een afrekening in het criminele circuit. Hoorde pas een paar uur later, op zijn werk, dat het om Theo van Gogh ging. Hij is erg aangedaan.

Op Happyvpro.nl verscheen een oproep om met ratels en pannendeksels naar de Dam te komen voor een ‘herriedemonstratie’. Ik had migraine, dus ik bleef thuis. Lang met E. aan de telefoon gezeten en samen tv gekeken, ik in mijn huis, hij in het zijne.

Job Cohen sprak de menigte op de Dam toe: “Er is vandaag een Amsterdammer vermoord.” Dat was mooi. Maar op Happy – zelfs daar – waren kreten te lezen als ‘het begon allemaal toen we dertig jaar geleden de eerste Ali naar Nederland haalden’. Er doken natuurlijk meteen mensen bovenop (want: Happy VPRO), maar toch, het was gezegd.

Ik las alles, maar had niks te zeggen, bek vol tanden. Op het nieuws hoor ik steeds ‘de moord op Theo van Gogh’ en dan is elke keer mijn eerste reactie: die zin klopt niet, ze hebben woorden uit andere zinnen door elkaar gehusseld. De combinatie van die woorden is zó vreemd.

Theo van Gogh, met een peuk in zijn mond op de fiets door de Watergraafsmeer, pias, plaaggeest, cactuskusser – en uitge­rekend hij wordt vermoord. Wat zegt dit over de wereld van vandaag?

Theo van Gogh werd vermoord door Mohammed B., die de filmmaker zag als een vijand van de islam en meende dat die daarom moest sterven. Mohammed B. zit een levenslange gevangenis- straf uit.

Terug naar 30 oktober 1998

Het leukste van terugkomen van vakantie is het knipperende lampje op het antwoordapparaat. Als je het afluistert, hoor je meestal alleen maar: klik, tuut-tuut-tuut, maar de verwachting, het vooruitzicht is zo fijn.

Terug van Kos dus. De eerste vakantie zonder F. (er staan me nog heel wat eerste keren te wachten, vrees ik. Ik zie nu al als een K2 op tegen kerst en oud en nieuw). Kos was onverwacht fijn, soms moeilijk, soms eenzaam, maar ik geloof dat ik toch wel een beetje ben bijgekomen. Hoogtepunten: met S. op de fiets naar het asklepieion, en ’s avonds in bed met het licht uit samen de Dik Voor­mekaar Show nadoen. Met meneer de Groot en Harry Nak (‘Nou…ont-zet-tend?’). Huilen van het lachen.

Thuiskomen viel me zwaarder dan verwacht. Niks van F. op het antwoordapparaat of in de post. De eerste uren thuis was de pijn weer even heel erg. Dat stomme, stille huis. Aan wie moet ik nu mijn verhalen kwijt?

Er zijn twee mensen overleden, las ik in de kranten van de afgelopen week, twee mensen met een geleende identiteit: de Zangeres Zonder Naam en Ted Hughes, die voor mij altijd de man van zal blijven. Zouden ze nu herenigd zijn ergens, hij en Sylvia? Je hoopt het, ondanks je geloof.

De Dik Voormekaar Show was een komisch programma van André van Duin en Ferry de Groot dat in de jaren ‘70 en ‘80 wekelijks op de radio was.

Terug naar 29 oktober 1983

Hai Dagboeki, meer dan een half miljoen mensen waren er op de vredesdemonstratie tegen kernwapens en de plaatsing van kruisraketten in Woensdrecht, goed hè? Iedereen die we kenden was er! A. en ik waren er alleen niet bij, want zijn brommer wilde weer eens niet starten.

550.000 mensen liepen mee in de demonstratie tegen de plaatsing van 48 kruisraketten in Woensdrecht. Het was de grootste demonstratie ooit in Nederland. De kruisraketten kwamen er niet.

Terug naar 28 oktober 1989

Iemand had een briefje opgehangen bij de Jac. Hermans waarop een cd-speler werd aangeboden voor 250 gulden. Nieuw kosten ze 1000 gulden. Ik ken maar één iemand met een cd-speler, iedereen heeft een pick-up. Behalve ik dan, ik heb alleen een cassettedeck. Ik had er opeens zó genoeg van dat altijd als ik een plaat wil hebben, ik naar de binnenstad moet fietsen om die plaat te halen bij de plaatuitleen, vervolgens langs moet bij iemand met een pick-up die hem voor me op kan nemen – binnen twee dagen, want dan moet ik de plaat weer inleveren – en de muziek dán pas kan beluisteren. Ik besloot de cd-speler te kopen.

De jongen van wie ik hem kocht had alweer een nieuwe cd-speler. Geld zat, blijkbaar. Ik nam de cd-speler mee naar huis en zocht mijn cd. Ik heb er één: een cd-single van Yello die je ooit gratis kreeg bij Oor: Oh Yeah. Op de achterkant – wat bij een cd niet de achterkant is, maar dezelfde kant – staat The Race. Ik legde het cd’tje in de cd-speler en drukte op play. Ik ben geen fan van Yello, maar ik weet wel hoe ze klinken. Dit klonk héél anders. Naar symfonische rock. Naar Mr. Mister, een verschrikkelijke kutband. Ik haalde het cd’tje eruit. Ik legde het er opnieuw in: Mr. Mister. Ik inspecteerde de lade. Ik haalde de onderlegger eruit.

De onderlegger. Het was een cd. Van Mr. Mister. Ik herinnerde me dat de jongen van wie ik de cd-speler had gekocht me het geluid wilde laten horen. Hij had een cd’tje gepakt uit zijn verzameling (hij had er meer dan één), die opgezet en was blijkbaar vergeten hem er weer uit te halen. Nu heb ik dus twee cd’s.

In 1983 introduceerde Philips de compact disc, een geluidsdrager die de lp zou gaan vervangen. Van de cd werd gezegd dat je hem kon bekrassen, onder de kraan kon houden en andere gekkigheid mee uithalen, en nog bleef hij het doen.

Terug naar 25 oktober 1991

Sneller dan verwacht hebben we een ritme gevonden. F. gaat ’s morgens met de boer mee de berg op om locaties te zoeken voor zijn film en ik blijf in het grote huis achter om te werken aan mijn boek.

Als F. aan het einde van de dag thuiskomt heeft hij glanzende ogen van de schnaps en hij vertelt me de moppen die hij van de boeren heeft gehoord. Ze gaan vrijwel altijd over een ‘Stinkbock’ uit een buurdorp. “Wat is een Stinkbock?” vroeg ik. Dat wist hij ook niet precies, maar hij moest er wel vreselijk om lachen.

’s Avonds kijken we naar de Duitse of de Oostenrijkse tv. We zijn nu echt volledig in de ban van Twin Peaks. Het wordt hier nage­synchroniseerd, maar dat is niet erg, want ze lopen een paar afleveringen achter bij ons, dus we kunnen het makkelijk volgen. Ik ben zo bang voor Bob, ik durfde vannacht niet naar de wc, F. moest mee.

We lezen om beurten in Het dagboek van Laura Palmer en hebben het er steeds over wie we denken Laura heeft vermoord en wie Bob is. Het kwaad zelf, zegt F. (Toen hij dat zei, durfde ik helemaal niet meer naar de wc.)

Gisteren ging ik, gaar van het typen, een stukje wandelen in het bos hierachter. Kaarsrechte rijen sparren, het werd steeds donkerder en stiller. Dit is helemaal geen bos, dacht ik toen, en ik wist niet hoe snel ik eruit moest komen.

Ik heb nog steeds niet naar huis gebeld. Ergens hoop ik dat oma er stilletjes tussenuit knijpt, dat de begrafenis al achter de rug is als we thuiskomen en dat ik gewoon door kan met mijn leven, zonder pijn, zonder verdriet. Maar zo werkt dat niet, dat weet ik ook wel.

Twin Peaks is een tv-serie van David Lynch en Mark Frost uit 1990 en 1991. De serie draait om de moord op een meisje, Laura Palmer, in een houthakkersstadje, en heeft wereldwijd een cultstatus.

Twin Peaks billboard. Beeld RV

Terug naar 23 oktober 2012

Vanavond naar een feestelijke vertoning van Poule des doods geweest in De Balie, de docu over De Eenzame Uitvaart van F. Starik, wat ik zo’n prachtig en troostrijk project vind. Troostrijk omdat ik soms denk dat het mij ook kan overkomen, eenzaam en alleen sterven. Ik heb geen familie, geen man, geen kinderen, en of mijn vrienden er nog zijn als ik oud en moeilijk ben (i.t.t. jong en moeilijk), moet nog maar blijken. Maar dan is Starik er gelukkig nog.

De docu laat vooral de, hoe zal ik het noemen, kantoorkant van zo’n eenzame uitvaart zien. Een kaartenbaksysteem, stapels papieren en een telefonerende medewerkster (‘Drie keer licht klassiek. En een dichter? Ook een dichter’), twee keuvelende gemeenteambtenaren (‘Wat eten we vanavond?’ ‘Hutspot met gehaktballetjes.’ ‘O, lekker’) die in de woning van een man die er twee weken dood heeft gelegen toch maar even een mondkapje voordoen.

De dichter die thuis zijn gedicht voor de dode schrijft en na afloop van de dienst met de twee ambtenaren koffie drinkt aan een sta­tafel, zij zijn de enigen voor wie de koffiekamer is opengegaan.

Dat soort beelden.

Maar het raakt me diep, die eenzame doden en het feit dat er een clubje dichters is dat het op zich heeft genomen ze een waardig afscheid te geven. Dat is groots.

En toch rees onwillekeurig de vraag: wat als zo iemand hier helemaal niet op zat te wachten? Menno Wigman, een van de dichters uit de poule, had dat ook, hij zei: “Ik weet dat er mensen zijn die bewust antisociaal leven – misschien stellen die wel helemaal geen prijs op al die bemoeienis.”

Maar goed, de dode is dood, die maakt het toch niet meer mee (zou je daartegenin kunnen brengen). En de meesten zouden het stiekem toch wel fijn hebben gevonden (denk ik dan). Dus doe maar wel, ga er maar vooral nog heel lang mee door.

De dichters van stichting De eenzame uitvaart begeleiden eenzaam gestorvenen in Amsterdam naar hun graf. Dichter en oprichter F. Starik overleed zelf in 2018.

Terug naar 21 oktober 1984

Gisteravond uit geweest met S. en A. Eerst gingen we wat drinken in de Schutter, daarna ging A. naar huis en gingen S. en ik naar Zorba the buddha, de Bhagwandisco, daar kun je lekker swingen en het is tenminste niet zo duur. S. ging Bhagwanezen in de zeik nemen, dat was echt lachen. Toen we onze jassen afgaven zei ze tegen de jongen van de garderobe: “Sta je lekker te worshippen?” Dat zeggen ze namelijk tegen álles; als ze de vloer vegen, als ze lege glazen ophalen of als ze je jas ophangen, dan noemen ze dat worshippen.

Het doet me altijd denken aan ‘smurfen’ van de smurfen, je weet wel, dat de smurfen altijd zeggen: “ik ga even de was smurfen.” Of: “heb je dat al gesmurft?” Maar je kunt alles tegen die Bhagwanezen zeggen, ze blijven altijd glimlachen (en daarom wil je júíst van alles tegen ze zeggen, zo werkt dat). Ze lopen ook de hele tijd met een stoffer en blik rond, als iemand as morst of zijn peuk op de grond gooit, komt er meteen iemand in oranje kleren aan om het op te vegen. En soms gaan ze met z’n allen dansen als een boom in de wind, alsof ze op heilgymnastiek zitten.

Nou ja, moeten zij weten. Ik vind het gewoon een beetje raar dat ze die oude vent van een Bhagwan aanhangen en alles doen wat hij zegt. Bhagwan heeft voorspeld dat de wereld ten onder gaat aan aids. Daarom moeten alle Bhagwanezen met condooms om neuken en plastic handschoenen aan bij het vrijen, want alleen dat kan het tegenhouden volgens hem. Ze gaan ook allemaal met elkaar naar bed en je mag niet weigeren, ook niet als het een vies, oud mannetje is. Ik zou dat echt nóóit kunnen.

Marieke

Van 1983 tot 1992 zat op de Oudezijds Voorburgwal Zorba the Buddha, een discotheek gerund door volgelingen van Bhagwan, die ook bij niet-sannyasins populair was. Zorba de Buddha was een van de eerste plekken in Nederland waar xtc werd gebruikt.

Terug naar 18 oktober 1976

Vandaag ging ik op rolschaatsen naar school. D. zou ook gaan, maar ze had geen tijd meer om ze onder te doen, dus ging ik maar alleen. Op school waren M. en L. jarig. L. deelde prikkers uit met kaas, worst, een uitje en een augurkje. M. deelde rolletjes drop uit.

’s Middags kreeg ik mijn poesie terug van K. die erin had geschreven. Toen ik het wilde gaan lezen, kreeg ik bijna een hartverlamming want er stond: ‘Lieve Marieke’. Maar dat had hij bij alle ­meisjes geschreven. C. vroeg aan hem waarom hij overal ­‘lieve’ schreef. Toen zei K.: “Nou, dat hoort toch!”

Toen mama het las, zei ze: “Wat schrijft hij nou over zijn penis?”

Ik schrok me rot, want dat had ik nog helemaal niet gezien. Hij had ‘tip tap top mijn pen is op’ geschreven, dan moet je ‘op’ een beetje bibberig schrijven alsof je pen op is, maar hij had tussen het woordje ‘is’ en het woordje ‘op’ een poesieplaatje geplakt en toen was het net of er stond: ‘Tip tap top mijn penis’.

Het liefst had ik het blaadje eruit gescheurd, maar dat doe ik natuurlijk niet echt. Ik laat K. nooit meer in m’n poesie schrijven.

’s Avonds in bad, toen papa m’n haar ging wassen, zei hij dat ik eens ’n vriendinnetje moest zoeken. Ik deed net of ik hem niet hoorde, maar ik wist best dat ik haast nooit met iemand speel en altijd in m’n eentje zit te lezen of in m’n dagboek zit te schrijven.

Gister vroeg R. na school of ik met haar wou spelen, maar ik verzon snel dat ik al met M. had af­gesproken om te gaan spelen want ik vind R. niet zo’n leuk kind. Maar misschien moet ik nu toch maar met haar gaan ­spelen.

Jouw Marieke

Terug naar 16 oktober 2005

Gisteren met J. en B. – die we, saillant detail, op internet leerden kennen onder de naam Patrick Bateman – naar een lezing van Bret Easton Ellis in Odeon geweest. Ik wilde proberen mijn manuscript van Lunar Park te laten signeren, maar durfde het uiteindelijk niet. Ik heb het natuurlijk wel illegaal verkregen.

B. wilde ook iets laten signeren, maar geen boek, zei hij. Toen hij bij mij aanbelde had hij een rugzakje om van pastelkleurig teddybont waar een lange houten steel uitstak. Het was een bijl. Die wilde hij laten signeren.

“Ik denk niet dat je daar Odeon mee in komt,” zei ik. Maar tot onze verbazing kon hij gewoon doorlopen. Bret Easton Ellis las voor, wat op zich al magisch was, en al die tijd lag er een bijl in een teddyrugzakje onder onze stoelen.

Na de lezing was er een borrel voor genodigden, wat wij niet waren, maar weer konden we zo doorlopen. Bret Easton Ellis stond aan de bar en oogde wat verveeld. “Ga ernaartoe,” zeiden J. en ik tegen B..

Uiteindelijk haalde hij zijn bijl tevoorschijn en liep erheen. Ik zag het van een afstandje gebeuren: omstanders deinsden achteruit en de uitgever wilde zijn schrijver al wegvoeren, maar die zei: “Wait.”

“Do you want so sign my axe?” vroeg B. zacht. (Ik was inmiddels dichterbij geslopen.)

“Your ass?” vroeg Bret Easton Ellis geamuseerd.

“No, my axe.”

“You want me to draw an axe on your ass?”

Hij had er zichtbaar lol in. Toen vroeg hij om een pen en zette zijn naam in grote krulletters op de steel van de bijl. Vervolgens pakte hij een cameraatje uit zijn zak en maakte een foto van B. met de bijl.

Nu ligt de bijl hier, in de boekenkast, zijn scherpe kant in het teddyrugzakje gestoken, tot B. hem weer komt ophalen. Is dit een goed verhaal of niet?

Bret Easton Ellis is een Amerikaans schrijver. Zijn beroemdste en meest controversiële werk is de roman American Psycho uit 1991, over seriemoordenaar Patrick Bateman. 

Terug naar 14 oktober 2012

G. schreef me vanmorgen dat hij altijd een herstellende zieke zou willen zijn. Ik niet, ik ben liever een beginnende zieke, iemand wiens neus nog niet kapot is gesnoten, wiens koelkast nog niet leeg is en wiens gedachten nog niet in kringetjes bewegen.

Ik gloei, mijn huid tintelt en gedachten blijven halverwege steken. Ik douche drie keer per dag heet en denk niet aan de energierekening en ook niet aan het milieu. Ik hou de gordijnen gesloten en kijk de hele dag tv.

Vandaag volg ik de expeditie van Felix Baumgartner in Roswell. Niet op de achtergrond, tijdens het afwassen of het telefoneren, maar vanuit mijn bed, urenlang, van minuut tot minuut, zonder er iets naast te doen. Felix Baumgartner zal straks op 39.045 meter hoogte uit zijn capsule in de stratosfeer naar beneden springen.

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik mezelf gedwongen iets grappigs te bedenken over de link met de ufo die in 1947 in Roswell crashte of om een kritische opmerking te maken over al het geld en de moeite die in deze onderneming zijn gepompt, maar ik ben ziek, dus ik doe niks.

Ik loop alle veertig handelingen (‘items’) die aan de sprong voorafgaan met Felix door (item 24: ‘Okay, it’s getting serious now, pal’). Ik zie hoe hij aarzelt bij item 29 (‘Remove the seat belt. Felix? Remove the seat belt.’) en ik hoor het commentaar vanaf de grond als hij zijn voeten buiten op de treeplank zet (‘I got an angel to take care of you.’).

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik dat van die engel corny gevonden en die Baumgartner een aandachtziek gastje genoemd. Maar ik ben ziek, dus hoeft dat niet. Ik hoef helemaal niks, alleen maar te kijken. Heaven on earth.

Felix Baumgartner is een Oostenrijks skydiver die als eerste mens een sprong door de geluidsbarrière maakte. Hij sprong van 39 kilometer hoogte naar beneden. Zijn vrije val duurde 4 minuten en 19 seconden.

Terug naar 11 oktober 1982

Hoi Dagboeki! Ik ben heel erg blij dat ik op ’t laatste moment wiskunde heb geruild met tekenen, het is de beste beslissing van m’n schoolcarrière geweest. Op dit moment hebben we als opdracht: ‘zure regen’. Ik maak ’n tekening van ’n standbeeld in ’n park dat aangevreten is door zure regen en is veranderd in ’n onherkenbare klomp steen.

Ik gebruik twee materialen: de bosjes en het gras schilder ik met plakkaatverf en het standbeeld zelf teken ik met potlood (2B en HB). Het is erg goed gelukt, al zeg ik het zelf! (Het is nog niet af.) De mooiste tekening is van C., die ’n doodskop maakt met de half gesmolten huid er nog op, heel gruwelijk. Ik geloof dat zij ook naar de kunstacademie wil, net als ik en E.

’s Avonds bij A. gegeten, ons lievelingsmaaltje: tosti’s met veel uien en echte chocomel (‘spa bruin’) erbij, want z’n ouders waren weg. A., die dus een hekel heeft aan disco en soul en zelf alleen maar punk en new wave draait en bandjes die hij opneemt van Spleen, een radioprogramma op zondagmiddag waar ze crisismuziek draaien, had tussen z’n oude platen ’n plaat van de Commodores gevonden. (Beetje lange zin, dit, maar goed.) Toen hebben we bij ’t licht van ’n kaarsje steeds geluisterd naar Three Times a Lady, terwijl A. dat anders ‘zum kotzen’ vindt. (Hij zegt ook altijd ‘bumsen’, hij houdt erg van Duitse woorden).

Hij zei ook dat hij ’n liedje voor ons had gevonden, het was geen disco en ook geen new wave, maar iets voor ons allebei. Hij draaide ’t en we luisterden er stilletjes naar in elkaars armen, met kaarsjes aangestoken. Ik vond het heel mooi. Nightporter heet het en de groep heet Japan.

Kusje xx Miek

In de jaren tachtig was zure regen een van de grootste milieuproblemen: de zuurtegraad van de regen was zo hoog dat bossen en standbeelden werden aangetast. Door de uitstoot van zwaveldioxide en stikstof­oxiden aan banden te leggen verdween zure regen.

Terug naar 9 oktober 2016

Ik heb een fornuis overgenomen van een buurvrouw op de vijfde die ging verhuizen en had mijn oude inductieplaat op Marktplaats gezet. Er reageerde een Syrische vluchteling die net een ‘woning’ had gekregen (een containerkamer in een studentencomplex in Noord). Hij woont nu nog in het azc dat sinds de zomer in de Bijlmerbajes zit. Vluchtelingen huisvesten in een gevangenis, wie verzint dat?

In september was er een open dag voor buurtgenoten waar ik ook was, een veel te blije bedoening met geschminkte kinderen en workshops koken en exotisch trommelen. Geen vluchteling te zien verder, die hadden zich natuurlijk allemaal verschanst. Maar vandaag stond er een in mijn huis, een jonge, blije Syriër met een knotje. Een Syrische hipster. Ze bestaan, ik wist het tot aan vandaag niet. Ik betuigde mijn medeleven over de situatie in zijn land, daarna vroeg ik hem het hemd van het lijf.

‘Is dit pas de eerste keer dat je een Syriër uit het nieuws ontmoet?’ vroeg hij. ‘Wauw.’

Touché.

Ik gaf hem mijn oude kookplaat, mijn oude oventje, mijn oude blender. Ik ging de berging in

en zocht naar meer – heb je al bestek? Heb je soepkommen? Wil je een deken? Een cupcakebakplaat?

Hij vroeg om een glaasje water. Ik vroeg of hij niet liever cola had of thee of een complete maaltijd. Ik wilde hem vetmesten en overladen met cadeaus.

‘Ik was ooit bijna in Damascus,’ zei ik, ‘en ik ken een kat die Raqqa heet.’ En hij maar lachen, alsof er geen oorlog bestond.

Het regende pijpenstelen toen hij vertrok. Ik gaf hem een paraplu, ik had er toch vier. Woensdag komt hij terug, met een helper en een busje. Nu ga ik even een potje janken om de ellende in de wereld.

In de zomer van 2016 werden de leegstaande torens van de voormalige penitentiaire Inrichting Over-Amstel omgebouwd tot tijdelijke opvang voor duizend asielzoekers. De torens worden momenteel gesloopt om plaats te maken voor woningen.

Terug naar 7 oktober 1985.

Een tijdje geleden heb ik me aangesloten bij de anti-apartheidsbeweging. Ik had namelijk op het journaal beelden gezien van protesten in Zuid-Afrika en besloten dat ik wat wilde doen.

In het telefoonboek heb ik het adres opgezocht van de anti-apartheidsbeweging. Ik heb ze gebeld en gezegd dat ik wil meewerken. Ze waren net bezig met de oprichting van een jongeren­afdeling, dus dat kwam mooi uit. Samen met twee andere meisjes vorm ik nu de jongerenafdeling. We hebben al heel veel goede dingen gedaan, zoals interviews gegeven aan Trouw en de Waarheid en de jongerenkrant van de FNV, en dingen gedaan op festivals vanwege het jongerenjaar.

Ook zijn we bezig geweest met het bedenken van een actie. We hadden bedacht dat we een picketline demonstratie zouden houden bij de rondvaartboten van Holland International, omdat die reizen naar Zuid-Afrika aanbieden, ondanks de boycot. Belachelijk natuurlijk! We hadden de rondvaartboten gekozen omdat dat gevoelig voor ze is, iedereen loopt erlangs, veel toeristen gaan erin, dus iedereen ziet het.

Nou, je raadt nooit wat er gebeurt… Vandaag kwam ik bij de anti-apartheidsbeweging aan, krijgen we te horen dat Holland International is gestopt met hun reizen naar Zuid-Afrika! Weken zijn we bezig geweest met de voorbereidingen, onze eerste actie, en dan gaat ie niet door!

Maar het is natuurlijk wel heel goed dat Holland International nu geen reizen meer aanbiedt naar Zuid-Afrika, dat is wel iets om blij om te zijn. Verder vind ik het werk heel leuk en ook heel goed om te doen. Maar toen ik opa en oma E. vertelde dat ik nu bij de antiapartheidsbeweging zat, zei oma met een vies gezicht: “Hè, bah.” Dat verbaasde me wel. Opa en oma zijn natuurlijk fanatieke VVD’ers, maar ik had echt niet verwacht dat ze voor apartheid waren.

Zuid-Afrika kreeg in de jaren tachtig, als gevolg van de apartheidspolitiek, te maken met een wereldwijde economische boycot.

Terug naar 4 oktober 1992

De Bijlmer staat in brand. We waren uit eten geweest voor F.’s verjaardag, toen we thuiskwamen zette ik de tv aan en we zagen beelden van brandende flatgebouwen in Amsterdam. Uilenstede, was het eerste dat we dachten en we schrokken ons kapot. Het leek op de flats aan de GU-kant. Maar het was Uilenstede niet, het is de Bijlmer. Er is een Israëlisch vrachtvliegtuig in twee flats gevlogen, er middenin. Alles staat in de hens, beelden die je alleen van oorlog kent, brandende gebouwen, brandende brokstukken op de grond.

Bijna alle bewoners waren thuis, achter alle ramen brandden lichten, zeiden ze op het nieuws, het was zondag, etenstijd, hele families zaten samen aan tafel. Tweehonderd woningen. Het vliegtuig is er dwars doorheen gevlogen, als een vuist die door een stuk karton slaat. Het gekke is dat we eerst opluchting voelden omdat het níet Uilenstede was, en toen pas, alsof we opnieuw een aanloopje moesten nemen, afschuw voelden.

Het is non-stop op het nieuws, alleen maar vuur, live en in de herhaling. Het hele gebied, in één klap veranderd in een slagveld. Je kunt je geen voorstelling maken van de chaos, beelden van mensen met ontvelde handen, die trillend op de grond liggen, brandweermannen met een soort speelgoedbrandweerspuitjes die niet opgewassen zijn tegen al dat vuur. Tientallen doden, zeggen ze op het journaal.

Ze zeggen ook dat er veel illegalen in de flats woonden, mensen van wie niemand wist dat ze er zaten. Dus ze weten niet eens hoeveel doden er precies zijn en wie ze waren. Op een of andere manier vind ik dat het meest tragisch, dat je als vluchteling uit een land komt waar je geen leven had, dat je hier in Nederland denkt vrij te zijn en dan op deze manier doodgaat. Verschrikkelijk.

Na de Bijlmerramp kregen illegalen die de ramp hadden overleefd een verblijfsvergunning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden