Plus Lief Dagboek

Terug naar 1976: Tip tap top mijn pen is op

Schrijver Marieke Groen (1966) hield ruim veertig jaar een dagboek bij. Op maandag, woensdag en ­vrijdag leest u hier wat zij in het verleden op deze datum schreef. 

Beeld Shutterstock

Terug naar 18 oktober 1976

Vandaag ging ik op rolschaatsen naar school. D. zou ook gaan, maar ze had geen tijd meer om ze onder te doen, dus ging ik maar alleen. Op school waren M. en L. jarig. L. deelde prikkers uit met kaas, worst, een uitje en een augurkje. M. deelde rolletjes drop uit.

’s Middags kreeg ik mijn poesie terug van K. die erin had geschreven. Toen ik het wilde gaan lezen, kreeg ik bijna een hartverlamming want er stond: ‘Lieve Marieke’. Maar dat had hij bij alle ­meisjes geschreven. C. vroeg aan hem waarom hij overal ­‘lieve’ schreef. Toen zei K.: “Nou, dat hoort toch!”

Toen mama het las, zei ze: “Wat schrijft hij nou over zijn penis?”

Ik schrok me rot, want dat had ik nog helemaal niet gezien. Hij had ‘tip tap top mijn pen is op’ geschreven, dan moet je ‘op’ een beetje bibberig schrijven alsof je pen op is, maar hij had tussen het woordje ‘is’ en het woordje ‘op’ een poesieplaatje geplakt en toen was het net of er stond: ‘Tip tap top mijn penis’.

Het liefst had ik het blaadje eruit gescheurd, maar dat doe ik natuurlijk niet echt. Ik laat K. nooit meer in m’n poesie schrijven.

’s Avonds in bad, toen papa m’n haar ging wassen, zei hij dat ik eens ’n vriendinnetje moest zoeken. Ik deed net of ik hem niet hoorde, maar ik wist best dat ik haast nooit met iemand speel en altijd in m’n eentje zit te lezen of in m’n dagboek zit te schrijven.

Gister vroeg R. na school of ik met haar wou spelen, maar ik verzon snel dat ik al met M. had af­gesproken om te gaan spelen want ik vind R. niet zo’n leuk kind. Maar misschien moet ik nu toch maar met haar gaan ­spelen.

Jouw Marieke

Terug naar 16 oktober 2005

Gisteren met J. en B. – die we, saillant detail, op internet leerden kennen onder de naam Patrick Bateman – naar een lezing van Bret Easton Ellis in Odeon geweest. Ik wilde proberen mijn manuscript van Lunar Park te laten signeren, maar durfde het uiteindelijk niet. Ik heb het natuurlijk wel illegaal verkregen.

B. wilde ook iets laten signeren, maar geen boek, zei hij. Toen hij bij mij aanbelde had hij een rugzakje om van pastelkleurig teddybont waar een lange houten steel uitstak. Het was een bijl. Die wilde hij laten signeren.

“Ik denk niet dat je daar Odeon mee in komt,” zei ik. Maar tot onze verbazing kon hij gewoon doorlopen. Bret Easton Ellis las voor, wat op zich al magisch was, en al die tijd lag er een bijl in een teddyrugzakje onder onze stoelen.

Na de lezing was er een borrel voor genodigden, wat wij niet waren, maar weer konden we zo doorlopen. Bret Easton Ellis stond aan de bar en oogde wat verveeld. “Ga ernaartoe,” zeiden J. en ik tegen B..

Uiteindelijk haalde hij zijn bijl tevoorschijn en liep erheen. Ik zag het van een afstandje gebeuren: omstanders deinsden achteruit en de uitgever wilde zijn schrijver al wegvoeren, maar die zei: “Wait.”

“Do you want so sign my axe?” vroeg B. zacht. (Ik was inmiddels dichterbij geslopen.)

“Your ass?” vroeg Bret Easton Ellis geamuseerd.

“No, my axe.”

“You want me to draw an axe on your ass?”

Hij had er zichtbaar lol in. Toen vroeg hij om een pen en zette zijn naam in grote krulletters op de steel van de bijl. Vervolgens pakte hij een cameraatje uit zijn zak en maakte een foto van B. met de bijl.

Nu ligt de bijl hier, in de boekenkast, zijn scherpe kant in het teddyrugzakje gestoken, tot B. hem weer komt ophalen. Is dit een goed verhaal of niet?

Bret Easton Ellis is een Amerikaans schrijver. Zijn beroemdste en meest controversiële werk is de roman American Psycho uit 1991, over seriemoordenaar Patrick Bateman. 

Terug naar 14 oktober 2012

G. schreef me vanmorgen dat hij altijd een herstellende zieke zou willen zijn. Ik niet, ik ben liever een beginnende zieke, iemand wiens neus nog niet kapot is gesnoten, wiens koelkast nog niet leeg is en wiens gedachten nog niet in kringetjes bewegen.

Ik gloei, mijn huid tintelt en gedachten blijven halverwege steken. Ik douche drie keer per dag heet en denk niet aan de energierekening en ook niet aan het milieu. Ik hou de gordijnen gesloten en kijk de hele dag tv.

Vandaag volg ik de expeditie van Felix Baumgartner in Roswell. Niet op de achtergrond, tijdens het afwassen of het telefoneren, maar vanuit mijn bed, urenlang, van minuut tot minuut, zonder er iets naast te doen. Felix Baumgartner zal straks op 39.045 meter hoogte uit zijn capsule in de stratosfeer naar beneden springen.

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik mezelf gedwongen iets grappigs te bedenken over de link met de ufo die in 1947 in Roswell crashte of om een kritische opmerking te maken over al het geld en de moeite die in deze onderneming zijn gepompt, maar ik ben ziek, dus ik doe niks.

Ik loop alle veertig handelingen (‘items’) die aan de sprong voorafgaan met Felix door (item 24: ‘Okay, it’s getting serious now, pal’). Ik zie hoe hij aarzelt bij item 29 (‘Remove the seat belt. Felix? Remove the seat belt.’) en ik hoor het commentaar vanaf de grond als hij zijn voeten buiten op de treeplank zet (‘I got an angel to take care of you.’).

Onder andere omstandigheden had ik al die dingen vast genoteerd. Dan had ik dat van die engel corny gevonden en die Baumgartner een aandachtziek gastje genoemd. Maar ik ben ziek, dus hoeft dat niet. Ik hoef helemaal niks, alleen maar te kijken. Heaven on earth.

Felix Baumgartner is een Oostenrijks skydiver die als eerste mens een sprong door de geluidsbarrière maakte. Hij sprong van 39 kilometer hoogte naar beneden. Zijn vrije val duurde 4 minuten en 19 seconden.

Terug naar 11 oktober 1982

Hoi Dagboeki! Ik ben heel erg blij dat ik op ’t laatste moment wiskunde heb geruild met tekenen, het is de beste beslissing van m’n schoolcarrière geweest. Op dit moment hebben we als opdracht: ‘zure regen’. Ik maak ’n tekening van ’n standbeeld in ’n park dat aangevreten is door zure regen en is veranderd in ’n onherkenbare klomp steen.

Ik gebruik twee materialen: de bosjes en het gras schilder ik met plakkaatverf en het standbeeld zelf teken ik met potlood (2B en HB). Het is erg goed gelukt, al zeg ik het zelf! (Het is nog niet af.) De mooiste tekening is van C., die ’n doodskop maakt met de half gesmolten huid er nog op, heel gruwelijk. Ik geloof dat zij ook naar de kunstacademie wil, net als ik en E.

’s Avonds bij A. gegeten, ons lievelingsmaaltje: tosti’s met veel uien en echte chocomel (‘spa bruin’) erbij, want z’n ouders waren weg. A., die dus een hekel heeft aan disco en soul en zelf alleen maar punk en new wave draait en bandjes die hij opneemt van Spleen, een radioprogramma op zondagmiddag waar ze crisismuziek draaien, had tussen z’n oude platen ’n plaat van de Commodores gevonden. (Beetje lange zin, dit, maar goed.) Toen hebben we bij ’t licht van ’n kaarsje steeds geluisterd naar Three Times a Lady, terwijl A. dat anders ‘zum kotzen’ vindt. (Hij zegt ook altijd ‘bumsen’, hij houdt erg van Duitse woorden).

Hij zei ook dat hij ’n liedje voor ons had gevonden, het was geen disco en ook geen new wave, maar iets voor ons allebei. Hij draaide ’t en we luisterden er stilletjes naar in elkaars armen, met kaarsjes aangestoken. Ik vond het heel mooi. Nightporter heet het en de groep heet Japan.

Kusje xx Miek

In de jaren tachtig was zure regen een van de grootste milieuproblemen: de zuurtegraad van de regen was zo hoog dat bossen en standbeelden werden aangetast. Door de uitstoot van zwaveldioxide en stikstof­oxiden aan banden te leggen verdween zure regen.

Terug naar 9 oktober 2016

Ik heb een fornuis overgenomen van een buurvrouw op de vijfde die ging verhuizen en had mijn oude inductieplaat op Marktplaats gezet. Er reageerde een Syrische vluchteling die net een ‘woning’ had gekregen (een containerkamer in een studentencomplex in Noord). Hij woont nu nog in het azc dat sinds de zomer in de Bijlmerbajes zit. Vluchtelingen huisvesten in een gevangenis, wie verzint dat?

In september was er een open dag voor buurtgenoten waar ik ook was, een veel te blije bedoening met geschminkte kinderen en workshops koken en exotisch trommelen. Geen vluchteling te zien verder, die hadden zich natuurlijk allemaal verschanst. Maar vandaag stond er een in mijn huis, een jonge, blije Syriër met een knotje. Een Syrische hipster. Ze bestaan, ik wist het tot aan vandaag niet. Ik betuigde mijn medeleven over de situatie in zijn land, daarna vroeg ik hem het hemd van het lijf.

‘Is dit pas de eerste keer dat je een Syriër uit het nieuws ontmoet?’ vroeg hij. ‘Wauw.’

Touché.

Ik gaf hem mijn oude kookplaat, mijn oude oventje, mijn oude blender. Ik ging de berging in

en zocht naar meer – heb je al bestek? Heb je soepkommen? Wil je een deken? Een cupcakebakplaat?

Hij vroeg om een glaasje water. Ik vroeg of hij niet liever cola had of thee of een complete maaltijd. Ik wilde hem vetmesten en overladen met cadeaus.

‘Ik was ooit bijna in Damascus,’ zei ik, ‘en ik ken een kat die Raqqa heet.’ En hij maar lachen, alsof er geen oorlog bestond.

Het regende pijpenstelen toen hij vertrok. Ik gaf hem een paraplu, ik had er toch vier. Woensdag komt hij terug, met een helper en een busje. Nu ga ik even een potje janken om de ellende in de wereld.

In de zomer van 2016 werden de leegstaande torens van de voormalige penitentiaire Inrichting Over-Amstel omgebouwd tot tijdelijke opvang voor duizend asielzoekers. De torens worden momenteel gesloopt om plaats te maken voor woningen.

Terug naar 7 oktober 1985.

Een tijdje geleden heb ik me aangesloten bij de anti-apartheidsbeweging. Ik had namelijk op het journaal beelden gezien van protesten in Zuid-Afrika en besloten dat ik wat wilde doen.

In het telefoonboek heb ik het adres opgezocht van de anti-apartheidsbeweging. Ik heb ze gebeld en gezegd dat ik wil meewerken. Ze waren net bezig met de oprichting van een jongeren­afdeling, dus dat kwam mooi uit. Samen met twee andere meisjes vorm ik nu de jongerenafdeling. We hebben al heel veel goede dingen gedaan, zoals interviews gegeven aan Trouw en de Waarheid en de jongerenkrant van de FNV, en dingen gedaan op festivals vanwege het jongerenjaar.

Ook zijn we bezig geweest met het bedenken van een actie. We hadden bedacht dat we een picketline demonstratie zouden houden bij de rondvaartboten van Holland International, omdat die reizen naar Zuid-Afrika aanbieden, ondanks de boycot. Belachelijk natuurlijk! We hadden de rondvaartboten gekozen omdat dat gevoelig voor ze is, iedereen loopt erlangs, veel toeristen gaan erin, dus iedereen ziet het.

Nou, je raadt nooit wat er gebeurt… Vandaag kwam ik bij de anti-apartheidsbeweging aan, krijgen we te horen dat Holland International is gestopt met hun reizen naar Zuid-Afrika! Weken zijn we bezig geweest met de voorbereidingen, onze eerste actie, en dan gaat ie niet door!

Maar het is natuurlijk wel heel goed dat Holland International nu geen reizen meer aanbiedt naar Zuid-Afrika, dat is wel iets om blij om te zijn. Verder vind ik het werk heel leuk en ook heel goed om te doen. Maar toen ik opa en oma E. vertelde dat ik nu bij de antiapartheidsbeweging zat, zei oma met een vies gezicht: “Hè, bah.” Dat verbaasde me wel. Opa en oma zijn natuurlijk fanatieke VVD’ers, maar ik had echt niet verwacht dat ze voor apartheid waren.

Zuid-Afrika kreeg in de jaren tachtig, als gevolg van de apartheidspolitiek, te maken met een wereldwijde economische boycot.

Terug naar 4 oktober 1992

De Bijlmer staat in brand. We waren uit eten geweest voor F.’s verjaardag, toen we thuiskwamen zette ik de tv aan en we zagen beelden van brandende flatgebouwen in Amsterdam. Uilenstede, was het eerste dat we dachten en we schrokken ons kapot. Het leek op de flats aan de GU-kant. Maar het was Uilenstede niet, het is de Bijlmer. Er is een Israëlisch vrachtvliegtuig in twee flats gevlogen, er middenin. Alles staat in de hens, beelden die je alleen van oorlog kent, brandende gebouwen, brandende brokstukken op de grond.

Bijna alle bewoners waren thuis, achter alle ramen brandden lichten, zeiden ze op het nieuws, het was zondag, etenstijd, hele families zaten samen aan tafel. Tweehonderd woningen. Het vliegtuig is er dwars doorheen gevlogen, als een vuist die door een stuk karton slaat. Het gekke is dat we eerst opluchting voelden omdat het níet Uilenstede was, en toen pas, alsof we opnieuw een aanloopje moesten nemen, afschuw voelden.

Het is non-stop op het nieuws, alleen maar vuur, live en in de herhaling. Het hele gebied, in één klap veranderd in een slagveld. Je kunt je geen voorstelling maken van de chaos, beelden van mensen met ontvelde handen, die trillend op de grond liggen, brandweermannen met een soort speelgoedbrandweerspuitjes die niet opgewassen zijn tegen al dat vuur. Tientallen doden, zeggen ze op het journaal.

Ze zeggen ook dat er veel illegalen in de flats woonden, mensen van wie niemand wist dat ze er zaten. Dus ze weten niet eens hoeveel doden er precies zijn en wie ze waren. Op een of andere manier vind ik dat het meest tragisch, dat je als vluchteling uit een land komt waar je geen leven had, dat je hier in Nederland denkt vrij te zijn en dan op deze manier doodgaat. Verschrikkelijk.

Na de Bijlmerramp kregen illegalen die de ramp hadden overleefd een verblijfsvergunning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden