Adriaan Mol: ‘De meeste techinvesteerders neuken niet met hun eigen lul. Ze investeren geld van anderen.’

PlusExclusief

Techondernemer Adriaan Mol zou Mollie niet nog eens in Amsterdam beginnen: ‘De politiek behandelt ons als dikke bankiers’

Adriaan Mol: ‘De meeste techinvesteerders neuken niet met hun eigen lul. Ze investeren geld van anderen.’Beeld Marc Driessen

Adriaan Mol richtte techgiganten Mollie en MessageBird op en investeert inmiddels in start-ups. Een techhemel wil hij Amsterdam, en Nederland, niet noemen: ‘Techbedrijven bestaan hier ondanks de overheid, niet dankzij.’

Herman Stil

“Ik wil van betekenis zijn voor de bedrijven waarin we investeren. Hen helpen bij de problemen waar ze voor staan als ze groeien. Omdat ik veel van wat ze meemaken, zelf heb meegemaakt.”

Beleefd heeft Adriaan Mol genoeg. Met betaalbedrijf Mollie, dat hij als 20-jarige in 2004 opricht, en berichtengigant MessageBird, dat hij met zakenpartner Robert Vis in 2011 van Mollie afsplitst, heeft hij twee van de grootste Amsterdamse techbedrijven op zijn naam staan. Bij MessageBird staat hij als mede-eigenaar op afstand en hij alhoewel hij nauw bij Mollie betrokken blijft, heeft hij er ‘de dagelijkse bullshit’ overgedragen.

Nu investeert Mol (38, Breda) het verworven geld en de opgedane kennis in de volgende generatie techbedrijven. Dat doen meer gearriveerde techondernemers, soms mensen die zelf met behulp van een oudgediende succesvol zijn geworden. Die estafette-zonder-finish is de reden is dat Nederland, met Amsterdam als middelpunt, mondiaal een grote naam heeft als techwalhalla.

Natuurlijk heeft hij ‘een heel platte reden’ om te investeren: geld moet rollen en het is leuk om te winnen. Maar investeren is voor Mol geen kwestie van: geld storten en wegwezen. “Geld is een grondstof, daar is genoeg van. De plus is kennis. Kennis en netwerk. Ik kan een goede sparringpartner zijn voor oprichters. Daar leer ik andersom weer van. En het is ook gezellig om met elkaar een biertje te drinken. Dat telt voor mij ook.”

Echte nerddingen

Inmiddels heeft hij zo’n twintig investeringen gedaan, veelal in bedrijven die na hun start-upjaren toe zijn aan groei en altijd in ruil voor een zeker belang. Heel gericht ging dat aanvankelijk niet: een belang in modemarktplaats Otrium, een investering in beleggingsapp Bux of — niet eens tech — in schoenenmerk ETQ. “Ik ben informeel begonnen, maar dat moest echt professioneler.” Dus heeft hij investeerder Spacetime opgezet, met mensen die hem helpen de juiste doelwitten te vinden.

Die liggen vaak diep in de technische wereld, waarnaar Mols hart uitgaat. “Echte nerddingen die niemand begrijpt, maar waar ik dan blij van word.” Zo participeerde Spacetime deze zomer in de Amsterdamse cyberbeveiliger Hadrian en handelsplatform Vesper. Maar deed het ook meer tastbare investeringen, zoals deze maand met deelname in een investeringsronde van 75 miljoen euro in online verssuper Crisp. En onlangs stak Spacetime acht miljoen in de Amsterdamse restaurantboeker Formitable.

“Ik hoef me nergens voor te verantwoorden. Het zijn mijn centen. De meeste techinvesteerders neuken niet met hun eigen lul. Ze investeren geld van anderen. Het is anders als je met eigen geld investeert. Dan loop je zelf het risico op soa’s.” Hij heeft ook geen einddoel. “Ik kan dit mijn hele leven doen.”

Magisch Amsterdam

Dat veel investeringsdoelen in Amsterdam zitten, is toeval. “Als plek is Amsterdam heel belangrijk voor de techindustrie. De sfeer, de mogelijkheden, de uitstraling. Buitenlandse werknemers vinden het geweldig om hier te wonen en te werken. De plek heeft iets magisch.”

Andersom kijkt niet iedereen in de stad betoverd naar de techindustrie en zitten in die branche de werknemers die — zo willen de clichés — met hun enorme salarissen huizen wegkapen en de stad veranderen. “Dat alle huizen in Amsterdam de afgelopen jaren veel meer waard zijn geworden, komt echt niet door die paar duizend techexpats. Het is onvermijdelijk dat wij mensen uit het buitenland halen. Omdat er simpelweg te weinig techtalent in Nederland is en omdat wij ook in het buitenland actief zijn.”

“Natuurlijk is het vervelend dat bepaalde groepen uit de stad weggaan en dat dingen verdwijnen. Ik wil ook dat Café Brandon hiertegenover blijft zoals het is. In Londen zijn dat soort kroegen er niet meer. Maar kijk ook wat de techsector toevoegt: die geeft nog steeds heel veel Nederlanders een plek, heel veel jonge starters zetten er hun eerste stap. Het is relevante economie, geen toekomstmuziek. We kunnen toch niet blijven leunen op industrie, de haven en oude dienstverlening.”

Met overheidsbeleid voor de techindustrie heeft hij niets. Dat stad en land zich op de borst roffelen over de status van Amsterdam en Nederland als techhemel, vindt hij hypocriet. “Ik heb nooit iets aan de overheid gehad of iets van ze gekregen, behalve dan de belastingaanslag. Nederlandse techbedrijven bestaan ondanks de overheid, niet dankzij.”

Ouderwetse banken

Het techklimaat is hier volgens Mol sowieso al killer dan in andere landen. “Ik zou Mollie nu niet in Nederland starten. Twintig jaar geleden was dat logisch; ik woonde in Amsterdam, dus hier begon ik. Nu zou ik kijken welke plek het meeste aan een bedrijf toevoegt. En dat is niet Nederland. Er zijn hier te veel obstakels, te veel regels die elkaar tegenwerken.”

Zo heeft Amsterdam internationaal een naam hoog te houden als centrum van het nieuwe bankieren: ‘fintech’, met naast Mollie onder meer gigant Adyen, met Backbase en Bunq. Bedrijven die het technologisch mogelijk maken dat we ongehinderd kunnen afrekenen; of dat nu online is of offline, om de hoek of bij een webshop ver weg.

Maar overheidsregels zetten de Nederlandse fintech op achterstand. Bedrijven met een betaal- of bankvergunning, waaronder Mollie, moeten zich houden aan dezelfde strenge salarisregels, bonusvoorwaarden en optiebeperkingen die gelden voor ouderwetse banken.

Zulke voorschriften werden ingesteld na de zelfverrijking in de bankenwereld die de kredietcrisis van 2008 inluidde: de financiële wereld was meer bezig met onnavolgbare financiële constructies bouwen om er zelf beter van te worden, dan met de gevolgen daarvan voor de samenleving.

De techindustrie wil medewerkers graag met opties belonen omdat veel techbedrijven, waaronder Mollie, verliesgevend zijn omdat ze hun verdiensten investeren in de eigen groei. Optieregelingen zijn dan financieel aantrekkelijker dan hoge salarissen.

Concurrentie uit de VS

Bovendien kunnen werknemers dan meeprofiteren van de groei waarvoor ze hard hebben gewerkt. “Maar ik kan nauwelijks aandelenopties aan ons personeel geven omdat dat binnen de financiële wetgeving vrijwel onmogelijk wordt gemaakt. Wij zitten op het boetekleed van wat de traditionele banken hebben verneukt.”

Het is geen pleidooi waarmee hij zijn eigen zak wil spekken, benadrukt Mol. “Als grootaandeelhouder van Mollie kan ik niet meer biefstukken eten dan ik nu al doe. Ik wil werknemers laten meedelen in onze groei en beter kunnen concurreren.”

In de meeste buitenlanden, de VS, Groot-Brittannië en Duitsland voorop, gelden zulke beperkingen helemaal niet of veel minder. Buitenlandse concurrenten kunnen zo gemakkelijker bestaande werknemers belonen en nieuw talent aantrekken. In die strijd om zeldzaam techpersoneel staan Nederlandse bedrijven als Mollie dan op achterstand. “We proberen dat op andere manieren op te vangen. Maar dan houden we minder geld over om te investeren in groei.”

Terwijl Nederland en de EU willen dat onze economie minder afhankelijk wordt van Amerikaanse en Chinese techreuzen, zorgen zulke obstakels volgens Mol precies voor het omgekeerde. “Het online betalingsverkeer in Europa wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven als Stripe of PayPal. Zo koopt het gros van de Duitsers online bij Amazon en rekent online af met PayPal.”

“Het is absurd dat een Europees land voor 80 procent van zijn webhandel afhankelijk is van Amerikaanse ondernemingen. Om nog maar te zwijgen van de dominantie van Google of Facebook. Wij willen niet dat Amerikanen winnen. Maar zij hebben op óns grondgebied een beter speelveld dan wij.”

Verhuizen

De obstakels moeten van tafel, maar Mol ziet geen rol voor zichzelf als pleitbezorger. “Ik heb geen zin om dat na te jagen. In de tijd dat de politiek één stap maakt, maken ondernemers als ik er tien. Politiek duurt me te lang. Het bestaat, daar moet ik mee dealen.”

“Ik haat de politiek. Ze behandelen ons als dikke bankiers die alleen maar uit zijn op eigen gewin. Die houding kan heel gevaarlijk zijn: de wereld wordt kleiner, andere landen competitiever. Mollie verhuizen is een barrière; we zijn hier geworteld. Maar weggaan is iets dat we voortdurend overwegen. Niet volledig, maar bijvoorbeeld het hoofdkantoor naar een plek waar deze idiote regels niet gelden.”

‘Adriaan zei: dit is geen pitch, begin maar opnieuw’

Reserveren, boeken, afrekenen. Formitable (spreek uit op z’n Frans) wil zowel hongerige restaurantgangers als overwerkte restauranthouders ontzorgen. Deze maand haalde het Amsterdamse bedrijf, waar 50 mensen werken, acht miljoen euro investeringsgeld op bij Mols Spacetime.

Formitable zorgt er voor dat restaurantgangers via onder meer Google, Instagram of de Table-app in hun favoriete restaurants tafels kunnen boeken. Restauranthouders kunnen met Formitable hun planning stroomlijnen en hun vaste klanten beter benaderen. Of via de app alvast een reserveringsbedrag innen — via Mollie — waardoor het aantal no-shows afneemt.

Dat doen de Amsterdammers inmiddels voor 3000 restaurants in vijftien Europese landen, het merendeel in Nederland. Met Mols miljoenen wil Formitable in Duitsland en Scandinavië groeien.

Medeoprichter Raymond Wilders kent Mol al langer. “Een jaar of zes geleden hebben we elkaar bij een etentje voor techondernemers ontmoet,” zegt Wilders. “Hij vroeg me wat ik deed. Ik begon meteen een pitch. Zo’n verhaaltje als: wij gaan het beter doen, want wat er nu is, is niet goed. Toen zei Adriaan: dat is geen pitch. Begin maar opnieuw.”

“Ik dacht: zit die gast me te stangen? Wat weet hij er nu van? Wist ik veel dat Adriaan ooit een restaurant heeft gehad. Dat vertelde hij, dus ik vroeg: maar wat weet je dan van de techindustrie? Toen ben ik maar even naar de wc gegaan om hem te googelen.”

“Die pitch was heel algemeen,” herinnert Mol zich, “een ingestudeerd verkoopverhaaltje. Daar ben ik niet zo gevoelig voor. Ik wil inhoud. Wat is er dan beter, hoe ga je dat doen? Maar zijn enthousiasme triggerde me. Dus we hebben contact gehouden.”

Toch duurde het nog een tijdje voordat de twee zaken gingen doen. Mol: “Ik heb wel gekeken om eerder in Formitable te investeren, maar toen stond mijn hoofd er niet naar.”

Wilders, lachend: “En die pitch was blijkbaar nog niet goed genoeg, daar heb ik zes jaar aan gesleuteld.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden