PlusExclusief

Te koop: misschien wel het oudste Amsterdamse huis in privébezit

Het Huis aan de Drie Grachten, gebouwd in 1610. Beeld Broersma
Het Huis aan de Drie Grachten, gebouwd in 1610.Beeld Broersma

U zoekt een wat ruimer huis met authentieke details ter stede? Tip: het Huis aan de Drie Grachten, het zeventiende-eeuwse bakstenen dubbele pand op de hoek van de Oudezijds Achter- en Voorburgwal en Grimburgwal. Weer eens wat anders dan de halve Pontsteiger.

Dylan van Eijkeren

Wie de naam niet kent, kent toch het huis. Want het Huis aan de Drie Grachten (ook wel het Huis op de Drie Grachten) staat niet alleen aan drie grachten en heeft drie eigen straatnaamborden (‘O.Z. agterburgwal,’ ‘Grimburgwal,’ ‘Fluweelenburgwal’), het ligt ook aan drie bruggen, heeft twee voordeuren en twee dienstingangen, aan de straatkanten 77 ramen, drie schoorstenen waarvan er twee werken, drie trapgevels, een enkele hijsbalk en een brievenbus, en bovendien een dakterras dat is voorzien van een robuust droogrek.

Het huis staat te koop. Het is bijzonder op bijzonder veel manieren, zo bijzonder dat je het woordje uniek in elke beschrijving zonder overdrijving zou kunnen gebruiken. Een van die bijzonderheden is dat het naar alle waarschijnlijkheid het oudste Amsterdamse huis in privébezit is.

Berdien Weijer-Stapel (77) is de huidige bewoner. Ze betrok het huis in februari 2004, maar vertrekt nu. “Ik ben oud,” zegt ze, “ik moet verstandige beslissingen nemen.” Ze zal het huis missen – ze kocht het samen met haar man waarna het uitgebreid werd gerestaureerd – maar heeft altijd geweten dat ze ‘maar een passant’ was. “Er liggen hier zoveel voetstappen, dat besef je goed als je in een zo historisch pand woont. Maar ik ben te klein geworden voor dit huis.”

“Een rationele beslissing, geen emotionele,” voegt makelaar Kees Kemp (59) van Broersma Wonen daaraan toe. Dan tuurt Kemp richting Grimburgwal: “Zo valt het licht hier al vierhonderd jaar binnen.” Buiten het gedruis van de binnenstad, binnen een weldadige oase van lambriseringen, wandbekleding, balkenplafonds, genagelde vloeren, en overal die ietwat diffuse lichtinval door het glas-in-lood – een zweem die de passant terugwerpt naar de tijd van, zeg, Johannes Vermeer.

Rijke historie

Over dit rijksmonument nummer 6096, gebouwd in 1610, schreef wijlen Guy-Martial Weijer – de echtgenoot van de huidige bewoner Berdien – in 2014 een boek: Het huis aan de 3 grachten. Zes eeuwen geschiedenis van een Amsterdams huis. Hoewel het huidige pand dateert van vier eeuwen her, begint Weijer zijn verhaal twee eeuwen eerder toen ter plekke nog twee houten huizen stonden, die een grote stadsbrand niet overleefden.

Het Huis aan de Drie Grachten is gebouwd in de stijl van de zogeheten Hollandse renaissance (zie kader). In de loop van de eeuwen veranderde het met de tijd en bewoners mee, maar nooit zo dat de oorspronkelijke staat onherkenbaar werd. In zekere zin is het er alleen maar mooier op geworden, op een ingetogen wijze: de trapgevels en kruiskozijnen zijn bijvoorbeeld niet origineel, noch de omlijsting van de voordeur aan de Oudezijds Voorburgwal, maar vroeg in de 20ste eeuw in oude luister hersteld.

Voetstappen te over in het huis, onder meer die van de fameuze families Reael, Van Baerle, Bicker en Roeters, en toen, nadat het huis in de twintigste eeuw lang in bezit was geweest van uitgevers en boekhandelaars (zie kader), kwamen de Weijers terug van een lang verblijf buitengaats. Waar zouden ze eens gaan wonen? Eenmaal het hunne, trok het echtpaar prompt in het Huis aan de Drie Grachten, waarna een grootscheepse restauratie plaatsvond terwijl zij jarenlang min of meer kampeerden tussen stof, steigers en cement.

Tekst gaat verder onder de foto.

null Beeld Broersma
Beeld Broersma

Monumentaal

Het huis is van binnen en buiten een rijksmonument. Dat betekent grosso modo twee dingen: de eigenaar kan niet lukraak de luiken pimpelpaars verven, noch kan de lambrisering of een monumentaal plafond worden uitgebroken. Maar een keuken elders plaatsen mag wel, en wie de aandrang voelt het wasrek op het dakterras weg te halen, kan zijn gang gaan. Bovenal biedt de monumentenstatus voordelen, weet makelaar Kemp: “Voor onderhoud zijn rijksbijdragen beschikbaar.” Ook deden de Weijers tijdens hun verbouwing een beroep op monumentenfondsen.

De verbouwingen van dit millennium waren even ingrijpend als minutieus: Weijer behield wat origineel, mooi en bruikbaar was, en sloopte alleen het ‘kapotte en apert lelijke’, schrijft hij in zijn casagrafie. Hij verwijderde vooral ‘spijkers, zachtboard en hardboard, honderden meters behang, vinyl vloertegels en vloerbedekkingen met een viltlaag’.

De Weijers wilden de zeventiende-eeuwse sfeer en dito aanzien van het pand behouden, benadrukken en zichtbaarder maken. Kemp: “Vaak zijn panden van deze leeftijd toch net te veel gemoderniseerd of te eclectisch geworden, maar zij hebben dat heel beperkt gehouden. Het is niet alleen een uniek huis, het is ook uniek gerestaureerd.”

Uitzicht op drie windrichtingen

Een rondgang door het huis is niet alleen indrukwekkend vanwege de steeds veranderde lichtinval – de ramen zien uit op alle windrichtingen behoudens het noorden, de door- en uitkijkjes op de drie grachten en drie bruggen en de universiteitsgebouwen rondom, ook valt op dat het huis met een totale oppervlakte van ruim 500 vierkante meter (waarvan 324 meter bewoonbaar) en veelal hoge plafonds nooit zo immens aanvoelt als het eigenlijk is: alles is doordacht, elegant, prachtig afgewerkt, en dus ruim – maar nimmer ongezellig groot.

Voor het gezin van een van de zoons werd op de bovenste verdieping een volledig ingericht pied-à-terre geschapen: een appartement waar de gemiddelde Amsterdammer niet eens van durft te dromen. De houten balken en vloeren, de knusse kamers inclusief keuken en badkamer, en een overweldigend uitzicht door de Langebrugsteeg naar het Rokin.

Tekst gaat verder onder de foto.

null Beeld Broersma
Beeld Broersma

Op dezelfde verdieping bevindt zich het dakterras waar in de weekeinden onbespied kan worden gezonnebaad, aangezien louter academische kantoren er enig zicht op hebben. Guy-Martial Weijer schrijft in zijn boek dat men er op warme zomernachten ook kan slapen, en dat lijkt een voortreffelijk idee. Berdien Weijer heeft het robuuste wasrek ter plekke bewust de verbouwing laten overleven: “Ik hang nou eenmaal heel graag de was op.”

Een ding hebben alle kamers op alle verdiepingen gemeen. Berdien Weijer: “Je kunt nergens knikkeren. De kleinkinderen schrokken daar erg van: knikkers die uit zichzelf bewogen.” Anders gezegd: waterpas, daarin voorziet het huis niet.

Wie koopt zo’n huis, dat – de vraagprijs is op aanvraag – waarschijnlijk een aantal miljoenen euro’s zal vergen? Makelaar Kemp: “Iemand die hier met het gezin gaat wonen, iemand die hier gaat wonen en een uitgebreide kunst- of boekencollectie heeft, of iemand die het pand graag bewaart voor de toekomst en het als kantoor in bruikleen geeft aan een goed doel.”

En Berdien Weijer-Stapel? Die blijft graag wonen op de Wallen, want die heeft ze de afgelopen decennia leren kennen als een ‘dorpse, solidaire buurt’. Maar dan ‘verstandig, in een huis met een lift’.

Huis van letteren

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de boekhandel van August Aimé Balkema, die vanaf 1936 in het Huis aan de Drie Grachten zat, gebruikt als clandestiene drukkerij en uitgeverij van onder meer dichtbundels. Een verborgen ruimte boven een van de schouwen diende waarschijnlijk als schuilplaats voor onderduikers. In deze ruimte, die ontdekt werd tijdens de renovatie van de Weijers, werd een doos met uit de oorlogsjaren stammende archivalia aangetroffen. Op de zaak van Balkema, die vanwege ‘twee prachtige meisjes’ in het kantoor naar verluidt veel aanloop had van schrijvers als W.F. Hermans en Adriaan Morriën, volgde het antiquariaat van A.L. van Gendt.

Tot 2002 was G. [Gerke] Postma Boekhandel in het pand gevestigd. Bovendien zat Uitgeverij Huis aan de Drie Grachten er decennialang, die voornamelijk taal- en letterkundige verhandelingen publiceerde. Ook het tijdschrift Over Multatuli werd er sinds 1978 uitgegeven.

Welke renaissance?

Rond 1525 voltrok zich een verandering in de Nederlandse bouwkunst: de Italiaanse renaissance begon hier invloed te krijgen. Klassieke elementen (zoals pilasters, friezen en frontons) en ‘maniëristische’ versieringen (festoenen, voluten, arabesken, klauwstukken) werden toegevoegd aan de traditionele inheemse trapgevels. Ook raakten krulgevels in zwang.

Men spreekt van Hollandse renaissance of, vanaf 1565, van Noordelijk maniërisme – het maniërisme is de laatste fase van de Italiaanse renaissance. Deze stijlperiode duurde in Nederland tot circa 1665. In de niet-Hollandse renaissance herleefden de bouwstijlen van de Grieks-Romeinse oudheid (800 voor Christus tot 400 AD) vanaf ongeveer 1300.

null Beeld Broersma
Beeld Broersma

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden