PlusVerslag

Taghi mocht kroongetuige bevragen, maar liet initiatief aan advocaat Weski

Op de eerste volle dag waarop Ridouan Taghi kroongetuige Nabil B. zelf mocht bevragen, liet hij het initiatief vooral aan zijn advocaat Inez Weski. De vragen en antwoorden schoten alle kanten op.

Beveiliging bij de zwaar beveiligde ‘bunker’ in Amsterdam-Osdorp. Beeld EPA
Beveiliging bij de zwaar beveiligde ‘bunker’ in Amsterdam-Osdorp.Beeld EPA

De belangrijkste vraag die nog in de lucht hangt, hoeft kroongetuige Nabil B. van de rechtbank in elk geval niet voor volgende week vrijdag te beantwoorden, als alle partijen weer aanwezig zijn. Heeft hij in detentie momenteel de beschikking over een telefoon? Eerder had hij stiekem een Blackberry en een iPhone in zijn cel.

Nabil B. wil die vraag niet beantwoorden, omdat elk antwoord volgens hem nieuwe vragen zal oproepen. Die stelling roept natuurlijk vragen op.

De aanklagers en de rechtbank willen dat de officier van justitie die verantwoordelijk is voor de bescherming van de getuige, ook een standpunt inneemt over de vraag of B. antwoord moet geven. Dat is een andere officier dan de drie ‘zittingsofficieren’ die de veelvoudige liquidatiezaak Marengo inhoudelijk doen.

De vragen van advocaat Weski meanderden de hele dag vele kanten uit, en de rechters stonden toe dat de officieren van justitie geregeld interrumpeerden, dus het duurde soms even voor kroongetuige antwoorden gaf, áls dat gebeurde.

Hij kreeg ook de ruimte voor filosofietjes. Zoals toen de raadsvrouw informeerde naar de verhoudingen binnen ‘de groep-Taghi’ zoals Nabil B. die ziet. In zijn visie gold geen strakke, rechtlijnige hiërarchie. De verhoudingen konden verschillen per ‘klus’. Had Taghi een partij cocaïne binnengehaald, dan had hij van nature de leiding, maar Nabil B. vroeg geen toestemming als hij eens naar pakweg Spanje wilde reizen. Hij hoefde niet altijd verantwoording af te leggen aan Taghi, zoals een werknemer. De onderwereld is net een oerwoud, zette B. uiteen: “Een tijger kan van een slang verliezen doordat hij wordt gebeten.”

Het kan verkeren, dus Nabil B. sprak en spreekt volop over personen ‘uit de groep’ of daaromheen als die betrokken waren bij liquidaties, maar over andere personen wil hij niets zeggen. Zoals hij zo min mogelijk spreekt over zijn drugshandel – en daarover volgens zijn overeenkomst met de Staat ook niet hóeft uit te weiden. B.: “Dan beroep ik me op mijn verschoningsrecht.” De rechtbank vindt dat vooralsnog prima.

Ridouan Taghi zat vooral zwijgend naar de kroongetuige te luisteren, soms iets onderuitgezakt, uitstralend dat de kroongetuige kletst. Aan het einde van de dag kreeg Ridouan Taghi zelf de kans een vraag te stellen. Dat doet hij niet: “Mijn advocaat heeft me aangeraden níets te vragen, dus dat doe ik niet.” Raadsvrouw Weski, lachend: “Dat is geheimhoudersinformatie (vertrouwelijk, want tussen cliënt en advocaat).”

Maandag krijgen zijn oude boezemvriend Mohammed Razzouki en diens verdediging de kans Nabil B. onder een vragenvuur te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden