Plus

Studenten zetten Gouden Vrouwen in de spotlights

De rol van vrouwen in de zeventiende-eeuwse schilderkunst en kunsthandel is lang onderbelicht gebleven. In het boek Gouden Vrouwen worden de levens van 34 ‘kunstvrouwen’ beschreven, door evenveel studenten van de Universiteit van Amsterdam. Het slotstuk van het bachelorvak We schrijven een boek.

Fragment van de ontvangstkamer in het poppenhuis van Petronella de la Court (Leiden, 24 augustus 1624 - Amsterdam, 22 maart 1707). Zij was een bekend kunstverzamelaar in Amsterdam. Beeld Centraal Museum Utrecht
Fragment van de ontvangstkamer in het poppenhuis van Petronella de la Court (Leiden, 24 augustus 1624 - Amsterdam, 22 maart 1707). Zij was een bekend kunstverzamelaar in Amsterdam.Beeld Centraal Museum Utrecht

‘De invloed van vrouwen op de kunstmarkt in de zeventiende eeuw wordt vaak spectaculair onderschat. Schilderijen behoorden tot de inboedel van een woning en dus tot het huishouden, wat bekend stond als vrouwelijk domein. Het is heel onlogisch dat vrouwen hier dus geen invloed op hadden,” aldus Judith Noorman, universitair docent kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Neem Barber Jacobs, die het tot schatster schopte (taxateur bij veilingen), een geacht beroep, en daarmee haar gezin kon onderhouden toen haar man ontslagen werd. Of Anna van Erwsum, die na het overlijden van haar man handels­bekwaam werd en opdracht gaf voor het grootste particuliere praalgraf van die tijd.

Onontgonnen gebied

In 2019 ontwikkelde Noorman het vak We schrijven een boek, dat afgelopen jaar de Onderwijs- en Publieksprijs won. Ze wilde studenten laten zien dat de wetenschappelijke wereld niet zo ver weg is als velen van hen vaak denken. “Wat ik elke dag doe staat dicht bij wat zij doen als ze een paper moeten schrijven.”

In de module liet Noorman zien wat er voor nodig is om een boek te publiceren. “Ik heb echt gekeken naar wat ik zou willen weten als ik student was.” Zo werd een bijzonder project geboren, waar het nu verschenen boek Gouden Vrouwen het eindresultaat van is.

Doordat er nog zo’n achterstand is in onderzoek naar vrouwen in de kunst in de zeventiende eeuw, en vanwege het raakvlak met haar eigen expertise, was de onderwerpkeuze snel gemaakt. Ieder van de 34 deelnemende studenten zou een hoofdstuk schrijven over een bijzondere kunstvrouw. “Iedereen kwam naar dit vak met zijn eigen uitdagingen. Sommigen waren bijvoorbeeld heel goed in redigeren, maar niet kritisch genoeg op hun eigen teksten.” Ook studeerden niet alle deelnemers kunstgeschiedenis, waardoor het een zeer gemixte groep werd. “Ik wilde de toelatingscriteria zo breed mogelijk laten om iedereen een kans te geven om mee te doen.”

Alle vrouwen die in het boek besproken worden, hebben op een manier bijgedragen aan de kunstwereld van de zeventiende eeuw. Noorman: “Ik had nooit gedacht dat ik tijdens mijn carrière een onderzoeksterrein zou ontdekken waar nog zoveel stappen moeten worden gezet. Ik had me voorbereid op het aanbrengen van een nuance op een detail, maar er blijkt hier veel werk aan de winkel.”

Intensieve discussies

De studenten werden bij alle beslissingen betrokken. Zo ook bij een belangrijke discussie die ze met elkaar voerden over het gebruik van de term Gouden Eeuw. Het vak werd gegeven in de periode dat het Amsterdam Museum besloot deze benaming te boycotten. Na een intensieve discussie besloten ze de term alleen te gebruiken in relatie tot de kunstwereld.

De auteurs namen deel aan het bachelorvak We schrijven een boek. Beeld Greetje van der Werf
De auteurs namen deel aan het bachelorvak We schrijven een boek.Beeld Greetje van der Werf

Noorman: “Het is duidelijk dat de zeventiende eeuw voor de kunstwereld heel bijzonder was. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van kunstvoorwerpen ging enorm vooruit, daarom leek deze oplossing de studenten het meest gepast.”

Daarnaast werd besproken hoe de vrouwen werden aangehaald in de tekst en werd nagedacht over of ze schilders of schilderessen waren. “We wilden deze vrouwen op een respectvolle manier de geschiedenis in schrijven, maar feit is dat de Nederlandse taal niet voor alle woorden een vrouwelijke variant heeft.” De schrijvers mochten hier dus afzonderlijk een afweging in maken. “Dat kon ook makkelijk, omdat het heel duidelijk is dat dit boek geschreven is door meerdere auteurs. Dan kun je in dat soort stijlvoorkeuren verschillen.”

Tijdens het eerste college van de reeks ging een vooraf opgestelde lijst rond met vrouwen uit het vrouwenlexicon. Anna Wijmer, moeder van Jan Six, was een van hen. Zij sprak de inmiddels afgestudeerde Corné Borst (24) aan, een van de twee mannelijke studenten die aan het boek meewerkten. “Achteraf heb ik het best moeilijk gemaakt voor mezelf, want er is heel weinig bekend over haar.” Hoewel haar zoon mede dankzij het portret van Rembrandt wereldberoemd werd, bleef Wijmer onder de radar van (kunst)historici. Na het overlijden van haar man runde ze zijn bedrijf om haar zoons ruimte te geven zich op de kunsten te storten. Op deze manier heeft Wijmer een indirecte, maar significante, invloed gehad op de kunstwereld, zeker omdat haar na­komelingen nog decennialang bekende kunstverzamelaars zouden blijven.

Multitalent

Duidelijker is de impact van dichteres, zangeres en glasgraveerster Maria Tesselschade Roemers Visscher. Voor Tessel Bezem (24) was de keuze om de beschrijving van deze vrouw op zich te nemen snel gemaakt. “Mijn moeder wilde me eigenlijk Tesselschade noemen, maar daar heeft mijn vader een stokje voor gestoken. Ik ben opgegroeid met haar gedichten, maar wilde nu ook andere dingen over haar te weten komen.”

Bij Tesselschade geen gebrek aan bronnen, maar het kiezen van een focuspunt was wel moeilijk. “Ze heeft zoveel gedaan en was bijvoorbeeld ook een muze voor veel bekende mannelijke schrijvers.”

Dat het boek er is gekomen, is volgens de studenten vooral te danken aan Judith Noorman. Tessel Bezem: “Ze heeft er zoveel tijd in gestoken.” Corné Borst: “Vanaf het eerste moment merkte je aan haar dat ze er alles aan wilde doen om dit gepubliceerd te krijgen. Maar ze ging voor kwaliteit.”

Judith Noorman (red.), Gouden vrouwen van de 17de eeuw, WBooks, € 24,95, 160 blz.

Rachel Ruysch, schilderes en moeder van tien

Rachel Ruysch (Den Haag, 1664-Amsterdam, 1750), ook besproken in het boek, was een van de bekendste kunstenaressen uit haar tijd. Haar oeuvre beslaat meer dan 150 schilderijen. Ruysch zette ook tien kinderen op de wereld. Het Rijksmuseum heeft een aantal van haar fruit- en bloemenschilderijen in de collectie. Ruysch had een subliem oog voor detail. Haar pioenrozen lijken levensecht, met kruipende insecten op de bladeren. Een schilderij van Rachel Ruysch kostte in haar tijd al honderden guldens. Ze was ook het eerste vrouwelijke lid van het in 1656 opgerichte Haagse schildersgenootschap Pictura.

Stilleven met bloemen in een glazen vaas, Rachel Ruysch, ca. 1690 - ca. 1720. Beeld Het Rijksmuseum
Stilleven met bloemen in een glazen vaas, Rachel Ruysch, ca. 1690 - ca. 1720.Beeld Het Rijksmuseum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden