Yara Meinen: ‘Je gaat twijfelen aan je eigen positie.’

PlusAchtergrond

Studenten uit minderheidsgroepen voelen zich minder veilig op universiteit

Yara Meinen: ‘Je gaat twijfelen aan je eigen positie.’Beeld Jakob Van Vliet

Niet alle 55.000 studenten aan de universiteiten voelen zich even thuis in Amsterdam. Dat speelt vooral onder minderheidsgroepen: studenten van kleur of uit de arbeidersklasse. Hoe kan dat? ‘Het zijn jonge, kwetsbare mensen, die net uitvinden wie ze zijn.’

Rechtenstudent Floris Kuiper (24) heeft het wél ontzettend naar zijn zin op de Vrije Universiteit (VU): overdag met vrienden in de collegebanken, ’s avonds naar de kroeg met de studievereniging. “Zo sleep je elkaar door de tentamenweken en je bouwt ook een sociaal netwerk op.”

Na een bestuursjaar bij de vereniging zit Kuiper nu in de facultaire studentenraad. Hij ziet andere studenten na college snel de tas inpakken en op station Zuid de trein naar huis nemen. “Dat zijn de mensen die alleen in de collegezaal zitten en zo snel mogelijk willen afstuderen.”

Niet iedereen voelt zich zo thuis als Kuiper. Geertje Hulzebos heeft het voor haar master onderwijswetenschappen onder 440 studenten gepeild. Uitkomst: studenten in minderheidsgroepen voelen zich significant minder thuis. “Vooral studenten van kleur en studenten uit de arbeidersklasse,” zegt ze. Het effect is sterker als een student in meer minderheidsgroepen valt.

Volgens haar is de universiteit van oudsher gericht op een geprivilegieerde groep. “Je moet je voorstellen dat je naar college gaat zoals naar de supermarkt: geïsoleerd, zonder aansluiting met anderen. Dat houd je nog geen twee weken vol.”

En Lyle Muns, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb): “Studentenwelzijn is een belangrijk thema, omdat studenten kwetsbaar zijn voor mentale problemen en eenzaamheid.” Wie zich thuis voelt, is volgens hem minder vatbaar.

Maastricht

Sociale wetenschappers grijpen voor de definitie liever naar het bredere, Engelse begrip sense of belonging. Onderwijssocioloog Bowen Paulle van de Universiteit van Amsterdam (UvA): “Of je je thuis voelt, hangt af van achtergrondfactoren, maar ook het hier en nu.” 

Zo’n achtergrond­factor is bijvoorbeeld de sociaaleconomische of etnische afkomst. Een nieuwe omgeving kan ermee botsen, ongemerkt of juist bewust. “Als je bijvoorbeeld vanuit het zuiden naar Amsterdam verhuist, en iedereen je vraagt of je uit Maastricht komt,” zegt Paulle.

Microagressie kan veel impact hebben op ‘jonge, kwetsbare mensen, die net uitvinden wie ze zijn’. De vijftiger: “Als iemand me een kale dikzak noemt, kan dat me niet schelen. Maar toen ik twintig was, kon zoiets me hard raken.”

Moet of kan de universiteit dan de kans tot nul terugbrengen dat iemand ooit iets naars zegt? “Nee, maar we moeten wel oprecht onderzoeken hoe we een veilig sociaal klimaat kunnen creëren voor studenten, en de angel uit micro­agressies kunnen halen.”

Studiepunten

Bij microagressie kunnen discriminatie en uitsluiting horen. Socioloog Ismintha Waldring en hoogleraar onderwijs en diversiteit Maurice Crul hebben het thuisgevoel onder VU-studenten onderzocht. Crul: “Interessant is dat studenten met een migratieachtergrond zich sterk thuis voelen, maar nog steeds discriminatie en exclusie ervaren. Bovendien halen studenten die regelmatig gediscrimineerd worden, significant minder studiepunten.

Hoe kan het dat studenten uit een minderheidsgroep zich toch thuisvoelen? Crul verklaart dat uit de religieus tolerante achtergrond van de VU. “Bovendien heeft de VU al langer studentenverenigingen die zich richten op studenten met een migratieachtergrond, is er een stilteruimte, en wordt halal eten in de kantine geserveerd.”

Daarin is de universiteit koploper, maar tegelijker is ze deel van de samen­leving en wordt ook door medestudenten gediscrimineerd. Thuisgevoel is dus niet hetzelfde als inclusiviteit, zegt socioloog Waldring. “Maar je kunt wel op inclusiviteit inzetten om dat thuisgevoel te kweken.”

De UvA heeft voor eerstegeneratiestudenten een buddyprogramma. ”Heel belangrijk, want dat zijn studenten die minder snel meedraaien en geen hulp thuis kunnen vragen,” zegt Emma Fuchs, voorzitter van Amsterdamse studentenvakbond Asva. Ook is het podcaststation UvA Radio opgezet. Bij de VU wil onderzoeker Waldring met studenten praten over ideeën om het thuisgevoel en inclusiviteit te verbeteren.

Maar, waarschuwt Fuchs, op de Amsterdamse onderwijsinstellingen blijft segregatie in stand, vooral tussen Nederlandse en internationale studenten. Internationale studenten scoren op de VU als enige groep echt slecht op thuisgevoel. “Dat zit met name in de taalbarrière, maar ook in verwachtingen die niet worden waargemaakt,” legt Waldring uit.

“Voor internationale studenten is dat naar, want die zijn ontworteld hierheen gekomen,” zegt Fuchs. “Maar in studieverenigingen zorgt het voor discussie, omdat plots alles in het Engels moet.”

Dat kan inderdaad lastig zijn, zegt LSVb-voorzitter Muns, zeker als je als Nederlander van huis uit geen Engels hebt meegekregen. Hij denkt liever in oplossingen. “Waarom geven we niet gratis Engelse taalcursussen aan Nederlanders en Nederlandse taalcursussen aan internationale studenten?”

Yara Meinen (20), universitaire pabo, HvA en UvA: ‘Je gaat twijfelen aan je eigen positie’

“Ik voel me op mijn opleiding thuis: we hebben onze eigen ruimte op de universiteit, en men zorgt ervoor dat we elkaar goed leren kennen. Dat is heel fijn. Maar de universiteit is wel superwit. In de collegezaal bij pedagogische wetenschappen zie ik bijna alleen maar witte mensen om me heen.

Het is niet dat ik nooit een persoon van kleur op de campus zie, maar dit is zeker geen afspiegeling van de maatschappij. Als ik op de hogeschool ben, zie ik wel mensen van meer achtergronden, maar ook daar kan het nog beter.

Persoonlijk ben ik het gewend omdat ik ook naar een hele witte basisschool en middelbare school ging, maar de afgelopen jaren ben ik me toch ongemakkelijker gaan voelen in ruimtes met alleen maar witte mensen. Het probleem is dat je nooit een reflectie van jezelf ziet. Je gaat dan toch twijfelen aan je positie. Bovendien is het een verknipt beeld van de werkelijkheid: het is niet alsof de wereld er zo uitziet zoals op de universiteit. Dan vraag ik me af: waar is iedereen?”

Thijs Booden (24), Nederlandse taal, communicatie en politicologie, UvA: ‘Ik kreeg het gevoel dat ik beter weg kon gaan’

Thijs BoodenBeeld Jakob Van Vliet

“Ik meldde me vorig jaar bij politicologie aan om een nieuwe start te maken. Toen ik mijn boeken opensloeg, was ik meteen gefascineerd, maar tijdens het eerste hoorcollege kreeg ik een paniekaanval. Ik heb het daarna een week rustig aan gedaan, twee werkgroepen gemist.

De studieadviseur riep me op en vertelde me dat ik niets mocht missen op de universiteit. Ze verwees me door naar de studentendecaan, die me vroeg wat ik op de universiteit deed als ik ‘er alleen maar rondliep voor mezelf’. Ze adviseerde me om eerder naar de Open Universiteit te gaan.

Het voelde alsof het geen zin had om verder met de universiteit in zee te gaan. Ik kreeg eerder het gevoel dat het beter was om maar weg te gaan. De universiteit is niet bezig met studenten die psychische problemen hebben. Het demotiveerde enorm, juist terwijl ik zoveel zin had in mijn nieuwe studie. Ik zie altijd de borden langs de weg dat de universiteit er voor iedereen is, maar dat blijkt niet zo te zijn.”

Sara AljićBeeld Jakob Van Vliet

Sara Aljić (20), kunstgeschiedenis, UvA: ‘Onder de trap is er plek om te bidden’

“Het voelt alsof ik op de universiteit mijn religie niet kan belijden. Ik studeer op de Oudeman­huispoort, maar de dichtstbijzijnde stilteruimte voor mij ligt aan de andere kant van het centrum. Dat is ook nog eens een slecht onderhouden ruimte, waar het geen pretje is om mijn gebed te verrichten.

Ik heb nu een plek onder de trap gevonden op mijn faculteit waar ik kan bidden. Als ik op de faculteit ben en het voor mij tijd is om te bidden, dan zorgt dat wel even voor stress, omdat er geen normale plek is waar ik kan bidden.”

“Ik snap dat de universiteit de stilteruimtes liever zo noemt, in plaats van gebedsruimtes, maar het laat ook een soort scepticisme zien tegenover studenten die wel geloven. De instelling staat er zo niet voor open. Bovendien denk ik dat de universiteit hiermee te makkelijk bezwijkt voor kritiek van buitenaf.”

Rosa HillebronBeeld Jakob Van Vliet

Rosa Hillebron (22 ), na psychologie HvA nu sociale geografie en planologie, UvA: ‘Ik had steeds het idee dat ik moest uitkijken’

“Toen ik op de hogeschool toegepaste psychologie studeerde, wilde ik sowieso mijn propedeuse halen en doorgaan naar de universiteit. Op mijn opleiding stimuleerden de docenten ons ook heel erg om dat te doen. Tegelijkertijd waarschuwden ze je om de haverklap dat de universiteit wel heel zwaar was. Daardoor dacht ik: wat wil je nou? Je maakt ons bang, maar wilt ook dat we doorstromen.

Ik had een gesprek op de universiteit voordat ik daar kon beginnen met mijn studie. De studieadviseur bedoelde het goed, maar vertelde me steeds om uit te kijken en hoe zwaar de universiteit wel niet was. Zoveel hbo’ers hadden het immers al niet gehaald, zei hij.

Het eerste jaar had ik daarom constant het gevoel dat ik uit moest kijken. Ik werd er enorm onzeker van. Dat was nergens voor nodig, want de afgelopen twee jaar heb ik in één keer gehaald. En toch heb ik zeker een jaar op de universiteit rond­gelopen zonder me er thuis te voelen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden