PlusKlapstoel

Stripmaker Ype Driessen: ‘Ik vind eigenlijk alles wel eng’

Ype Driessen (1976) is stripmaker. In Het Parool publiceert hij wekelijks de fotostrip Ype in Amsterdam. Deze week verscheen van hem ’s werelds eerste autobiografische fotoroman Het nadeel van de twijfel.

Ype Driessen op de Klapstoel.Beeld Harmen de Jong

Rotterdam

“Ik ben er geboren, maar dat is alles. Als ik over mijn jeugd praat, praat ik snel in de wij-vorm. Dat komt doordat ik een tweelingzus heb. Wij vonden Rotterdam vroeger samen heel eng. We woonden in Berkel en Rodenrijs, een dorp in de omgeving van Rotterdam. Ik kom uit een heel gewoon, beetje Jan, Jans en de Kinderen-gezin. Ik heb ook een oudere zus. Mijn moeder was lerares, mijn vader stedenbouwkundige.”

Davy Kroket

“Ik was als kind altijd aan het tekenen, met mijn strip Davy Kroket heb ik nog een keer een prijs gewonnen. Maar daarvoor publiceerde ik al Keizer Tsjee Mi Nee in de Staatskrant, het buurtblad van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Ik was nog heel jong, 10 of zo, en op vakantie leerde ik twee jongens kennen die mij stripjes zagen tekenen en zeiden dat het wel wat voor de Staatskrant was. Na de vakantie ging ik voor het eerst in mijn leven naar Amsterdam, heel spannend. Davy Kroket tekende ik op de middelbare school, later had ik ook nog een figuur die Ruben heette. Ik ben al vanaf mijn tiende bezig deadlines te halen.”

Fotostrip

“Ik zeg altijd dat ik met fotostrips ben begonnen omdat ik eigenlijk niet kan tekenen. Van mijn moeder mag ik dat niet zeggen, want die vindt natuurlijk dat ik héél leuk kan tekenen. Maar ik liep als tekenaar tegen mijn grens aan, ik ontwikkelde me niet verder. Ik vond het wel leuk om een verhaal te vertellen in een reeks beelden. Vroeger werden er op grote schaal fotostrips gemaakt, ik zag ze in de jaren negentig ook nog wel rondslingeren. Heel fascinerend. Ze bestonden alleen in de vorm van romantische verhalen, bedoeld voor vrouwen en meisjes. Ik vond dat gek, tekenstrips had je in alle genres, van Thorgal tot Suske en Wiske, maar fotostrips alleen in de liefdesromannetjesvariant. Ik dacht: is het niet leuk als ik dat medium leen en er iets heel anders mee doe?”

Ype + Willem

“Mijn eerste fotostrip was 3 Hoog, over de bewoners van een studentenflat. Ik studeerde kunstmatige intelligentie in Utrecht, waar de strip in universiteitsbladen werd gepubliceerd. Ik wilde al snel meer. Voor 3 Hoog moest ik telkens met mensen afspreken, wat niet altijd makkelijk ging. Ik dacht: ik ga gewoon met mezelf aan de slag, ik kan altijd. En bij een strip over mijn eigen leven zat ik ook niet snel verlegen om inspiratie. Ik had destijds een relatie met Willem, dus die moest meedoen. De strip werd een succes: NRC Next plaatste hem, we kwamen op tv, er waren boeken. En toen kwam er, totaal onverwacht voor mij, een einde aan mijn relatie met Willem. Ik was er behoorlijk ontdaan over, maar heel gek, toen hij zei: ‘Ik wil eruit’, dacht ik wel meteen: even kijken hoe we hier een strip van gaan maken? Waar ik heel trots op ben, is dat er van Ype + Willem ook twee boeken in Frankrijk zijn verschenen: Yves et Guillaume.”

Nico

“Die kwam na Willem. Dat leidde niet tot een strip met de naam Ype + Nico, maar Nico speelt wel een belangrijke rol in mijn leven en daarmee ook in mijn strip. Vrienden en familie moeten er ook regelmatig aan geloven. Nico is net gepromoveerd in de informatica. Doctor Naus dus. Doctor Naus vindt het leuk om in mijn strip voor te komen, maar wel in afnemende mate. Hij heeft geen moeite zichzelf te laten zien, vindt het soms wel veel gedoe. Ik heb ook wel geleerd dat je modellen zo min mogelijk moet laten wachten.”

Amsterdam

“Sinds 2012 woon ik er. Na de breuk met Willem had ik het gevoel dat er iets moest gebeuren en van Utrecht verhuizen naar Amsterdam is een heel verstandige beslissing geweest. Het bevalt me enorm goed hier. Wat vind ik leuk aan Amsterdam? Even denken hoor, mijn eerste gedachte is Amsterdam af te zetten tegen Utrecht. En dan ga ik iets zeggen als: zodra ik hier woonde, dacht ik: wat deed ik eigenlijk in dat dorp? Dat is niet aardig, maar ik heb het wel vaak gedacht. Amsterdam is gewoon de enige stad van het land, het is hier grootser. Er is ook elke keer weer iets nieuws, zonder dat het je verbaast. Als er in Utrecht iets nieuw was, moest je daar meteen heen: o, er gebeurt iets! Amsterdam is voortdurend in beweging. Ik vind dat inspirerend. Uitgaan is hier ook leuker, hoewel dat nu op zijn gat ligt natuurlijk.”

Sportschool

“Drie keer per week train ik met gewichten. Het is begonnen nadat ik een strip had gemaakt waarvoor ik de zee in moest. Stond ik daar in mijn zwembroek, met dat ongetrainde lichaam. Ik dacht dat ik misschien meer lezers voor mijn strips zou weten te interesseren als ik er iets beter uit zou zien. Vroeger moest ik niets hebben van sporten, nu vind ik het echt fijn. Trainen saai? Ik vind het juist wel zen: het is lekker om na een dag druk te zijn geweest gedachteloos iets doms te doen.”

Nadeel van de twijfel

“Heel dik, heel veel foto’s, een enorm project. Ik ben er drie jaar geleden mee begonnen, wilde het al heel lang. Het boek is een zoektocht naar mezelf. Ik onderzoek ook in hoeverre je jezelf kunt veranderen. Angst is een belangrijk thema. In het boek vraagt Nico me mee te gaan naar Amerika, waar hij moet zijn voor een congres. Maar ik twijfel, durf eigenlijk niet. Ik krijg bedenktijd van Nico en in die tijd zoek ik uit waarom ik niet durf. Daarbij komen ook allerlei angsten naar boven. Ik vind vliegen doodeng, maar ben op sociaal gebied vaak ook heel angstig, op creatief gebied ook wel. Dat is allemaal levensecht, ik vind eigenlijk alles wel eng. Ik kan er ook om lachen, hoor, en het boek is ook vaak grappig. Door die angsten ben ik op veel gebieden een laatbloeier. Ik vind dingen vaak eerst heel spannend, maar uiteindelijk doe ik ze vaak toch. Dat is lastig, ja. Aan de andere kant: het houdt me ook wel jong.”

De Courant

“De fictieve krant waar ik voor werk in Het nadeel van de twijfel. Eerst heette die gewoon Het Parool, zoals het radiostation en het tv-programma dat erin voorkomen aanvankelijk ook gewoon hun echte namen hadden. Maar Paulien Cornelisse, die ik ken en die meelas, zei dat ik moest fictionaliseren. En als Paulien Cornelisse dat zegt, dan is dat zo. Het verschilt enorm hoe lang ik met een Paroolstrip bezig ben. Het bedenken is het moeilijkst. Als ik eenmaal een goede grap heb, komt de rest vanzelf wel, hoewel het geregel soms ook lastig kan zijn. Als het een stripje is waarin Nico en ik op de bank zitten, ben ik snel klaar, maar er doen ook vaak anderen in mee en we gaan ook wel naar buiten. Ik fotografeer altijd alles zelf. Bij foto’s waar ik zelf op sta, werk ik met een zelfontspanner en een statief. Als ik buiten in mijn eentje bezig ben, kan dat er voor voorbijgangers raar uitzien. In het boek wandel ik met een robot­stofzuiger in het bos. Bij het fotograferen daarvan zag ik wel mensen kijken van: o, oké.”

Pet Shop Boys

“Mijn helden. Het begon in 1987, ik was nog een kind, met It’s a sin. Op de middelbare school waren de Pet Shop Boys voor mij een soort punk. Iedereen was met Nirvana bezig. Ik was de enige die van de Pet Shop Boys hield: shiny, commerciële muziek. Maar ik dacht: jullie ­houden allemaal van precies dezelfde muziek, ik ga mijn eigen gang. Het was mijn main­streamoutsidersmuziek. Het duurde bij de Pet Shop Boys vrij lang voor ze uit de kast kwamen, maar ze hintten altijd al wel naar homoseksualiteit, wat ik heel interessant vond. Neem hun liedje I want a dog, over iemand die een hond wil terwijl iedereen een kat heeft. De goede verstaander hoort: ik wil een man in plaats van een vrouw. Hun beste album vind ik Behaviour uit 1990. Terugkijkend hoort bij elke periode in mijn leven een Pet Shop Boysalbum. Begin dit jaar verscheen Hotspot, gegarandeerd dat ik het later zal associëren met het coronatijdperk.”

Vinyl

“Ik ben een verzamelaar en heb heel veel platen. Ik heb eigenlijk alles wel wat ik wil hebben, maar vind het nog steeds leuk om te snuffelen en zoeken in platenzaken. De Pet Shop Boys heb ik natuurlijk compleet, verder heb ik vooral muziek uit ook die hoek: Depeche Mode, New Order, The Smiths, The The, Tears for Fears, ABC, Human League, Heaven 17... Allemaal Brits, ja. Iemand zei ook eens: je houdt vooral van bands met zangers die niet kunnen zingen. Dat klopt wel. Ik houd niet van virtuoze muziek. Als iemand iets niet heel goed kan maar toch de noodzaak voelt het te doen, leidt dat tot, wat mij betreft, veel emotionelere muziek.”

Grindr

“Voor de Paroollezers die niet weten wat Grindr is: het is een homodatingapp. En dan veel rechtstreekser dan Tinder, het kan binnen vijf minuten al tot een treffen komen. In het boek zit een scène die zich bij mijn ouders thuis afspeelt: ik ben maar half bij een gesprek met mijn moeder omdat ik intussen ook op mijn telefoon met Grindr bezig ben. Of dat is gebaseerd op eigen ervaring? Eh, ja. Ik dacht toen wel: waar ben ik mee bezig!? Maar meteen erachteraan: misschien kan ik hier iets mee in een strip. Nee, bij het fotograferen heb ik mijn moeder niet verteld waar het over ging. En dat was de eerste keer dat ik een model geen full disclosure heb gegeven. Ze komt erachter als ze het boek leest.”

Klaas Knot

“Ik weet dat hij directeur van De Nederlandsche Bank is, verder weet ik niets van de beste man.”

Ype Driessen: Het nadeel van de twijfel. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, € 20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden