PlusAchtergrond

Strafzaken in pauzestand, langer in voorarrest

Beeld Gijs Kast

De schaarse strafzaken waarin de Amsterdamse rechtbank in deze crisistijd zitting houdt, laten zien voor hoeveel obstakels corona ook hier zorgt. Als de epidemie uiteindelijk onder controle is, zullen de problemen niet voorbij zijn.

De videoschermen in de rechtszaal tonen een onberispelijk geklede Oussama A. (20), achter een bekertje water gezeten in een voor tele­horen ingerichte ruimte van het huis van bewaring. Gestoken in een donkere kamgarentrui met daarover de hagelwitte boorden van zijn overhemd, de haren gedresseerd.

Zo keurig als Oussama A. eruitziet, zo lelijk is het strafdossier dat ter tafel ligt in de ‘megazaak’ tegen hem en medeverdachten Mounir C. (24) en Mourad B. (19). De drie jonge Amsterdammers zitten al dertien maanden vast voor een lange reeks soms gewelddadige straatroven, waarbij ze vooral peperdure Rolexen buitmaakten, plus verdenkingen zoals van wapenbezit.

Slager René van Dam – vader van actrice en presentatrice Nicolette – raakte in februari 2019 op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid bij zo’n horlogeroof zwaargewond aan hoofd en schouder, waarna de overvallers vluchtten met een sealbag en zijn Rolex Milgauss. Ze konden worden gepakt doordat de recherche ze al enige tijd in de gaten had en hen afluisterde in de auto.

Dorre aarde

Voor het proces tegen de Rolexrovers waren deze weken vijf dagen uitgetrokken, maar vanwege de coronamaatregelen bleef het bij één formele zitting. Het zal zeker tot november duren voordat de inhoudelijke behandeling alsnog kan plaatsvinden.

Mogelijk wordt het nog (veel) later, want als de rechtbanken en gerechtshoven na de crisis weer opengaan, zal zich een enorme berg strafzaken hebben opgehoopt die ze in de magistratelijke ‘verkeerstorens’ maar weer moeten zien in te plannen.

Om zo kort mogelijk gezamenlijk in de rechtszaal te hoeven zijn, hebben de procespartijen voorafgaand aan deze zitting schriftelijk al standpunten uitgewisseld. De advocaat van Mourad B. durft hoe dan ook niet naar de zitting te komen, uit angst onderweg naar of in de rechtbank corona op te pikken.

De advocaat van Oussama A. vraagt als eerste om schorsing dan wel opheffing van diens voorlopige hechtenis. Zelf voegt A. toe dat hij ‘al dertien maanden in onzekerheid zit’. Hoewel hij begrijpt ‘dat alles door corona anders uitpakt’ en zijn zaak nu niet kan worden afgedaan, kan hij het absoluut niet aan om straks twee jaar in voorarrest te zitten.

Huilend: “Ik vind het binnen zo moeilijk en wil overal aan meewerken (om naar buiten te mogen). Mijn kleine neefje herkent me niet eens. Ik hou het niet meer vol.”

De officier van justitie verzet zich. Omdat A. van zeven straatroven en drie andere misdrijven wordt verdacht en omdat het gevaar dat hij weer in de fout gaat enorm is, gezien zijn bedenkelijk lange strafblad.

Daarbovenop komt het argument dat ‘de enkelbanden opraken’, waardoor bijvoorbeeld een gebiedsverbod of juist huisarrest door de reclassering niet elektronisch te controleren zou zijn, evenmin als de eventueel af te spreken deelname aan een ‘ambulante behandeling’.

De suggestie van zijn raadsman dat de politie zou kunnen controleren of A. zich aan de afspraken houdt, valt in dorre aarde. Daar heeft de politie nu niet zoveel tijd voor, zacht uitgedrukt.

‘Enorm strafblad’

Aan de vertrouwde eis dat een tijdelijk vrijgelaten verdachte alvast naar werk, school of een andere dagbesteding gaat, kan door corona domweg evenmin worden voldaan. De Febo waar A. wil werken draait maar op halve kracht, de scholen zijn dicht.

Op zijn beurt schetst Mourad B., verdacht van negen Rolexroven en andere misdrijven, in ritmisch staccato het leven in het huis van bewaring in coronatijden. “Geen bezoek, geen arbeid, geen onderwijs, geen sport, geen bibliotheek, 21 uur per etmaal achter de deur. Het valt me zwaar, weet u. Ik zit in een sociaal isolement.”

Hij zit met een andere gedetineerde op één cel: met dat rondwarende virus bepaald geen lust, maar een zware last. “Je kunt bijna geen anderhalve meter afstand houden. Als hij ligt te niezen en ik zeg daar wat van, geeft hij een grote mond. Ik accepteer het maar, maar het is moeilijk op cel.”

De rechtbankvoorzitter houdt B. voor dat ook hij al ‘een enorm strafblad heeft’ en niet wil meewerken aan onderzoek naar zijn psyche in het Pieter Baan Centrum. Dat heeft ondanks de structurele wachtlijsten de eerste weken van de coronacrisis geen nieuwe cliënten toegelaten en neemt vanaf deze week slechts de helft van het normale aantal aan.

B. was bovendien pas zeven weken vrij toen hij in elk geval de straatroof op Van Dam pleegde, die hij heeft bekend (die staat scherp op camerabeelden), wat weinig hoop geeft dat hij leert van detentie.

“Ik ben er niet trots op. Ik ben fout geweest en zal straf krijgen, maar ik heb op de banenmarkt in (het huis van bewaring van) Lelystad een baan gevonden,” probeert B. “Ik wil maandelijks een bedrag apart zetten voor meneer Van Dam. Ik heb de beelden gezien. Dit had ook kunnen uitlopen op diefstal met de dood tot gevolg.”

Een van de rechters: “Het werkende leven ligt door corona grotendeels stil. Wat gaat u straks doen als u niet aan het werk kunt en zo min mogelijk de straat op mag?”

“Tja, binnen zit ik hier ook.”

Broze gezondheid

Mounir C., verdachte nummer drie, stuit grotendeels op dezelfde argumenten tegen vrijlating. Ondanks zijn deemoedige verzoek daartoe omdat zijn ouders, die normaal voor zijn zieke vrouw zorgen, in Marokko vastzitten sinds de corona in een korte vakantie de kop op stak. Vanwege haar broze gezondheid behoort zijn vrouw tot de coronarisicogroep en mag ze niet naar buiten voor boodschappen.

Toch, ook C. mag niet naar huis, besluit de rechtbank. Alle drie de verdachten moeten in de cel blijven, extra geplaagd door corona of niet. Zoals de officier van justitie C.’s leed in perspectief plaatste: “Uw situatie wijkt momenteel niet veel af van de situatie van alle anderen in Nederland. We kampen met sterke vrijheids­beperkingen, en u heeft ook nog een heel fors strafblad en deze zware verdenkingen.”

Rechtbank dicht

Gedurende de coronacrisis zijn de rechtbanken en gerechtshoven in principe dicht. Alleen de urgentste zaken worden behandeld. Bij strafzaken geldt dat voor processen waarin verdachten in voorarrest zitten, zoals bij de zaak hierboven.

Alle inhoudelijke behandelingen zijn omgezet in korte ‘pro-formazittingen’ waarin vooral over dat voorarrest wordt gesproken.

Zowel het Openbaar Ministerie als de gerechten beraden zich intensief op verschillende scenario’s voor ná de crisis. Het staat nu al vast dat het nog zeker maanden zal duren voor de agenda’s weer enigszins op orde zijn, maar de chaos kan ook veel langer voortslepen, afhankelijk van de besluiten van de regering. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden