Plus Achtergrond

Steeds meer Amsterdammers bouwen hun eigen huis

De wijk Schoonschip drijft als eerste zelfbouwproject op het water in Buiksloterham. Beeld Eva Plevier

Zelf je huis bouwen, steeds meer Amsterdammers maken hun droom waar. En als je er dan aan begint, wordt die droom dan waargemaakt? En ook: zijn die zelfontworpen woningen een aanwinst voor de stad?

De eerste paal voor het grootste zelfbouwgebied is geslagen. Op 15 mei heeft bouwwethouder Laurens Ivens deze symbolische handeling verricht op het Centrumeiland, het vijfde eiland van IJburg. Wat sinds het vertrek van strand Blijburg een nog winderiger zandvlakte is, verandert de komende jaren in een wijk met maar liefst 1500 duurzame zelfbouwwoningen. Hier wordt 70 procent van de huizen door de bewoners zelf gebouwd. Groter was een zelfbouwlocatie nog nooit in Amsterdam.

Al twee jaar ligt er een kaart met de kavels waarop belangstellenden zich konden intekenen in drie smaken: collectief particulier opdrachtgeverschap (bouwgroepen), particulier en mede-opdrachtgeverschap. Wat de bewoners gaan delen, is een wijk die duurzaam en regenbestendig is. Dat wil zeggen dat het hemelwater niet wegstroomt in het riool maar wordt opgevangen in wadi’s, open geulen in de parken.

Centrumeiland ligt in het verlengde van Haveneiland en vormt de verbinding met Strandeiland, dat sinds vorig jaar wordt opgespoten. Daarmee is de archipel van IJburg zo goed als gereed.

Zelfbouw heeft een grote vlucht genomen sinds het eerste project op Borneo/Sporenburg werd opgeleverd, de Scheepstimmermanstraat. Dat is alweer ruim twintig jaar geleden. Het vroegste zelfbouwproject staat in Noord (Nieuwendam-Noord) waar in 1986 al vrije kavels werden uitgegeven.

Creativiteit

Goed beschouwd heeft de zelfbouwende burger altijd zijn kans gegrepen in Amsterdam. De grachtengordel is het succesvolle bewijs. Aan het eind van de vorige eeuw waren er andere uitgangspunten. Zelfbouw diende twee doelen: de hegemonie van de woningbouwverenigingen doorbreken en uiting geven aan het individualisme en de creativiteit van de consument. Die nam niet langer genoegen met de strenge regulering en de eenvormigheid van de (sociale) woningbouw.

Ook de crisis in de bouw speelde mee. Bij gebrek aan opdrachten gingen architecten noodgedwongen voor zichzelf of voor hun familie ontwerpen. Van de nood een deugd gemaakt.

Beeld Laura Van Der Bijl

Amsterdam is, vergeleken met een gemeente als Almere, nog een kleine speler in de zelfbouw. Dat komt nu door het gebrek aan beschikbare kavels. Naar schatting is 1 procent van de koopwoningen in de stad door zelfbouw tot stand gekomen. Er zijn meer verklaringen. De grondprijzen zijn hoog, de stress en risico’s eveneens, en de welstandsregels zijn de laatste jaren aangescherpt. Amsterdam maakt een onderscheid tussen welstandsvrije en gebonden kavels. Welstandsvrij is bijvoorbeeld Buiksloterham in Noord, waar variëteit en diversiteit hoogtij viert, terwijl er op het Zeeburgereiland striktere regels gelden ten aanzien van bouwhoogte en materialen.

Op een overzichtsexpositie bij architectuurcentrum Amsterdam, een samenwerking tussen Urban Studies van de Universiteit van Amsterdam en het collectief Failed Architecture, wordt de balans opgemaakt. Welke architectuur hebben de experimenten opgeleverd? De voorzichtige conclusie kan zijn dat alles mogelijk is: van klassiek, postmodern tot ecologisch op het Steigereiland, tot luxueuze modernistische villa’s aan de Weespertrekvaart. Daar staat ook een eigentijdse versie van Villa Kakelbont tussen.

Buik­sloterham heeft zich ontwikkeld tot een verticaal silhouet met kleurrijke blokken. Dit gebied is sinds enkele maanden verrijkt met de eerste zelfbouwwijk op het water, de drijvende buurt Schoonschip in het Johan van Hasselt­kanaal. Het algemene beeld is dat de schuine kap bij zelfbouwers nauwelijks geliefd is – te ingewikkeld vermoedelijk – in tegenstelling tot de witte kubus. Begrijpelijk, want zo kun je een vijfde gevel met daktuin/terras realiseren.

Cataloguswoning

Vergeleken met het Homeruskwartier en Oosterwold in Almere opereert Amsterdam nog bescheiden, en afgezet bij België zijn we helemaal nergens. Daar staat tegenover dat de drang om een cataloguswoning in Overijssel te bestellen hier hoegenaamd ontbreekt. Dat zou je als een pluspunt kunnen beschouwen. Want een boerderette of notariswoning is nog altijd een zwaktebod, hoezeer financiële risico’s in die opzet ook worden gemeden.

Ideeën die zich niet lieten temmen

Zelf een gewoon huis bouwen is al complex, maar de Amsterdamse projecten leggen de lat steevast bovengemiddeld hoog. Eisen aan vorm, gebruik en duurzaamheid leveren bijzondere complexen op.

1. Schoonschip

De zelfgebouwde woonark, op een betonnen bak, is al jaren een bekend verschijnsel in Amsterdam: je hoeft de oevers van de Amstel en het IJsbaanpad maar af te speuren. Bungalows op het water, met een houten bekleding en veel glas aan de waterkant. De drijvende woning vinden we in verschillende gedaanten terug in andere delen van de stad.

De nieuwste aanwinst is Schoonschip in het Johan van Hasseltkanaal in Amsterdam-Noord. Bewoners/opdrachtgevers hebben architectenbureau Space&Matter een stedenbouwkundig plan laten maken voor 30 woonarken. Daar komen 46 huishoudens. Hun ambitie: de duurzaamste wijk van Europa zijn. Dat betekent zonnepanelen, drievoudige glasisolatie, warmtepompen, watercirculatie en sedumdaken. En veel meer. Zeventien architecten hebben aan elk drijvend paleisje getekend in overleg met de bewoner. De woonarken liggen zo gesitueerd aan de steigers dat enige privacy is gewaarborgd.

Eind mei zijn op een zaterdag met veel feestgedruis de woonarken van de derde fase binnengevaren waardoor de wijk langzaam vorm krijgt. Duurzaamheid en vrijheid waren belangrijke motieven, onder andere te zien aan het gebruik van materialen.

Neem de bewoners Timo, Markus, Yvonne en Emil. “Wij hebben gekozen voor strobouw. Je stopt dan letterlijk strobalen in de muren van je huis. Dat is naar ons weten nog niet eerder toegepast op een drijvende woning. Maar het wordt absoluut geen hobbitstee. Onze architect Hans Kuijpers werd geïnspireerd door de moderne Japanse architectuur. We beschouwden het als een voorrecht om deel uit te maken van een voorlopersproject.”

2. Driegeneratiewoning

Beta-architecten ontwierpen in Buiksloterham een opvallend huis, gesloten aan de Klaprozenweg, open aan de achterkant. Het ontwerp dong mee naar de Gouden A.A.P., maar in die strijd bleken de stations van de Noord/Zuidlijn onverslaanbaar. Van de zelfbouwprojecten is het een van de meest gedurfde, omdat het interieur inspeelt op de flexibele woonomstandigheden. Je kunt tegelijk jong zijn en oud worden in deze woningen.

Voor dit appartementengebouw voor twee huishoudens heeft Beta een concept ontwikkeld dat voorziet in een veranderende ruimtelijke vraag. Het oudere stel, afkomstig uit de provincie maar op zoek naar zorgvoorzieningen in de stad, woont boven met een riant uitzicht over de stad. Dit appartement is toekomstbestendig ontworpen. Het is gelijkvloers met een eigen liftinstallatie. De benedenwoning heeft een kantoorruimte en een directe relatie met de tuin; ideaal voor een gezin met werkende ouders en kleine kinderen.

Omdat de noordkant geen zonlicht krijgt en aan de drukke weg ligt, is die gevel gesloten, terwijl de zuidkant zich juist volledig opent met glazen serres en veranda’s. Zo wordt zowel energie bespaard als opgevangen.

3. Drostenburg, Droomzone

De Droomzone is een strook groen aan de rand van de Venserpolder waar sinds een jaar of vijf de mogelijkheid bestond een vrije kavel te benutten. Martin Schenderling en Christine Verweij grepen hun kans. Hun woning aan de Maasstraat had grote achterstand opgelopen bij het onderhoud, met schimmels en verzakte muren als gevolg, vertelden ze in 2016 in de uitzending Bouw Woon Leef van AT5.

Het echtpaar uit Zuid viel voor het vele groen, de goed onderhouden openbare ruimte, het uitzicht op het geboomte. Niet zozeer voor de zilverkleurige kap van de Johan Cruijff Arena, want voetballiefhebbers zijn ze niet.

Drostenburg is een rustige, niet spectaculaire zelfbouwwijk met kubusvormige geschakelde woningen die in hoogte verspringen. Typisch een geval van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. De bewoners mochten zelf hun gevelsteen uitkiezen en het resultaat is een bonte rij. Het contrast met de omgeving is groot – hier wordt een streep getrokken onder de honingraatflats van de Bijlmer.

4. Pondok

Op een braakliggend terrein bij de Westlandgracht staat Pondok, een voorbeeld van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Financiering was lastig rond te krijgen en regelgeving hielp evenmin; om de zaak vlot te trekken, kocht de aannemer de bovenste etage. Architect is Tom Jonker van Cruq Architecten.

De lat lag hier hoog. De initiatiefnemers wilden werk- en woonruimtes onder een dak – negen cascowoningen was het doel, alsmede twee of drie werkruimtes. Daarnaast zochten ze aansluiting bij de omgeving, vandaar de wens voor een kubusvormig gebouw met veel glas, balkons en open trappen. De bewoners kunnen elkaar makkelijk ontmoeten.

Arthur en Freek, de oorspronkelijke initiatiefnemers die ergens in Zuid-Frankrijk op een camping verbleven, kwamen met het idee. “Pondok is Maleis voor huis of huisje. Een huis met wanden van bamboe en een dak van sagopalmbladeren. Licht, een mooi puntdakje, met vakmanschap geconstrueerd, omgeven door palmbomen, wuivend bamboe en ander spectaculair groen en uitzicht over zee. Een droombeeld, niet letterlijk geschikt om in Amsterdam in te wonen. Wel een mooi beeld van wat wij voor ogen hebben.”

5. Buitenplaats Weespertrekvaart

Niets herinnert meer aan de romneyloods van de Hells Angels en ook de Bijlmerbajes is al bijna verleden tijd, nu de sloop van een van de gevangenistorens is begonnen. De kop van de Weespertrekvaart is door de gemeente gedoopt tot buitenplaats, verwijzend naar de buitens aan het water die hier vroeger hebben gestaan. Nu is het een van de sjiekste zelfbouwprojecten van de stad met een binnenhaventje voor de jachten van de bewoners.

Xoomlab ontwierp hier voor drie kavels vijf woningen die opvallen door hun wit gestuukte gevel, de opengewerkte kubusvorm waarbij grote ramen naar buiten springen en veranda’s de strenge vorm juist weer openbreken. Zelfbouw is in dit geval meestal een idee geweest van de architect waar de toekomstige bewoner op kon inhaken. De Buitenplaats is een groot verschil met andere zelfbouwlocaties: de villa’s staan grotendeels op hun eigen kavel en gaan schuil achter hagen en muurtjes. Daardoor is er eerder sprake van splendid isolation dan van een gemeenschapsgevoel.

6. Freebooter Zeeburgereiland

Het hoekpand op de John Blankensteinstraat is niet te missen. Bekleed met louvrepanelen slingert en golft de gevel rond het skelet als een gala­jurk, terwijl hier en daar een uitsnede of inkeping is gemaakt. Van klassieke vensters is zodoende geen sprake. Niettemin blijft het interieur licht en transparant, terwijl de louvres een prachtig spel op gang brengen tussen licht- en schaduwstrepen. Een dakterras gaat schuil achter een scherm van houten staanders, te vergelijken met scheepsmasten.

Freebooter (vrijbuiter) is een project van een groep architecten rond de Italiaan Giacomo Garziano. In het compacte interieur zijn twee woningen opgenomen, waarbij de vertrekken vloeiend in elkaar overlopen. In de kern bevinden zich de badkamer en de keuken.

Garziano wilde een huwelijk tussen ambacht en modern design, met een knipoog naar de scheepvaart. Een ander doel was een markant gebouw op het Zeeburgereiland na te laten.

Geld speelt een rol, merkt iedereen die aan zelfbouw begint. De tocht van idee naar realisatie eist verder doorzettingsvermogen, flexibiliteit en een pragmatische omgang met de regels. Drie zelfbouwers en een begeleider blikken tevreden terug.

Freebooter aan de John Blankensteinstraat springt in het oog met zijn golvende gevel. Beeld Eva Plevier

Jansje Klazinga (56), interieurfotografe voor magazines: ‘Ik was altijd al bezig met verbouwen’

“Ik heb een tweede kavel naast mijn zelfbouwhuis gekocht, wat ik als zzp’er beschouw als mijn pensioen. Nu zou dat vanwege het antispeculatiebeding niet meer kunnen, maar een paar jaar geleden mocht dat nog. Op weg naar de kavelcamping riep iemand ‘ik koop er drie’. Dat bracht me op het idee. Natuurlijk moest ik het geld lenen. Als ik het kan verkopen, bouw ik een achterhuis. Dat heb ik nu moeten schrappen.”

“Stress is een factor, zeker voor een kritisch persoon als ik. Financiën zijn een obstakel bij zelfbouw. Daarom heb ik een paar uitgaven uitgesteld, zoals een lift. De schacht is nu gevuld met kasten.”

“Ik had hiervoor een appartement op Overhoeks dat ik goed heb kunnen verkopen. Ik was altijd al bezig met verbouwen. Ik ben onrustig van aard. Als een project klaar is, wil ik het volgende.”

“Duurzaamheid is een verplichting. Het huis is gasloos, ik heb een inductieplaat en een warmtepomp laten installeren. Omdat dit deel van Buiksloterham welstandsvrij was, konden we doen wat we wilden, hoog, breed, niet dieper dan 10 meter, allerlei kleuren. Mijn gevel een geperforeerde golfplaat. Uiteindelijk heeft het hele huis me 550.000 euro gekost en dat voor 195 vierkante meter.”

Jansje Klazinga Beeld Eva Plevier

Auguste van Oppen (38), architect: ‘Ik dacht dat we het niet konden betalen’

“Wat wil je als verliefd stel? Kinderen, maar dat kan niet in het huis waar je woont. Ik zat eens aan de keukentafel te schetsen toen mijn schoonmoeder erbij kwam staan. ‘Dat pand op de hoek willen wij wel,’ riep ze. Waarom combineren we het dan niet gewoon? Ik ben heel goed met mijn schoonfamilie. Maar ik dacht dat we een zelfbouwhuis niet konden betalen, terwijl ik zelf architect ben. Ik ging ervan uit dat de grondprijzen erg hoog zouden zijn. Tot ik begon te rekenen en concludeerde dat het lastig was maar wel te doen.”

“Het grootste obstakel bij zelfbouw zijn de financiën. Zoveel eigen inkomsten had ik enkele jaren geleden niet. En de banken vonden het bijvoorbeeld raar dat de gezamenlijke ingang via de tuin was te bereiken. Ze zijn zoiets niet gewend, ze vreesden voor onverkoopbaarheid.

“Uiteindelijk is de driegeneratiewoning veel duurder geworden. Ik had mijn schoonouders 1300 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlakte beloofd, terwijl het 1700 euro is geworden. Ja, dan is het vertrouwen wel even beschaamd.”

“Welke compromissen moet je sluiten als je moet snijden? We hebben loggia’s vervangen door balkons. De achtergevel is vlak geworden. Daardoor is het eigenlijk beter geworden.”

Auguste van Oppen en zijn gezin. Beeld Eva Plevier

Eric Amory (58), bouwkundig ingenieur: ‘Ik moet de harmonie bewaken’

“Ik begeleid de processen bij Collectief Opdrachtgeverschap en dat is nodig. Je moet zoiets professioneel aanpakken. Veel energie lekt weg in onderzoek naar juridische voorwaarden, het aanvragen van subsidie, erfpacht en überhaupt regelgeving.”

“De overheid stelt soms absurde en onbegrijpelijke regels in de bouw. Waarom moet de verdiepingshoogte van de begane grond bij de ene woning 4,5 meter zijn en bij de andere 3 meter? Waarom wordt de berging in het ene geval bij de oppervlakte gerekend en bij de andere niet? Allemaal verspilde energie. En de particulier is de dupe.”

“Ik ben begonnen bij projecten in Leiden, daarna heb ik gewerkt in Bloemendaal en vervolgens Amsterdam. De Bilderdijkkade is zo’n CPO-project. Het lastige daar was dat we op een parkeergarage moesten bouwen. Ik heb er een groep bij gezocht.”

“Nee, ruzie hebben de leden niet gekregen, het is belangrijk om de harmonie te bewaken. Ik heb wel gehoord van ruzies tussen groepen onderling.”

“Het verschil tussen Amsterdam en daarbuiten? Tja, bouwen in een weiland is minder complex. Verder is de markt hier groter. Je hebt sneller een groep bij elkaar.”

Eric Amory Beeld Eva Plevier

Liesbeth Barwegen, bewoner van Pondok, 53 jaar oud: ‘We kwamen er moeilijk tussen’

“Ik ben via mijn buurman Freek elf jaar geleden bij het project betrokken geraakt. Het was niet eenvoudig een plek te vinden. We begonnen met nieuwbouw, maar toen dat niet lukte, zochten we bijvoorbeeld een voormalige school. De crisis bevorderde het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, maar dat had als nadeel dat allerlei architecten zich erop stortten. Daardoor kwamen we er moeilijk tussen.”

“Hier stond een noodschool. Er zijn drie woonblokken voor in de plaats gekomen. Na veel bouwvergaderingen hebben we allemaal afzonderlijke woningen, de mijne meet 85 vierkante meter en heeft om en nabij de 250.000 euro gekost. Waar vind je dat in Amsterdam? Ik ben daarom razend enthousiast. De appartementen werden casco opgeleverd, zodat iedereen muren en keukens kon plaatsen.”

“We zijn geen woongroep, hoewel we het prettig vinden om gezamenlijke activiteiten te ondernemen. We wilden ook maatschappelijke bedrijfsruimtes in Pondok: nu een school voor urban dance, een re-integratie­bedrijf voor meubelmakers en een ruimte voor buurtactiviteiten.”

“Waar je op moet letten bij zelfbouw? Je moet pragmatisch en flexibel zijn zodat meningsverschillen geen conflicten worden.”

Liesbeth Barwegen Beeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden