PlusInterview

Stadsecoloog Remco Daalder: ‘Amsterdammers zijn notoire natuurliefhebbers’

In een kwart eeuw zag stadsecoloog Remco Daalder hoe de natuur een steeds belangrijkere plaats kreeg in het beleid, met als resultaat een grote toename van de biodiversiteit. Bij zijn afscheid van de gemeente vertelt de bioloog en schrijver over zijn vijf favoriete plekken in de stad.

Remco Daalder.Beeld Lin Woldendorp

1. Het Amsterdamse Bos

“Ik ben daar in 1993 neergestreken als hoofd beleid en beheer. De opdracht was toen: stop zo veel mogelijk natuur in het bos, maar er mag geen mens minder komen. We hebben Schotse hooglanders geïntroduceerd in het bos en zijn overgestapt op een nieuwe manier van bosbeheer door groepjes bomen om te halen en het hout te laten liggen. Er zijn kilometers natuuroever aangelegd. Het Schinkelbos is er bij gekomen. Het eerste jaar zag je meteen een enorme toename van vlinders en sprinkhanen. In het tweede jaar kwamen de spechten, maar ook allerlei roofvogels die graag bleken te broeden op de randen van die open plekken. Het ging met sprongen vooruit.”

“De bezoekers waren ook blij met de ontwikkeling. Er komen 6 miljoen bezoekers per jaar. Daarmee is het een van de drukst gebruikte bossen ter wereld. Maar binnen de bospercelen heerst rust omdat de mensen op de paden blijven. Het Amsterdamse Bos is wat mij betreft hét bewijs dat natuur en recreatie goed kunnen samengaan. Ik heb het dan natuurlijk over wandelaars, fietsers en sporters. Evenementen zijn een ander verhaal. Ik kan mij voorstellen dat mensen daar heel kritisch naar kijken.”

2. IJburg

“We beseffen te weinig hoe bijzonder IJburg is. Amsterdam heeft op kunstmatige eilanden vlak bij een internationaal natuurreservaat 50.000 woningen aangelegd. Ik was net overgestapt naar de Dienst Ruimtelijke Ordening en kreeg opdracht mee te denken over de plannen. Het was eigenlijk een opdracht van Europa die eiste dat de natuur in het gebied er niet op achteruit mocht gaan. Toenmalig wethouder Duco Stadig maakte daarvan dat de natuur er beter van moest worden. Van meet af aan hebben wij aan tafel gezeten met de planologen, ontwerpers en ontwikkelaars. Heel veel kansen zijn benut, ook omdat de onderlinge samenwerking goed was.”

“Ik heb in die periode geleerd hoe belangrijk persoonlijk contact is. Als je elkaar een beetje mag, roept een ontwerper je erbij als er een oever wordt getekend. Dan kun je in vijf minuten veel bereiken. Als je opstelt als activist, kun je dat vergeten. Het college heeft onlangs besloten dat het zesde eiland van IJburg een natuureiland wordt. Bijna vijftig hectaren, dat is net zo groot als het Vondelpark. Het past in een lange Amsterdamse traditie: geen stedenbouw zonder groenaanleg.”

3. Waterland

“Ik kom er sinds mijn veertiende om vogels te kijken. Het was in die tijd een enorm rijk vogelgebied. Zomertalingen, kemphanen, watersnippen: er zat ontzettend veel. Sindsdien is het hard achteruit gegaan met de natuur. Veel grasland is monocultuur, en er worden overal grote stallen neergezet omdat de landelijke subsidies voor boeren grootschaligheid in de hand werken. Het zou goed zijn om samen met de boeren en de bewoners eens na te denken over de toekomst van Waterland. Er wordt nu met man en macht een landschap in stand gehouden waar niemand echt gelukkig mee is.”

“Dat kan ook anders. Sommige polders liggen zes meter onder Amsterdams peil. Als we die onder water zetten, kan dat hele leuke natuur opleveren, ook voor recreanten. Er moet natuurlijk steun komen voor de boeren die willen meewerken aan een verandering van het landschap. Dat het kan, bewijst de Volgermeerpolder. Dat was een vuilstort en is nu een schitterend mooi natuurgebied.”

4. Frankendael

“Toen ik in 1991 in de Watergraafsmeer kwam wonen, bestond Frankendael uit een oude stadskwekerij. Er zijn miljoenen in gestopt om er een stadspark van te maken met ruimte voor de natuur. Dat is goed gelukt. Het is een drukbezocht park, maar er is ook bijzondere natuur met bijvoorbeeld de reigerkolonie. Frankendael laat ook goed zien hoe de natuur zijn weg kan vinden tussen de mensen, als de mogelijkheden maar worden gecreëerd. In het park broeden de ooievaars boven de kinderspeelplaats. Het kan die ooievaar geen donder schelen. Vroeger wisten we zeker: de havik gaat nooit in de stad broeden. Er vliegt er nu een in de Plantagebuurt.”

Nog een voorbeeld: vroeger moest je naar Limburg om een ijsvogel te zien. We hebben nu zeventig broedparen in de stad. Er zit een ijsvogel bij mij om de hoek in Noord. Die vliegt elke dag door mijn straat. Ik weet ongeveer hoe laat. Ik kan op het balkon gaan zitten en dan komt de ijsvogel van half twee voorbij. Daar kan ik oprecht ontroerd door zijn.”

5. De Ruige Hof

“Amsterdammers zijn notoire natuurliefhebbers. En het mooie is: ze zijn ook bereid om de handen uit de mouwen te steken. Ze zien een gebied liggen en denken: hier valt meer uit te halen. Ze beginnen gewoon, met of zonder toestemming van de gemeente, en maken er iets moois van. Natuurvereniging De Ruige Hof in Zuidoost bestaat sinds 1986. Die beheren twee groengebieden. Ze doen het onderhoud maar verzorgen ook rondleidingen voor scholen. Hartstikke mooi.”

“Er zijn meer van zulke initiatieven: de Slatuinen in West, de Oeverlanden in de Nieuwe Meer, het Wiedijkpark in Nieuw-West. Allemaal ontstaan in de jaren tachtig. Amsterdam was in die tijd zwaar verloederd. De openbare ruimte leek nergens op, maar dat gold ook voor het onderhoud van het groen. Veel Amsterdammers zijn toen zelf aan de slag gegaan. Dat gebeurt nog steeds: er zijn heel veel groene clubjes die zich bezighouden met groene daken of geveltuinen. Geef die mensen vooral de ruimte.”

Remco Daalder

Remco Daalder (1960) is bioloog en schrijver van boeken over stadse beesten. Voor zijn werk over de gierzwaluw kreeg hij in 2014 de Jan Wolkersprijs voor het beste natuurboek. Daalder vertrekt bij de gemeente omdat hij meer tijd wil hebben om te schrijven. Hij werkt op dit moment aan een boek over een bijzondere mensensoort: de fanatieke vogelaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden