PlusAchtergrond

Stadscurators: ‘We willen geen beelden van sokkels trekken’

Plots staat het vorig jaar aangetreden Stadscuratorium, dat advies geeft over kunst in de openbare ruimte, in het oog van de storm. Tot een beeldenstorm zal het zo snel in Amsterdam niet komen, maar het is wel tijd om meer te doen dan praten alleen.

Het Monument Indië-Nederland aan het Olympiaplein, opgericht voor generaal Van Heutsz, is altijd al omstreden geweest.Beeld Lard Buurman

Beeltenissen van J.P. Coen, de gewelddadige bestuurder van 17de-eeuws Nederlands Indië, zijn te vinden op de ­gevels van het Stadsarchief, de Beurs van Berlage en het Tropenmuseum. Toch zal het volgens Vincent van Velsen niet snel komen tot een beeldenstorm zoals in de Verenigde Staten en Engeland, waar standbeelden van voormalige notabelen met een slavernijverleden het moeten ontgelden. 

“Wij willen ook niet dat er beelden van sokkels worden getrokken of besmeurd,” zegt de curator, schrijver en lid van het Stadscuratorium, “maar er moet wel meer dan alleen discussie worden gevoerd over kunstwerken die nu een heel andere betekenis hebben dan toen ze werden neergezet.”

De Black Lives Matterbeweging heeft het werk van het Stadscuratorium, dat het Amsterdamse college adviseert over kunst in de stad, in één klap actueel gemaakt. Dat gaat veel verder dan ‘verfraaiing van de openbare ruimte’. Vragen als ‘hoe gaan we om met uitingen uit het verleden?’ en ‘hoe moet de stad er in de toekomst uitzien?’ staan centraal.

Alleen een bordje plaatsen dat dubieuze figuren van historische context voorziet, is niet voldoende, vindt Annemarie de Wildt, auteur van de Gids Slavernijverleden Amsterdam, curator van het Amsterdam Museum en medelid van het Stadscuratorium. Zij ziet het omvormen als optie of tegenwicht bieden. 

“We hebben in de stad al best veel kunstwerken die andere verhalen vertellen: twee slavernijmonumenten, beelden van Anton de Kom en Allende, het homomonument. Maar we hebben geen beeltenissen van Boni, Tula of andere leiders van slaven­opstanden. Veel verhalen over Nederlands-Indië zijn ook nog niet zichtbaar. Dan hebben we het nog niet gehad over de vertegenwoordiging van arbeidsmigranten. In Noord staat een monumentje ter herinnering aan woonoord Atatürk en dat is het wel.”

Hoogoplopende kwesties

De aanzet tot het Stadscuratorium werd ge­geven in 2016, toen hoog oplopende zaken speelden rondom kunst in de openbare ruimte. Er was protest tegen de sloop van het Slangenpand, waarmee ook de beschilderde gevel van het krakersbolwerk verdween. In de Theophile de Bockstraat verzetten bewoners zich tegen de komst van een video-installatie van Femke Schaap. GroenLinks wilde dat een stadscurator zich voortaan over dit soort netelige kwesties zou buigen. Toen het besef indaalde hoe immens de klus is, werd een gezelschap van negen uiteenlopende specialisten aangesteld.

“Vorig jaar mei hebben we kennisgemaakt met elkaar en de wethouder,” zegt architect en curator Claudia Linders, voorzitter van het curatorium. “Er is sindsdien onder andere advies ge­geven over kunst voor het nieuwe metrostation Sixhaven, een fietsroute langs beelden in de stad en het muurtje van Henk van Randwijk in het Tweede Weteringplantsoen. Bij dat oorlogsmonument ging het niet alleen om de bekende ‘Een volk dat voor tirannen zwicht’-tekst, maar ook om de achterkant van de muur, een van de weinig graffitiplekken in het centrum.”

Oplossingen verzinnen

Daarmee is aangeven hoe breed het werk van het Stadscuratorium is. “Kunst in de openbare ruimte is niet alleen een traditioneel beeld op een sokkel,” zegt Van Velsen, die wordt aangevuld door De Wildt. “We hebben laatst moeten bepalen of het mozaïekbankje aan de Marnixstraat kunst is of niet. Ja, was ons antwoord. In het geval van de Zuil van Froger, een monument voor de architect die het Noordzeekanaal heeft ontworpen, vonden we dat niet. Dat is meer een cultuurhistorisch artefact.”

Sinds deze maand heeft het Stadscuratorium ook een website. De grootste ambitie is om kunst en kunstenaars nauwer te betrekken bij de stadsinrichting. Hierin kijkt het naar inspanningen van Rijksbouwmeester Floris van Alkemade. Die schreef de afgelopen vijf jaar prijsvragen uit waarmee kunstenaars en ontwerpers werden uitgedaagd met onder anderen zorg­medewerkers en boeren ruimtelijke oplossingen te verzinnen voor complexe problemen als verduurzaming van de landbouw en vereen­zaming van ouderen. “Dat willen wij in Amsterdam ook,” zegt Linders. “Volksgezondheid, toerisme, vergrijzing: allemaal zaken die invloed hebben op de inrichting van de stad. Wij vinden dat kunstenaars daar een waardevolle bijdrage aan kunnen leveren.”

Dan moeten ze wel in een vroeg stadium worden ingeschakeld. “Nu is het vaak zo dat als een wijk af is een kunstenaar nog iets mag doen op een pleintje,” aldus De Wildt. “Wij willen betrokkenheid vanaf moment nul, nog voordat vergunningen worden afgegeven.”

Iedereen profiteert

Hoog op het prioriteitenlijstje staat de inventarisatie van alle kunst in de buitenruimte. Op de site staan nu ruim 1600 werken, maar dat is alleen gemeentelijke kunst, niet die van particulieren en bedrijven. De Wildt: “Als we eenmaal in beeld hebben wat er is, kunnen we bepalen wat ermee te doen: behouden, op een vernieuwende manier ontsluiten, afstoten, misschien ruilen met een andere gemeente of verplaatsen.”

Een groot onderwerp op de agenda is de invoering van een percentageregeling. Landelijk bestaat die al sinds 1951: 1,5 procent van de bouwsom voor Rijksgebouwen is voor kunst. Het Stadscuratorium heeft een advies in­gediend waar de gemeenteraad zich eind september over buigt. “Alleen al in de komende beleidsperio­de gaat het om een tiental projectgebieden, waarin tussen de 6 en 90 miljoen euro wordt besteed aan inrichting van de buitenruimte. Dat betekent veel geld voor kunst en veel werk voor kunstenaars,” aldus Linders.

Maar niet alleen de gemeente geeft vorm aan de stad. Daarom is het curatorium ook in gesprek met particulieren, consortia en projectontwikkelaars. “Die zijn die er nog niet altijd van overtuigd dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een wijk niet stopt bij een gebouw. Van een investering in kunst in de openbare ruimte heeft uiteindelijk iedereen profijt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden