Stadsarcheoloog vindt Romeinse munten

Het Parool
Archeoloog Jan Baart, hier in 1973 met een pelgrimsinsigne dat is gevonden bij graafwerkzaamheden voor de metro ter hoogte van de Zwanenburgerwal. Beeld Anefo/Stadsarchief
Archeoloog Jan Baart, hier in 1973 met een pelgrimsinsigne dat is gevonden bij graafwerkzaamheden voor de metro ter hoogte van de Zwanenburgerwal.Beeld Anefo/Stadsarchief

‘De geschiedenis van Amsterdam is plotseling verlegd naar een veel vroegere begindatum,’ stelde NRC Handelsblad op 20 november 1974 na de vondst door stadsarcheoloog Jan Baart van drie Romeinse munten in de metrobouwput nabij het Weesperplein. Waren de sesterties, as en de follis, variërend van de 1ste eeuw vóór tot 4de eeuw ná Christus, inderdaad van Romeinse geldspeculanten die munt wilden slaan uit het toenmalige tekort aan betaalmiddelen in het rijk? Kortom, hadden de Romeinen op weg naar hun havenfort bij Velsen ook hier voet aan wal gezet? Onzin, vond Baarts opvolger Jerzy Gawronski later: “Amsterdam bestond in die tijd nog helemaal niet.” Volgens hem waren de munten eerder verzamelobjecten uit 17de-eeuwse rariteitenkabinetten van rijke Amsterdammers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden