Plus

Staande gehouden door de politie, maar waarom?

Een kwart van alle klachten over etnisch profileren door de politie kwam afgelopen jaar uit Amsterdam. 'Het is vernederend om zomaar aangehouden te worden.'

Etnisch profileren Beeld Xaviera Altena

Niemand zal het ontkennen," zegt Anass Ulichki (42) aan de ronde tafel achter in café Wilde Westen. "Voor mij is het normaal geworden dat ik staande word gehouden vanwege mijn afkomst."

De geboren Amsterdammer spreekt met handgebaren en vertelt temperamentvol, soms lacherig, wat hem al jaren overkomt: Ulichki wordt etnisch geprofileerd door de politie. "Het is eigenlijk niet om te lachen, maar wat moet ik anders? Ja, ik weet dat de politie er is om mensen te helpen, maar bij mij gebeurt het tegenover­gestelde."

Het verhaal van Ulichki staat niet op zich. Dat bleek vorige maand, toen voor een volle zaal in de Mansveltschool in Amsterdam-West de documentaire Verdacht van Nan Rosens werd vertoond. Hierin vertellen Nederlanders over hun ervaringen met politiecontroles, waarbij hun huidskleur hen tot verdachte maakt. Na afloop discussieerden aanwezigen met onder anderen de aanwezige politieagenten op het scherpst van de snede.

Snackbar
Ulichki, een vader uit Osdorp, was twaalf jaar toen hij voor het eerst werd staande gehouden door de politie. "Ik weet nog goed dat ik op een zondag in een snackbar zat. Ik had mijn walkman op en trok me niets aan van de politieauto die voor de friettent stopte. Ineens trokken agenten me naar de politieauto. Ik begon te huilen en riep dat ik niets had gedaan."

Toen de agenten iets te horen kregen via hun portofoon, lieten ze de jonge Ulichki plotseling los. "Van de ene op de andere seconde waren ze weg en zat ik daar te trillen. Iedereen uit de snackbar keek naar me. Alsof ik de hoofdrol in een film speelde. Tja, dat was mijn eerste aanraking met de politie."

Het bleef niet bij die ene keer. "Toen ik eens met twee vrienden op de Oudezijds Voorburgwal liep, richtten meerdere agenten pistolen op mij en mijn vrienden." Uitleg kreeg Ulichki weer niet, ook niet toen hij erom vroeg. "Toen gebeurde precies hetzelfde: de agenten kregen iets te horen en dropen plots af. En weer kreeg ik geen uitleg, geen excuses."

Vooral dat laatste betreurt de Amsterdammer. "Dat zou helpen. Het gebeurde elke keer weer. Waarom? Om niets. Omdat ik niet blank ben." Toch deed Ulichki nooit aangifte. Hij ontwijkt agenten het liefst. "Het is vernederend, mensonterend om elke keer staande te worden gehouden zonder reden. Ik wil niets met ze te maken hebben. Niet in goede zin en niet in kwade zin."

Vooroordelen opzijzetten
Dat etnisch profileren een serieus probleem is, erkent de Nationale Politie. In 2018 kreeg de politie landelijk 43 klachten; een kwart daarvan uit Amsterdam. In 25 gevallen werd de klacht afgehandeld met een gesprek tussen de klager en de politiemedewerker.

Slechts één klacht werd terecht bevonden; acht keer kon er geen standpunt worden ingenomen over de gegrondheid van de klacht. Maar wat de omvang van het probleem daadwerkelijk is, weet niemand. Er zijn geen cijfers waaruit blijkt hoe vaak burgers staande worden gehouden enkel vanwege hun sociaal-culturele identiteit en niet iedereen doet aangifte.

Cultureel antropoloog en onderzoeker Sinan Cankaya deed in 2012 onderzoek naar etnisch profileren door de politie. Ook hij heeft geen cijfers, maar het probleem is in Nederland groot - en de gevolgen eveneens, zegt Cankaya. "Ik heb tientallen agenten geïnterviewd en op de achterbank gezeten tijdens patrouilles. Daaruit trok ik die conclusie." De onderzoeker ziet weinig reden om aan te nemen dat de situatie inmiddels veranderd is, omdat er nauwelijks maatregelen zijn genomen.

Discriminatie in kaart brengen
Toch werkt de Nationale Politie sinds 2012 aan een aanpak van het probleem. "We geven workshops en trainingen waar voorbeelden uit de praktijk aan bod komen," zegt Paul Gademan, politieman en de projectleider van het team dat zich in Amsterdam bezighoudt met het tegengaan van etnisch profileren. "Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van software waardoor het mogelijk is inzicht te krijgen in het aantal keer dat iemand is gecontroleerd."

Vorig jaar begon de politie een pilot waarbij alle staandehoudingen genoteerd moeten worden. Optimaal werkt dat nog niet: het is nog niet mogelijk om etniciteit in kaart te brengen, geeft Gademan toe. Daarnaast is het vaststellen van discriminatie erg complex: "Nuance is op zijn plaats bij dit onderwerp. Soms houden we iemand staande vanwege zijn uiterlijk, maar dat hoeft niet direct etnische profilering te zijn. Het kan ook zijn dat de persoon in kwestie voldoet aan een signalement."

Ook een gebrek aan communicatie bij de staandehouding kan het gevoel veroorzaken dat iemand vanwege zijn of haar etnische identiteit wordt aangesproken. "Als we niet uitleggen waarom we bijvoorbeeld mensen proactief aan de kant zetten, kunnen mensen dat zelf gaan interpreteren."

De grootste uitdaging is het trainen van politiemensen, zegt Gademan, oftewel: agenten leren hun vooroordelen opzij te zetten en enkel naar iemands gedrag te kijken. "Onze mensen moeten zich eerst bewust worden van hun onbewuste vooroordelen voor ze daartegen kunnen ­ageren. Dat is complex en heeft tijd nodig." Maar de tijd dringt, zegt cultureel antropoloog Cankaya.

"Er is internationaal ontzettend veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van een onrechtvaardige politiebehandeling. Een daarvan is een verminderd vertrouwen in het politieapparaat." Ook kan de kloof tussen politie en burgers groter worden, zegt Cankaya, met alle veiligheidsrisico's van dien.

"De onvrede over het politieoptreden kan uitmonden in protesten. Kijk naar de Black Lives Matter-beweging of, dichter bij huis, de ophef die ontstond nadat Mitch Henriquez overleed na politie-interventie. Etnisch profileren heeft allerlei kosten: psychische, sociale en maatschappelijke."

Grote gevolgen
Hoe groot die gevolgen kunnen zijn, ondervond Anis Raiss (32), die ook zijn verhaal vertelt in de documentaire ­Verdacht, aan den lijve. Tot twee jaar geleden werkte de Amsterdammer nog als politieagent, maar sindsdien zit hij thuis met posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Die liep hij op toen hij in mei 2016 onterecht werd gearresteerd door een collega-agent toen hij het politiebureau in Enschede in burger bezocht. De dienstdoende agenten geloofden niet dat hij bij de politie zat omdat hij er 'niet uitzag als een agent'. "Het heeft me vermoord vanbinnen," zegt hij timide.

Beeld Xaviera Altena

"Mijn minderjarige broertje had een afspraak gemaakt om aangifte van oplichting te doen, maar werd niet geholpen op het politiebureau," vertelt Raiss. "Ik bood hem aan mee te gaan naar het bureau. Ik weet hoe het werkt en wilde graag het verhaal van de agenten horen. Onderaan de balie stond ironisch genoeg: 'waakzaam en dienstbaar', maar daar merkte ik niets van. De baliemedewerkers weigerden met me in gesprek te gaan. Ik maakte kenbaar dat ik ook voor de Nationale Politie werk en vroeg naar de chef van dienst."

Toen de chef even later aankwam, knipte hij met zijn vingers en sommeerde hij Raiss zijn kant op te lopen. "Ik bleef zitten en gaf aan dat die bejegening onfatsoenlijk was."
Toen Raiss het bureau wilde verlaten, kwam plotseling een inspecteur de wachtruimte in. "Ik werd als verdachte gezien. Drie agenten pakten me bij de nek en sleurden me naar binnen. Ik werd onrechtmatig van mijn vrijheid beroofd."

Raiss werd overgeplaatst naar een cellencomplex in Deventer. "De inspecteur in Enschede zei: 'Ik ga er mijn best voor doen dat jouw soort niet meer bij de politie mag werken'," herinnert hij zich. "Ik heb nooit excuses gehad, maar dat zou voor mij wel uitmaken."

Raiss deed aangifte van wederrechtelijke vrijheidsberoving, belediging, mishandeling en vernieling, maar niet van etnische profilering. "Dat is geen probleem van individuen," zegt hij. "Het is een institutioneel probleem. Ik hoopte een signaal af te geven en voor de politie een gelegenheid te creëren om de mouwen op te stropen."

Beleid op de schop
Ook Cankaya ziet etnische profilering als een institutioneel probleem. "Ik gebruik vaak de metafoor dat het geen wit probleem is, maar een blauw probleem." Het is hardnekkig, zegt hij, en moet bij de wortels worden aangepakt. "Er moet worden ingegrepen in de organisatie, er moeten duidelijke juridische richtlijnen worden opgesteld, bevoegdheden moeten worden herzien en er moet opnieuw worden vastgesteld wanneer mensen nu eigenlijk gecontroleerd moeten worden.

Agenten moeten bijvoorbeeld motiveren en uitleggen waarom ze iemand staande houden. Meer agenten van verschillende afkomsten aannemen en trainingen geven is een goed begin, maar daarmee gaan we het niet redden. Een institutioneel probleem doorbreek je met institutionele in­grepen. Het beleid moet helemaal op de schop."

Dat dat lastig wordt, weet de onderzoeker. "Nog altijd wordt het probleem gebagatelliseerd door agenten. En mensen die zich kritisch uitlaten over het politieapparaat worden beschuldigd van polarisatie. "Een idiote ontwikkeling, die legitieme kritiek probeert te diskwalificeren."

De politie Amsterdam laat weten dat er op dit moment een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar de effectiviteit van de aanpak tegen etnisch profileren. Raiss is blij dat het gerechtshof heeft besloten over te gaan tot vervolging. "Nu kan ik publiekelijk mijn verhaal doen, dit voor mezelf afsluiten en beginnen aan de behandeling van mijn PTSS." Of hij ooit nog terug zal gaan naar de politie? Nee, zegt Raiss. "Ik kan de politie niet meer vertegenwoordigen. Onze relatie is geschaad."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden