Spilfiguur martelcomplex verdacht van voorbereiden liquidatie Ahmet G.

Robin van O., volgens justitie een spilfiguur achter de martelcontainers die in Wouwse Plantage zijn aangetroffen, wordt verdacht van betrokkenheid bij het voorbereiden van de moord op de Amsterdamse crimineel Ahmet G. 

Hulpdiensten op De Grote Wielen waar de aanslag op Ahmet G. plaatsvond.Beeld ANP

Volgens justitie was hij betrokken bij het maandenlang laten schaduwen van de drugshandelaar.

De oorsprong van het onderzoek naar de martelcontainers ligt in een ander onderzoek, onder codenaam 26Antigo, zo betoogden de officieren van justitie donderdagochtend tijdens een eerste inleidende zitting in de Amsterdamse rechtbank. Dat onderzoek gaat over het voorbereiden van de moord op de Amsterdamse crimineel Ahmet G., een zaak waar Robin van O. niet voor wordt vervolgd. 

In maart 2019 werd in Amstelveen een aanslag op hem gepleegd. Doordat het wapen van de schutter na de eerste schoten haperde, overleefden Ahmet G. en zijn dochter de aanslag met verwondingen aan hun benen.

Ten tijde van de moordaanslag op Ahmet G. liep er een politieonderzoek naar twee mannen die G. al een tijdlang uitvoerig aan het observeren waren. In dat onderzoek werd eind 2019 een gesprek opgenomen waarin door Patrick van M. gesproken werd over het feit dat ‘broer’ al maanden bezig was een loods te vinden. “Ik snap wel wat die daar willen doen, dat stinkt natuurlijk”. Daarop kwam de loods in Wouwse Plantage in beeld. Volgens de recherche was die mede gehuurd door Robin van O.

Het feit dat de politie er vervolgens in slaagde live mee te lezen in berichten van de versleutelde berichtenservice EncroChat vormde een katalysator het onderzoek. “De verdachten spraken in hun chats over loods 2 als ‘een soort AT-hoofdkwartier’ en er werd geopperd een echte AT-auto te stelen,” aldus een officier van justitie. “Aan alles was gedacht door de criminele organisatie. Er waren meerdere teams, zoals observatieteams, arrestatieteams en teams voor de beveiliging”

Levensgevaar

Volgens het Openbaar Ministerie was het de verdachten er om te doen: ‘meerdere slachtoffers op te sluiten, gruwelijk te bedreigen en zwaar te mishandelen’. Wie de beoogde slachtoffers waren, werd donderdag niet duidelijk. Een van de medeverdachten van Robin van O. heeft vorige week een schriftelijke verklaring afgelegd waarin hij aangaf dat de containers onderdeel waren van een ‘scam’ om een ‘opdrachtgever’ op te lichten.

Hoofdverdachte Robin van O. was in het verleden een doelwit van Ridouan Taghi. Hij is al meerdere keren door de recherche gewaarschuwd dat zijn leven gevaar loopt. In het verleden behoorde O. tot ‘de alliantie’ waarin diverse criminele groeperingen ‘en anderen’ die het geweld zat waren één front vormen tegen Ridouan Taghi.

Advocaat Sanne Schuurman van hoofdverdachte Robin van O. beklaagde zich over ‘de slordigheid’ waarmee de politie en het Openbaar Ministerie omgaan met het levensgevaar dat zijn cliënt al jaren loopt. Nu weer benadrukten de officieren van justitie in hun voordracht dat hij figureerde in een onderzoek naar de voorbereidingen van de liquidatie van drugsbaron Ahmet G. “In meerdere waarschuwingsgesprekken waarbij ik aanwezig was, is mijn cliënt gewaarschuwd dat hij levensgevaar liep en werd hem aangeraden naar het buitenland te vertrekken. Ook is hem bescherming aangeboden in ruil voor informatie,” zei Schuurman. Op dat aanbod is van O. niet ingegaan. 

Hij schetste hoe amateuristisch zo’n afspraak verloopt. “Ik word op vrijdagmiddag gebeld met een anoniem nummer door iemand van de politie die zijn naam niet zegt. We worden op een zondag ontboden in een gesloten politiebureau, zonder dat we kunnen nagaan of mijn cliënt misschien met een smoes ergens heen wordt gelokt,” zei Schuurman. “Op het bureau vertelt de rechercheur hoe hij via Google het adres van mijn cliënt en informatie over zijn familieleden en sportschool is gekomen. Als we de politie en het Openbaar Ministerie vragen die website te laten verwijderen, doen ze dat niet.”

Schuurman wil veel meer informatie uit het onderzoek, bijvoorbeeld over de doelwitten die de groep rond Robin van O. had willen ontvoeren. Vanwege de zware verdenkingen vroeg hij de rechtbank niet zijn cliënt vrij te laten.

Hoofdverdachte ‘martelcontainers’ ontkent en hekelt speculaties

Robin van O., hoofdverdachte in de strafzaak rond de ‘martelcontainers’ in Wouwse Plantage, zegt onschuldig te zijn en heeft donderdag de media opgeroepen voorzichtig te zijn met het publiceren van ‘onjuistheden en speculaties’. Dat is ‘levensgevaarlijk’ voor hem en zijn familie, stelde hij aan het slot van de eerste inleidende zitting over de zaak.

Na zijn arrestatie op 22 juni heeft Van O. (40), evenals zijn vijf medeverdachten, vooral gezwegen. Donderdag zei hij dat er nadien, mede op aangeven van het Openbaar Ministerie, tal van verhalen de wereld in zijn gebracht die niet kloppen. “Er zijn vijanden gecreëerd die niet eens bestonden,” zei van O. in zijn korte verklaring. De zaak rond de containers heeft te maken met oplichting, aldus Van O., die dat niet nader uitlegde. “Er zijn te snel conclusies getrokken.” Hij kondigde aan in een later stadium openheid van zaken te zullen geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden