PlusExclusief

Soundos El Ahmadi: ‘Als je naar Almere verhuist, geef je echt toe: ik heb het opgegeven’

Soundos El Ahmadi Beeld Erik Smits
Soundos El AhmadiBeeld Erik Smits

Comedian Soundos El Ahmadi (40) zou graag in Carré staan, dat wordt toch gezien als het hoogste. ‘Maar ik wil niet meer het spel meespelen. Ik denk dat Carré niet voor mij is weggelegd en misschien hoor ik daar ook wel niet.’

Robert Vuijsje

De vraag was wat Soundos El Ahmadi vroeger wilde worden. “Een lekker wijf. En ik moet zeggen, het is aardig gelukt. Nee, grapje.”

Op school, in de aardrijkskundeles bij Scholengemeenschap Reigersbos, nu het Ir. Lely Lyceum, vertelde El Ahmadi één keer dat ze actrice wilde worden. “Die leraar begon me uit te lachen, waar andere kinderen bij waren. Wie zou later nou naar mij willen kijken?”

“Bij onze eerste kennismaking zei hij dat ik nooit het atheneum zou afmaken, ik was net blijven zitten in 5vwo. Later zag ik hem nog één keer, in de Trekpleister. Ik heb hem gezegd dat ik nu op een avond meer verdien dan wat hij in een maand krijgt.”

De acteerplannen waren ook snel voorbij. “Alleen maar typecasting, dat gaan we niet doen. En ik moest overal een formulier invullen: gewicht, kledingmaat, bh-maat. Ik ga jou niet vertellen hoe groot mijn tieten zijn. Toen was ik 16, hè. Ik kan mijn bek niet houden, dat is mijn probleem. Overal kreeg ik te horen: jij bent te brutaal, je gaat nooit ergens komen. Nou, we hebben het gezien.”

Na een afgebroken studie theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam wordt Soundos El Ahmadi onder meer comedian, bij Comedytrain, presentator en actrice. Met vorig jaar een hoofdrol in de film Meskina, die ze zelf initieerde. “De laatste jaren wordt alles waar ik in zit een hit. Of nou ja, bijna alles.”

Artikel gaat verder onder de video

Maar eerst was er Amsterdam-Oost. Eerste Ceramstraat 12-b, achter het Javaplein. “Het was een gemengde buurt. Ik had als enige een alleenstaande moeder, die mantelpakjes droeg en geen hoofddoek. Andere kinderen zeiden: je moeder gaat naar de hel. Mijn moeder zei alleen dat je overal onwetendheid hebt.”

“Een paar jaar geleden presenteerde ik de opening van het vernieuwde Javaplein. Ik keek om me heen en dacht: waarom zag het er niet zo uit toen ik hier woonde, waarom werd het voor ons niet zo mooi opgeknapt? Hetzelfde had ik bij Roest, aan het einde van de Czaar Peterstraat, met zo’n nepstrandje. In mijn oude buurt zag ik alleen nog maar witte yuppen, ik voelde me zó ongemakkelijk. Ik zat daar met mijn eigen witte man en dacht: waar is de rest gebleven?”

“Ik wil niet een van die ouwe wijven worden die klagen dat vroeger alles beter was. Het was niet beter, je zag veel armoede. Maar Amsterdam is altijd een stad geweest met ruimte voor kunstenaars of andere mensen zonder geld, dat maakte het zo bijzonder. Over een paar jaar is dat voorbij, dan is het hier gewoon Londen. Een stad voor mensen die vinden: nu zitten wij hier, want we hebben meer geld.”

Zie je ook voordelen?

“Ik ben blij dat ik Almere heb ontlopen. Als je daarheen verhuist, geef je echt toe: ik heb het opgegeven. Ik weet dat ze in Almere heel boos worden als je dit zegt. Ik word ook boos als mensen grappen maken over dat ik te lang ben, omdat ik weet: het is zo. Zij weten ook dat het waar is. Ik was daar op de verjaardag van Anil, een jeugdvriendje uit Oost. We stapten in de auto en hij liet me beloven dat ik nooit naar Almere zou verhuizen. Hij heeft het gedaan en nu kan hij niet meer terug.”

“Maar ja, ik woon nu in de Bijlmer. Laagbouw, een eengezinswoning gekocht met een tuin, en ik weet dat over die buurt wordt gezegd: daar wil je niet dood gevonden worden. Of ze zijn bang dat ze er ook echt dood worden gevonden. Praat ik te snel, trouwens? Of te veel? Weet jij hier het antwoord op: waarom heette het de Bijlmerbajes, terwijl het niet in de Bijlmer ligt? Ik moet altijd lachen om mensen die zeggen dat ze nooit in de Bijlmer komen. De Toppers, in de Arena, of Ajax: dat is Bijlmer. Lenny Kravitz in de Ziggo Dome: ook Bijlmer. Iedereen komt hier, alleen zeggen ze dan: ja, maar dat is niet echt de Bijlmer. Dat is het wel, vriend.”

Bestaat er zoiets als Amsterdamse humor?

“Iemand op zijn plek zetten: direct, in je porum, niet achter je rug om. Als je een goeie grap maakt over mij, kan ik dat waarderen. Met mijn schoonzus, die uit Limburg komt, liep ik door de Jordaan, we konden een restaurant niet vinden. Op een bankje zaten twee mannen met van die leren jassen aan, ze hoorden duidelijk bij een motorclub.”

“Een van die mannen zegt dat hij ons wel even zal brengen, stap maar in de auto. Hij pakte zijn sleutels al. Ik zeg: ben je gek of zo? Als je aan een kind zou vragen om een boef te tekenen, maakt hij een plaatje van jou. Kijk hoe je eruitziet – denk jij dat ik bij jou in de auto stap? Dan kom ik er zwanger uit, of dood. Die mannen gingen allebei stuk. Mijn schoonzus begreep niet dat ik zo tegen ze durfde de praten.”

Hoe is de hiërarchie tussen Amsterdamse theaters?

“De Kleine Komedie is voor de grachtengordel, deftig. Of tenminste, dat willen ze uitstralen. Bij de Meervaart programmeren ze goed, zodat er mensen uit de buurt komen. Daar lachen ze harder, net als in Theater Zuidplein in Rotterdam. Ander publiek, minder wit.”

“Carré wordt gezien als het hoogste. Je moet een route doorstaan om daar te mogen spelen. Eerst twee weken in de Kleine Komedie. Het zijn machtsspelletjes met impresariaten en witte heteromannen die vinden dat zij kunnen bepalen wat kwaliteit is, namelijk andere witte heteromannen. Ja, er bestaan uitzonderingen, zoals Najib Amhali. Maar dat is er één en dan vinden ze het wel weer genoeg. Net zoals bij de tv wordt gezegd: maar jullie hebben toch Humberto?”

“Ik denk dat Carré niet voor mij is weggelegd en misschien hoor ik daar ook wel niet. Misschien kan ik beter een week in Paradiso staan, dat past beter bij me. Natuurlijk zou ik met mijn show in Carré willen, maar ik wil niet meer het spel meespelen. Bij tv, film of theater, overal hoor ik: ja, maar dit is nu eenmaal hoe we het hier al vijftig jaar doen. Het interesseert me niet, ik wil het niet meer horen.”

“Als ik daarnaar had geluisterd, naar die verhalen over hoe we het hier nu eenmaal doen, had ik nooit een carrière gehad. Ik ben altijd een pionier geweest, die iets wilde doen wat nog niet eerder was gedaan, maar ik zat helemaal niet te wachten op die rol. Ja, Najib was er al, maar dat is ook gewoon een kerel.”

En Toomler?

“Dat is echt de moeilijkste plek, het hardste podium. Niemand komt voor jou, je maakt gewoon deel uit van de line-up van Comedytrain. Je staat daar en je weet dat alle franje wegvalt, je moet goed zijn, en grappig. Negentig minuten voor duizend man in een groot theater, die speciaal voor jou zijn gekomen: dat is makkelijker dan tien minuten in Toomler.”

“Daarom durven een aantal grote sterren van Comedytrain niet meer terug te komen naar Toomler. Ze weten: grote kans dat ik word weggespeeld door een onbekende, door een beginner. En ze weten ook dat wij weten dat zij om die reden niet meer durven te komen. Ik ga geen namen noemen, dat vind ik niet aardig voor hun gezinnen. Verder kan ik zeggen wat ik wil, een collega heeft nog nooit iets voor mij gedaan, ik heb het allemaal zelf moeten doen.”

“Het is net als met die verhalen die werden opgehangen over: ik wil niet optreden als er alleen mensen naar binnen mogen met een QR-code. Het is bullshit, dat wordt gewoon gezegd door mensen die geen show hebben, als een excuus. En voor wat? Om status te krijgen bij een doelgroep die toch niet naar het theater komt?”

De stad van... Soundos El Ahmadi

Echt Amsterdams

“Als ik grappen maak en spontaan ben. Ik zit met vrienden op een terras en die zijn me ineens kwijt omdat ik bij andere mensen aan tafel ben gaan zitten.”

Accent

“Het gaat alle kanten op. Hoe later het ’s avonds wordt, hoe meer het plat Amsterdams erdoorheen komt.”

Randstad versus provincie

“In Rotterdam wordt weleens gevraagd: wat doe jij hier, je bent toch Amsterdams? Ik kan daar niet zoveel mee. Die hele gedachte dat het iets betekent, de stad waar je uit je moeder bent gekomen. Dat je een andere stad zou moeten haten of zo, waar slaat dat op?”

Huur of koop

“Je moet blij zijn met een dak boven je hoofd. En je wordt toch wel altijd genaaid. Ook bij koop: het betekent alleen dat je een lening hebt bij een bank die in het buitenland bij vieze zaakjes betrokken is. Je maakt sowieso deel uit van iets naars.”

Rust en drukte

“Rust is wandelen bij de Gaasperplas. Ik begin een oud wijf te worden dat van wandelen houdt. Die gekke vrouw die in haar eentje loopt en, luisterend naar een podcast, vanuit het niets hardop begint te lachen. Drukte was vroeger de stad ingaan na een optreden, nog helemaal vol adrenaline.”

CV

Soundos El Ahmadi (Amsterdam, 1981) is de eerste Nederlandse vrouwelijke comedian met een eigen Netflix-special. Haar laatste theaterprogramma, waarmee ze nu weer op tournee is, heet Comeback Kid. De speellijst staat op soundos.nl. Vanaf 28 maart speelt ze in de nieuwe wekelijkse VPRO-comedy Seef Spees.

Robert Vuijsje.  Beeld Erik Smits
Robert Vuijsje.Beeld Erik Smits

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat? vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 8. Eerder interviewde hij zijn oude basisschoolleraar Ronald Sanders, Stephanie Archangel, conservator van het Rijksmuseum, Cliff en Polo Chan van restaurant Nam Kee, ondernemer Mohamed Mahdi en acteurs Jeroen Krabbé, Dilan Yurdakul en Walid Benmbarek. Lees hier ons interview met Robert Vuijsje over zijn serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden