Plus

Snottebellenbeleid zet ouders en basisscholen in een lastige positie: ‘Ik ben ten einde raad’

Is het een snotneus door een huilbui, vanwege het koude weer of toch door corona? Het ‘snottebellenbeleid’, waardoor kinderen met milde verkoudheidsklachten van school en opvang moeten wegblijven, legt extra druk op de basisscholen en de ouders. ‘Mijn kind moet naar huis, maar ik moet werken.’

Dionne van Lint
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

“Ik moet nu gaan beoordelen of iets een snotneus is, en of een kind te vaak niest. Daar moet ik helemaal niet mee bezig zijn,” zegt Cordula Rooijendijk, directeur van de 8e Montessorischool in Zeeburg. Leraren komen met snotterende kinderen naar haar toe en na overleg worden de ouders gebeld om het kind op te halen. “Ik vraag me vaak af: weten de mensen die dit beleid hebben bedacht wel hoe het werkt op een basisschool?”

Ook Sebastiaan van Huet, directeur van de Lukasschool in Osdorp, kampt met het probleem van de onzekerheid van een snotneus. “Het is lastig, vooral als het een kind betreft dat in deze tijd van het jaar gewoon snotterig is. Ik ben geen arts.”

Het snottebellenbeleid, dat vorige week vrijdag op de persconferentie van premier Rutte en minister De Jonge nieuw leven is ingeblazen nadat het in juli was afgeschaft, zorgt ervoor dat veel basisschoolklassen ‘onhandig klein’ worden. Kinderen met een snotneus of andere milde verkoudheidsklachten moeten thuis afwachten op een negatieve uitslag van de GGD-test, pas daarna mogen ze weer naar school. Maar de uitslag komt pas na een of twee dagen. Ondertussen missen ze onderwijs en moeten ouders halsoverkop zorgen dat ze hun kind thuis op kunnen vangen.

Zelftesten

“Ik ben ten einde raad,” zucht William Ytsma. Zijn zoontje, dat op Daltonschool De Meer in Watergraafsmeer zit, werd dinsdag naar huis gestuurd vanwege een hoestje. Ytsma heeft zijn zoontje met een zelftest meerdere keren negatief getest, maar dat accepteert de school niet. “Ik heb nu een huilend kind thuis zitten dat graag naar het sinterklaasfeest op school wil, maar hij mag niet.”

Volgens Ytsma was de GGD telefonisch te druk om een afspraak te maken. “Als we zo wel terechtkunnen bij de GGD, moet ik hem van school om de twee dagen laten testen, zelfs als de klachten niet verergeren. Terwijl mijn vrouw en ik ondertussen ook moeten werken.” Donderdagmiddag maakte het ministerie bekend dat zelftesten bij milde klachten voldoende zijn, scholen kunnen hun beleid daarop aanpassen.

Rooijendijk erkent dat het ophalen en thuishouden van kinderen lastig is voor ouders. “We vragen al veel van ouders, en nu helemaal. We tonen begrip voor hun frustratie, maar wij hebben het beleid niet gemaakt.”

Last-minute oppas

Bij de naschoolse opvang kunnen kinderen die niezen of een snotneus hebben ook niet terecht. Dus bellen ouders vaak last-minute een oppasbureau. “De aanvraag stijgt enorm. Ik krijg veel belletjes met: We hebben binnen een uur een oppas nodig, want mijn kind moet naar huis maar ik moet werken,” vertelt Korall Koornstra, oprichter van Korall’s Kids Care.

Jasmijn Kok, medeoprichter van Nanny Nina, merkt ook de paniek. “Een ouder belde mij vanochtend dat zijn kind boos was en een huilaanval had gekregen, waardoor ze een loopneus had. Ze hadden ons als back-up gebeld, omdat ze zoveel stress hadden dat hun kind niet naar school zou mogen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden