Plus

Sjonny W.: onschuldige schilder of drievoudige moordenaar?

Drie verslaafde jonge vrouwen hadden seks met huisschilder Sjonny W. uit Amsterdam-Zuidoost, waarna ze verdwenen of vermoord werden teruggevonden. Veranderde hij na drank en coke in een beest? De rechtbank zet zich vanaf dinsdag aan die vraag.

Sjonny W. Beeld Sjoukje Bierma

Hij heeft een sterke hang naar de zelfkant, naar de marges van de samenleving waar gewoon is wat anderen absurd vinden. Naar de vrouwen met kapotte levens en getroebleerde karakters die naar hem trekken, ook omdat hij ze drugs levert tegen betaling in natura.

Overdag was Sjonny W. (46) een doodnormale huisschilder en klusjesman, maar ’s nachts was in zijn woningen in Amsterdam-Noord en, uiteindelijk, Zuidoost weinig normaal. Met de verslaafde vrouwen die hij aantrok, snoof én rookte hij cocaïne – wat extreem verslavend is – dronk hij sterke drank en had hij seks.

Daarna verdwenen ze.

Sabrina Oosterbeek, Mirela Mos en Monique Roossien: allemaal zag W. ze, volgens justitie, als laatste in leven. Mos en Roossien werden dood gevonden, Oosterbeek is nog vermist.

Het Openbaar Ministerie ziet een bedenkelijk patroon en brengt Sjonny W. vanaf dinsdag voor de rechter voor de moord op de drie jonge vrouwen, verspreid over veertien jaar, in een proces waarvoor drie dagen zijn gereserveerd.

Zijn advocaten Maarten Pijnenburg en Nancy Dekens zullen bepleiten dat niets is wat het lijkt, en dat elk hard bewijs ontbreekt. Sjonny W. heeft de rechters beloofd hun vragen te zullen beantwoorden. In ronkend Amsterdams, want zijn Duitse wortels zijn alleen wortels.

Wie is Sjonny W., en hoe zit het met zijn zaak?

Handige jongen

Velen kennen hem vooral als handige jongen. Aardig ook wel. Type joviale Amsterdammer. De veertiger die de rechtszaal binnenwandelt, kan de buurman zijn. Stevige bordeauxrode stappers, spijkerbroek en turquoise overhemd, rossige haardos en een baardje van een paar dagen. ‘Normaal postuur’, zou de politie noteren.

Hij wordt op 29 november 1972 geboren in het Duitse Rijnstadje Emmerich am Rhein, vijf kilometer van de Nederlandse grens, uit een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Zijn ouders scheiden en als dreumes verhuist hij met zijn moeder naar Nederland. Vanaf 1974 woont hij in Amsterdam en omgeving. Zijn moeder hertrouwt twee keer en krijgt nog twee kinderen.

Hij is schilder, maar ook een gediplomeerd dakdekker en breed inzetbaar in de bouw. Als zzp’er verhuurt hij zich aan wie hem kan gebruiken. Bovendien heeft hij een koksopleiding. In het Huis van Bewaring in Zaanstad en in het Pieter Baan Centrum zijn ze idolaat van zijn kookkunsten. Hij weet alles van verfijnde gerechten, maar de roti sambalkip is zijn specialiteit. In Zaanstad verzorgt hij het kerstdiner en wordt hij geroemd om het perfectionisme waarmee hij de rechttoe rechtaan kruidenierswaren uit de gevangeniswinkel tot lekkernijen weet te bewerken – bijvoorbeeld door ongeschikt deeg net zo lang te vijzelen en kneden tot er loempia’s van zijn te rollen.

Altijd hosselend

Zijn reputatie als allemansvriend is moeilijk te rijmen met het naargeestige strafdossier dat de recherche tegen hem heeft gebouwd. Dat is een vergaarbak van deerniswekkende ellende voor vrouwen die toch al weinig had meegezeten in hun jachtige, beklemmende levens in de rafelranden van de stad. Ze verdwenen zoals ze leefden: als schimmen.

Het beeld dat rijst uit het rechercheonderzoek is niet zozeer dat van de klassieke seriemoordenaar voor wie hij in sommige media versleten is. Van een uitgekiend vooropgezet plan om slachtoffers te maken lijkt ook volgens de opsporingsdiensten geen sprake.

Justitie vermoedt dat het helemaal kan misgaan als hij in een bepaalde gemoedstoestand veel drank en cocaïne gebruikt en er iets voorvalt waardoor hij doordraait. Hij is sinds 1997 een meer dan stevige drinker en is rond 2000 naar eigen zeggen ook cocaïne gaan gebruiken.

Het onderzoek onder codenaam 13Darien komt op gang als de 30-jarige Sabrina Oosterbeek in de nacht van 7 op 8 maart 2017 verdwijnt. Haar drugsverslaving en haar opgejaagde leven, ook door een borderlinestoornis, hebben haar lichaam gesloopt. De tengere Oosterbeek vertrekt ’s nachts uit de flat van haar vriend in Geldershoofd, Zuidoost, om haar fiets te verkopen. Hosselend als altijd, om aan drugs te komen. Opmerkelijk: ze laat haar bankpas en identiteitskaart thuis, terwijl ze de volgende dag haar zorgtoeslag verwacht. Niets voor een verslaafde, niets voor haar. Vreest ze buiten al onheil en laat ze haar schaarse bezittingen daarom maar achter?

Wilde nacht

Ze heeft Sjonny W. gebeld, stelt de recherche vast, en gaat naar zijn zolderkamer aan de Mije­hof een stukje verderop in de Bijlmer. Ze komt al jaren bij hem. Soms brengt haar bezorgde moeder haar, als ze weer heel hard drugs nodig heeft, en probeert zich buiten wachtend niets voor te stellen bij wat binnen gebeurt.

W. erkent een wilde nacht met Sabrina te hebben gehad, doortrokken van drugs en seks. Op bewakingsbeelden is te zien dat hij daags na haar verdwijning haar fiets naar de Karspeldreef rijdt, verderop in Zuidoost, om die daar zonder slot achter te laten en het openbaar vervoer terug te nemen.

Sabrina Oosterbeek. Ze verdween in de nacht van 7 op 8 maart 2017 in Zuidoost. Haar lichaam is nooit gevonden.

Op 27 juni 2017 wordt hij gearresteerd. Hij weerspreekt met klem dat hij Sabrina heeft vermoord. Haar lichaam wordt niet gevonden, ondanks uitgebreide zoekacties, ook door ploegen van de mobiele eenheid en groepen duikers, waarbij delen van de Gaasperplas en de Waterkant in Diemen worden uitgekamd.

Zonder het te weten is W. voor de verdwijning van Oosterbeek al de belangrijkste verdachte in een gecombineerd coldcaseonderzoek naar de gewelddadige dood van twee andere verslaafde vrouwen. Dat in 2016 begonnen onderzoek was nog niet zo voldragen dat het al tijd was voor zijn arrestatie.

Escortprostituee

De recherche heeft allereerst het stof geblazen van een oud dossier waarin W. ook al een enigszins vergelijkbare rol speelde – al is hij toentertijd formeel alleen als getuige verhoord.

Die zaak draait om de 30-jarige Roemeense Mirela Mos, een blondine die zich rond de millenniumwisseling voornamelijk in de escort prostitueert. W. heeft een soort van relatie met haar. Ze pendelt, geregeld samen met haar broer, tussen Roemenië en Nederland omdat ze hier geen verblijfsvergunning krijgt.

Ze is op vrijdag 5 november 2004 weer naar Nederland gekomen. De volgende dag heeft ze een afspraak met W. in zijn toenmalige appartement aan het Spreeuwenpark in Amsterdam-Noord, in de Vogelbuurt achter het IJplein.

Hij vertelt de politie dat ze die avond hebben gekletst en met elkaar naar bed zijn geweest. Ze hebben onbeschermde seks, wat verklaart dat zijn sperma op Mos’ lichaam zal worden gevonden. Hij zegt haar overigens niet te hebben betaald, want hij betaalt haar nooit voor seks. De volgende dag staat ze volgens hem vroeg op en vertrekt.

In stukken gekliefd

Negen dagen later, op 15 november 2004, doet een medewerker van de milieupolitie een gruwelijke ontdekking. In vijf pakketten van vuilniszakken die in een plantsoentje in de Wamelstraat in Zuidoost bij een boom zijn gedumpt, zit een in stukken gesneden lichaam. Het blijkt van Mos.

Hoewel haar lichaam zwaar is verminkt, concludeert de patholoog uit de sectie dat ze waarschijnlijk op haar hoofd en in haar gezicht is geslagen en is gewurgd. In de vormelijke termen van het sectierapport: ‘Bij Mirela Mos, oud dertig jaren, waren de sectiebevindingen verenigbaar met verstikking als oorzaak van het intreden van de dood.’

In de knoop in de zak met haar benen zit dna van haarzelf, van W. en een onbekende derde – zo stelt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in 2016 vast aan de hand van verbeterde technieken voor dna-onderzoek. Dat wordt een cruciaal bewijsstuk, waarover later meer.

Buren zeggen dat ze W. kort voor de vondst van de lijkdelen op de gang met vuilniszakken hebben zien zeulen. Een ex zegt dat op zijn balkon in de dagen na Mos’ verdwijning stinkende vuilniszakken stonden. Ze zegt ook dat hij in die periode de vloerbedekking van zijn slaapkamer heeft weggehaald en dat de badkamer eerder niet rood was geschilderd, zoals na de vermissing.

Heeft hij haar lichaam daar in stukken gekliefd?

Barrel uit Roemenië

In een interview met televisieprogramma Tros Vermist uit 2004 toont een jonge Sjonny W. zich onbewogen, in zijn Versace Jeans-joggingtrui gezeten voor het bamboe rolgordijn in zijn flat. Hij begrijpt dat mensen hem als verdachte zien, antwoordt hij de interviewer. “Daar kan ik me wel wat bij voorstellen, ja. Ik bedoel, ze is toch als laatste bij mij geweest?” Maar nee, hij heeft niets met haar dood te maken.

De politie heeft grote moeite bruikbare getuigen te vinden in het schimmige en duistere wereldje. Mos had vluchtige seks met velerlei mannen en in het geharde circuit van prostituees, verslaafden en dealers is praten met de politie niet populair.

Mirela Mos. Haar verminkte lichaam wordt in november 2004 in Zuidoost gevonden.

Op Mos’ string wordt ook sperma gevonden van een andere man. Hij heeft als getuige tegen de politie gezegd dat hij smoorverliefd op haar was, maar geen seks met haar heeft gehad.

Weer een ander, uit de Verenigde Staten, had kort voor haar dood ook contact met Mos. Hij wil al die jaren later alleen meewerken aan dna-afname door de Amerikaanse autoriteiten als hem immuniteit wordt beloofd. Dat hoeft overigens niet per se een aanwijzing te zijn dat hij iets met Mos’ dood te maken heeft: in de Verenigde Staten is de overheid minder terughoudend met dna dan in Nederland, dus misschien vreest hij er via zijn celmateriaal aan andere misdrijven te worden gekoppeld.

Ook de pogingen tot een videoverhoor lopen vooralsnog op niets uit – al houden W.’s advocaten nog vast aan hun verzoek de Amerikaan alsnog in het onderzoek te betrekken.

‘Stille getuige’

Behalve het dna-spoor in de knoop in de vuilniszak is er nog een belangrijke ‘stille getuige’. Die komt uit de blauwe Daewoo Kalos waarmee Mos naar Nederland is gekomen. Dat barrel mocht in Nederland op enig moment de weg niet meer op. Mos kocht het van een schade­bedrijf en een kennis knapte het in Roemenië op.

Op 22 november 2004, een week nadat Mos in stukken is gevonden, doet de technische recherche onderzoek in de auto, aangetroffen in de Johan Coussetstraat in Diemen. Met tape wordt een stuk bekleding van de achterbank bemonsterd, plus een mat achterin.

Aanvankelijk leveren de monsters niets bijzonders op, omdat het met de toenmalige techniek van het NFI bar weinig zin heeft dergelijk materiaal in te sturen. Het is veiliggesteld voor de zekerheid – voor als een coldcaseteam zich ooit aan de zaak zou zetten, bijvoorbeeld.

Dat blijkt een verstandig besluit.

Het coldcaseteam dat Mos’ zaak vanaf 2016 onderzoekt, stuurt de tape wél in naar het NFI, dat inmiddels veel moderner en geavanceerder onderzoek kan doen. Nu vinden de deskundigen een minuscuul beetje ‘botanisch materiaal’ (plantenresten) met daarop minieme bloed­spoortjes.

Die geven het onderzoek een onverwachte wending. Het bloed is niet van Mos of van haar mogelijke moordenaar, zoals een logische kans geleken had, maar matcht met dat van… de in 2003 vermoorde Monique Roossien.

Die vondst opent een nieuw hoofdstuk.

Traumatische jeugd

Roossien is een aan heroïne verslaafde prostituee uit het Groningse Sappemeer, die met veel drugs probeert te ontsnappen aan haar traumatische jeugd, waarin ze het probleemkind was tussen haar drie (half)zussen. Ze is veroordeeld voor diefstal, maar ook voor een overval op een taxichauffeur, met een stroomstootwapen.

Ze tippelt sinds 2001 in Amsterdam, onder meer op de toenmalige tippelzone aan de Theemsweg in het Westelijk Havengebied. De valentijnskaart die ze haar lievelingszus begin 2003 stuurt, is haar laatste levensteken. Haar verslaving en haar hectische leven laten van haar lichaam weinig over. Ze weegt uiteindelijk nog maar 40 kilo.

Monique Roossien. Zij wordt in april 2003 vermoord aangetroffen op de Uitdammerdijk langs het IJmeer in Noord.

Een fotograaf vindt haar ontklede, verminkte lichaam op 27 april 2003 in foetushouding op de kade van de Uitdammerdijk langs het IJmeer in Amsterdam-Noord. Ze is zo zwaar toegetakeld dat ze nauwelijks is te herkennen. Ze is letterlijk doodgeslagen – één van de vele klappen met een zwaar voorwerp heeft haar schedel gebroken en haar hersenen fataal beschadigd.

Pas als haar vingerafdrukken door de politiesystemen zijn gehaald, staat haar identiteit vast. Ze lijkt op een andere plek te zijn vermoord en aan de waterkant te zijn gedumpt, als oud vuil.

Spermaspoor

Op haar lichaam zit een spermaspoor. Het dna matcht, dan al, met dat van Sjonny W. Maar ja, dat is zeker in de prostitutiescene geen bewijs dat híj haar heeft omgebracht. Toch, de link tussen Mos en Roossien is hoogst intrigerend. De recherche heeft een derde zaak. W. lijkt de enige link tussen de vermoorde vrouwen.

Als het team een uitvoerige tijdlijn maakt van alle bewegingen van Mos’ auto, en de mogelijke betrokkenen daarbij, blijven maar drie relevante personen over die enigerlei verband met de Daewoo hebben: Mos, Roossien en Sjonny W.

Die laatste zegt geen idee te hebben hoe dat bloed van Roossien in Mos’ auto is gekomen. Hij zegt daar één keer kort in te hebben gezeten: toen ze klem stond tussen twee andere auto’s en Mos het uitparkeren zelf niet aandurfde.

In de auto zitten weliswaar allerlei sporen die naar anderen leiden, in Roemenië en Nederland, maar geen van die personen lijkt iets met de moorden op de vrouwen te maken te hebben.

Op de achterbank staat een mysterieus plastic kratje dat niet van Mos lijkt te zijn. ‘Spijkers en schroeven’ is met viltstift op een sticker geschreven. De voornoemde ex zegt dat W. zulke kratjes had, maar herkent zijn handschrift niet. Spijkers en schroeven passen bij zijn werk, maar het is zo’n dertien-in-een-dozijn kratje zonder W.’s sporen dat het maar wordt vernietigd – tot teleurstelling van W. en zijn advocaten.

Als hij in 2004 als getuige wordt verhoord over Mos, legt W. een uitgebreide verklaring af. Later, na zijn arrestatie in 2017, zwijgt hij vooral.

Dat vindt de recherche verdacht, maar zijn advocaten Pijnenburg en Dekens zeggen het goed te kunnen verklaren. Als oude zaken zo veel jaar later ineens weer voor je voeten worden gegooid, kun je eenvoudig dingen door elkaar gaan halen, redeneren zij.

Het menselijke geheugen is al in zoveel zaken feilbaar gebleken. Vandaar het aanvankelijke advies te zwijgen.

Schakelbewijs

W. wordt door het coldcaseteam opnieuw en indringend verhoord over alle verdenkingen. Hij wordt geregeld voor drie dagen ‘gelicht’ uit het Huis van Bewaring, voor intensieve verhoorsessies waarin de rechercheurs de druk hoog opvoeren.

Eind 2017 is hij zwaar depressief. Hij kan het niet verkroppen dat medegedetineerden ’s nachts op hun deuren bonken en hem uitschelden voor seriemoordenaar. Op 24 november doet hij een zelfmoordpoging. Hij snijdt in zijn polsen en liezen. Het duurt gevaarlijk lang voordat bewaarders hem opmerken, maar hij kan nog worden gered.

Zijn wilde leven is inmiddels minutieus in kaart gebracht. Hij heeft héél vaak seks gehad met heel veel vrouwen. Dat zijn lang niet allemaal verslaafde vrouwen. Hij heeft ook redelijk bestendige relaties met gezonde vriendinnen. Sommigen zien in hem een charmante verschijning.

Vanuit het perspectief van justitie bezien, zit de kracht van het lijvige strafdossier in het zogeheten ‘schakelbewijs’: de dossiers over de drie vrouwen schetsen, om met juristen te spreken, ‘in onderling verband en samenhang bezien’ sterk het beeld dat Sjonny W. er steeds was op het cruciale, laatste moment voor hun dood.

Over het technische bewijs zal in het proces veel worden gedelibereerd. Dat dna in het ‘mengprofiel’ in die knoop in de vuilniszak waarin lichaamsdelen van Mirela Mos zaten, blijft onderwerp van debat.

Mysterieuze derde bron

De advocaten koesterden lang de hoop dat deskundigen in ‘een onderzoek op activiteiten­niveau’ zouden kunnen inschatten via wat voor handeling het dna in de knoop is gekomen. Dat zou wat zeggen over de mogelijkheid dat W.’s lichaamsmateriaal via via op de zak kan zijn gekomen, dus niet tijdens het dichtknopen.

Voor een dergelijk onderzoek is een concreet alternatief scenario nodig, waarvoor de recherche noch de verdediging voldoende aanknopingspunten kan leveren. Dus valt niets wetenschappelijk te onderzoeken, is de uiteindelijke conclusie.

Beeld Laura Van Der Bijl

Blijft over de vraag wie de mysterieuze derde ‘bron’ in het mengspoor is, en of die onbekende donor misschien wat met de moord heeft te maken. Van vele mannen is dna afgenomen – van medewerkers van de groenvoorziening via personeel van het mortuarium tot vrienden, kennissen en vage Nederlandse en Roemeense relaties van Mos, maar een match is uitgebleven.

De rechters zullen moeten bepalen welke waarde aan het spoor moet worden gehecht. De advocaten vinden het zwak, zeker vergeleken met dna-matches die in andere strafzaken sleutelbewijs vormen. Een getuige-deskundige is het daarmee oneens. De wetenschapper kan zien dat aanvankelijk meer dna op de knoop moet hebben gezeten. Als na ongeveer twaalf jaar nog een dna-match van deze sterkte is vast te stellen, moet het aanvankelijke spoor dus juist sterk zijn geweest, redeneert justitie.

Vervolgens melden zich gaandeweg het onderzoek twee veelbesproken getuigen. Zij zeggen dat W. hen min of meer heeft opgebiecht dat hij Sabrina Oosterbeek heeft weggemaakt.

Eerst klopt de 33-jarige crimineel S.T. aan met volgens hem belangrijke informatie. Hij zit dan in voorarrest voor een fors aantal diefstallen, waarvan zeker één met geweld, begin 2017. Als de rechtbank hem daarvoor veroordeelt, zal hij mogelijk ook nog een oude straf uit 2016 moeten uitzitten, voor diefstallen en oplichting – waarbij hij zich steeds heeft voorgedaan als politieman. Justitie sluit een deal: als hij bruikbare informatie levert, zal de aanklager in zijn zaak mildere straffen eisen.

Deze T. zegt dat hij Sjonny W. op 5 april 2017 – een maand na de verdwijning van Oosterbeek – is tegengekomen bij een brug in de H-buurt van de Bijlmer, vlak bij de flat Hoogoord. W. zou hebben gezegd dat het ‘is geregeld met Sabrina’. “Ze vinden haar nooit meer.”

W.’s raadslieden benadrukken dat we hier te maken hebben met een veroordeelde oplichter. Wat hij vertelt over de omstandigheden in het Huis van Bewaring, klopt op onderdelen aantoonbaar niet.

Vervolgens komt een 48-jarige medegedetineerde met zijn verhaal. De Nederlander wacht in het Huis van Bewaring op zijn overlevering aan Noorwegen voor een drugszaak.

Hij vertelt het met W. tijdens het koken te hebben gehad over het nieuws dat naar Oosterbeeks lichaam werd gezocht. Ze zouden hebben besproken hoe je zo’n slachtoffer zou moeten dumpen. W. zou hebben gezegd dat hij Oosterbeek in de Gaasp heeft laten glijden – het riviertje op de grens van de Bijlmer en Driemond.

Drama en treurnis

Volgens Sjonny W. en zijn advocaten zijn die getuigen noch hun verhalen serieus te nemen. Hun beweringen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn, stellen de raadslieden. Op de plekken die zij aanwezen, is Oosterbeek bovenal niet gevonden.

Sjonny W. heeft via zijn advocaten laten weten erg te hopen op ‘een eerlijk proces’, hoewel hij zich moet verweren tegen een dossier vol drama en treurnis. Hij hoopt ‘zijn onschuld aan de rechters te kunnen overbrengen’.

Hij en zijn advocaten zijn het bepaald niet met justitie eens dat alle lijntjes naar mogelijke andere daders voldoende zijn onderzocht.

Maarten Pijnenburg: “Dit hele proces ademt de sfeer: Sjonny is de dader. Of dat zo is, is maar de vraag.”

Zijn kantoorgenoot Nancy Dekens: “Het is niet onze taak vast te stellen wie betrokken zijn bij de dood van Mos en Roossien, of bij de vermissing van Oosterbeek. Onze taak is de rechtbank ervan te overtuigen dat Sjonny niet degene is die deze gruwelijke delicten heeft gepleegd. Wat in zijn richting wijst, kunnen we allemaal weerleggen. Dat geldt per zaak afzonderlijk, maar ook wanneer alle dossiers in onderling verband worden beschouwd. Het is vooral veel rook, maar weinig vuur.”

Seriemoordenaar?

Áls de rechtbank Sjonny W. zou veroordelen voor het ombrengen van de drie vrouwen, maakt hem dat een seriemoordenaar?

Dat wordt snel een semantische discussie, maar de term lijkt ongepast. De klassieke, geslepen seriemoordenaar heeft het tot zijn missie gemaakt een reeks slachtoffers te maken, vaak van hetzelfde type.

Het beeld dat uit de dossiers in de zaak met codenaam 13Darien oprijst, is eerder dat van totaal ontspoorde, van drank en drugs doortrokken nachten. Juridisch gezien is het ook maar de vraag of justitie ‘moord’ kan bewijzen – met voorbedachte raad dus. De dader kan ook in een opwelling hebben gehandeld: doodslag.

De zaak tegen Sjonny W. is van een in Nederland uitzonderlijke omvang.

Vooral de zaak rond Albert B. uit Schiedam (59) is enigszins te vergelijken. Hij kreeg in oktober 18 jaar voor het verkrachten en vermoorden van een prostituee en een dakloze vrouw in Rotterdam eind jaren negentig, in een zaak waarin hij aanvankelijk met nog drie moorden op prostituees in verband was gebracht.

De zaken van misschien de beruchtste seriemoordenaar van Nederland, Willem van Eijk, ‘Het beest van Harkstede’, zijn niet met deze te vergelijken, hoewel sommige van zijn slachtoffers prostituees waren. Van Eijk droomde van het verkrachten en vermoorden van vrouwen en maakte zijn dromen waar. Hij kreeg in 2002 levenslang voor het ombrengen van vijf vrouwen, maar is aan meer slachtoffers gelinkt.

Stefanie Blijd

In het onderzoek naar Sjonny W. is ook Stefanie Blijd (28) zijdelings betrokken – een verslaafde prostituee van Duitse komaf die sinds 2005 in Amsterdam woonde en een kennis was van Sabrina Oosterbeek. Hoewel W. in verhoren foto’s van Blijd zijn getoond, is hij nooit als verdachte van haar verdwijning aangemerkt. Valentijnsdag 2011 zou ze vanuit haar huis in De Pijp naar de methadonpost in de Valckenierstraat gaan, achter het Weesperplein, en daarna naar een vriend in de Bijlmer. Ze kwam op geen van beide plekken aan en is nooit meer gezien. Toen zij verdween, had W. overigens een vaste relatie.

‘Antisociale persoonlijkheidsstoornis’

Inmiddels is Sjonny W. door meerdere psychologen en psychiaters onderzocht.

Hoewel de psycholoog rapporteerde dat W. ‘niet het achterste van zijn tong had laten zien’ en zijn bevindingen daardoor maar ‘schraal’ waren, gaat hij uit van een persoonlijkheidsstoornis ‘met antisociale trekken’. W. leidde ‘een structureel rommelig leven’ en had tot zijn ­arrestatie problemen met alcohol en drugs.

De psychiater bevestigde dat oordeel in grote lijnen.

Ook omdat W. in uitvoerige gesprekken over zijn levensverhaal helemaal níets vertelde over de verdwijning van Mirela Mos – die in 2004 toch hoe dan ook impact moet hebben gehad – is hij recent ook nog onderzocht in het Pieter Baan Centrum.

Dat heeft een rapport van 102 pagina’s afgeleverd. Daarin wordt ‘een antisociale persoonlijkheidsstoornis’ beschreven en wordt gesteld dat W. ‘trekken heeft van psychopathie’.

Omdat ze te weinig inzicht hebben in W.’s functioneren vlak voor de misdrijven, onthouden de deskundigen zich van een advies over het al dan niet opleggen van tbs. Dat W. ontkent, speelt mee.

De officieren van justitie kunnen overigens alsnog om tbs vragen en houden die optie in de aanloop naar het proces uitdrukkelijk open.

De rechters kunnen zo’n terbeschikkingstelling zelfstandig opleggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden