Plus

Situatie bij vluchtelingen in Oost is stuk minder vrolijk dan het lijkt

In Amsterdam-Oost zijn 45 vluchtelingen opgevangen die nergens anders terechtkunnen. Geld voor dekbedden of eten is er echter niet. ‘We weten nog niet hoe we de boodschappen van volgende maand gaan betalen.’

(Vlnr) Mehari, Aman en Makele willen asiel aanvragen in Nederland. Beeld Lin Woldendorp

Op de eerste verdieping van het pand in het Amstel Business Park dienen twee ruimtes als slaapzalen. 45 veldbedden met matrassen zonder lakens staan in rijen tegenover elkaar. Er is geen privacy. Kussens zijn er evenals dekbedden niet. “We hebben geen geld,” zegt Ivanka Annot (31). “We weten nog niet hoe we het eten van volgende maand gaan betalen.”

Het is een schrijnende situatie in het gebouw aan de Joan Muyskenweg. Wie langsloopt ziet een groep jonge mannen – de gemiddelde leeftijd is 22 – voetballen, lachen of rondjes fietsen op gedoneerde fietsen die met de Franse slag zijn gespoten in verschillende kleuren. Voorbijgangers begroeten ze steevast hartelijk met vers geleerde woorden als ‘goedemiddag’ of ‘fijne dag’. Maar de situatie is veel minder vrolijk dan de buitenkant doet vermoeden.

De 45 mannen, van wie de meesten uit Eritrea komen, waren onderdeel van de groep ongedocumenteerde asielzoekers die het afgelopen voorjaar van kerk naar kerk trok om met de actie ‘Code Rood’ aandacht te vragen voor hun situatie. Annot las erover op Facebook.

“Alle groepen waren uitgeput, stond in een bericht. Zowel de vluchtelingen als de betrokken stichtingen en de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) zouden pas vanaf 1 juli opvangplekken gereed hebben. Daar kon ik niet op wachten.” De 31-jarige kunstenaar besloot, nadat ze de mannen een maand in huis had gehad, samen met de initiatiefnemers van het Code Rood Netwerk in actie te komen.

Eén kookpitje

Ze richtte een nieuwe stichting op onder de naam die verwijst naar artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: Stichting Art8EVRM. Officieel wordt die deze week opgericht, maar de organisatie veroverde een maand geleden al een ruimte binnen de Ring. “We hebben onderdak en een groepje loyale vrijwilligers.” Verder is er weinig.

Er is één kookpitje en één douche. En omdat de mannen geen status hebben, mogen ze niet werken en geld hebben ze niet; iedereen is afhankelijk van donaties, crowdfundingsacties en vrijwilligers. Toch zijn de mannen energiek, hoopvol en vrijgevig. Bezoek wordt behalve gegroet ook vriendelijk gedwongen iets te eten.

De was van de vluchtelingen hangt aan de lijn bij het pand aan de Joan Muyskenweg. Beeld Lin Woldendorp

“Ik wil hier nooit meer weg,” zegt de 23-jarige Simon, die op een klapstoel bij de voordeur zit. In het Engels, Nederlands en Tigrinyaans, met handgebaren, vertelt dat hij hier naar school wil en wil werken. De gespierde man met tatoeages en een effen geschoren kapsel waarvan enkel de voorste twee centimeter in lak zit, wil kapper worden. Zijn huisgenoten kunnen nu al bij hem terecht, Annot mag vanmiddag.

“Big sis,” roept een ander vanaf de parkeerplaats. Die grote zus is Annot. Ze is de enige constante factor voor de gemeenschap die zich de Dublin Brothers noemt. Met vlaggetjes en in kleurrijke letters siert hun groepsnaam de gemeenschappelijke ruimte. Ook die naam verwijst naar hun situatie: alle asielzoekers hebben een zogenoemde Dublinclaim (zie kader) en zouden eigenlijk volgens de wet hun asielprocedure moeten doorlopen in het land waar ze voor het eerst geregistreerd werden. Maar Mahari (21) wil niet terug naar Italië. Er doen in de groep verhalen de rondte dat mensen met een geweer tegen hun hoofd door de politie in Italië gedwongen werden vingerafdrukken af te staan.

Of ze enige kans maken om permanent in Nederland te blijven? “Ja,” zegt Annot resoluut. “In Eritrea heerst een militaire dictatuur. Voordat de asielprocedure in Nederland kan worden voortgezet, moeten de mannen echter 18 maanden ‘onder de radar blijven’.”

Nederlandse les

Om de vluchtelingen te beschermen zijn daarom duidelijke regels. De groep is zelf verantwoordelijk voor de schoonmaak, het koken en het doen van boodschappen, maar het moet wel om elf uur stil zijn en ze mogen niet voor de deur hangen. “Je weet het niet, maar als mensen een groep van tien donkere jongens bij elkaar zien… Ik wil geen risico’s.”

De vrijwilligers doen er alles aan de mannen een menswaardig leven te geven, al is daar ondanks de inspanningen nog geen sprake van. Hun enige douche was een dag kapot en als het mis dreigt te gaan, zoals die ene dag dat er een vluchteling psychotisch was, is er geen noodknop waarmee Annot de veiligheid van zichzelf en anderen kan waarborgen. Ook heerst er verveling. Er is nog geen dagbesteding, iets dat wel belangrijk is voor de ontwikkeling van de mannen. “Ze willen iets bijdragen aan de maatschappij.”

Al is er wel structureel drie keer per week Nederlandse les van Leon van de Reep (35). “Het is lastig.” De vluchtelingen spreken zelden een andere taal dan Tigrinyaans. Toch werpen de lessen hun vruchten af. De mannen hebben zelfs al praatjes: “Mooie dag,” roept er een als hij langsloopt. “Ik wil niet lezen, ik wil voetballen.” Van de Reep: “Die zinnen lukken al.”

Illegaal

De asielzoekers zijn veelal zogenoemde Dubliners: vluchtelingen die voor het eerst geregistreerd werden in een ander land. Volgens het Verdrag van Dublin is het eerste land waar een asielzoeker binnen Europa wordt geregistreerd verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. 

In de groep die nu in Oost woont, zitten voornamelijk vluchtelingen die zijn gevlucht voor de militaire dictatuur uit Eritrea en voor het eerst aankwamen in Zwitserland en Italië. Ze wilden doorreizen naar Nederland, maar werden elders geregistreerd.

Nu ze alsnog zijn doorgereisd, is het voor hen zaak om achttien maanden onder de radar te blijven. Dan vervalt de Dublinclaim en kunnen zij opnieuw asiel aanvragen. De vluchtelingen zijn tot dat moment wel illegaal in het land. Dat betekent dat ze niet mogen werken, geen recht hebben op een uitkering en volledig afhankelijk zijn van anderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden