PlusKlapstoel

Sinan Çankaya: ‘Ik ben een fundamentalistische agnost’

Sinan Çankaya (1982) is cultureel antropoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Over zijn worsteling met het opgroeien in Nederland als kind van Turkse arbeidsmigranten schreef hij Mijn ontelbare identiteiten.

Sinan ÇankayaBeeld Harmen De Jong

Nijmegen

“Ik ben opgegroeid in Hatert, nummer 7 op de lijst van vogelaarwijken. Een prachtwijk, ja. Een sjonniebuurt, met veel mensen uit de onderklasse. Een gemoedelijke arbeidersbuurt, waar we voor een groot deel werden opgevoed door de buren. Het contact tussen Nederlandse, Turkse en Marokkaanse mensen was veel vanzelfsprekender dan nu. Decennia spreken in termen van etniciteit en cultuur heeft bijgedragen aan afzondering en verwijdering, maar opgroeiend in Hatert stonden wij daar natuurlijk niet bij stil. Pas toen ik naar de middelbare school ging, merkte ik dat de Nederlanders uit mijn buurt anders waren dan de Nederlanders in mijn klas. En anders naar mij keken.”

Yozgat

“Een dor en stoffig gehucht in het midden van Turkije, met vier kruideniers en boeren die tarwe en suikerbieten verbouwen. Het dorpje van mijn vader en mijn moeder. Het is een klassiek migrantenverhaal: mijn opa kwam naar Nederland en maakte het Centraal Station van Nijmegen schoon. Mijn vader volgde later, op zijn zestiende. We gingen er elk jaar heen, de volle zes weken van de zomervakantie. Ik ben er al jaren niet geweest. Ik heb er niets mee. Tegelijkertijd: ik ontkom er ook niet aan. Die vroege ervaringen wil ik zien voor wat ze zijn. Ik wil dolgraag worden gezien als een individu, maar ik geloof niet in een rigoureuze amputatie van die geschiedenis. Dus sleep ik deze verhalen ook met mij mee.”

Nico Konst

“Mijn leraar geschiedenis en in de jaren tachtig de tweede man van de Centrumpartij. Hij was hilarisch en kon prachtig vertellen. Hij heeft bij mij de liefde voor zijn vak weten op te wekken. Maar toch, de grappen die hij maakte over vrouwen en migranten, het nadoen van Surinaamse accentjes. Als adolescent sta je er niet echt bij stil, maar je voelt: hier klopt iets niet. Toen wij hoorden dat hij actief was geweest voor de Centrumpartij, zijn we gaan opzoeken wat dat was. Het was een soort politiek ontwaken, maar uiteindelijk gaat het mij niet om Konst of figuren als Trump, Geert Wilders of Thierry Baudet. Het is zinvoller om te kijken naar de processen die hun opkomst mogelijk maken. De Centrumpartij was een wegbereider voor radicaal-rechts en niet een politieke anomalie.”

Klassenmigrant

“Ik voel me geen Turk, maar een jongen uit een achterstandswijk. Ik ben een klassenmigrant. Mijn vader maakte dekbedden. Hij is nu een oude man en maakt nog steeds dekbedden, matrassen en kussens. Dat is waar ik vandaan kom. Er zit straat in mij. Als ze mij in een chic restaurant drie lepels en acht vorken geven, is het nog altijd blinde paniek.”

“Laatst zei iemand: je lijkt je wel te verontschuldigen dat je aan de universiteit werkt. Ik ben bang dat daar zelfverloochening in zit, schaamte die gepaard gaat met de verwijdering van mijn oude milieu, van mijn jeugdvrienden. Alle emoties waar migranten mee te maken hebben, gelden ook voor verandering van klasse en status: nostalgie, vervreemding, afzondering en eenzaamheid. Dat is een pijnlijke ervaring.”

N.E.C.

“De Nijmeegse Eendracht Combinatie, ennieseej. Pas op: zeg nooit nek. In mijn jeugd draaide de aarde niet om de zon, maar om een voetbal. Ik heb heel even mogen proeven aan een mogelijk profbestaan, toen ik een half jaar mee trainde met de C1 van de voetbalschool. Ik werd uiteindelijk niet goed genoeg bevonden en moest terug naar de amateurs. Een enorme deceptie. Ik ben maar gitaar gaan spelen.”

“Racisme in het voetbal? Is dat er niet altijd geweest? In de Randstad vonden ze ons boeren, maar als wij naar Limburg gingen, waren dat voor ons de echte boeren.”

Kenan

“Mijn tweelingbroer. Mijn moeder begreep alleen het concept twee-eiige tweeling niet helemaal. Ze dacht: ik heb twee dezelfde jongens, onafscheidelijk van elkaar. Ze breide voor ons identieke truien, met blauwe en witte strepen. Die kregen we aan als we naar school gingen. Wij móésten een tweeling zijn. Dat heeft enorme invloed op ons gehad. Het was de grote theorie in het klein: dat je een afzetpunt nodig hebt om je eigen identiteit te ontwikkelen. Wij werden elkaars tegenpolen, er was rivaliteit en ruzie. Via een omweg is hij naar de universiteit gegaan, hij heeft bestuurskunde gestudeerd. Hij werkt nu voor een logistiek bedrijf en heeft een leidinggevende functie. Ik ben trots op hem.”

Zaman Vandaag

“O shit, gaan we het daarover hebben. Het is een Turks-Nederlandse krant. Ik ben er om een banale reden voor gaan schrijven: ik mocht columns schrijven over het onderwerp waarover ik columns wilde schrijven: de multiculturele samenleving. Maar ja, Zaman Vandaag is gelieerd aan de Gülenbeweging. Opeens werd ik weggezet als gülenist, terwijl ik niet eens gelovig ben. Mijn vader was woedend, omdat ik voor ‘die terroristen’ schreef. En in de ogen van nationalisten was ik een nestbevuiler, vanwege mijn kritiek op Erdogan. Een mijnenveld. De ironie is: ik ben opgegroeid met de gedachte dat ik vaderlandslievend moest zijn.”

Pleur op

“De beruchte uitspraak van Mark Rutte toen Turks-Nederlandse jongeren in 2016 de straat opgingen na de mislukte coup tegen Erdogan. Een contraproductieve uitspraak. Het versterkte voor die jongeren het idee dat ze er niet bij horen. Turks nationalisme is een probleem. Erdogan is een probleem. Dat stel ik aan de kaak, maar ik keer me tegen het verroeste integratiedenken, waarbij loyaliteit exclusief moet toebehoren aan de Nederlandse samenleving. Het is niet per se ideaal, maar wat is erop tegen als jongeren hier met een vlag zwaaien als het Turkse elftal heeft gewonnen? Wees kritisch, maar laat mensen ook zien dat ze behoren bij dit land en net als anderen hun onvrede mogen tonen zolang ze blijven binnen de grenzen van de rechtsstaat.”

Microrevoluties

“Ik ben er een groot voorstander van. Micro­revoluties zijn individuele vormen van verzet. Kleine overtredingen van sociale regels, minuscule verstoringen van de normale gang van zaken. Dat kan al door het maken van een grap. Het herinnert mij eraan dat je als individu iets in de melk te brokkelen hebt, dat je een heel klein beetje terug kunt duwen. Weinig, maar wel iets. We moeten niet vervallen in het defaitisme, dat alles nu eenmaal gaat zoals het gaat.”

Bidden

“Dat doe ik niet meer. Misschien een schiet­gebedje op momenten van extreme stress. Mijn moeder bidt voor mij, schrijf ik in mijn boek. Dat voelt als liefde en pijn tegelijk. Ze bidt voor mij uit warmte en genegenheid, maar tegelijkertijd omdat ik in haar ogen dwaal.”

“Voor 9/11 werd ik aangesproken op mijn etniciteit, daarna kwam de religie erbij: je zult wel moslim zijn. Ja, wat zeg je dan? Ik ben hooguit een culturele moslim, maar eigenlijk gewoon een fundamentalistische agnost. Alleen weiger ik mijzelf te presenteren als een afvallige. Het stoort me hoe eenzijdig er wordt gepraat over de islam. Ik wil niet bijdragen aan al die stereotiepe beelden.”

Typhoon

“Hij heeft in een paar minuten duidelijk weten te maken waar ik zelf jaren over heb gedaan. In 2016 werd hij aangehouden omdat de politie de grootte van zijn auto in combinatie met zijn huidskleur verdacht vond. Als jongeman werd ik ook vaak aan de kant gezet in de auto van mijn vader. In 2011 deed ik in dienst van de politie onderzoek naar etnisch profileren. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren, talloze keren. Het bizarre is: we zijn nu bijna tien jaar verder en nog steeds is er ontkenning. Terwijl agenten heel goed weten waar je het over hebt. Ze staan er zelfs achter. Een agente zei een keer tegen me: je moet gewoon een grijze middenklassenauto kopen, dan val je niet zo op. Ik bezit nu voor het eerst van mijn leven een auto: een grijze middenklasser. En ik word niet meer aan­gehouden.”

Chinees virus

“Het politieke moment creëert ‘de ander’. De coronacrisis bevestigt dat mechanisme van de zondebok. Het heeft iets geniepigs om corona het Chinese virus te noemen en, in het geval van Donald Trump, zit er ook een duidelijke racistische dimensie aan.”

“Er liggen grote vraagstukken voor ons: wie betaalt de prijs van de crisis, wie gaat het onderspit delven? Ook nu spelen klasse en etniciteit een rol. Kijk maar naar bouwvakkers, schoonmakers, verzorgend personeel of mensen die in fabrieken of de supermarkt werken. Die maken meer kans op besmetting dan iemand als ik, die op de universiteit werkt en vanuit huis al zoomend zijn colleges geeft.”

Emilie Gordenker

“De nieuwe directeur van het Van Gogh Museum? Ik ken haar niet. Ik ga ook liever naar de film dan naar het museum. Ik wilde vroeger naar de Filmacademie, maar dat heb ik niet aangedurfd. Voor mijn ouders was het al een shock dat ik antropologie ging studeren.”

“De Franse socioloog Pierre Bourdieu zegt: goede smaak moet je verwerven. Ken je La Haine van Mathieu Kassovitz? Drie vrienden uit de banlieue, Joods, zwart en Noord-Afrikaans, dwalen door Parijs en komen per toeval terecht op een opening in een galerie. Heel pijnlijk, de botsing die je dan ziet. De Parijse kunstscene met zijn shawls en rode wijn tegenover die jongens in hun trainingspakken, die er geen snars van begrijpen. Dat was heel herkenbaar. Het is niet alleen kleur, maar óók klasse.”

Sinan Çankaya: Mijn ontelbare identiteitenUitgeverij De Bezige Bij, €20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden