Simon Tahamata.

Plus Interview

Simon Tahamata: ‘Het is hééérlijk bij Ajax’

Simon Tahamata. Beeld Marc Driessen

Met de strijd om de Johan Cruijff Schaal trapt een optimistisch Ajax zaterdag het nieuwe seizoen af. Oud-speler en techniektrainer Simon Tahamata ziet niets minder dan ‘vreugdevoetbal’ bij zíjn Ajax. Een contrast met zijn tijd, toen het een ‘kouwe’ club was.

Simon Tahamata mankeert vrijwel nooit iets. Op z’n 63ste is hij de vitaliteit zelve. Oom Simon, of opa zelfs, zoals de techniektrainer bij Ajax wordt genoemd, heeft de eeuwige jeugd. Elke dag is hij opgewekt aan het voetballen. Maar nu wrijft hij met een zorgelijk gezicht over een gezwollen enkel. “Hé Siempie, jij bent er straks toch ook bij?” is hem zojuist gevraagd in de kantine van de Toekomst. Het gaat om een wedstrijdje van een gelegenheidselftal met oudgedienden, waarvan er in Ajaxverband legio worden gespeeld. En Simon is altijd van de partij, want Simon kun je midden in elke nacht wakker schudden voor een potje voetbal. Maar hij twijfelt ditmaal, vanwege die enkel.

Hoe die zo dik komt? Omdat hij een paar dagen terug een stommiteit beging. “Ik wilde iets te fanatiek een bal terugveroveren en zette te laat een bloktackle in: boem! ‘Klootzak,’ zei ik tegen mezelf. ‘Hoe oud ben je nou helemaal?’ Dat fanatisme van mij is nooit overgegaan.”

Tahamata genoot het voorbije seizoen van het Ajax dat voetbalde met de glimlach van Frenkie de Jong en de passie van Matthijs de Ligt. Vreugdevoetbal, het spel dat hij zelf altijd heeft gespeeld, voetbal tot plezier van de deelnemers en de toeschouwers. De supporters van Ajax droegen de kleine Molukker op handen, eind jaren zeventig, en scandeerden zijn naam: ‘Sié-món, Sié-món’.

Knuffel-Molukker

‘De grote kleine dribbelaar’ werd hij genoemd en op 11 november 1979 pingelde de linksbuiten van één meter 64 zich naar een climax in een uitverkochte De Meer. Simon dolde die zondagmiddag zijn directe tegenstander Willy Scheepers keer op keer en had al éénmaal fraai gescoord met een volley toen hij in de laatste minuut het stadion pas echt in vervoering bracht. Terwijl Tscheu La Ling opstoomde naar het doel van Jan van Beveren, werd de mee­hollende Tahamata door Scheepers onbeholpen van de sokken gelopen. Liggend op de grond zag Simon hoe Ling op Van Beveren stuitte, waarna de bal zijn kant op rolde. Vliegensvlug stond hij op om de bal van even buiten het strafschopgebied met een weergaloze boog over Van Beveren, net onder de lat in het PSV-doel, te sturen: 4-1, wereldgoal.

Ruim een half jaar later werd de lieveling van De Meer ineens afgedankt. Tegen zijn zin werd Tahamata verkocht aan Standard Luik en in tranen verliet hij Amsterdam. Het publiek vond het een onbegrijpelijke verkoop en dat vonden trainer Leo Beenhakker en zijn assistent Bob Haarms, Simons voetbalvader, al evenzeer.

Zelf heeft Simon nooit te horen gekregen waarom hij op stel en sprong weg moest. Pas naderhand werd min of meer duidelijk wie er achter de verbazingwekkende transfer zat. Penningmeester Jan Westrik had het niet zo op Molukkers. Hij wilde af van de veel te populaire speler met dat kleurtje die ook nog eens sympathiseerde met de Molukse zaak, ook al deed hij dat nog zo stilletjes.

Het was een pijnlijke scheiding van een vriendelijke, vrolijke voetballer zonder kapsones en een club met een kouwe kant, die bovendien niet helemaal vrij van racisme was. Vijfentwintig jaar later keerde Tahamata terug in Amsterdam, om pupillentrainer te worden op De Toekomst. Hij ging tussendoor nog even naar Saoedi-Arabië, om wat groot geld te pakken, maar is alweer jaren chef techniek bij wat toch altijd zijn club is gebleven. Vooral ook door zijn aanwezigheid is Ajax nu het warme nest dat het vroeger niet altijd was. Knuffel-Molukker Tahamata is Ajax’ kindervriend en bewaker van het erfgoed van Piet Keizer, dat wil zeggen: van mooi Ajaxvoetbal, met een links- en rechtsbuiten, met fiere schijnbewegingen en als het even kan de schaar.

Simon Tahamata Soccer Academy

Die truc, met het wisselen van dribbelvoet, zit er bij Tahamata nog steeds in. De bal met buitenkant rechts opdrijven, tegenstander opzoeken, met de dribbelvoet om de bal heen draaien, overnemen met links en hup langs de op het verkeerde been gezette tegenstander. “Ik mag de schaar er in een wedstrijd nog graag uitgooien. Succes verzekerd. Ik doe ook dikwijls de Cruijff-draai, een kapbeweging achter het standbeen langs, en de overstap. Die heb ik De Frenkie de Jong genoemd. Weet je wie die als eerste deed? Plotseling over de bal stappen en de andere kant opgaan, ze trappen er geheid in. Frenkie doet ’m perfect en maakt er altijd ruimte mee voor zichzelf.”

In de Ajaxopleiding wordt gewerkt met De Cruijff, De Frenkie de Jong, De Zidane (pirouette met de bal) en nog een aantal ‘gouden bewegingen’ als De Messi (een steekpass), De Sneijder (een kapbeweging) en De Tahamata, oftewel de schaar. Simon voelt zich daar ongemakkelijk bij. Immers, hij heeft de schaar afgekeken van zijn televisie-idool Piet Keizer. “Ik vind het gênant en zeg ook steeds dat De Tahamata De Keizer moet heten.”

Vier dagen in de week geeft Tahamata op de Toekomst techniekonderricht, op zaterdag staat hij A1-trainer Johnny Heitinga bij en op zondag geeft hij leiding aan zijn eigen voetbalschool bij de Arena: de Simon Tahamata Soccer Academy. Dertig jongens van negen tot en met vijftien jaar krijgen daar excellent techniek­onderricht. De lat ligt hoog. Van de twintig kinderen die zich jaarlijks aanmelden, worden er twee aangenomen. Tahamata: “Het uitgangspunt is prof worden. Het rendement is hoog, een kwart van de jongens stroomt door naar het betaald voetbal. We maken ze niet alleen technisch beter, maar ook mentaal sterker. Onze stelregel is: karakter wint het van talent als talent geen karakter heeft.”

Zelf barstte Simon Melkianus Tahamata van het talent en van thuis kreeg het Molukse ventje een niet geringe dosis karakter mee. Vader Lambert, moeder Octovina en hun tien kinderen waren krap behuisd in de Molukse wijk van Tiel. Om de boel op orde te houden was discipline vereist en die hamerde Lambert er bij de kinderen in. Met zijn KNIL-mentaliteit kon dat ook niet anders. Orde moest er zijn.

Simon bekwaamde zichzelf in het trappen van de bal op het garageplein bij huis. De bal moest op de stenen muurtjes van vijftig centimeter breed tussen de garagedeuren worden gemikt. “Raakte je zo’n ijzeren deur, dan gaf dat een hels kabaal en werd meteen naar je ouders gebeld.”

Kleine Simon ging bij het plaatselijke Theole voetballen en stak er als spits en nummer 10 met kop en schouders boven de rest uit. Via een bestuurslid met Amsterdamse connecties kwam hij in beeld bij Ajax en op zijn vijftiende werd hij voetbal­forens. Het reisplan van toen zit nog in zijn hoofd: “’s Middags met de trein van vijf over vier van Tiel naar Utrecht Centraal, daarvandaan naar het Amstelstation, aankomst kwart over vijf. Dan met de bus tot aan de Kruislaan, hoek Middenweg en als ik geluk had, kon ik daar op tramlijn 9 naar De Meer springen. Anders was het rennen over de Middenweg naar De Meer. Om zes uur moest ik beginnen.”

Om half acht ’s avonds was lts-scholier Tahamata klaar met trainen, rond half elf kwam hij thuis en de volgende ochtend vroeg ging hij met school- en voetbaltas weer de deur uit. “Als ik dit nu aan die jonge Ajaxgassies vertel, staan ze me heel gek aan te kijken, maar mijn verhaal komt wel bij ze binnen.”

Tahamata vertelt er ook bij dat hij als jeugdspeler van Ajax zijn eigen tenue moest kopen: shirtje, broekje, kousen, en dat diende te worden aangeschaft bij de sportzaak van voormalig Ajaxcoryfee Tonnie Pronk. “Alles moesten we zelf regelen: trainingskleren, schoenen, alles. Het kostte mijn ouders een flinke duit, maar ze hadden er veel voor over.” Vader en moeder Tahamata steunden Simon ook toen hij na de lts zijn vervolgopleiding aan de mts staakte, omdat hij alles op het voetbal wilde zetten. Dat was oké, als hij maar discipline zou tonen en doorzetten. En dat deed de pingelaar, vol overgave.

‘Opa’ Tahamata brengt de jongeren nog de fijne kneepjes van de techniek bij. Beeld Marc Driessen

Het boertje van buut’n

Tahamata, inmiddels de nestor onder de Ajaxtrainers, wordt pissig als hij zijn jongens maar wat ziet aanrommelen met hun voetbalspullen. “Tegenwoordig krijgen ze allemaal aan het begin van het seizoen nieuwe spullen. Met tassen vol gaan ze weg, alsof ze bij de Makro zijn geweest. Ik kan er slecht tegen als ik ze dan in de kleedkamer natte, bemodderde schoenen uit hun tas zie halen. Dan vertel ik ze van vroeger en hou ik ze voor hoe bevoorrecht ze zijn, hoe makkelijk ze het hebben. Wij mochten vroeger niet eens meetrainen als onze schoenen niet waren gepoetst. ‘Zorg goed voor je materiaal,’ hou ik ze voor, ‘het is je gereedschap dat je kan helpen je droom te realiseren’.”

Toen Simon Tahamata begin jaren zeventig aan de Middenweg neerstreek, was Ajax de bes­te club van de wereld, maar in de verste verte nog niet het grote internationale voetbalbedrijf van nu. Tahamata: “Op mij en een paar jongens uit Hoorn en Uitgeest na zaten er alleen maar Amsterdammers bij Ajax.”

Simon moest knokken voor z’n plekkie op Voorland, het jeugdterrein achter stadion De Meer. En dat knokken ging soms letterlijk. “Ik heb heel wat liggen rollebollen op de kleed­kamervloer. Die goocheme Amsterdammers probeerden mij uit, ik was dat boertje van buut’n hè.”

Zo moest Tahamata zich een keer Robbie Kok van het lijf houden. Jan van Daal, de jeugdtrainer die van Simon een linksbuiten maakte, haalde de vechtersbaasjes uit elkaar. “Robbie en ik keken elkaar aan en het was oké. Robbie werd mijn beste vriend.”

Tahamata werd door Kok, die als Ajacied niet zou doorbreken, maar nog wel furore in België en Zwitserland zou maken, geregeld mee naar huis genomen en daar leerde hij biefstuk eten. Hij werd er zwaarder en sterker van. “Robbie en ik waren een goed koppeltje. Hij in de spits, ik linksbuiten.” Tahamata gaf de ballen panklaar voor aan Kok zoals hij later in Ajax 1 bij Ruud Geels en Ray Clarke zou doen, en daarna bij Standard Luik op Ralf Edström en Horst Hrubesch.

Het was op Voorland al snel duidelijk dat ras-voetballer Tahamata een blijvertje was en aan het heen en weer reizen tussen de Betuwe en de hoofdstad werd een einde gemaakt. Simon trok in bij familie in de buurt van het Mercatorplein, daarna bij familie in Diemen en uiteindelijk ging hij bij zijn zus in Wormerveer wonen.

Harde praktijkschool

Op de club nam Bob Haarms hem onder zijn hoede. Als er bij Ajax werd getwijfeld aan Siempie, omdat hij te iel voor het zware werk zou zijn, zei Bobby: “Onzin, wedden dat die kleine er komt?” Haarms trainde de A1 en koppelde Tahamata bij partijtjes één tegen één aan de grootste bijter in de persoonlijke duels, David Endt, Ajax’ latere perschef en teammanager. Tahamata: “David was een ongelooflijke vechtjas. Ik moest hem drie keer voorbij, hij kwam steeds weer terug. Bobby deed er alles aan om mij mentaal en fysiek sterker te maken.”

Tahamata gaf geen krimp op de harde praktijkschool van Ajax en Haarms kreeg gelijk: Simon werd een grote. In 2009 overleed Simons toeverlaat, die als Ajaxtrainer vooral vermaard werd om zijn herstelprogramma’s. Iedere speler die terugkeerde van een blessure, moest zich eerst door Haarms laten afbeulen alvorens weer aan te mogen haken bij het eerste. Bobby’s fitheidstest draaide vooral om oefeningen met een gymnastieklokaalbankje. Met zo’n ouderwets schoolinstrument is hij ook vereeuwigd bij de Arena. ‘De goede beul’ luidt het opschrift van het beeld dat Tahamata groet elke keer dat hij het passeert.

Simon zegt nog elke dag aan Bobby te denken. “Of ik op hem lijk? In een aantal opzichten wel. Net als Bobby ben ik streng, maar deel op z’n tijd ook schouderklopjes uit. En net als Bobby wil ik er bij mijn voetbalkinderen alles uithalen.”

De trainer Tahamata huldigt de trainer Haarms door met zijn oefeningen te werken. Haarms was een pure praktijkman die alles op zijn gevoel deed, zonder wetenschappelijke onderbouwing. Tahamata: “Bobby had een paar geweldige oefeningen met de bal. De mooiste: zes ballen op een rij die je zo snel mogelijk naar de overkant moest brengen, van doellijn naar doellijn. Beginnen aan de stadionkant en dan proberen om elke bal met de tweede trap tegen het hek aan de Middenweg te schieten. Twaalf keer trappen in totaal dus en de kunst was om de ballen een beetje elkaar te houden, zo kostte het je de minste tijd.”

Haarms was op de club voor oud en jong Bobby, tegen Tahamata mag iedereen Simon zeggen, of oom Simon, opa zelfs. “Spelers van zeven, acht jaar noemen mij wel eens zo en dan worden ze gecorrigeerd door hun ouders of jeugdleider. Maar van mij mogen ze best opa zeggen, want dat ben ik ook.”

Zes dagen in de week draait het bij Tahamata om voetbal, dinsdag is opadag, dan is hij vrij en uitsluitend familieman. Op De Toekomst is hij behalve oefenmeester ook vertrouwenspersoon. Als een Ajaxtalentje uit de pas loopt of op het punt staat het koppie te verliezen, krijgt Tahamata een seintje van hoofd jeugdopleiding Said Ouaali. “Dan ga ik een wandelingetje met zo’n jongen maken en neem ik ’m mee naar achteren. Ik vraag hem wat eraan mankeert, of ik hou ’m een spiegel voor en zeg: ‘Als je zo doorgaat, word je weggestuurd. Wat wil je: opgeven of hard werken en luisteren? Doe in elk geval je best, al is het maar voor je familie, voor de mensen die het mogelijk maken dat jij hier bent, in een bevoorrechte positie.’ Ja, dat zijn inderdaad woorden die Bobby ook gebruikte.”

Het verraad aan de Molukkers

Simon Melkianus Tahamata was in 1977 net landskampioen met Ajax toen radicale Molukse jongeren bij De Punt in Drenthe een trein kaapten en ruim twintig kilometer verderop, in Bovensmilde, een lagere school in gijzeling namen. Tahamata heeft altijd gezegd dat hij geweld ‘in principe’ afzweert, maar dat hij een van de kapers had kunnen zijn, was hij niet geheel en al door het voetbal opgeslokt.

Ook Simon worstelde met een diepe frustratie over het onrecht dat zijn vader en diens Molukse lotgenoten, loyale dienaren van de Nederlandse overheid, was aangedaan. Met het opdoeken van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger was Lambert Tahamata afgedankt als militair en bij aankomst in Nederland werd hij met zijn gezin ondergebracht in het voormalige concentratiekamp Vught, dat voor de gelegenheid was omgedoopt tot Woonoord Lunetten.

Op het verraad aan de Molukkers, zoals het voelde, volgden loze beloftes en een behandeling als tweederangsburgers die ook bij Simon kwaad bloed zette. Zijn zielsverwanten die omkwamen bij de bevrijdingsacties, zijn voor hem dan ook geen terroristen, maar martelaars van de Molukse zaak. In het najaar van 2017 was Tahamata getuige van de rechtszaak waarin de Haagse rechtbank oordeelde dat het geweld waarmee de treinkaping veertig jaar eerder werd beëindigd, niet onrechtmatig was.

Het beroep dat advocaat Liesbeth Zegveld namens de Molukse nabestaanden heeft aangetekend, zal Tahamata niet bijwonen. Hij is tot de conclusie gekomen dat ‘het allemaal maar toneel is’. Omdat de waarheid volgens Tahamata zo pijnlijk is voor Nederland, dat de staat nooit zal erkennen dat een executiepeloton op de Molukkers is afgestuurd.

Bijna zeventig jaar na de exodus uit Indonesië is het Molukse perspectief somber. Tahamata stelt vast dat het gewelddadige protest van de jaren zeventig tot ‘niets wezenlijks’ heeft geleid. Tahamata: “Al hebben die acties ons wel op de kaart gezet. Maar de Molukse zaak is niet dood, wij bleven streven naar onafhankelijkheid, ook al weten we onderhand dondersgoed dat we hulp van wie dan ook op onze buik kunnen schrijven. Ook van Nederland hoeven we niets te verwachten. Verandering zal vanuit Indonesië moeten komen, maar dat is het grootste moslimland ter wereld, terwijl wij Molukkers voor het overgrote deel christenen zijn. Zo beschouwd is het nogal hopeloos allemaal. Maar toch, wij moeten volharden in ons streven, alleen dan kunnen wij onze eigen identiteit en cultuur behouden.”

In zijn vorig jaar verschenen biografie zegt Tahamata tegen journalist Tonny van der Mee dat hij zich als bekende oud-voetballer verplicht voelt het Molukse verhaal te blijven vertellen. Omdat nog maar weinig Nederlanders weten waar zijn volk vandaan komt en wat het is overkomen. Niet te onpas, maar te pas, als het zo uitkomt, praat Simon over de Molukse zaak. ‘Om misverstanden weg te nemen en begrip te kweken’.

Sociaal bevlogen als hij is, pleit Tahamata bij Ajax voor meer saamhorigheid. Het gaat hem aan het hart dat Erik ten Hag Ajax 1 zo veel mogelijk van de rest van de club wil afschermen. De hoofdtrainer wenst ongestoord aan zijn elftal te kunnen werken, met spelers die volledig bij de les zijn en zo min mogelijk worden afgeleid.

Mensen blij maken

Tahamata: “Als wij vroeger op Voorland op zondagochtend met de B1 speelden, verschenen de mannen van het eerste langs de lijn: Sjakie Swart, Johan Cruijff, Piet Keizer. Geweldig vonden wij dat, enorm inspirerend. Voorland en de Meer waren één, je kwam die mannen bijna dagelijks tegen en ze herkenden je. Zo moet het zijn, ook nu. Waarom mogen jeugdspelers hun voorbeelden van het eerste niet door de gang bij de kleedkamers zien lopen en in de kantine zien zitten?”

“Als Ajax 1 en de jeugd bij elkaar zitten, kan een wisselwerking ontstaan. Voor eerste-elftalspelers is het helemaal niet vervelend om af en toe een praatje te maken met ambitieuze jongetjes die ze zelf ook zijn geweest. Dat kan het club­gevoel versterken en als spelers een hechtere band met Ajax krijgen, blijven ze misschien wat langer.”

Tahamata schuift zijn stoel naar achteren en blikt omlaag, naar zijn gekwetste enkel. Het is lekker voetbalweer, het veld en de bal lonken. Hij wrijft nog maar eens over zijn enkel, misschien helpt het. Hij kan zich niet voorstellen dat ze straks zonder hem gaan voetballen.

Hij staat op, geeft een hand en bedankt voor het gesprek. “Fijn dat ik mijn verhaal mocht doen.”

Eén vraag nog Simon: wat is het allermooiste aan voetballen? Hij antwoordt prompt en met luide stem: “Mensen blij maken. Voetballen is voor mij plezier uitstralen, zoals Frenkie de Jong doet. En Tadic. En ook Ziyech. Zelfs Ziyech, met zijn maniertjes.”

CV

Simon Melkianus Tahamata, Vught, 26 mei 1956.

TSV Theole1967-1971
Ajaxjeugd1971-1976
Ajax1976-1980
Standard Luik1980-1984
Feyenoord1984-1987
Beerschot1987-1990
Germinal Ekeren1990-1996
Nederlands elftal22x
Kampioen van Nederland1977, 1979, 1980
KNVB-beker1979
Kampioen van België1982, 1983
Beker van België1981
Jeugdtrainer Standard Luik,Germinal Beerschot, Ajax, Al-Ahli, Ajax

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden