PlusReportage

Schrikken toeristen van een mogelijk blowverbod op de Wallen? ‘Ik blijf het toch gewoon doen’

Amsterdam wil op de Wallen een blowverbod op straat invoeren om een bepaald type toerist te weren en te voorkomen dat bewoners altijd door een groene walm over straat moeten. Intussen paffen de toeristen er nog vrolijk op los. ‘Wat ga je met die mensen doen? Arresteren?’

Marcel Wiegman
In het zonnetje zitten donderdagmiddag tientallen toeristen en dagjesmensen op de Wallen tevreden hun jointje te roken. Beeld Dingena Mol
In het zonnetje zitten donderdagmiddag tientallen toeristen en dagjesmensen op de Wallen tevreden hun jointje te roken.Beeld Dingena Mol

Fris ruikt het eigenlijk nooit op de Wallen. Als de walm van gebakken wafels je niet tegemoet slaat, is het wel de doordringende lucht van wiet. Ooit het trotse middelpunt van de stad, zijn de Wallen verworden tot wat Amsterdam juist niet wil zijn: een toevluchtsoord voor zuipende, blowende, brakende, pissende en schreeuwende toeristen.

Woensdag presenteerde het stadsbestuur, niet voor de eerste keer, een plan om de overlast tegen te gaan. Opvallend onderdeel: een verbod om op straat een joint op te steken, al was het maar om tegemoet te komen aan de voortdurende klachten van buurtbewoners over de penetrante geur waaraan zij dagelijks bloot worden gesteld.

In het zonnetje zitten donderdagmiddag tientallen toeristen en dagjesmensen tevreden hun jointje te roken, zich nog niet bewust van het verbod dat hen boven het hoofd hangt. Een groepje vrienden uit de vastgoedwereld in Dubai heeft zich genesteld voor coffeeshop The Bulldog, een van de vele op de Oudezijds Voorburgwal.

De geur van wiet in de middag. “Laten we eerlijk zijn,” zegt Noura Nasri (32), “dat ruikt voor ons naar vrijheid. In de Verenigde Arabische Emiraten mag je er niet eens over praten.”

Pakkans

Het hele idee om naar Amsterdam te komen bestaat volgens Hussain Abdelrahman (35) voor de gemiddelde toerist maar uit één ding: de mogelijkheid om in alle rust een joint te roken. “Ik snap wel dat buurtbewoners het niet fijn vinden, vooral niet als hun kinderen het ruiken, maar het zou de doodsklap zijn voor het toerisme als het niet meer mag. Misschien moeten ze er speciale plekken voor aanwijzen.”

Nasri: “We komen hier heus niet alleen om te roken. Morgen gaan we naar Volendam. Dat zouden we niet doen als we hier niet hadden kunnen roken. Zo simpel is het: je doet het een én het ander.”

Verderop aan de gracht zitten de vrienden Justin (21) en Ole (21) op het terras te genieten van hun dagelijkse portie wiet. De een werkt op het Mediapark, de ander studeert aan de HvA, maar zo aan het einde van de middag is het tijd voor wat ontspanning. Een verbod? Daar kijken ze van op.

Justin: “Overlast? Wat dan? Ja, een beetje stank.”

Ole: “Het werkt toch niet”

Justin: “Nou ja, dat ligt aan de pakkans.”

Ole: “Ik blijf het toch gewoon doen.”

Justin: “Wij komen uit Dronten.”

Ole: “Daar zegt de politie: ga het lekker in het bos doen.”

Grootste attractie

Een tevreden roker, hij is nog steeds geen onruststoker, is de stellige overtuiging van Davy Kilbride (47), die tien jaar geleden vanuit Ierland naar Amsterdam kwam omdat hij hier de architectuur zo mooi vond en nu werkt in het Cannabis Museum in de Damstraat. Voor de deur van de winkel laat hij hoofdschuddend zijn licht schijnen over de maatregelen die de gemeente wil nemen.

“Weet je wat erg is,” zegt hij. “Drank. Daar worden mensen agressief van.”

Een blowverbod, het zou wat. Kilbride: “Het is toch niet te handhaven. Niemand die zich er aan gaat houden. Wat ga je met al die mensen doen? Arresteren? De gemeente schiet zichzelf er sowieso mee in de voet, want dankzij de wiet komen hier al die toeristen. Het is de grootste attractie van Amsterdam.”

Was dat niet juist het probleem? Kilbride, verontwaardigd: “Wat wij hier doen is educatief! Wij leren kinderen hoe ze hun eigen gezonde wietplanten kunnen kweken. Waarom zou je dat tegen willen gaan? In Ierland ben je afhankelijk van de straat als je wat wil. Dan is het hier nu toch beter geregeld.”

In de Oude Doelenstraat, op de brug over de Oudezijds Voorburgwal, staat Henk van Henk’s Haring vis schoon te maken in zijn kraam. Dat doet hij al zo’n twintig jaar. Een blowverbod? Hij haalt zijn schouders op. “Ach, meneer, ik ben geboren in de Zandstraat, ik ben in deze buurt opgegroeid, ik heb hier al zoveel gezien. Ik heb er geen mening over.”

Wat Henk wel weet: eerst zien, dan geloven.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden