PlusInterview

Rosette leefde na de oorlog bij haar onderduikouders: ‘Het troosteloze gevoel om geen fami­lie te hebben, is groot’

Bij razzia’s in Amsterdam eind februari 1941 werden 389 Joodse mannen gepakt; op twee na zijn ze allen vermoord. De vader van Rosette van Engeland-Groen was een van hen. Zij was een maand oud toen hij in Mauthausen stierf.

Rosette van Engeland-Groen verloor haar ouder in het concentratiekamp.  Beeld Marc Driessen
Rosette van Engeland-Groen verloor haar ouder in het concentratiekamp.Beeld Marc Driessen

Rosette van Engeland-Groen is een van de weinige nakomelingen van de slachtoffers van de razzia’s van 22 en 23 februari 1941 – die de aanleiding waren voor de Februaristaking. Ze is vaak gevraagd voor een interview, maar ze heeft er moeite mee. Ze is bang te huilen. Toch stemt ze toe en met haar dochter aan haar zij vertelt ze haar verhaal. Het hele interview houdt ze een zakdoekje in haar hand. “Het is moeilijk voor me.”

Van haar biologische ouders – Simon Groen (1916) en Vogelina – ‘Lientje’ – Kroonenberg (1922) – weet ze weinig. Hoe ze elkaar hebben ontmoet, hoe ze in het leven stonden en wie ze eigenlijk waren? Ze weet het niet. “Ik weet alleen dat mijn vader kampioen turnen en kleermaker van beroep was. Later werd hij meubelmaker. Mijn moeder was dolverliefd op mijn vader. Ze wilde heel graag met hem trouwen.”

De ouders van Rosette: Simon en Vogelina Groen-Kroonenberg. Beiden werden vermoord in het concentratiekamp. Beeld Privéarchief
De ouders van Rosette: Simon en Vogelina Groen-Kroonenberg. Beiden werden vermoord in het concentratiekamp.Beeld Privéarchief

Wittebroodsweken

Haar moeder was 18 jaar toen die wens in vervulling ging. Op 30 januari 1941 vond het huwelijk plaats. Haar moeder was toen al twee, drie maanden in verwachting. “Ik was een moetje,” zegt Rosette.

De wittebroodsweken zouden slechts drie ­weken duren. Tijdens de razzia van 23 februari werd Simon opgepakt. De in totaal 389 opgepakte Joodse mannen tussen de 19 en 35 jaar ­werden op vrachtwagens naar Kamp Schoorl gebracht. Op 27 februari 1941 werd de groep naar Buchenwald en later naar Mauthausen ge­deporteerd.

“Mijn moeder was ten einde raad. Mijn ouders hebben elkaar nog brieven kunnen schrijven. Daarvan is er slechts eentje bewaard gebleven; de brief van mijn moeder naar mijn vader,” zegt Rosette, die op 8 augustus 1941 is geboren. Of ­Simon wist dat hij een dochter had gekregen, is niet bekend.

In de enig bewaard gebleven brief, gedateerd 11 september 1941, schreef haar moeder dat het goed ging met hun dochter, dat ze als kool groeide en dat ze veel met haar wandelde, in gezelschap van zijn moeder en haar eigen moeder. ‘Ik hoop dat je snel weer bij mij en je dochter zult zijn. Alsjeblieft Simon, blijf flink en sterk, voor mij en het kind,’ schreef Lientje in het verplichte Duits. De brief kwam ongeopend retour.

De drie maanden oude Rosette Groen.  Beeld Privéarchief
De drie maanden oude Rosette Groen.Beeld Privéarchief

Schuilnaam Marion

Lientje besloot haar man achterna te gaan toen zij zelf een oproep kreeg. Ze wilde met hem in het oosten herenigd worden. Ze bracht Rosette, die inmiddels een jaar oud was, naar haar vader, Barend Kroonenberg. Die was voor de oorlog directeur van het Amsterdamse Tip Top Theater. Lientje kwam in juli 1942 in Westerbork aan. Ze wist niet dat haar man al op 8 september 1941 was vermoord.

De kleine Rosette bleef niet lang bij haar grootvader. “Mijn opa dook onder bij de caissière van zijn theater, Femmie Engelsman. Hij gaf mij aan het verzet, dat me naar een onderduikadres in het Gooi bracht.”

Dit is waarschijnlijk gebeurd via de Amsterdamse Studentengroep van Piet Meerburg. Rosette kwam bij het gezin Meihuizen in Blaricum terecht. Fruitteler Arnold Meihuizen en zijn vrouw Lies hadden zelf al twee kinderen. Ze gaven het meisje de schuilnaam Marion.

 Rosette met haar pleegouders na de oorlog.
 Beeld Privé archief
Rosette met haar pleegouders na de oorlog.Beeld Privé archief

Gebreid truitje

In een envelop zitten enkele fotootjes uit haar eerste kinderjaren, waaronder een foto van ­baby Rosette in een gebreid truitje. ‘Zettie drie maanden’ staat achterop. “Dat fotootje moet mijn moeder Lientje nog hebben gemaakt.”

Ook zijn er kiekjes van het onderduikhuis aan de Bierweg, het laatste huis voor de hei, en van Rosette als peuter spelend met blokken.

Begin 1944 werd Rosette echter verraden. “Ik ging met mijn pleegzusje Lideke naar de kapper. Een NSB’er kwam net op dat moment binnen en zag een peuter met blond haar en eentje met zwarte krullen naast elkaar zitten. Hij vroeg de kapper bij wie ‘dat kind’ hoorde. De volgende dag stond er een vent op de stoep die me kwam halen.”

In maart 1944 kwam ze als tweeënhalf jaar oude peuter in Westerbork terecht en op 13 september 1944 ging ze met het transport ‘Onbekende kinderen’ naar concentratiekamp Bergen-Belsen en vervolgens naar Theresienstadt. Rosette weet hier niets meer van. “Ik herinner me slechts een bedompte geur.”

Voor de deur gelegd

Toen de oorlog voorbij was, kwam ze als wees terug in Nederland. Haar moeder was in juni 1944 in Auschwitz vermoord. Alleen haar grootvader Barend had de oorlog overleefd.

Rosette Groen – drie maanden. Beeld Privéarchief
Rosette Groen – drie maanden.Beeld Privéarchief

De Meihuizens waren in de oorlog niet gearresteerd. Met het verzet hadden ze afgesproken dat de peuter ‘te vondeling voor hun deur was gelegd’. De vader had betoogd dat hij haar (Joodse) achtergrond niet kende.

Opa Barend vernam via het studentenverzet dat zijn kleindochter bij het gezin Meihuizen was ondergebracht en wilde haar graag terug hebben. “Hij had niets meer. Zijn vrouw en dochter waren in het kamp vermoord.”

‘Ik wil terug naar mammie’

Maar het Blaricumse gezin weigerde. “Zij wilden mij houden en riepen de hulp van de huisarts in. Ook hij vond dat het beter voor mij was om in het gezin te blijven. Mijn grootvader was een vreemde voor mij, betoogde de arts. Ik zou bovendien in Theresienstadt steeds geroepen hebben: ‘Ik wil terug naar mammie’.”

Rosette Groen met haar pleegmoeder Lies Meihuizen. Beeld Privéarchief
Rosette Groen met haar pleegmoeder Lies Meihuizen.Beeld Privéarchief

Haar grootvader bedong wel dat Rosette alle vakanties bij hem zou komen in Amsterdam. En dat gebeurde ook. “Hij gaf me mooie schoenen en een winterjas. Hij was gek op mij.”

Tijdens die bezoeken liepen ze dikwijls door de stad. “Met mij aan de hand togen we ook naar de Jodenbuurt met de skeletten van huizen. Dan zei hij: ‘Dáár woonde tante Edith en dáár mijn vriendje Maupie.’ Hij huilde. Ik vond het zo zielig voor hem. Dat zal ik nooit meer vergeten.”

Trouwfoto

Dat Barend Kroonenberg haar grootvader was, wist Rosette tot haar negende niet. Toen ze na thuiskomst haar nieuwe schoenen toonde en opmerkte dat het zo aardig was om die cadeau te krijgen van een man die niet eens haar echte opa was, verstijfde haar moeder. “‘Hij is wel je echte opa,’ zei ze. Ze vertelde dat zij mijn echte moeder niet was. Ze pakte de trouwfoto van mijn ouders uit de kast. Ik zag twee vreemde mensen: een vrouw in een lange witte jurk en een man in een keurig pak. Ik was alleen maar bang. Ik dacht dat ze straks voor me zouden staan en ik bij vreemden terecht zou komen.”

Rosette kreeg over haar Joodse achtergrond, haar ouders en het verleden te horen. Ze haalt het kettinkje met een davidster tevoorschijn dat ze sindsdien om haar nek draagt. “Die kreeg ik toen van mijn grootvader. Hij gaf me ook een paar ringetjes van mijn moeder, een medaillon en een paar servetringen.”

De band met haar grootvader, die in 1991 op zijn negentigste overleed, was sterk. “Maar als ik hem over mijn ouders vroeg, kon hij dat niet aan. Het verleden was onbespreekbaar. Opa had wel een ingelijste foto van mijn ouders in de kamer staan. Twee lieve mensen: vreemd maar ook vertrouwd. Ik ben toch een Jodin en voelde me anders dan mijn broer en zus. Ik was geen goj.”

Muzikaal talent

Rosette begrijpt het besluit van haar moeder om te vertrekken en haar bij haar grootvader onder te brengen. “Als je verliefd bent, doe je de gekste dingen. Ik heb bovendien fantastische pleegouders gehad.”

Een naoorlogse foto van de pleegouders van Rosette: Arnold en Lies Meihuizen uit Blaricum. Beeld Privéarchief
Een naoorlogse foto van de pleegouders van Rosette: Arnold en Lies Meihuizen uit Blaricum.Beeld Privéarchief

Rosette ontdekte op latere leeftijd haar muzikale talent. Ze schreef en zong haar eigen liedjes op televisie en trad in de jaren vijftig op in onder meer het Paviljoen Vondelpark in een programma waar ook Berend Boudewijn, Yoka Berretty en René van Vooren – destijds beroemde artiesten – liedjes zongen. Ze stopte met optreden toen ze twee kinderen kreeg. Haar dochter vernoemde ze naar haar echte ouders: Siline.

De oorlog laat ze het liefst achter zich. In de maanden april en mei gaat ze graag naar het buitenland.

“Het troosteloze gevoel om geen fami­lie te hebben, is groot. Ik zoek nog altijd mijn ouders op foto’s van razzia’s of op andere foto’s van de oorlog,” zegt Rosette, terwijl ze haar betraande ogen dept. “Als ik op een feestje ben, denk ik vaak: wat doe ik hier eigenlijk? Ik voel een diepe eenzaamheid.”

Geheime gaskamer in kasteel Hartheim

Zeker een kwart van de Joodse mannen die tijdens de razzia’s van 22 en 23 februari 1941 werden opgepakt, zijn in de zomer van 1941 vermoord in een geheime gaskamer op kasteel Hartheim, 35 kilometer van kamp Mauthausen. Wally de Lang ontdekte het administratieve camouflagesysteem van de SS, die de moorden wilde verhullen om onrust te voorkomen. De actie – aangeduid als 14f13 – was ‘de ultieme leerschool voor wat later de Shoah ging heten’.

Tachtig jaar na dato beschrijft De Lang in haar boek De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam hoe ruim een kwart, maar waarschijnlijk zelfs bijna 150 van de 389 mannen tussen de 19 en 35 jaar in de verborgen gaskamer aan hun einde komen. Alle namen zette ze op een rij.

Wally de Lang: De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam, uitgeverij Atlas Contact, ­verschijnt 18/2, €24,99 euro.

In het Stadsarchief is in maart een expositie te zien. Op de site amsterdam.nl/stadsarchief/themasites/razzia staan de biografieën van de 389 vermoorde mannen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden