PlusGeschiedenis

Rode cijfers, rellen en veel vertraging: de haat-liefdeverhouding met de metro

De haat-liefdeverhouding van Amsterdam met de metro is nu bijna een eeuw oud. Het eerste plan, uit 1922, werd nooit uitgevoerd, maar een halve eeuw later begon alsnog de aanleg van de Oostlijn. Nu ook de Noord/Zuidlijn er ligt, lijkt het tijd voor een volgende uitbreiding.

Augustus 1970: het eerste ijzer gaat de grond in voor de nieuwe metro, op het Rhijnspoorplein.Beeld Foto Flip/Egbertus Martens/ANP

Menig Amsterdammer baalt weleens bij thuiskomst na een bezoek aan Londen of ­Parijs: gezegend als hoofdstedeling, maar toch zonder metro die je naar het Leidseplein of Rembrandtplein brengt of binnen tien minuten van Oost naar West.

Maar graaf slechts een decennium terug in het geheugen van de stad en de ellende van de Noord/Zuidlijn komt bovendrijven. De aanleg van deze metrolijn duurde eindeloos, kostte een vermogen en leidde tot verzakkingen op de Vijzelgracht. En bij de aanleg van de eerste metrolijn was er ook al gedonder. Amsterdam en de metro; het is nooit een gelukkig koppel geweest.

In 1922 al deden twee gemeenteraadsleden het voorstel voor een ‘ondergrondse spoorweg’ in Amsterdam – het woord metro werd toen al ­vermeden. Directeur Andries Bos van de dienst Publieke Werken dacht aan een kleine ringlijn onder de Keizersgracht. Vervolgens zouden radiale lijnen die ringlijn verbinden met wat toen de buitenwijken waren. Maar het project zou enorm duur worden: een lijn van 10 kilometer zou destijds 50 miljoen gulden kosten. Omgerekend naar het huidige prijspeil is dat bijna 376 miljoen euro.

Toenmalig wethouder Joannes ter Haar (Gemeentebedrijven) vond het niet verantwoord om zo veel geld uit te geven aan vervoer dat naar zijn idee alleen maar ‘oncomfortabel’ was, ‘om gebruikt te worden als er geen andere opties zijn’. Het metroplan verdween niet volledig van tafel, maar ook een alternatief traject van het Centraal Station via het Spui naar de Overtoom strandde, weer vanwege de hoge kosten van 21 miljoen gulden.

Veertig jaar later werd dan toch de eerste paal geslagen voor de Amsterdamse metro, op 27 ­augustus 1970 op het Rhijnspoorplein in Oost. Het was onderdeel van Plan Stadsspoor, een omvangrijk plan dat onder leiding van burgemeester Ivo Samkalden in 1968 tot stand was ­gekomen. De angst voor de ‘oncomfortabele metro’ was vergeten.

Ambitieus plan

Amsterdam was inmiddels verdubbeld in oppervlakte waardoor voor veel mensen ook de afstanden voor het woon-werkverkeer waren gegroeid. ‘De werker van de binnenstad kan geen woning meer vinden in de naaste omgeving, maar woont wellicht in Nieuwendam-Noord of Osdorp,’ schreef de gemeente in een huis-aan-huis verspreide brochure. ‘En menig winkelier, die vroeger achter of boven zijn winkel woonde, heeft nu een flatje in de buitenwijken.’

Het Plan Stadsspoor was ambitieus: er werd voorzien in een ringlijn van het Westelijk ­Havengebied naar Diemen (deels de huidige lijn 50) en een Noord-Zuidlijn tussen Noord en ­Amstelveen (deels de huidige lijn 52). Er stonden maar liefst twee Oost-Westlijnen op de planning: de ene zou rijden vanuit Zuidoost via het Centraal Station richting Meer en Vaart in Osdorp, de andere tussen Geuzenveld en het Muiderpoortstation, via het Leidseplein. Zo ver zou het nooit komen. Alleen de lijn aan de oostkant van de stad werd aangelegd: de huidige metrolijnen 53 en 54, tussen CS en Zuidoost.

De rode cijfers op de begroting waren nooit ver weg. Bovendien moesten voor de aanleg van het metrotracé in de Lastage, bij de Nieuwmarkt, veel in prima staat verkerende woningen ­worden gesloopt. Het leidde in het voorjaar van 1975 tot de Nieuwmarktrellen, inclusief een ­verijdelde bomaanslag.

Twee jaar later reed dan eindelijk de eerste metro over dit deel van de ooit beoogde de Oost-Westlijn. Het uiteindelijke tracé kwam vanuit Zuidoost niet verder dan CS. Van de verbinding naar West werd afgezien. De gemeente besloot dat een fiasco als dit zich niet mocht herhalen en in nieuwe plannen moest elke associatie met een metro worden vermeden.

Toen in 1990 lijn 51 naar Amstelveen in gebruik werd genomen, moest deze deels als metro en deels als tram worden uitgevoerd. Zo was de sneltram geboren. De Amstelveenlijn was vanaf het begin een zorgenkindje: vaak werden de treinen door storingen getroffen. Daarnaast waren er tal van aanrijdingen op de kruispunten in Amstelveen, waarbij in totaal rond de tien ­doden zijn gevallen.

Sneltram

Ook over lijn 50 van Zuidoost naar West, die in 1997 werd geopend, is vanaf het begin als ‘sneltram’ gesproken. Intussen is deze lijn volledig ingeburgerd als metro en ook als zodanig omgebouwd. Lijn 51 heeft het niet gered en wordt nu omgebouwd naar een tramverbinding.

Toch blijft de vraag of de metroangst van Amsterdam wel zo gezond is geweest: had het niet juist kosten en tijd gescheeld als men meteen was doorgegaan met het realiseren van het Plan Stadsspoor? Met de Noord/Zuidlijn is de stad in elk geval voor veel mensen weer een stukje dichterbij. En nu de discussie over de aanleg van een Westlijn op gang komt, dient zich een nieuw hoofdstuk aan in dit haat-liefdeverhaal.

Eerst de metro, dan het publiek

Van metrolijnen wordt ook wel gezegd dat ze een aanzuigende werking hebben. Eerst bouw je de metrolijn, daarna volgt het publiek. Neem de Zuidas: ABN Amro wilde zich niet langs het IJ vestigen, zoals oorspronkelijk gepland, maar liever in de buurt van het toonaangevende nieuwe station Zuid/WTC, waar ook de metro stopte. Na ABN Amro volgden meer kantoren – en zo kwam de Zuidas als nieuw zakendistrict van Amsterdam tot stand.

Of de Arena Boulevard: waar in de jaren zeventig de metro nog eindigde in een zandvlakte, zijn naderhand de Johan Cruijff Arena, ZiggoDome en Afas Live verrezen. Reden om het Bijlmer­station in 2007 te verbouwen voor grote publieksstromen.

De stad wil nu een metrolijn aanleggen naar de nieuwe woonwijk Haven-Stad om dezelfde reden. Momenteel wordt een haalbaarheidsonderzoek gedaan; de gemeente denkt dat de metro op zijn vroegst in 2030 kan gaan rijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden