PlusTen slotte

Rob Kock (1946-2021): de laatste kolenboer van de stad

Rob Kock kon volgens zijn vrouw ontzettend goed mopperen. Beeld Privéfoto
Rob Kock kon volgens zijn vrouw ontzettend goed mopperen.Beeld Privéfoto

Afgelopen week overleed Rob Kock, de laatste kolenboer van Amsterdam, en de burgemeester van de Bentinckstraat.

Voor de laatste keer reed Rob Kock afgelopen zaterdag door zijn geliefde Bentinckstraat, in een rouwwagen. Zo’n 150 buurtbewoners stonden langs de kant en applaudisseerden.

Op de stoep stond zijn Kawasaki 350 cc uit 1968. Zijn gouden helm lag op het zadel. “Die moest daar staan, dat wilde hij per se,” zei zijn vrouw Nellie Kock.

Aan de gevel van zijn voormalige winkel hing nog altijd het bord: ‘Th. Kock, brandstoffenhandel, tel. 89490’. Ook de bezem stond er, waarmee Kock letterlijk het straatje schoonhield, net als de stoel waarop hij altijd voor de deur zat, elke dag, met poes Beessie op schoot. Een praatje en dolletje met iedereen, en goed – ook heel veel mopperen.

“In het begin was ik een beetje bang voor hem,” zei bovenbuurvrouw Nynke Vissia. “De dag dat ik hier kwam wonen had hij gelijk commentaar dat ik mijn fiets zomaar op de stoep zette. ‘Zeker weer zo’n provinciaaltje in de straat,’ zei hij.”

Al snel leerde ze hem kennen als ‘een man met zo’n klein hartje’. Dat gold ook voor buurman Bob Brandsen. “Het was echt ruwe bolster, blanke pit. Als je hem alleen kende als brommerig, kende je hem niet goed genoeg.”

Racen op Assen

Rob Kock werd in 1946 geboren in de Bentinckstraat, waar zijn vader in 1936 een kolenhandel had geopend. Van jongs af aan hielp Kock mee. Aan de overkant van de straat hing zijn buurmeisje Nellie altijd uit het raam, of ze liep heel veel vaak voorbij als Kock aan zijn motor zat te sleutelen. “Ik was toen vijftien. ‘Kom maar terug als je achttien bent,’ zei Rob. Maar een jaar later hadden we verkering.”

Ze trouwden enkele jaren later en kregen een woning, uiteraard in de Bentinckstraat. Daar woonden ze 48 jaar, en kregen ze twee dochters, Barbara en Jacqueline.

In 1978 nam Kock de brandstoffenhandel van zijn vader over. Veel kolenboeren waren toen al gestopt, omdat iedereen overging op gas, maar Kock bleef open, als laatste der Mohikanen, voor een handvol vaste klanten, tot 2015.

Zijn grote liefde was motorracen. Hij reed in zijn jonge jaren wedstrijden op de circuits van Assen en Zandvoort. Kock vertelde graag dat hij de ­eerste coureur ter wereld was die hangend de bocht doorging, met een knietje tegen de grond, een verhaal dat her en der werd betwist. Ook zat hij in de jaren tachtig als duoraadslid voor Staatsbelangen in de stadsdeelraad.

De laatste jaren leed hij aan alzheimer en parkinson. Twee jaar geleden moest hij zijn geliefde Bentinckstraat verlaten voor een verzorgingstehuis.

Zijn vrouw: “Als Rob de kamer binnenkwam, dan was die vol. Hij had altijd wat te vertellen. Hij kon ook ontzettend goed mopperen. Dat viel niet altijd mee, moet ik eerlijk zeggen. Maar het was een goudeerlijke man.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden