PlusKlapstoel

René le Blanc: ‘2020 was het jaar van René le Blanc’

René le Blanc (artiestennaam van René de Wit, 1969) is zanger. Hij wordt de Nederlandse Engelbert Humperdinck genoemd. In de SBS6-serie Ik geloof in mij was hij een van de Nederlandse zangers die vastbesloten zijn het te gaan maken.

René le Blanc. Beeld Harmen de Jong
René le Blanc.Beeld Harmen de Jong

Arnhem

“Ik was een rakkertje, jawel. Ik heb netjes mijn diploma’s gehaald en liep niet echt te klooien, maar school trok me niet zo. Ik was liever buiten en op mijn dertiende kwam ik al in de vechtsportwereld terecht – ik heb de zwarte band karate. Ik was enig kind. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zeven was, de stiefvader die een jaar later kwam beschouwde ik als mijn vader. Met mijn biologische vader had ik niet veel contact. Als commando in Suriname werd hij in zijn rug geschoten, waardoor hij een dwarslaesie had. Op zijn 48ste is hij overleden.”

Zingen

“Ben ik pas rond mijn zestiende, zeventiende gaan doen. Daarvoor was ik al wel met muziek bezig. Met de cassetterecorder nummertjes uit de Top 40 opnemen, weet je wel. The Police, Cock Robin, Spandau Ballet, echt dat jarentachtigwerk. Een jongen in de straat, die in showorkest The Broadway Selection zat, hoorde me een keer zingen en zei: ‘Ga eens mee met ons.’ Zij hebben me opgegeven voor de Soundmixshow. Bij de voorrondes werd gezegd: Je zou kunnen winnen, je hebt er de stem en de looks voor. Maar een ernstig auto-ongeluk gooide roet in het eten. Ik heb in 1987 twee maanden in het ziekenhuis gelegen.”

Engelbert Humperdinck

“Een rasentertainer. Thuis is hij gewoon Engelbert, maar als hij de bühne op gaat, gaat er een knop om waar ‘showman’ op staat. Dan is hij mooi gekleed en heeft hij zijn haar netjes. Zo gaat dat bij mij ook. Thuis loop ik in mijn gewone kloffie, maar op het podium moet alles tot in de puntjes verzorgd zijn. Als ik word aangekondigd en mijn naam hoor, is het net of ik in mijn nek word gegrepen en ga ik los. Ik zie veel overeenkomsten tussen ons. Ja, Engelbert kent mij. Ik heb hem twee keer mogen ontmoeten, maar toen stond ik met tien anderen in de rij. Maar na de videoboodschap die hij voor Ik geloof in mij heeft ingesproken, is er contact ontstaan. Hij heeft filmpjes van me gezien en was enthousiast. ‘Ga zo door,’ zei hij me.”

2020

“Qua optredens geen goed jaar, maar door de tv-serie is het wel, zoals iedereen het zegt, het jaar van René le Blanc geworden. Ik zat in bijna elke talkshow en werd door Panorama tot man van het jaar uitgeroepen – Johan Derksen was tweede. Carlo Boszhard gaat me nadoen in De TV Kantine. Iemand schreef: Als Carlo je imiteert als je nog maar drie maanden op tv bent geweest, dan ben je al een A-ster.”

Ik geloof in mij

“In 2012/2013 was het al een serie bij Omroep Gelderland, waar ik ook in zat. Verwachtte ik toen veel van, maar ik bleef hangen op het niveau waar ik zat. Maar zie waar we nu staan. Ik hoorde dat John de Mol, toen de producenten bij hem aanklopten met het idee van een landelijke versie van Ik geloof in mij, over mij heeft gezegd: ‘Die gozer wil ik op tv!’ Ik ben de ster in die serie, dat ziet iedereen, ik ben door de makers naar voren geschoven. Ik heb wel gezegd: Luister, ik doe mee, maar het moet geen kopie worden van die serie van Omroep Gelderland. Ik heb meegedacht over mijn verhaallijn: van het produceren van een single tot de presentatie daarvan. Ik heb al mijn managementskundigheid erin gegooid, zeg maar.”

Jolanda

“Betekent alles voor mij, mijn steun en toeverlaat, al bijna elf jaar. En dat zeg ik niet omdat ze nu meeluistert in de keuken, we hebben dit echt samen weten te bereiken. Het is dubbel, hè: ik ben al zes, zeven jaar professioneel zanger, in België kennen ze me al lang, maar in Nederland bleef de echte bekendheid uit. Jolanda is er altijd in blijven geloven en zei: op een dag breek je echt door. Nou, ze had gelijk.”

Pasar malam

“Ik treed heel graag op voor de Indische gemeenschap. In die tijd dat ik al wel mijn brood verdiende met zingen, stond ik vooral op besloten feesten, pas op die pasar malams ben ik in de openbaarheid getreden. Ja, waarom doe ik het daar zo goed en voel ik me er zo thuis? Ik ben geen indo, maar ik denk toch wel dat er via de kant van mijn oma Krijgsman, de moeder van mijn echte vader, iets Indisch in me zit. Gezien mijn voorkeur voor pittig eten zou dat zeker kunnen. Ook in de Molukse gemeenschap doe ik het goed. Op zo’n pasar malam geef je elkaar gewoon een kus op de wang. Het is moeilijk om van jezelf te zeggen, maar ik heb geen kapsones, neem voor iedereen de tijd.”

Mensenmens

“Ja, dat ben ik, zeker. Ik vind het heerlijk om mensen om me heen te hebben. Samen met familie of vrienden eten of drinken, ik houd er van. Ik vind ook wel – ja toch, Jolan? – dat ik altijd klaar sta voor mensen. Mijn fans zijn me dierbaar. En ik loop nu om van de interviews, maar ik wil iedereen te woord staan. Maar mensen moeten me niet beflikkeren, om het maar even grof te zeggen, want dan kom je snel buiten te staan.”

Evenementenbureau

“Had ik voor ik definitief voor de muziek koos. En dat ging goed, hoor, ik was de directeur van 23 man. Ik zat vooral in het buitengebeuren. Springkussens, popcornmachines, luchtballonnen, die hoek. Of ik ging met drie bussen met vijftigers – inmiddels ben ik er zelf een – naar de Keukenhof. Op de heenweg gingen we lunchen bij Van der Valk, op de terugweg was er een stop met een optreden van een artiest. Nu ik zelf wat hoger op de ladder sta, merk ik dat ik aan die tijd veel ingangen heb overgehouden.”

René de Wit

“Dat is een heel gewone jongen. Ik zeg niet dat ik in Ik geloof in mij een rol speel, maar ik ben wel anders met een camera erbij. Zoals iedereen zegt: gooi er een kwartje in en het lult de dag door. Thuis maak ik ook wel eens een grapje, maar als René le Blanc ben ik voortdurend aan het dollen. Dat is de entertainer in mij. Ik ben niet alleen een zanger, ik vermaak de mensen ook echt. Het is een combi. In de tweede serie van Ik geloof in mij wil ik ook een serieuzere kant van me laten zien. Dat tweede seizoen is vanaf maart op tv, maar dat zeg ik wel onder voorbehoud. John wil nog weleens schuiven met zulke dingen.”

Flight Simulator

“Mijn hobby. Ik heb de boel wel even in de kast opgeborgen, het werd too much. Ik redde het niet meer. Ik heb alle officiële software in huis en dan wordt zo’n vlucht op de computer heel realistisch. Het is niet even opstijgen en vliegen maar, nee je moet echt een flightplan maken. Hoeveel passagiers gaan er mee, hoeveel brandstof heb je nodig? Dat moet je allemaal berekenen op je calculator. Ik vlieg het liefst op een 737 of een 747, maar die gaat er nu uit. Naar Curaçao vind ik een mooie reis, maar dan heb je het wel over een vlucht van zo’n tien uur. Als je eenmaal in de lucht bent, loopt de boel wel. Dan ga ik lekker in de tuin zitten, boodschappen doen soms zelfs wel. Maar een uur voor landing neem ik de boel weer over en zet ik die kist zelf aan de grond.”

Kersttrui

“Ik werd benaderd door het drankmerk Flügel: ‘René, sta je open voor een René le Blanc kersttrui?’ Doe je ding, zei ik. Meteen toen hij online ging, raakte de site overbelast. Hij kost 29,95 euro, waarvan een deel naar het Rode Kruis gaat. Een echte kersttrui is het, met daarop de tekst ‘I’m dreaming of a René le Blanc Christmas.’ Is lachen, toch? Kleding is voor mij belangrijk. Heb ik een zakelijke afspraak, dan verschijnt daar een keurig geklede heer, je uiterlijk is toch een binnenkomertje. Op de bühne mag het iets vlotter. Een spijkerbroek kan, maar de bovenkant moet netjes zijn: een mooi overhemd, colbertje erover. Ik heb zeker 200 optreedoverhemden in de kast hangen.”

Fans

“Toch wel het veertigpluspubliek, en dan veelal dames. Wat in België weer anders is: daar treed ik vooral op diners dansants op en ben ik populair bij echtparen. Hier in Nederland heb ik nu ook de studenten achter me. Ze staan geregeld voor de deur. Willen ze een handtekening van me of met me op de foto. Wat studenten in me zien? Ik denk toch vooral het typetje, maar ook mijn spontaniteit waarderen ze.”

Duitsland

“Begin jaren negentig timmerde ik er even flink aan de weg, daar was ik toen al der holländische Engelbert Humperdinck. Maar vanwege de liefde ben ik indertijd toch terug naar Nederland gegaan. Momenteel gaan er weer deuren voor me open daar. Als de corona voorbij is, wil ik daar graag aan werken. Ik zal het Nederlandse publiek nooit vergeten natuurlijk, maar als artiest word je in Duitsland op handen gedragen, je bent er echt ein Künstler. Roem is daar ook minder vergankelijk. Het maakt niet uit of je 40 of 70 bent. Als je er eenmaal bent geaccepteerd, kun je er tot aan je dood blijven zingen. En ze hebben er prachtige tv-shows: paar duizend man in de zaal, mooie decors, danseressen. Dát is televisie, vind ik. Daarom zeg ik ook: Breng in Nederland Op volle toeren terug op tv.

Daan Roovers

“De Denker des Vaderlands? Ik ken haar niet. Ik ben zelf ook wel een denker, een vooruitdenker vooral. Ik ben nu al bezig met hoe mijn carrière er over drie, vier jaar uitziet. Ik ben een perfectionist, alles moet kloppen. Ik neem ook het initiatief, hè? Van de week zat ik met de mensen van mijn team om tafel en zei ik: Luister, ik ben niet de baas, maar ik ben wel de man om wie het draait. Gaan jullie niet mee in het concept René le Blanc, dan moeten we afscheid nemen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden