Rekenkamer kritisch: Amsterdam heeft te weinig aandacht voor participatie van burgers

Ambtenaren leggen zelden uit waarom Amsterdammers niet betrokken worden bij gemeenteplannen, opvallend vaak worden organisaties in plaats van inwoners gevraagd te participeren, en er wordt niet genoeg gestuurd op verantwoording.

Tim Wagemakers en David Hielkema
Een raadsvergadering, met in het midden wethouder Rutger Groot Wassink. Beeld Daphne Lucker
Een raadsvergadering, met in het midden wethouder Rutger Groot Wassink.Beeld Daphne Lucker

Dat blijkt uit donderdag gepresenteerd onderzoek van de Amsterdamse Rekenkamer naar de participatieparagraaf van de gemeente. Dat is een paragraaf die ambtenaren sinds twee jaar verplicht moeten gebruiken om te beschrijven hoe ze Amsterdammers hebben betrokken bij plannen en beleid in de stad.

De gemeente heeft als doel dat Amsterdammers meedenken over nieuwe plannen en beleid, maar bij 261 van de 414 collegevoordrachten kozen ambtenaren ervoor inwoners niet te laten participeren. Vaak geven ze als reden op dat het ‘niet van toepassing’ is. De Rekenkamer benadrukt dat dit mag, alleen verdient het dan wel een inhoudelijke uitleg. Ambtenaren wekken nu de indruk dat er niet serieus wordt nagedacht om participatie in te zetten.

De Rekenkamer concludeert dat verantwoordelijke bestuurders te weinig aandacht hiervoor hebben. De paragraaf werkt al twee jaar niet naar behoren, maar niemand grijpt in. Volgens de onderzoekers is er een gebrek aan sturing binnen de gemeentelijke organisatie. ‘Het lijkt immers dat niemand de informatie uit de participatieparagraaf heeft gemist.’

Verontrustend

Het onderzoek van de Rekenkamer geeft nieuwe inzichten door juist de nadruk te leggen op hoe er intern bij de gemeente wordt gestuurd. Ruim vijfhonderd participatieparagrafen zijn onderzocht. ‘Het is verontrustend dat zelden duidelijk wordt met welk doel participatie is ingezet en wat de betrokkenheid van Amsterdammers is geweest,’ schrijft de Rekenkamer.

De Rekenkamer wil niet zeggen dat alles verkeerd gaat. Zo kan participatie in de werkelijkheid wel goed gaan, alleen komt dit niet tot uiting in de onderzochte paragrafen. De Rekenkamer noemt het dan ook veelzeggend dat in geen enkele participatieparagraaf wordt verwezen naar meer gedetailleerde uitwerkingen of plannen. ‘Dit versterkt onze indruk dat het geven van vorm en inhoud aan participatie in de praktijk nog een worsteling lijkt.’

In het coalitieakkoord hebben PvdA, D66 en GroenLinks eerder dit jaar benadrukt dat participatie voortaan door de hele organisatie gedragen moet worden. De Rekenkamer twijfelt of dit echt gebeurt. ‘In sommige gevallen lijkt participatie te worden afgehouden.’ Zo wordt er te makkelijk door ambtenaren gesteld dat participatie niet van toepassing hoeft te zijn op specifieke plannen.

Duidelijker

Het rapport van de Rekenkamer is aangeboden aan verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (Democratisering). Hem wordt aanbevolen ambtenaren erop te wijzen dat zij de participatieparagraaf moeten gebruiken en dat in de paragraaf duidelijker moet worden wat het participatieproces heeft opgeleverd.

In reactie op het rapport laat Groot Wassink weten dat het college de aanbevelingen van de Rekenkamer overneemt, maar zegt wel dat het invullen van de participatiegraaf geen doel op zich is. Hij noemt het een middel naast alle interventies die de gemeente al inzet bij participatie. Ook wijst hij erop dat het college de afgelopen jaren heeft ingezet op meer maatschappelijke betrokkenheid en dat er sinds dit jaar een participatieteam is om ambtenaren te ondersteunen en trainen.

Binnenkort zal het rapport in de gemeenteraad worden besproken. De Rekenkamer hoopt dat raadsleden een plan van aanpak eisen van het college over hoe ze beter gaan monitoren op participatie in de eigen organisatie. ‘De wijze waarop het college uitvoering wil geven aan onze aanbevelingen is weinig concreet,’ staat er in het nawoord van het onderzoek.

Onzichtbaar

Het is een volgende kritische noot bij het participatiebeleid van Amsterdam. Al eerder luidde burgemeester Femke Halsema de noodklok, toen ze zei dat een deel van de Amsterdammers de overheid onzichtbaar vindt of het idee heeft niet gezien of gehoord te worden. “Ook wanneer ze om hun mening gevraagd worden. Een deel heeft het gevoel van het kastje naar de muur te worden gestuurd.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden