PlusAchtergrond

Reiger, fuut en paling als bondgenoot in de strijd tegen de rivierkreeft

De Amerikaanse rivierkreeft Beeld Shutterstock
De Amerikaanse rivierkreeftBeeld Shutterstock

De bestrijding van de Amerikaanse rivierkreeft in stad en polder verloopt moeizaam. Ook in Amsterdam is de invasieve exoot een blijver. Kunnen reiger, fuut en paling misschien zorgen voor een oplossing?

De kreeftenkoker, de kreeftcrusher, de kreeftenpers: de gemiddelde Amerikaanse rivierkreeft zou behoorlijk nerveus worden van de meer dan honderd alternatieve vangstmethoden die het hoogheemraadschap van Delfland vorig jaar ontving na een oproep. Winnaar van de prijsvraag werd Martijn Schiphouwer, die de kreeftenbox bedacht, een piramidevormig bouwwerk met een gat aan de bovenkant. Vissen zwemmen ongehinderd in en uit, maar kreeften kunnen niet klimmen tegen een glad oppervlak en zitten dus vast.

Het winnende ontwerp wordt momenteel ontwikkeld aan de Universiteit van Wageningen. Schiphouwer heeft er alle vertrouwen in. “Ik ben tegenwoordig visonderzoeker, maar de kreeftenbox is gebaseerd op ervaring uit het verleden. Als kind viste ik achter het huis met een wasmachinetrommel met kippengaas of een oude laars aan een touwtje. Zo heb ik honderden palingen en kreeften gevangen. Het was allemaal illegaal natuurlijk, maar eigenlijk is dat precies waar we nu naar op zoek zijn: alternatieve vangstmethoden voor de rivierkreeft.”

Want daar wringt de schoen: de rivierkreeft staat met sinds 2016 op de zogeheten Unielijst van de Europese Unie, een lijst met schadelijke invasieve exoten die moeten worden bestreden. Die bestrijding verloopt hier moeizaam, vooral omdat de Visserijwet verordonneert dat alleen beroepsvissers en sportvissers het schaaldier mogen vangen. Op verschillende plekken in het land worden proeven gedaan met fuiken, maar de praktijk wijst uit dat het wegvangen van kreeften een zeer arbeidsintensieve methode is en zeker niet dé oplossing voor het probleem.

Ook in Amsterdam is de rivierkreeft een blijver, vertelde stadsecoloog Geert Timmermans eerder over de opmars van de exoot. “Ze vreten inderdaad alles kaal. Een sloot vol leven verandert in een paar jaar tijd in een bak water. Aan de andere kant is de rivierkreeft zelf ook onderdeel geworden van de voedselketen. Aalscholvers, lepelaars en ijsvogels eten hem graag.” Timmermans ook trouwens: “Je kunt van een stuk of tien dieren een heerlijke kreeftensoep maken.”

Beheersing van het probleem

Bij de bestrijding van de oprukkende rivierkreeft fungeert het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als hoofdkwartier. Daar wordt inmiddels uitgegaan van beheersing van het probleem als het maximaal haalbare, vertelde beleidsmedewerker Liesbeth Kap vorige week op een symposium. “Onze aanpak bestaat uit drie onderdelen: het voorkomen van de verdere verspreiding, het wegvangen en het bevorderen van predatie. We hopen dat deze combinatie populatie onder druk kan zetten, maar de silver bullet hebben we helaas nog niet.”

Omdat de mens aan wetten is gebonden, wordt nu ook met extra belangstelling gekeken naar natuurlijke vijanden van de rivierkreeft, zoals de reiger en de fuut, maar ook de snoekbaars en de paling. Die soorten moeten als bondgenoten worden gekoesterd, zegt Schiphouwer. “Er komt in de polder bijna geen paling meer voor. Mede daardoor kan de rivierkreeft ongehinderd de ene na de andere sloot koloniseren. Een paling ruikt de kreeften op afstand en vreet ze met pantser en al op.”

Hetzelfde geldt voor watervogels als de fuut en de meerkoet, vertelt amateurbioloog Aaf Verkade, die de rivierkreeft veelvuldig tegenkomt in de Leidse grachten. “Ik heb snorkelend weleens een aanval van een meerkoet op een kreeft gezien. Dat is een indrukwekkend schouwspel. De meerkoet grijpt zijn prooi in zijn nekvel en schudt hem heel hard heen en weer. Vooral de kleinere dieren zijn daar niet tegen bestand. Hoe vaker de kreeften vervellen, hoe harder hun pantser. De jonge dieren zijn nog zacht en kwetsbaar.”

In het Leidse water is Verkade onder de indruk geraakt van de opmars van de rivierkreeft. “Er wordt doorgaans gesproken over de polder, maar in de stad is het probleem niet minder groot. Het zijn echte gravers. Als er een spleet in de kade zit, bikken ze zich een weg naar binnen. Ze hakken waterplanten in stukken en knippen gezonken vuilniszakken open. Ik heb weleens voorgesteld om een kreeftenpatrouille op te zetten van vrijwilligers die in het najaar trekkende kreeften van straat plukken, maar dat mag niet. Dat is stropen volgens de wet.”

Juridisch probleem

De aanpak van de rivierkreeft is hoofdzakelijk een juridisch probleem, vindt ook Wilfred Reinhold van het Platform Invasieve Exoten. “We hebben te maken met een wet uit 1963, toen de rivierkreeft nog niet was geïntroduceerd. Er moet nieuwe wetgeving komen.” Wat Reinhold betreft, wordt de bestrijding in handen gelegd bij de waterschappen, zoals dat ook met de muskusrat het geval is. “Natuurlijke vijanden kunnen best een bijdrage leveren, maar het echte werk zal toch door de mens moeten worden gedaan. Er zijn inmiddels gewoon veel te veel kreeften.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden