PlusKlapstoel

Regisseur en schrijver Tessa Schram: ‘Dit boek rekent af met mijn puberteit’

Tessa Schram.Beeld Harmen De Jong

Tessa Schram (1988) is filmregisseur. Ze verfilmde onder meer de boeken Pijnstillers en Kappen! van Carry Slee. Deze maand verscheen haar eerste kinderboek: Supernerd of topmodel

Amsterdam

“Daar ben ik geboren: mijn oma had een huis op het Singel. Mijn moeder had de ene etage, haar zus de andere. Toen ik kwam, misten mijn ouders een tuin. Toevallig verkocht de broer van mijn vader zijn huis in Amstelveen, dus toen hebben ze dat gekocht. Mijn ouders wonen er nog steeds, ik woon een paar straten verderop. Het was er vroeger een stuk rustiger dan nu, nu staan er borden met: rustig rijden, hier spelen kinderen.”

“Ik was een vrolijk, uitbundig kind. Beetje druk, en wat bazig over mijn broertje. Dat is omgeslagen toen ik ging puberen: toen werd ik veel rustiger en onzekerder. Over hoe ik eruitzag, over jongens. Ik dacht dat niemand me leuk vond. Dat klopte ook wel, ik had bijna nooit een vriendje. Mijn vriendinnen wel. Daarom heb ik mijn boek ook opgedragen aan mijn dochter. Zodat zij, als ze dit leest als puber, weet: ooit komt het wel weer goed.”

Filmfamilie

“Mijn ouders hebben elkaar ontmoet op de Filmacademie. Mijn moeder is Maria Peters, mijn vader is Dave Schram. Ze zijn filmproducent. Mijn moeder schrijft ook scenario’s, en ze regisseren allebei. In het begin konden ze elkaar helemaal niet luchten. Volgens mij hebben ze een keer ruzie gekregen over een montagekamer op school, wie die als eerste mocht gebruiken. Een paar maanden later had hij haar geholpen met een filmpje, en toen merkte ze dat hij eigenlijk best aardig was. Dus is het toch goedgekomen.”

“Mijn broertje, Quinten Schram, zit ook in de filmwereld: hij componeert filmmuziek en doet het geluid op filmsets. We zijn er eigenlijk allebei ingerold. We werken heel vaak samen. Ik geloof dat ik ze op de set Dave en Maria noem, maar soms vergis ik me en komt er opeens toch pap of mam uit. Het hangt een beetje van de sfeer af.”

Pijnstillers

“Mijn regiedebuut. Ik heb een gat in de lucht gesprongen dat ik die film mocht maken: die kans heb ik echt van mijn ouders gekregen, en van Carry Slee natuurlijk, de schrijver van het boek. Ik was net een jaar afgestudeerd aan de Filmacademie. Het was een sprong in het diepe: met een speelfilm is veel geld gemoeid, een miljoen ongeveer, dus er spelen grote belangen. Dat voel je. Hij trok meer dan honderdduizend bezoekers, dat is in deze tijd gewoon goed. Met het verdwijnen van de videotheken en de komst van Netflix hebben Nederlandse films het moeilijker gekregen. De miljoen bezoekers die Kruimeltje had, die haal je niet snel meer.”

“Als mensen vinden dat ik ben voorgetrokken omdat mijn ouders in de filmwereld zitten, dan heb ik dat nooit gehoord. Ik had het meer gevoeld als ik niet de Filmacademie had gedaan. Ik ben hier gewoon voor opgeleid. Maar als mijn ouders geen producent waren geweest, had ik er op een andere manier voor moeten vechten.”

Carry Slee

“Een superbekende kinderboekenschrijfster. Ik heb haar boeken stukgelezen aan het einde van de basisschool, dat was nog voor mijn ouders de verfilmingen gingen doen. Ik was helemaal geen goede lezer, haar boeken waren zo ongeveer het enige wat ik las. Er zit altijd een mooie moraal in, een duidelijk thema en een liefdeslijn. Gewoon heel fijn om te lezen.”

“Ik heb haar voor het eerst ontmoet toen ik auditie deed voor een rol in Afblijven. Dat was heel bijzonder! En dan is ze ook gewoon heel lief en aardig. Er zijn genoeg kinderboekenschrijvers die helemaal niets van kinderen moeten weten.”

Fleur

“De rol die ik kreeg in Afblijven, de beste vriendin van de hoofdrolspeler. Mijn ouders maakten die film, dus ja – de auditie was voor hen. Niet de eerste ronde hoor, wel de tweede en ­derde. Tja. Meestal reed ik dan gewoon mee, of was ik toch al op hun kantoor. Op een gegeven moment ben je aan de beurt en doe je even die casting. Alles loopt door elkaar heen bij ons. Ik snap dat dat gek kan overkomen, maar als kind van de bakker ga je ook mee naar de bakkerij.”

Supernerd

“Dat ben ik niet. Toen ik dit boek ging schrijven, moest ik al die gekke weetjes googelen waar mijn hoofdpersoon mee strooit. Was wel heel leerzaam.”

Topmodel

“Dat ben ik ook niet, haha, want ik ben 1 meter 63! Ik heb wel al die programma’s gekeken, alle seizoenen van America’s Next Top Model met Tyra Banks, en ook de Nederlandse versie. Met die belachelijke opdrachten steeds. Die twee uitersten, beauty en brains, had ik nodig om het thema van mijn boek goed neer te zetten. Dit is toch iets waar elke tiener mee bezig is: zie ik er wel goed uit? En daar gáát het dus helemaal niet om.”

“Dit boek rekent af met mijn eigen puberteit. Zoals die enorme Harry Potterrugtas van mijn hoofdpersoon. Ik had Harry Potterkaftpapier. Dat vond ik enorm tof, tot iemand uit de bovenbouw er iets lelijks over zei. Dan merk je op­eens: wat ik leuk vind, is kennelijk niet zomaar oké. Dat was wel even slikken.”

Baby

“Otis heet ie! Ik ben eergisteren bevallen. Het is ons tweede kind, een jongetje. Tijdens mijn vorige zwangerschap had ik allerlei bloedingen, toen ben ik drie keer in het ziekenhuis opgenomen. Nu ging het veel beter. Soms vergat ik zelfs dat ik zwanger was.”

Roze koeken

“Daar had ik tijdens mijn vorige zwangerschap een enorme craving naar. Had ik er één op, wilde ik er na vijf minuten weer één. Ik had een onstilbare honger. Ik dacht: zo moeten mensen zich voelen die geen natuurlijke stop hebben op hun eetlust. Nu wilde ik vooral chocola. Melk, puur, in een koekje, het maakt me niet uit, als er maar chocola in zit.”

Corona

“Vreselijk, voor iedereen eigenlijk. Ook onze beroepstak ligt volledig stil. We waren nu heel veel thuis, dat was wel een voordeel. Onze wereld werd klein, naar de speeltuin gaan was echt een uitje, terwijl we dat voor corona altijd een beetje tussen de bedrijven door deden. Die rust is ergens wel prettig.”

Scholierenfilmfestival

“Daar heb ik weleens in de jury gezeten. De puberteit is zo’n precaire tijd, dat spreekt me aan. Ik kan me goed in tieners verplaatsen. Op sommige momenten zijn ze zo wijs, veel gevatter dan volwassenen. En op andere momenten maken ze nog heel intuïtief hun eigen keuzes. Ze worden veel minder gehinderd door vooroordelen.”

Focus puller

“Het beroep van mijn vriend, Tein Brouwer. Hij is de camera-assistent, hij zorgt ervoor dat het beeld op de set scherp is. Bij documentaires doet een cameraman dat zelf, die draait dan zelf aan de scherpteknop, op een filmset of bij een commercial is bijna altijd een focus puller aanwezig. En die heeft dan ook weer een assistent, een datahandler die de kaartjes moet back-uppen.”

“We hebben elkaar – heel verrassend! – op de set ontmoet. Het werd niet meteen iets, een half jaar nadat we samen hadden gewerkt spraken we elkaar via Facebook. Toen hadden we een date die een week duurde. Sindsdien zijn we onafscheidelijk.”

Lion

“Mijn lievelingsfilm. Ik heb hem wel vier keer in de bioscoop gezien. Het gaat over een vijfjarig Indiaas jongetje dat op zoek naar zijn broer in een trein stapt en dan opeens in Calcutta belandt, waar hij de taal niet spreekt. Hij kan de naam van zijn dorpje niet uitspreken, dus hij kan niet terug naar huis.”

“Het is een waargebeurd verhaal, maar zo’n sterk gegeven. Ieder mens kan zich voorstellen hoe het is als je je moeder wilt terugvinden. En het is heel mooi verteld, je leeft enorm mee met dat jongetje. Ik moest de hele tijd huilen.”

Kostuumdrama

“Dat wil ik altijd nog een keer maken. Met paarden en enorme jurken. Zo’n epische roman, het lijkt me fantastisch om die een keer te mogen verfilmen. Maar zo’n film kost miljoenen, die kans krijg je niet zomaar. Bij een Carry Slee­verfilming kun je tegen figuranten zeggen: kom maar gewoon op je sneakers en in je spijkerbroek. Bij een periodefilm moet iedereen, iedere figurant, in de make-up. Daar zijn veel meer mensen voor nodig, gigantische lokalen met tien make-upartists en tien kappers. En het decor is ook veeleisend. Je kunt niet overal ­filmen, je moet naar historische steden, vaak in het buitenland. Maar het staat zeker op mijn bucketlist.”

Jennifer Tosch

“Ik heb haar Black Heritage Tour nooit gedaan. Alle aandacht die er nu is voor de rechten van zwarte mensen vind ik heel goed. Je kunt wel zeggen: ik ben niet racistisch, maar we hebben allemaal een aandeel, we zijn allemaal geconditioneerd. Ook de filmwereld zou daar eens goed over na moeten denken. Nu is vaak de beste vriend van de hoofdrol iemand van kleur, maar dat is dus enorm bedacht. Of andersom, dat je de bitch wilt casten en je dan dus juist niet ­iemand van kleur neemt. Wat óók gek is. We hebben nog een lange weg te gaan.”

Tessa Schram: Supernerd of topmodel? Uitgeverij Moon, € 17,50. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden