PlusExclusief

Regelde jongerenwerker Anass A. uit Bos en Lommer de AK-47’s voor de aanslag in Bataclan?

Evacuatie van overlevenden van de aanslag op Bataclan, 13 november 2015. Beeld EPA
Evacuatie van overlevenden van de aanslag op Bataclan, 13 november 2015.Beeld EPA

Hij was gevierd jongerenwerker, maar nu wordt Amsterdammer Anass A. vervolgd wegens medeplichtigheid bij het leveren van wapens voor de terreuraanslagen in Parijs in 2015. Welke bewijzen zijn er tegen hem?

In de verhoorstudio van politiebureau Meer en Vaart legt advocaat Arne Kloosterman een hand op de schouder van Anass A. Het is 16 januari 2019 en zijn cliënt heeft zojuist opnieuw vernomen waarvan hij wordt verdacht: medeplichtigheid aan het voorbereiden van de terreuraanslagen in Parijs op 13 november 2015. Daarbij vielen 131 doden en meer dan 350 gewonden.

Kloostermans’ troostende gebaar is tegen het zere been van aanwezige Franse en Belgische politiemensen. “Zij willen niet dat u de hand op de schouder van uw cliënt legt,” zegt een Nederlandse agent.

In de ogen van de advocaat illustreert het voorval dat de Nederlandse justitie in actie komt tegen A. op aandrang van Frankrijk en België, die gebeten zijn op het vervolgen van iedereen die op enige manier betrokken kan zijn geweest bij de terreur in Parijs, en enkele maanden later in Brussel. Hoe is de nu 31-jarige Anass A. uit Amsterdam-West verzeild geraakt in onderzoek naar deze schokkende aanslagen?

Tot zijn aanhouding is hij een gevierd jongerenwerker, een van de eerste pupillen van de bekende jongerenwerker Saïd Bensellam uit Amsterdam-West. In Straat krediet, een biografie over Bensellam van cultureel antropoloog Frank van Gemert, figureert A. als ‘een van de jongens van Saïd’ die het ver hebben geschopt. Hij is ‘een van de vaste pijlers’ van het Jeugd Preventie Team (JPT) in Bos en Lommer. Met het JPT beoogt Bensellam twee vliegen in één klap te slaan: jongens uit de buurt een zinvolle tijdsbesteding met toekomstperspectief bieden én de veiligheid op straat verbeteren.

A. valt in positieve zin op. “Een erg aardige jongen, open en toegewijd, hij stak veel energie in het JPT,” herinnert een toenmalig stadsdeel­bestuurder zich.

‘Mijn interesses liggen bij het hebben van liefde voor je medemens, het helpen van kansarme doelgroepen, het dienen als rolmodel en perspectief bieden aan jongeren en ex-gedetineerden,’ schrijft A. in 2016 in een prezipresentatie voor zijn studie aan de Hogeschool van Amsterdam.

Terreurcel

Twee jaar later vindt hij zichzelf terug in politiebureau Meer en Vaart, als verdachte in een zaak die verband houdt met de terreur in de Bataclan. Ook is er een connectie met een andere serie aanslagen, ruim vier maanden na Parijs. Op 22 maart 2016 vallen in Brussel 35 doden. De daders komen uit dezelfde terreurcel als die van Parijs.

Na de Brusselse aanslagen is Osama Krayem opgepakt. Justitie in België ziet hem als zelfmoordterrorist. Hij is nog in leven doordat zijn rugzak met explosieven niet is afgegaan, mogelijk omdat hij terugkrabbelde.

Krayem verklaart dat de wapens voor ‘Parijs’ uit Nederland zijn gekomen. Hij zou dat hebben gehoord van Ibrahim Bakraoui, die zichzelf opblies in Brussel en geldt als initiator van het geweld in zowel Parijs als Brussel: “Ibrahim Bakraoui heeft tegen mij gezegd dat hij wapens in Nederland was gaan halen.”

Mede op basis van die verklaringen begint in januari 2017 in Nederland een onderzoek. Dat wordt tien maanden later omgedoopt tot de zaak 26Agawam. Er gaat speciale aandacht naar Ali el Haddad Asufi, een Belgische jeugdvriend van Bakraoui die verdacht wordt van hulp bij de voorbereiding van de aanslagen. Asufi is een volle neef van Anass A., al hebben ze niet dezelfde achternaam. In de geschiedenis van zijn TomTom valt een reeks Nederlandse adressen op. In zijn telefoon staat een contact ‘couz Anass’, wat volgens het Openbaar Ministerie niet anders te lezen is als ‘neef Anass’.

Uit onderschept telefoonverkeer blijkt dat Asufi en zijn neef vanaf 4 oktober 2015 – een kleine zes weken vóór de terreur in Parijs – berichten uitwisselen over ‘Clio’s’. Zo schrijft Asufi op 6 oktober 2015 dat hij de volgende dag naar Nederland komt om een Clio te kopen.

‘Clio, auto?’ vraagt Anass A. ‘Ja die waar ik het over had,’ antwoordt Asufi. ‘Die je vriend bij zich heeft.’ De volgende dag lijkt Asufi inderdaad in Amsterdam te zijn. Hij maakt een foto van zichzelf in het Diamant Museum. In het berichtenverkeer lijkt het daarna te gaan over prijzen en een nieuw bezoek van Asufi aan Nederland. A. schrijft dat hij twee ‘Clio’s’ heeft voor 2200 per stuk. Drie andere gaan voor 2700 euro per stuk.

AK-47’s

De theorie van het Openbaar Ministerie: met ‘Clio’s’ wordt niet gedoeld op auto’s van Renault, maar op AK-47’s. De genoemde bedragen liggen rond de prijs van een aanvalsgeweer in het criminele milieu. Die redenering is ook te lezen in een Frans dossier; daar denkt justitie dat Asufi met zijn jeugdvriend Bakraoui in oktober 2015 in Nederland was om wapens te bemachtigen, met Anass A. als intermediair.

Op 12 oktober 2015 maakt A. de conversatie ‘Clio2750’ aan. Hij schrijft zijn neef: ‘zeg me wanneer je komt zodat ik het klaar maak.’

Daarmee is de deal nog niet beklonken. Op 16 oktober schrijft Asufi dat hij nog op iemand anders wacht die een Clio verkoopt. Dat de koop in de pauzestand belandt, lijkt Anass A. te irriteren. “Je hebt me in ieder geval in verlegenheid gebracht met de automonteur, de eigenaar van de garage,” zegt hij op 22 oktober in een ingesproken bericht. Een paar dagen later zijn er nog maar twee ‘Clio’s’ beschikbaar. “Kom ze halen want ik heb het woord gegeven aan de garage-eigenaar. Hij zei vandaag want hij zei me altijd ‘je moet mij het woord geven zodat je me niet in verlegenheid brengt met de baas. Begrijp je?”

Op 28 oktober stuurt A. zijn neef naar de Wolphaertsbocht in Rotterdam, met de opmerking dat de Clio’s daar zijn. Ook stuurt hij een telefoonnummer dat Asufi ter plekke moet bellen. Dat is van Youssef Bensellam, de jongere broer van jongerenwerker Saïd Bensellam. Hij heeft contacten in het criminele milieu en is in 2012 door zijn nek geschoten. Sindsdien is hij grotendeels verlamd.

Het adres waar Anass A. zijn neef heen stuurt is, volgens justitie, van ene Rick van G., in het milieu bekend als ‘de Serviër’. Hij heeft antecedenten op het gebied van wapens en munitie. In de ogen van het OM nóg een indicatie voor een wapendeal.

Of de deal met de ‘Clio’s’ doorgaat is niet helemaal duidelijk. Twee dagen later – 30 oktober, Asufi heeft Nederland weer verlaten ­– is er wel communicatie waarin A. zich lijkt te beklagen over het feit dat zijn neef in Rotterdam het telefoonnummer van ‘de grote baas’ heeft gevraagd. Onduidelijk is ook wie daarmee wordt bedoeld.

Het schijnbaar versluierd taalgebruik suggereert praktijken die het daglicht niet verdragen. Maar het OM moet het doen met indirect bewijs. Zo staat niet onomstotelijk vast dat er inderdaad een wapenoverdracht is geweest, wie daar dan bij betrokken zouden zijn geweest en hoe.

Zwijgrecht

Desalniettemin laat justitie het er niet bij zitten. Vijf maanden nadat hij voor de eerste keer ontboden is op het bureau wordt Anass A. opnieuw verhoord. En in januari 2019 nogmaals. Dan zijn ook Franse en Belgische politiemensen aanwezig. A. beroept zich, op advies van zijn advocaat, op zijn zwijgrecht.

In maart 2019 volgt een inval in A.’s woning in Amsterdam en wordt hij opgepakt. Nu legt hij een summiere verklaring af. Het berichtenverkeer was verhuld, erkent hij. Maar met Clio’s werden geen Kalasjnikovs, maar partijen wiet bedoeld. In verhoren bij de Franse justitie verklaart Asufi ook dat hij naar Nederland kwam voor een drugsdeal.

Anass A. houdt dat ook vol bij een zitting in juni 2019 in Rotterdam, waar hij vooral veel huilt. Hij ontkent iedere betrokkenheid bij wapenhandel. “In 2015 werkte ik samen met de gemeente en de politie. Ik was druk en zeer maatschappelijk betrokken. Ik was met mijn toekomst bezig en niet met de zaken waarvan ik nu word verdacht.”

Diezelfde dag komt A. op vrije voeten, nadat de officier van justitie heeft gezegd dat er geen aanwijzingen zijn dat hij wist dat de wapens dienden voor de aanslagen in Parijs.

Daarmee is de kous niet af. Hoewel het twee jaar stil bleef in de zaak wil het Openbaar Ministerie A. nog steeds vervolgen voor de vermeende wapenhandel. Afgelopen donderdag was een nieuwe regiezitting. Op verzoek van A.’s advocaat Kloosterman bepaalde de rechtbank dat een aantal beruchte terreurverdachten moeten worden verhoord over de rol van zijn cliënt. Onder hen Salah Abdeslam, het enige overlevende lid van het terreurcommando dat in Parijs dood en verderf zaaide. Hij zou eerder verklaard hebben dat drie verschillende wapenleveranciers bij de aanslagen waren betrokken. Daarnaast moeten Osama Krayem en A.’s neef Asufi worden gehoord. “De verhoren kunnen mogelijk nieuw licht werpen op de onschuld van mijn cliënt,” aldus Kloosterman.

De inhoudelijke behandeling volgt vermoedelijk pas in 2022. Yousef Bensellam geldt ondertussen ook nog als verdachte, het OM gaat ook hem vervolgen, net als een derde verdachte die bij de wapenhandel betrokken zou zijn geweest.

Volgens advocaat Arne Kloosterman trekt de hele zaak een zware wissel op A. “Als mijn cliënt geen familie was geweest van Ali el Haddad Asufi, dan hadden we hier waarschijnlijk niet gestaan,” zei hij in de rechtbank. Volgens hem heeft A. inmiddels een nieuwe baan. Zijn bestaan als jongerenwerker is definitief voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden