PlusNieuws

Rechtbank: kroongetuige hoeft omstreden vragen niet te beantwoorden

Kroongetuige Nabil B. hoeft geen vragen te beantwoorden over de inhoud en de totstandkoming van zijn beschermingsovereenkomst met de staat. Dat besloot de rechtbank in het grote proces Marengo tegen Ridouan Taghi en zestien medeverdachten.

Paul Vugts
Een beveiligd transport komt aan bij de extra beveiligde rechtbank in Osdorp. Beeld ANP
Een beveiligd transport komt aan bij de extra beveiligde rechtbank in Osdorp.Beeld ANP

De spijtoptant hoeft van de rechtbank evenmin te antwoorden ‘op vragen over vermeende omkoping, chantage of afpersing door de kroongetuige tijdens zijn detentie’.

Die beslissing bracht de rechtbank maandag naar buiten, in aanloop naar de hervatting van het proces op 7 december. Over het al dan niet beantwoorden van de vragen was veel discussie tijdens B.’s laatste openbare verhoor op 22 september in de zwaarbeveiligde ‘bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp.

Nabil B. weigerde toen antwoord te geven op een groot aantal vragen. Advocaten van zijn medeverdachten vinden dat hij dat wel zou moeten doen. ‘Hoewel het uitgangspunt is dat een kroongetuige inderdaad verplicht is vragen te beantwoorden’, oordeelt de rechtbank nu ‘dat ten aanzien van een groot aantal vragen van dit principe dient te worden afgeweken’.

Alle vragen met betrekking tot zijn deal over beschermingsmaatregelen, inclusief de omstandigheden waaronder hij vastzit, vallen volgens de rechtbank onder de geheimhoudingsclausule die B. met het Openbaar Ministerie sloot. De ‘zittingsrechter’ hoeft van de Hoge Raad geen oordeel te vellen over de toezeggingen van de staat over de bescherming van de kroongetuige. Daardoor zijn ze voor het Marengoproces volgens de rechtbank niet relevant. Bovendien kan Nabil B. in de problemen komen door antwoord te geven, want het Openbaar Ministerie kan zijn deal dan opzeggen.

Omkoping, chantage, afpersing

Ook de vragen over de door (advocaten van) medeverdachten vermoede omkoping, chantage of afpersing door de kroongetuige tijdens zijn detentie, hoeft hij niet te beantwoorden. Hij heeft het ‘verschoningsrecht’ zichzelf niet in strafrechtelijke problemen te brengen.

Drie van de vier openstaande vragen over de communicatie tussen Nabil B. en zijn familie en vriendin hoeft hij niet te beantwoorden, omdat de rechtbank ook deze niet relevant vindt. Zo blijft één vraag over. Die gaat over berichten die Nabil B. aan zijn vriendin stuurde: ‘Meer gaat er denk ik niet komen…’ en ‘Ze hebben fouten gemaakt maar ik sta niet op het spel’.

Een advocaat wil weten op wat voor ‘fouten’ Nabil B. doelde. De rechtbank vindt dat een redelijke vraag en stelt dat het ook relevant kan zijn ‘wie en wat de kroongetuige daarmee heeft bedoeld’.

De vraag zal aan de orde komen als het proces op 7 december verdergaat. Vanaf die dag behandelt de rechtbank volgens de agenda ook het dossier ‘Kreta’ over de liquidatie van Ranko Scekic op 22 juni 2016 in Utrecht, en plannen voor het vermoorden van drie vrienden van Scekic.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden