PlusInterview

Rachid zei iets van een geparkeerde bus op het fietspad, en werd aan één oog blind geslagen

Saoud en Rachid: ‘We hebben nog zoveel vragen: kan hij straks weer autorijden, fietsen, werken?’  Beeld Marc Driessen
Saoud en Rachid: ‘We hebben nog zoveel vragen: kan hij straks weer autorijden, fietsen, werken?’Beeld Marc Driessen

Een opmerking over een fout geparkeerde bestelbus moest Amsterdammer Rachid bekopen met ernstige mishandeling. Getraumatiseerd en aan één oog blind vraagt hij zich af: ‘Waarom zegt iemand niet gewoon: sorry, ik zat fout?’

In de woonkamer staan bossen bloemen, van winkeliers en collega’s van het winkelcentrum in Amsterdam-Oost waar Rachid (47) huismeester is. Aan het plafond hangt een heliumballon met de tekst: ‘Om je op te fleuren’.

Er zijn veel kaarten met sterktewensen binnengekomen. “Ook van onbekende mensen, tot uit Zeeland aan toe,” zegt zijn partner Souad (36). Ze pakt een van de kaartjes uit de vitrinekast, geschreven door een vrouw wier zoon in 2010 slachtoffer werd van zinloos geweld. ‘Ik leef altijd mee en in angst voor wie dit overkomt. Blijf en wees vooral je zelf, dat is het mooiste en beste wat je kunt zijn! De weg naar herstel zal lang zijn, maar blijf vertrouwen dat het goed komt.’

Souad: “Dit is zo’n mooi kaartje. Hier spreekt hoop uit. We hebben veel steun aan al die sterktewensen.”

Agressief gebaar

Op donderdag 15 april is het leven van Rachid en Souad ingrijpend veranderd. Rachid doet thuis op de bank zijn verhaal. Hij is niet alleen fysiek gemolesteerd, maar ook mentaal beschadigd. Hij heeft het incident en het blijvende letsel dat hij eraan overhoudt nog niet kunnen verwerken. Het verhaal vertelt hij in brokken, terwijl hij zijn beide ogen bijna de hele tijd gesloten heeft. “Ik ben aan één oog blind. Als ik mijn ogen dichthoud, is dat minder confronterend.”

Het is rond vier uur die donderdag als de werkdag van Rachid erop zit. Hij praat voor de gezelligheid nog een kwartiertje na met zijn collega’s en stapt dan op zijn fiets om naar huis te gaan. Via de Ceintuurbaan rijdt hij naar de Van Baerlestraat richting het Museumplein. Ter hoogte van de Ruysdaelstraat blokkeert een witte bestelbus het fietspad en Rachid moet uitwijken naar de rijweg om erlangs te kunnen.

“Het was spitsuur en heel druk. Ik klopte op het busje en zei: ‘U mag daar niet staan.’ Een van de twee mannen werd agressief en maakte een gebaar met zijn handen. ‘Wat wil je? Kom hier dan.’ Maar ik fietste door.”

Hulp van omstanders

De mannen springen in de auto en rijden hem achterna. Bij de Frans van Mierisstraat zetten ze Rachid klem. “Ik moest keihard remmen en zat nog op mijn fiets toen een van hen op me af kwam. Hij pakte me bij mijn kraag en hield me vast. Ik voelde een keiharde klap tegen mijn linkeroog, zag sterren in mijn oog en zakte in elkaar. Het deed verschrikkelijke pijn. Van rechts voelde ik nog een klap aankomen. Omdat ik in elkaar zakte, kwam die net boven mijn rechteroog terecht.”

Ook krijgt hij klappen of schoppen tegen zijn rug. “Ik lag op de grond en voelde dat mijn oog vreselijk bloedde. Ik probeerde nog het kenteken van het busje te zien, maar dat was al weg.”

Omstanders ontfermen zich over hem. Iemand belt de politie, een ander komt aanlopen met ijsblokjes, een derde heeft het busje gefotografeerd en het nummerbord genoteerd. Weer een ander zet Rachids fiets op slot en doet het fietssleuteltje in zijn rugtas. “Gelukkig waren de mensen zo behulpzaam,” zegt Souad.

In het ziekenhuis wordt Rachid die avond geopereerd. Hij blijkt een scheur in zijn oog te hebben en gekneusde ribben. Afgelopen week heeft hij gehoord dat zijn oog niet meer gered kan worden. De foto’s van zijn gehavende gezicht laten zien hoe hard de klappen zijn geweest.

Afgelopen week heeft Rachid gehoord dat zijn oog niet meer gered kan worden. Beeld Marc Driessen
Afgelopen week heeft Rachid gehoord dat zijn oog niet meer gered kan worden.Beeld Marc Driessen

De film van het incident speelt zich steeds opnieuw af in Rachids hoofd. “Er gaat van alles door me heen. Ook de enorme impact op ons gezin, op mijn partner en mijn kinderen. Mijn leven is helemaal veranderd. Ik durf niet meer de straat op, ik zie maar voor de helft. Ik loop nu door het huis: van de keuken naar de slaap­kamer van de meisjes, naar het balkon en de huiskamer.”

Slapeloze nachten

Souad zit naast hem, dicht tegen haar man aan. “Rachid zit veel te piekeren. Hij heeft slapeloze nachten, zit de hele tijd stil op de bank en praat niet veel. Hij loopt vaak naar de spiegel en kijkt dan naar zijn oog.”

Rachid heeft nachtmerries en droomt van zijn belagers. “’s Nachts droom ik dat ik ergens sta en de dader rondjes om mij loopt. Hij lacht me uit en roept: ‘Pak me dan, pak me dan.’”

Souad: “Hij heeft ’s nachts nachtmerries en als hij wakker wordt, zit hij weer in een nachtmerrie.”

Rachid kijkt voor zich uit. Souad: “Hij zit in een rouwproces. Hij moet een nieuw leven beginnen. Hij was altijd actief, was veel buiten met de kinderen en altijd sociaal. Een hele rustige man die de confrontatie niet opzoekt.”

Rachid: “Weet je dat ik me in mijn werk in tien jaar tijd maar één keer heb ziek gemeld?”

Twee mannen aangehouden

Directeur Paul Fok van het bedrijf FVH Groep waar Rachid voor werkt, heeft het verhaal van de mishandeling op zijn LinkedIn gedeeld. ‘Onze medewerker Rachid is gisteravond onderweg van zijn werk aangevallen en volledig in elkaar geslagen. Zinloos geweld noemen ze dat, alsof het ooit zinvol was. Je hoort geen politici, geen Rutte of Klaver. Geen burgemeester, geen Halsema.’

Op het bericht is meer dan 17.000 keer gereageerd. Er zijn zo’n 800 commentaren bij gezet. Souad: “Wat een geweldige baas heb je, zei ik tegen Rachid. Dat zo’n grote baas voor je strijdt. Hij neemt het hoog op. Hij zei: ‘We doen dit samen.’ Dat heb je nodig in deze tijd.”

“We hebben nog zoveel vragen: kan hij straks weer autorijden, fietsen, werken? Hoe gaat het met vakanties? Hoe lang duurt dit allemaal voor hem? Met de toekomst zijn we nog niet bezig. Zover zijn we nog niet. De daders hebben Rachids persoonlijkheid afgenomen en het leven afgenomen dat wij leidden.”

De dag na het incident horen Rachid en Souad dat er twee mannen zijn aangehouden op verdenking van de ernstige mishandeling. “Dat is fijn. We zijn de getuigen erg dankbaar,” zegt Souad.

Rachid: “Ik was aan de ene kant opgelucht. De daders moeten boeten. Maar aan de andere kant: ook al gaan ze naar de gevangenis, ik heb er niks aan. Ik heb mijn oog verloren.”

Kinderen nog niet ingelicht

Hij draagt nu een bril om zijn andere, ziende oog te beschermen. Over het glas van het blinde oog is een kinderpleister geplakt. Zijn kinderen van twee, zes en zeven jaar weten nog niet dat het zicht uit dat oog weg is. “We hebben ze alleen verteld dat papa is geslagen. Ze vinden het eng om te zien,” zegt Souad.

Rachid staart voor zich uit en huilt. “Ik heb het mijn moeder in Marokko ook nog niet verteld,” zegt hij.

De zakdoek van Souad komt tevoorschijn. “Dit was echt niet nodig geweest. Ik hoop dat de daders beseffen wat ze hebben aangericht. Rachid maakte de opmerking voor hemzelf en andere fietsers. Waarom zeiden die mannen niet: ‘Sorry, we zetten de auto wel even weg.’”

Ze willen beiden een oproep doen aan mensen om geen geweld te gebruiken bij dergelijke voorvallen. Souad: “Het is zo dubbel. Je moet kunnen zeggen wat je wilt, maar dat kan niet in deze tijd gezien de agressie. Zeg liever niks, je weet niet hoe het afloopt. Wij zeggen niets meer.”

Het heeft volgens Souad ook te maken met de coronatijd. “Mensen zijn gespannen en depressief.”

Rachid: “Maar het heeft ook met de mentaliteit te maken. En de opvoeding. Veel mensen willen niet gecorrigeerd worden. Daar gaat het vaak fout. Waarom zegt iemand niet gewoon: sorry, ik zat fout? Dat is mijn oproep.”

Je hoeft je gelijk niet te halen, loop liever weg

Het zou iedereen kunnen overkomen: geconfronteerd worden met agressie nadat je iemand hebt aangesproken op een auto die op een fietspad staat of als je iemand hebt verzocht een mondkapje te dragen in een winkel.

Gedragswetenschapper Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie van de VU, maakte het acht jaar geleden aan den lijve mee, toen een fietspad in de stad werd geblokkeerd door een auto. “Ik klopte op het dak. De automobilist stapte uit en wilde me achternagaan. Ik fietste keihard weg. Het is best beangstigend. Door die ervaring doe ik zoiets niet meer zo snel,” zegt Van Lange, die al dertig jaar onderzoek doet naar agressie in de samenleving.

De Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld ziet dat mensen steeds voorzichtiger worden met het maken van opmerkingen bij dergelijke situaties. “Je merkt dat treinreizigers in dezelfde coupé naar beneden kijken als iemand luid zit te bellen. Ze zeggen er niets van. Bij een vechtpartij grijpt ook niemand in,” zegt oprichter Bart Wisbrun.

De stichting houdt de cijfers van agressie en zinloos geweld in bijvoorbeeld het verkeer, openbaar vervoer of op het werk niet meer bij, omdat mensen hier minder vaak aangifte van doen.

In samenwerking met het ministerie van Verkeer en Waterstaat brengt de stichting binnenkort Het Rode Boekje uit, met tips hoe je met agressie en geweld kunt omgaan en hoe je uitbarstingen kunt voorkomen. Hou je gemak, is het motto: ‘Ga nooit in discussie met iemand die agressief overkomt. Het is beter en verstandiger om dan geen reactie te tonen.’

Wisbrun: “Ga uitgerust van huis, neem rustig deel aan het verkeer, maak geen opmerkingen. Je hoeft je gelijk niet te halen. Loop liever weg en haal je schouders op, helemaal in deze tijd. Door corona zijn mensen bovendien sneller kortaf en opgefokt.”

Neemt de agressie in de samenleving toe? Is het beter om je mond te houden? Van Lange: “Die eerste vraag wordt mij al dertig jaar gesteld. Men denkt dat mensen een korter lontje krijgen, maar dat is niet gebleken uit onderzoek. We zijn eigenlijk socialer geworden.”

Dat het vaak voelt alsof de agressie is toegenomen, komt doordat verkeersruzies, bumper­kleven en asociaal fietsgedrag vaker aandacht krijgen in de media.

Pontus Leander, agressieonderzoeker bij de Rijksuniversiteit Groningen, bevestigt dat: de statistieken wijzen uit dat het geweld minder wordt. “Ik weet niet of agressie in de loop van de tijd is veranderd, maar het wordt nu beter zichtbaar doordat mensen de agressie filmen en posten op sociale media, waar het wordt gelezen en gedeeld.”

Volgens Van Lange is het verstandig om niet vanuit een impuls te reageren. “Zoek contact met een ander, met een conducteur of een medereiziger. Mensen houden niet van een morele terechtwijzing.”

Hij constateert dat mensen in een ‘losse samenleving’ als Nederland sneller regels overtreden dan in ‘strakkere’ samenlevingen als Japan en Duitsland. “Waar de regels vaak niet worden nageleefd, zeggen mensen er minder snel iets van als iemand door rood licht fietst of met een auto op het fietspad staat. In Japan zou je de priemende ogen van een passant krijgen. Uit ons onderzoek blijkt dat het in een los land niet gebruikelijk is om voor allerlei normovertredingen te corrigeren. Doe je dat wel, dan pakt dat sneller verkeerd uit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden