PlusInterview

Rabobankdirecteur Barbara Baarsma: ‘We moeten bouwen en bouwen’

De coronacrisis raakt Amsterdam midscheeps. De stad is een virushaard, de economie en de bevolking krimpen, de sociale gevolgen zijn enorm. Rabobankdirecteur Barbara Baarsma: ‘We moeten ons keihard uit deze crisis investeren.’

Barbara Baarsma.Beeld Frank Ruiter

Barbara Baarsma (50) herkent het verdriet van de stad, zegt ze in een lunchcafé in Amsterdam-Zuid. Zelf heeft de hoogleraar economie en direc­teur van Rabobank Amsterdam ‘geluk’. “Ik ben gezond, heb de structuur van mijn werk en in mijn omgeving zijn geen dierbaren over­leden.” Natuurlijk, ze moet, zoals zoveel Amsterdammers, thuis werken en haar sociale leven staat op een laag pitje. Zelfs de colleges en promoties op de universiteit gaan in deze tijd via internet. Maar dat leed is te overzien.

Haar kinderen, die allebei studeren, hebben het veel moeilijker in deze 1,5 metersamen­leving. Ze zitten thuis, in de levensfase waarin sociale contacten juist enorm belangrijk zijn. Baarsma begrijpt dat jongeren wat losser lijken om te gaan met de coronaregels. “Ze betalen een hoge prijs,” zegt de econoom. “Ze komen moeilijker aan werk en deze achterstand op de ­arbeidsmarkt kan jarenlang doorwerken, bijvoorbeeld in een lager loon. Door de groeiende staatsschuld zullen voorzieningen minder zijn tegen de tijd dat zij die nodig hebben. Terwijl de opbrengst van al deze regels – minder kans op besmetting – voor jongeren veel minder groot is.”

Creatieve talenten

Bij Rabobank merkt Baarsma dagelijks hoe hard de coronacrisis toeslaat in Amsterdam. Veel ondernemers kloppen bij de bank aan voor een nieuw overbruggingskrediet, met de overheid als borgsteller, of ze vragen uitstel van afbetalingen. Hun geld is op. De economische misère zal de komende maanden alleen maar toenemen, voorspelt Baarsma.

“De tweede schok, of beter: de naschok, komt eraan. De overheid heeft heel veel maatregelen genomen om de effecten van de eerste schok, de lockdown, te matigen. Met succes. Maar het volgende noodpakket is minder omvangrijk. Veel bedrijven draaien op halve kracht en hebben nauwelijks reserves, terwijl ze binnenkort kredieten moeten aflossen en betalingsregelingen aflopen. Ze kunnen dan omvallen of sluiten. Nog meer Amsterdammers verliezen straks hun baan. Deze crisis heeft langdurige effecten, die nog jarenlang doorwerken in de Nederlandse, maar zeker ook in de Amsterdamse economie.”

Het is tijd voor een lesje economie; Baarsma is en blijft tenslotte hoogleraar. Ze legt uit waarom de Amsterdamse economie extra kwetsbaar is voor de coronacrisis. In de economie zijn er, grofweg, twee knoppen waaraan beleidsmakers kunnen draaien om groei te bevorderen: het arbeidsaanbod – hoe meer mensen meer uren werken, hoe beter – en de productiviteit: hoe meer toegevoegde waarde dat werk oplevert, hoe beter. Met het aanbod zat het wel goed in Amsterdam. De stad groeide met zo’n tienduizend inwoners per jaar en daar zat heel veel ­talent tussen. De aanwas van de beroepsbevolking was hiermee een belangrijke pijler onder de lokale economie. Ook de productiviteitsgroei was relatief hoog in het precoronatijdperk.

De Amsterdamse economie draait voor een belangrijk deel op, wat Baarsma noemt, de drie c’s: de creatieve, culinaire en culturele sector. Die draaiden niet alleen goed, maar versterkten elkaar ook. Het rijke cultuuraanbod en de diversiteit van de horeca maken de stad aantrekkelijk voor creatieve talenten en hun komst kwam weer ten goede aan bijvoorbeeld de zakelijke dienstverlening, een belangrijke sector in Amsterdam.

Bouwen, bouwen, bouwen

Al deze voordelen zijn verdwenen door corona. De bevolking krimpt, doordat veel Amsterdammers vertrekken en daar geen internationale kenniswerkers voor terugkomen. De horeca en de cultuursector krijgen enorme klappen door de maatregelen en het wegblijven van toeristen. In het tweede kwartaal kromp de Amsterdamse economie 12 tot 14 procent. Alleen de economie van de gemeente Haarlemmermeer draait nog slechter en dat heeft alles te maken met de afhankelijkheid van Schiphol. “Ik maak mij grote zorgen. De economie van de Haarlemmermeer gaat wel weer draaien als de luchtvaart aantrekt, maar in Amsterdam dreigt blijvende schade. Veel culturele instellingen zullen verdwijnen. Vergis je niet: cultuur is niet alleen leuk en verrijkend, maar ook in economisch opzicht onmisbaar voor Amsterdam. Daarom is het goed nieuws dat het kabinet vorige week kwam met een extra hulppakket.”

Goed, de Amsterdamse malaise is duidelijk, de stad staat er niet goed voor. Is er, te midden van al deze ellende, nog ruimte voor enig optimisme? “Jazeker, al is het maar omdat ik een optimistische aard heb. Tot dusverre is alles en iedereen bezig met het beheersen van de crisis in de stad en dat snap ik heel goed. Tijd voor reflectie ontbreekt. De stad heeft niet alleen crisis­management, maar ook kansenmanagement nodig, want die kansen zijn er wel degelijk.”

Baarsma pakt haar schriftje erbij. Ze heeft, ter voorbereiding, een lijst van maatregelen opgesteld. De rode draad: “We moeten ons keihard uit deze crisis investeren. Natuurlijk is dat in­gewikkeld en heeft de gemeente ook het rijk nodig. De gemeente kampt met een tekort van bijna 300 miljoen op de begroting en heeft dus nieuwe inkomsten nodig. Die kunnen we krijgen door te investeren.

Boven aan de lijst staan investeringen in de culturele, culinaire en creatieve sector en daarmee in het vestigings­klimaat. “Help de culturele instellingen, steun de zzp’ers in de creatieve klasse. We kunnen niet zonder.”

Op nummer twee staat ‘bouwen, bouwen, bouwen’. De bevolking mag dan krimpen door de crisis, maar woningbouw en transformatie van kantoren tot huizen, blijven noodzakelijk, volgens Baarsma. “Tijdens de vorige crisis heeft Amsterdam de fout gemaakt door veel minder huizen te bouwen. Daarvoor betalen we nu nog de prijs in de vorm van een groot tekort aan wonin­gen. Amsterdam zal na corona weer een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Het is belangrijk dat we nu huizen bouwen, vooral voor de middenklasse.”

Baarsma hoopt ook dat Amsterdam werk maakt van omscholing van mensen die hun baan verliezen. “We hebben snode plannen om de stad te verduurzamen. Daarvoor zijn heel veel handjes nodig, die nu niet in voldoende mate beschikbaar zijn. Daarom is het zaak werklozen om te scholen, net als mbo’ers die hun opleiding hebben afgerond, maar geen baan kunnen vinden.”

Op papier ziet dit er prachtig uit, maar in de praktijk is het ingewikkeld om van, bijvoorbeeld, een werkloze kok een gemotiveerde monteur van zonnepanelen te maken. “Dit moet lukken. De stad telt veel onbenut potentieel dat zo aan de slag kan bij bijvoorbeeld Alliander om het elektriciteitsnet te verzwaren.”

Regie over eigen leven

Het laatste punt op haar lijst is levensgeluk. Volgens Baarsma is het denken in koopkracht, zoals in de politiek gebruikelijk, niet meer passend bij deze tijd. Natuurlijk is het fijn dat mensen erop vooruitgaan, zeker gezien de achterstanden in loon die grote groepen de afgelopen jaren hebben opgelopen.

“Veel mensen raken nu hun baan kwijt; wat hebben zij aan meer koopkracht voor werkenden? Deze crisis verdeelt kansen en geluk on­gelijk. De rijen voor de Voedselbank groeien. Amsterdam telt veel kwetsbare mensen en die vangen de grootste klappen op: ze raken hun baan kwijt, of hebben geen ruimte om thuis te werken of onderwijs te volgen.”

De stad moet ervoor zorgen dat deze mensen kunnen voorzien in hun basisbehoeften. “Om vooruit te kunnen, moeten mensen eten op hun bord hebben en niet kampen met problematische schulden. Het gaat erom dat deze Amsterdammers regie krijgen over hun eigen leven. Uit onderzoek blijkt dat zulke regie een veel grotere bijdrage levert aan levensgeluk dan koopkracht. Omscholing kan mensen die hun baan hebben verloren, helpen om de regie terug te krijgen.”

De lijst is ambitieus, beseft Baarsma, maar de gemeente hoeft het allemaal niet zelf te doen. “Zoveel Amsterdammers willen meehelpen. Deze stad is de afgelopen jaren vooral gegroeid door het creatieve kapitaal. Dat is nog altijd volop aanwezig. Mijn boodschap aan de gemeente: zet die collectieve denkkracht aan!”

CV

Barbara Baarsma (1969) is geboren in Leiden en verhuisde op jonge leeftijd naar Goeree-Overflakkee, waar ze haar Atheneum afrondde. Ze studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. In 2000 promoveerde ze. Van 2008 tot 2016 was ze directeur van onderzoeksbureau SEO Economisch Onderzoek. In 2016 stapte ze over naar de Rabobank, eerst als directeur kennisontwikkeling en later als directeur Rabobank Amsterdam. Baarsma is tevens hoogleraar Toegepaste Economie aan de UvA en onder meer voorzitter van de Bankraad bij De Nederlandsche Bank en lid van het Nederland Comité voor Ondernemerschap.

Dit is deel 1 van een interviewserie over de vraag hoe Amsterdam uit de coronacrisis kan komen. Volgende keer: Harold Goddijn, bestuursvoorzitter TomTom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden