PlusAchtergrond

PvdA, GroenLinks en D66 moeten pijnlijk schrappen in Amsterdam: dit zijn de opties

De gestutte Groenburgwal ter hoogte van de Staalmeestersbrug Beeld Jakob van Vliet
De gestutte Groenburgwal ter hoogte van de StaalmeestersbrugBeeld Jakob van Vliet

Amsterdam wil verduurzamen, nieuwe woningen bouwen en de ongelijkheid bestrijden. Maar sinds de coronacrisis is de gemeentelijke kas een stuk leger. PvdA, GroenLinks en D66 moeten plannen schrappen en dat kan niet zonder pijn.

David Hielkema

Amsterdam groeide en bloeide financieel, en toen kwam corona. De toeristen bleven weg, de stad moest miljoenen vrijmaken voor ondernemers en kunstinstellingen in zwaar weer. Geld ging naar voedselbanken, de daklozenopvang en naar laptops voor kinderen uit arme gezinnen die hun lessen online moesten volgen.

Amsterdam wordt voor veel van de gemiste inkomsten gecompenseerd door Den Haag, maar ondanks alle compensatie zijn de reserves uitgeput en zijn de toeristen nog lang niet terug op de niveaus van voor corona. Dat komt ook doordat Amsterdam al langer veel grotere ambities heeft dan er budget is. De overheveling van de jeugdzorg in 2015 naar de gemeente drukt zwaar op de begroting, net als ander sociaal beleid waarin Amsterdam ruimhartig wil zijn. Projecten zoals Zuidasdok vallen duurder uit. En veel projecten die de gemeente wil uitvoeren, neem ‘Masterplan Zuidoost’ of ‘Aanpak Binnenstad’, zijn niet structureel begroot. Elke jaar moet hier weer geld voor worden gevonden.

De stad heeft kortom grote financiële zorgen, concludeerden ook ambtenaren deze week. In aanloop naar de coalitieonderhandelingen schrijven ze dat er op alle fronten te weinig geld is en anders dan andere jaren, relatief weinig ruimte voor bezuinigingen. Het is de vraag waar PvdA, GroenLinks en D66 ruimte maken. Alle opties doen pijn:

1. Toch korten op kades en bruggen

Als de gemeente ergens goed in is, is het wel in het uitstellen van werkzaamheden aan kades en bruggen. Vanaf de jaren tachtig is er consequent op bezuinigd. Inmiddels zijn er verschillende kritische rapporten die melding maken van de deplorabele staat van de Amsterdamse kades en bruggen. Aan de Grimburgwal liet een deel van de kademuur het al afweten. Bij het aangezicht van hossende mensen tijdens Pride of Koningsdag houden bouwkundigen hun hart vast.

Wethouder Egbert de Vries (Financiën) concludeerde in oktober dat de gemeente tussen 2022 en 2025 nog 315 miljoen euro tekort komt om alle kades en bruggen op te knappen. Toch zal het bestuur vermoedelijk juist bij deze post nog wat proberen weg te snoepen. Zowel Reinier van Dantzig (D66) als Rutger Groot Wassink (GroenLinks) lieten tijdens de verkiezingscampagne al vaker weten dat het opknappen van de kades en bruggen niet met ‘een gouden randje’ hoeft.

Een optie is om de kademuren zo te verstevigen dat ze personenauto’s kunnen dragen. Gevolg is wel dat vrachtwagens helemaal niet meer welkom zijn in de binnenstad. Vuilnis ophalen zal in sommige buurten per boot moeten, zoals nu al her en der gebeurt. Grote vraag is hoe het stadsbestuur van zeg, 2040 terug zal kijken op een nieuwe bezuiniging op de kademuren.

2. Verzelfstandigen van Waternet

Op zoek naar geld wordt bij de gemeente gezocht naar bedrijven om te privatiseren. Ambtenaren zijn uitgekomen bij Waternet, waar de komende jaren flink in moet worden geïnvesteerd. Door de ‘drinkwatertaak’ te verzelfstandigen kan de gemeente ‘enige ruimte’ creëren. Om precies te zijn besparing van een ‘investeringsopgave’ van zo’n 94 miljoen euro.

De gemeente verdiende begin deze eeuw zo’n 1,7 miljard euro aan de liberalisering en privatisering van de energievoorziening. Het streek geld op van Alliander en van de UNA-elektriciteitscentrales van UNA. In 2009 werden aandelen van Nuon voor 950 miljoen aan het Zweedse Vattenfall verkocht.

Het geld, zo stelde het Amsterdamse bestuur destijds, zou worden gebruikt om te ‘investeren in de toekomst van de stad’. In de praktijk kwam de aanleg van de Noord/Zuidlijn ertussendoor, die precies 1,7 miljard euro duurder uitviel dan berekend. Belangrijker: een paar jaar na de verkoop van Nuon steeg de energieprijs voor Amsterdamse huishoudens met zestig procent.

Net zoals bij de energierekening is gebeurd, is de kans groot dat de rekening uiteindelijk bij Amsterdammers komt te liggen. De 10 euro die nu maandelijks moet worden overgemaakt voor schoon drinkwater zou door privatisering zomaar kunnen verdriedubbelen – waar de gemeente dan niets meer aan kan doen.

Ingegeven door het verleden zijn GroenLinks en de PvdA ervan overtuigd dat privatisering geen uitweg is. Toch is het niet uit te sluiten dat ze uiteindelijk akkoord gaan om zo te kunnen ‘investeren’ in de stad. De partijen gingen vorig jaar na veel verzet ook overstag met het verkopen van afvalverwerker AEB, waardoor het in Chinees-Rotterdamse handen terecht is gekomen.

Tekst gaat verder na kader.

Om hoeveel geld gaat het?
In 2022 heeft de gemeente een tekort van 73 miljoen euro. De komende jaren is ook een tekort ingecalculeerd en de verwachting is dat het structureel oploopt tot 42 miljoen in 2026. Daar bovenop houden ambtenaren rekening met een nog groter gat in de begroting door inflatie, mogelijk tot 195 miljoen euro in 2026. De lonen en prijzen stijgen en de compensatie die de gemeente daarvoor krijgt vanuit het rijk is onvoldoende.

Daarnaast groeit de stad en moet de gemeente ruimte maken in de begroting voor investeringen. Het stadsbestuur heeft, afhankelijk van de keuzes die ze maken, een ‘financieringsbehoefte’ van 560 miljoen tot meer dan 2 miljard nodig voor periode tot en met 2026. Met dit geld bijvoorbeeld is het mogelijk om een brug over het IJ of schoolgebouwen te financieren.

Maar om deze investeringen te kunnen doen, is jaarlijks geld nodig. De vuistregel is dat voor elke 100 miljoen euro die de gemeente doet aan extra investeringen, er zo’n 6 miljoen euro structureel gedekt moet worden in de begroting. Voor onderhoud en handhaving bijvoorbeeld. Bovendien moet de stad ook ernstig rekening houden met stijgende rentekosten van leningen, die stevig op de begroting drukken. Elke verdere rentestijging van 0,1 procent betekent 4 miljoen euro extra rentelasten. Zo wordt de financieringslast een steeds zwaarwegender argument.

Afhankelijk van de keuzes die ze maken is er tussen de 27 miljoen tot 108 miljoen nodig voor de periode tot en met 2026. Dit geld kan alleen vrijgemaakt worden door plannen te schrappen of door meer inkomsten te genereren.

3. Vrijesectorwoningen bouwen in plaats van sociale huur

PvdA en GroenLinks zijn ervan overtuigd dat de stad behoefte heeft aan sociale huurwoningen, D66 is voor meer middenhuur. Het probleem: dit levert de stad weinig tot geen geld op. Vrijemarktwoningen wél, omdat ontwikkelaars hierin willen investeren en het simpelweg na de bouw meer geld oplevert. Met dit geld kan de gemeente ook alle faciliteiten – denk aan groen, sportvelden, scholen, riolering en nieuwe wegen – rondom nieuwe wijken bekostigen en onderhouden.

Door sterk stijgende bouwkosten, zeker 15 tot 20 procent, wordt het ook steeds duurder voor de gemeente om te investeren. Toch ligt het niet voor de hand dat de partijen veel gaan afwijken van hun verkiezingsplannen. Ze zijn het erover eens dat ze de woningmarkt willen reguleren en de stad betaalbare huizen nodig heeft. Met meer huizen in de vrije sector volgt een tegenovergesteld effect. Om de enorme bouwopgave op te lossen ziet het ernaar uit dat er inderdaad weer meer gaat worden geleend én dat de partijen vasthouden aan circa 7500 woningen per jaar. De stadsschuld zal hierdoor oplopen; de rekening wordt doorgeschoven.

4. Duurzaamheidsambities in de ijskast

Vooraf waren de partijen het eens over het belang van woningisolatie. Zoals Marjolein Moorman (PvdA) zei: “We moeten investeren in isolatie en de verhuurders veel strenger aanpakken om ervoor te zorgen dat er betere isolatie komt. Met GroenLinks komen we met een energiearmoedeoffensief waar dit heel stevig in staat.”

Het is aannemelijk dat woningen in het sociale huursegment beter gaan worden geïsoleerd. Zeker nu de verhuurdersheffing is weggevallen, waardoor woningcorporaties meer geld overhouden, kan het nieuwe stadsbestuur erop aandringen dat corporaties meer werk maken van isolatie.

Bij particuliere verhuurders moeten andere manieren worden gevonden. Een gemeentelijk potje lijkt met de huidige financiën vrijwel onmogelijk. Eerder zei Van Dantzig dat als huisbazen niet willen meewerken, er ook een tijd van ‘dwingen’ komt. Maar hier geldt: juridisch is dit (vooralsnog) niet haalbaar.

Ambtenaren zien dan ook het ‘verminderen van ambities’ op het gebied van ‘autoluwheid, duurzaamheid en rainproof’ als mogelijkheid om geld te besparen. De stad zal nog vergroenen, maar het is de vraag of genoeg geld overblijft om ‘verder te gaan dan landelijke wetgeving’. De groene plannen van het stadsbestuur lijken zo al snel op de plank te belanden.

5. De Amsterdammer (én toerist) betaalt de rekening

Zeker is dat de Amsterdammer ook voor een deel van de kosten moet opdraaien, al zal het niet de grote kosten dekken. De eenvoudigste manier voor de gemeente om geld te verdienen: belastingen. Parkeervergunningen zullen vermoedelijk duurder worden en de onroerendezaakbelasting (ozb) gaat waarschijnlijk opnieuw omhoog. Op leegstand willen de partijen belasting heffen, om zo tegelijkertijd meer woningen te creëren. Het is alleen de vraag in hoeverre dit juridisch haalbaar gaat zijn.

Ook ligt het voor de hand dat toeristen meer belasting gaan betalen. De gemeente zal tevens kijken naar bezuinigingen op de ambtelijke organisatie, hoewel in 2019 al een bezuinigingsoperatie is geweest. De ambtenaren waarschuwen het stadsbestuur bovendien ervoor dat door meer bezuinigingen op personeel door te voeren projecten ‘ongewenst getemporiseerd’ worden.

Dit soort maatregelen kan de begroting sluitend maken, maar levert waarschijnlijk onvoldoende extra financieringsruimte op om de grote projecten te bekostigen die de Amsterdamse politiek op haar wensenlijstje heeft staan.

6. Het einde van de pilot

De drie partijen zijn de afgelopen jaren vaak ‘pilots’ begonnen die direct van invloed zijn op Amsterdammers. Sommige projecten zijn al voor een paar jaar voorgefinancierd; anderen lopen volgend jaar al af. Om kansenongelijkheid tegen te gaan ondersteunt Amsterdam arme ouders de eerste twee jaar. Het stadsbestuur heeft geld vrijgemaakt om de strijd tegen drugs aan te gaan. Er is geld voor het lerarentekort. Er is een potje om mbo-studenten te helpen zodat zij makkelijker aan het werk kunnen na hun opleiding. De winteropvang voor daklozen wordt jaarlijks begroot. Er is een aanpak voor racisme en discriminatie. Geld gaat naar uitgeprocedeerde asielzoekers. Er zijn speciale buurtbudgetten. En ga zo maar door.

In alle deze projecten zitten een stevige strijd. Voor D66 is het verduurzamen van de stad dé topprioriteit – bijvoorbeeld om de stad te voorzien van groene daken: waar gaat partijleider Reiner van Dantzig op inleveren? Marjolein Moorman staat vooraan als het aankomt op armoedebestrijding. Staat ze nog pal voor een Masterplan Nieuw-West en Noord dat miljoenen gaat kosten? GroenLinks-voorman Rutger Groot Wassink vindt dat niemand op straat moet slapen. Maar waar gaan uitgeprocedeerde asielzoekers naartoe als er geen geld is?

Het is ‘voor het eerst in de geschiedenis’, zoals ambtenaren schrijven, dat de stad tegen de grenzen aanloopt om groots te kunnen investeren. De politieke leiders gaan de komende tijd een ideologische strijd met elkaar aan om te bepalen hoe Amsterdam eruit gaat zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden