Geschiedenisblog

Primeur: De Amsterdamsche Zwemclub

Nu geschiedenis, maar destijds het laatste nieuws in Amsterdam. Van Mozart tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er vroeger in de stad?

1846: De Amsterdamsche Zwemclub

In Amsterdam werd in 1846 het eerste zwembad voor burgers geopend. Dat wil zeggen: voor mannen. Vrouwen en kinderen beneden de 12 jaar waren niet welkom. De op 25 juni 1870 opgerichte Amsterdamsche Zwemclub, de oudste zwemvereniging van Europa, schreef in 1882 het eerste vrouwelijke lid in. De Amsterdamsche Zwemclub speelde een grote rol in het bevorderen van de zwemsport en was ook de initiatiefnemer van het schoolzwemmen. De eerste zwemlessen werden gegeven in het water van de Buitensingel, de huidige Singelgracht. De clubbestuurders Th. van Heemstede Obelt, W.E. Bredius en Nicolaas ­Kroese waren ook betrokken bij de totstandkoming van het Obeltbad aan de De Ruijterkade en de bouw van het zwembad aan de Heiligeweg.

Het Obeltbad in 1926, gelegen aan de Badhuisweg. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

1982: Roel van Duijn is boer af

Roel van Duijn keerde op maandag 21 juni 1982 met zijn vrouw en twee kinderen terug naar Amsterdam. In hun Bijlmerflat ­herinnerden alleen de kruiden op het balkon en de melkfiets in het berghok aan de ruim vijf jaar die de ex-provo en wethouder voor de PPR als boer in het Noord-Groningse Veele had door­gebracht. “Ik heb maandag ­huilend afscheid genomen,” zei Van Duijn, “maar ik wil me met de mensenmaatschappij bezighouden, daarvoor moet je onder de mensen zijn. Ik kon me niet meer voorstellen dat er straten bestaan, met daarachter weer straten. Als ik uit de boerderij naar buiten keek en ik zag al dat moois, dan kreeg ik het benauwd. Dan snakte ik naar het geluid van een drilboor, dan wilde ik weer eens een opgebroken straat zien.”

Roel van Duijn in 1989, 7 jaar na zijn terugkeer in Amsterdam. Beeld ANP

1812: Guillotine op Nieuwmarkt

Op maandag 15 juni 1812 stroomt de Nieuwmarkt vol voor de executie van drie ter dood veroordeelden: de 37-jarige Hester Rebekka Nepping, haar 22-jarige minnaar Gerrit Verkerk en de 25-jarige dienstmeid Adriana van Rijswijk. Ze zijn schuldig bevonden in een vergiftigingszaak. Executies werden altijd voltrokken op de Dam, maar zijn nu verplaatst naar de Nieuwmarkt op last van koning Lodewijk Napoleon, die in het paleis is gaan wonen. Terechtstellingen zijn een welkome afwisseling van het saaie, dagelijkse bestaan. De hoofden van de drie terdoodveroordeelden worden van hun romp gescheiden door de guillotine, een primeur. Een ooggetuige in zijn dagboek: ‘Eén slag en een mensen­leven is geëindigd.’

De Franse valbijl staat klaar voor de Waag. Beeld Stadsarchief

1965: Religie en satire gaan niet samen

‘Krenking van godsdienstige gevoelens door smalende gods-lastering,” oordeelt mr. W. Tonckens, officier van justitie van de Amsterdamse rechtbank, op 11 juni 1965 in zijn eis tegen de 23-­jarige student Abram de Swaan voor het schrijven van een artikel in het satirische studentenblad Propria Cures. Zijn interview met een 33-jarige timmermanszoon, volksmenner en voedseldeskundige uit Nazareth zorgt pas voor ophef als een verdwaald nummer van het grachtengordelblad opduikt in het Zeeuwse Tholen. “Het proces was vergeleken met de huidige discussie over religie en satire een ­beschaafde manier om tot een oplossing te komen,” aldus de ­tegenwoordige emeritus hoogleraar sociologie. De Swaan wordt veroordeeld tot honderd gulden boete, die zijn oom betaalt. 

Abram de Swaan in 1983 Beeld ANP

1904: De eerste rondvaarten

Jaarlijks maken nu circa 5,5 miljoen passagiers een rondvaart. De allereerste rondvaartboot, die in de zomer van 1904 door de Amsterdamse grachten voer, bood slechts plaats aan vijftien mensen. Dat was een dekschuit, die in de winter kolen vervoerde en voor de zomermaanden werd schoongeboend en voorzien van bankjes. Rond 1913, na de ingebruikname van het sierlijk ingerichte motorjacht Hollandia, schoten de bezoekersaantallen de lucht in. Twee keer per dag nam de Hollandia vanaf de Oude Turfmarkt 80 personen mee op een rondvaart over de Amstel, Herengracht, Brouwersgracht, het IJ en via het Oosterdok en de Oudeschans weer terug. In 1925 richtte de firma Verschure & Co een van de eerste rondvaartbedrijven op, dat later opging in Rederij Kooij. 

1947: Drukte bij Rederij Kooij bij de Oude Turfmarkt. Beeld Stadsarchief

1964: Op stap met The Beatles

Het chique Amstel Hotel had ze geweigerd, ook het Hilton had nee verkocht. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en invaldrummer Jimmy Nicol zijn tijdens hun bezoek aan Amsterdam op 5 en 6 juni 1964 wel welkom in het Doelenhotel. Eigenaar Maup Caransa escorteert de Fab Four op hun verzoek naar de Wallen: “Zegt zo’n tippelaarster tegen een collega: ‘Wat een viezeriken! ’t Lijken wel de Bietels!’ Dus wij maar naar nachtclub Femina op het Rembrandtplein.” Daar spelen ze braaf een paar Beatlesnummers mee met huisorkest Los Trovadores Tropicales, maar John Lennon koesterde andere herinneringen: “Als wij uitgingen, dan gingen we goed uit! Er zijn foto’s waarop ik op mijn knieën Amsterdamse bordelen uitkruip.” Die ­foto’s zijn nooit opgedoken. 

Hoteleigenaar Maup Caransa, hier in 1974. Beeld ANP

1796: de eerste straatnaamborden en huisnummers

Het Amsterdamse gemeentebestuur voerde in 1796 zowel straatnaamborden als huisnummers in. ­Eerder was men bij het vinden van een adres aangewezen op hulpmiddelen als huisnamen, gevelstenen en uithangborden. 

In de vroege stad maakte men slechts een enkele keer gebruik van huisnummers, zoals bij een blok huizen dat tussen 1603 en 1611 aan de Kloveniersburgwal werd gebouwd. Dat was zo bijzonder dat het blok meteen de bijnaam ‘de nummerhuizen’ kreeg. Bij de invoering van huisnummers in 1796 werd per straat genummerd, maar niet met even en oneven zijden. Aanvankelijk begon men in een straat met huisnummer 1, nummerde door tot aan het einde en ging aan de overzijde ­terug naar het beginpunt.

Verschillende straatnaamborden voor tuinstad Slotermeer, 19 september 1952 Beeld Anefo / Stadsarchief

28 mei 1943: Filmaker Henry Robinski (13) ontkomt bij inval

Bouwvakkers stuiten mei 1983 bij verbouwingswerkzaamheden boven de Heeren van Amstel aan het Thorbeckeplein op de verstopte dagboeken en persoonlijke aantekeningen van een 13-jarige joodse jongen, Henry Robinski. Die tijdens de bezetting met veertien lotgenoten ondergedoken zat boven nachtclub Alcazar. Op 28 mei 1943 vallen de Duitsers het pand binnen en worden op vier na alle onderduikers gevonden en opgepakt. Henry, door zijn moeder achter een opklapbed verstopt, weet te ontkomen. Onder zijn gevonden aantekeningen zit ook een scenario voor een film: Duikjoodbasis. Op de eerste bladzijden staat de rolverdeling voor de film, met de echte namen van de onderduikers. En opmerkelijk, Duikjoodbasis blijkt ‘uit verveling’ ook echt gemaakt. De door een verzetsman op 16-mm geschoten film wordt later aangetroffen in een pand in de Kerkstraat.

Henry Robinski, die in werkelijkheid Henry Levij bleek te heten en zich vanaf 1963 officieel Henry Lemij laat noemen. Beeld -

27 mei 1852: Standbeeld voor Rembrandt

Nederland liep met standbeelden en monumenten bepaald niet voorop. Rond 1800 hadden alleen Rotterdam en Haarlem standbeelden van beroemde stadsgenoten, respectievelijk Erasmus en Laurens Janszoon Coster. Pas rond 1841 ontstond, op initiatief van kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae, het plan voor een bronzen beeld in Amsterdam. Van Rembrandt, een verwijzing naar onze Gouden Eeuw. De onthulling zou elf jaar op zich laten wachten, maar op 27 mei 1852 stond de Botermarkt (vanaf 1876 Rembrandtplein) vol.

Uit ramen en op daken probeerden bewoners een glimp op te vangen van koning Willem III, die hoopte dat ‘het gedenkteken getuige moge blijven waarop de Nederlandsche harten voor het vaderland kloppen’. 

Rembrandt, hier nog op de Botermarkt. Beeld Gebroeders Douwes (uitgever)

23 mei 1981: de eerste glasbak

Op het Buikslotermeerplein neemt D66-wethouder Gerrit Jan Wolffensperger op 23 mei 1981 de eerste glasbak van de stad in gebruik. Amsterdam is geen voorloper; drie jaar eerder is in Den Bosch de allereerste knalgele glasbak verschenen. De echte eer verdienen de dames Riemens en Kuiper in Zeist, die in 1972 de eerste glasinzameling opzetten. De 300 Amsterdamse glasbakken worden wekelijks geleegd door container­bedrijf Icova. Ter promotie verschijnt de Glasbakkenkrant, in een oplage van 300.000 exemplaren. Het kwarteeuwfeest van de glasbak is in 2018 groots gevierd, onder meer met muziek van De Jeugd van Tegenwoordig. Willy Wartaal: “Als kind wilde ik de binnenkant van de glasbak zien, ­omdat er zulk tof geluid uitkwam.”

Glasbak Beeld -

21 mei 1963: stiekem achter Aznavour aan

Chansonnier Charles Aznavour (39) haalt op 21 mei 1963 de kranten. Met zijn optreden in het Concertgebouw, maar vooral met het aan boord van zijn vliegtuig smokkelen van de twintig jaar jongere Amsterdamse studente Cox Habbema. De marechaussee haalt de latere actrice, theater­regisseur en schouwburg­directeur op verzoek van haar ­ouders van boord. “Ik was vrij op­gevoed, ik deed wat ik wilde. Dat gaf wel een hoop heisa,” herinnerde ze zich vijftig jaar na dato in Ons Amsterdam. Na te zijn thuis­gebracht, misleidt ze de wachtende journalisten en haar ouders en reist ze per trein alsnog naar Parijs. Aznavour, die ze toevallig had ontmoet op het Leidseplein, maakte indruk. “Maar zijn bandleden waren knapper. En groter. Charles paste onder mijn oksel.”

Cox Habbema Beeld anp/kippa

20 mei 1967: Worteltjesthee met Picasso

‘Ik was verbaasd dat hij er zo jeugdig uitzag,” vertelt Edy de Wilde op 20 mei 1967, bij zijn terugkeer in het Stedelijk Museum na een bezoek aan de 86-jarige Pablo ­Picasso in Zuid-Frankrijk. De museumdirecteur heeft 90 van de kunstenaar geleende werken persoonlijk ­teruggebracht. Als dank schenkt hij de kunstenaar een aantal Hollandse kazen. Dat bracht bij Picasso direct herinneringen boven van zijn verblijf in Noord-Holland in 1905, van de Hollandse luchten en de forse meisjes. “Dat ­onze meisjes hem als een pop behandelden, heeft de donjuan in hem wel een knauw gegeven,” zegt De Wilde lachend. “Maar ik heb een sterke indruk van een geweldige zachtmoedigheid van hem gekregen. Niet dat duivelachtige, wat je zou verwachten. Hij dronk thee gezet van worteltjes.”

13 mei 1673: fraudeur onthoofd op de Dam

De door het stadsbestuur in 1609 opgerichte Amsterdamsche Wisselbank speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van Amsterdam als handelsmetropool. Kooplieden konden bij de bank vreemde valuta en klompjes goud en zilver verzilveren voor waardevaste guldens, rekeningen openen en geld aan elkaar overmaken. Als in het rampjaar 1672 te veel klanten tegelijk hun geld willen opnemen, komt er een grote fraude aan het licht. Boekhouder Rutger Vlieck bekent in april 1673 dat hij jarenlang voor meer dan 300.000 gulden aan ‘malitieuse affschrijvingen’ heeft gepleegd. Op 13 mei wordt hij op de Dam met een zwaard onthoofd. Zijn bezittingen worden geconfisqueerd, broer Wolfert verhuist naar vrijplaats Wijk bij Duurstede en de rest van de familie neemt een andere naam aan.

Gravure bij een Beklagh-Liedt over de onthoofding. Beeld Stadsarchief

1480: openbaar toilet

Als vanouds werd er op Koningsdag in Amsterdam weer ongegeneerd geürineerd op straat, in stegen en in de grachten. Op zo’n dag waan je je weer even in de middeleeuwen. Echter, al in 1480 plaatste het Amsterdamse stadsbestuur onder enkele bruggen de eerste openbare toiletten, de zogenaamde secreten. Rond 1530 maakten de secreten plaats voor privaten, over de grachten uitgebouwde houten toilethuisjes. Drie eeuwen ­later werden op initiatief van arts ­Samuel Sarphati nieuwe secreten in de stad geplaatst, waarvan het onderhoud werd betaald met de verkoop van de verzamelde stadsmest aan boeren. De openbare toiletvoorziening was in eerste instantie bedoeld voor de man die zijn werk op straat had. Het project flopte. 

3 mei 1969: de eerste busrit in de nacht

"De nachtbussen zijn bij het Amsterdamse publiek aangeslagen," rea­geert een blije GVB-directeur ir. J.M. Ossewaarde in Het Parool na de eerste busritten in de nacht van 3 op 4 mei 1969. "We zijn daar heel blij mee, temeer daar we er nu acht renderende buslijnen bij hebben gekregen."

Populairst was lijn 73, tussen het CS en Osdorp. Ossewaarde, die tot half drie op de bussen meereed, zette op sommige lijnen volgbussen in voor verwerking van de drommen passagiers op de haltes. Hij gelooft niet dat de taxi last krijgt van de nachtbus als concurrent. "Ik heb het gevoel dat onze passagiers toch geen taxi zouden nemen: jongelui, mensen die bij familie een kaartje hebben gelegd en continu-arbeiders."

De bus van het Centraal Station naar Osdorp Beeld Rob Taconis/anp

8 mei 1989: Lodewijk Brunt wordt belaagd

Nog voordat hij zijn inaugurale rede 'De Magie van de stad' kan afsteken in de aula van de Universiteit van Amsterdam, wordt Lodewijk Brunt, geheel tegen de academische etiquette in, getrakteerd op een klaterend applaus.

De aanwezigen belonen de kersverse hoog­leraar omdat hij zich staande weet te houden tegen een aanval van vijftien wraakgodinnen van de actiegroep Positief ­Ingreep Kollektief (PIK). Ze zijn boos omdat de universiteit de vrouwelijke tegenkandidaat Alison Woodward heeft gepasseerd. Ze rollen spandoeken uit, scanderen slogans en belagen
Brunt met potaarde en bloemen, waarna hij meer lijkt op een stadsparkje dan een professor.

Als de PIK-leden de UvA-aula verlaten, begint Lodewijk Brunt alsnog aan zijn rede: 'Is de stad ten dode opgeschreven?'

Lodewijk Brunt, antropoloog en vertaler Beeld -

1 mei 1987: Het Gulden Vlies opent

Amsterdam was in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de greep van aids. Het ongeneeslijke virus dat het natuurlijke afweersysteem van het lichaam aantast, maakte veel slachtoffers. Veilig vrijen werd het motto. Condooms waren verkrijgbaar bij apotheek, drogist, seksshops en via automaten. Veel keus en goede informatie waren er echter niet. Marijke Vilijn, Ricky Janssen en Theodoor van Boven besloten daarom Condomerie Het Gulden Vlies te beginnen.

Op 1 mei 1987 opende de zaak in de Warmoesstraat. Om het beeld dat aids louter onder homoseksuele mannen voorkwam, te doorbreken, traden alleen de twee vrouwen in de publiciteit. Op die manier wilden de uitbaters duidelijk maken dat ook vrouwen aan preventie moeten doen.

Interieur van condomerie Het Gulden Vlies. Beeld Stadsarchief Amsterdam

23 april 1991: André Kuipers droomt van ruimtereis

"Dit willen de mensen zeker zien?" Gedwee poseert André Kuipers op 23 april 1991 bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in Noordwijk voor de fotografen in een astronautenpak.

De 32-jarige Amsterdammer is een van de vijf Nederlanders die nog kans maken op een astronautenopleiding. Al sinds zijn studie geneeskunde aan de UvA is hij geïntrigeerd door de ruimte. Kuipers schreef er ook zijn scriptie over. Met de selectie is hij weer een stap dichterbij zijn droom: de ruimte in als wetenschapper aan boord van spaceshuttle Columbus.

Over de aard van het wetenschappelijk onderzoek maakt hij zich weinig illusies: "Je voert gewoon experimenten uit van anderen die jaren zijn voorbereid." Maar Kuipers droomt stiekem van kleine eigen experimenten. "Ik ben benieuwd naar bepaalde hoofdbewegingen in de ruimte."

Kuipers in 1998 Beeld anp
2004: de eerste ruimtemissie van Kuipers is een feit Beeld anp

19 april 1995: Ajax naar de finale van de Champions League

Voor het eerst in 22 jaar bereikte Ajax deze week de halve finales van de Champions League. Volgende stop: de finale? 

Voor wat inspiratie kunnen de Amsterdammers de legendarische halve finale Ajax - Bayern München terugkijken, die vandaag 24 jaar geleden, op 19 april 1995, werd gespeeld. Het was de dag waarop een oppermachtig Ajax met 5-2 won van de Duitsers, en zo de finale van de Champions League bereikte. 

Het Parool schreef de volgende dag: 'Het werd een opwindend avondje in Amsterdam, waarop Ajax met snel, beweeglijk en avontuurlijk voetbal de verzwakte Duitse kampioen stormrijp maakte en vervolgens in zes minuten onder de voet liep. Het machtsvertoon, dat in 27 landen rechtstreeks op de televisie werd uitgezonden, moet alom een grootse indruk hebben achtergelaten. Wie er nog niet van overtuigd was, weet na gisteravond dat Ajax terug is als een sieraad van het internationale voetbal.'

Bekijk de samenvatting van de wedstrijd: 

Brand Paleis voor Volksvlijt sloeg een gat in hart van de stad

Precies negentig jaar geleden brandde het Paleis voor Volksvlijt tot de grond toe af en werd een gat geslagen in het culturele hart van Amsterdam, vergelijkbaar met de Notre-Dame in Parijs. Na lang soebatten kreeg het plein weer een bestemming, maar niet alle Amsterdammers waren daar blij mee.

Lees het verhaal: Brand Paleis voor Volksvlijt sloeg een gat in hart van de stad

April 1929, het Paleis voor Volksvlijt nasmeulend van de verwoestende brand. Beeld Stadsarchief Amsterdam

April 1965: Ro Corper wijst kamparts aan

Als 14-jarige werd de Amsterdamse Ro Corper op transport naar Auschwitz gezet. Samen met stadgenote Lien van der Hoek is ze in april 1965, twintig jaar na de bevrijding, getuige bij het proces in Frankfurt tegen ­enkele kampbeulen.

Corper, in Auschwitz tewerk­gesteld bij de kleding­sortering voor de gaskamers, wijst met gestrekte arm kamparts Franz Bernhard Lucas aan. "Hoe weet u dat de mensen die hij uitzocht, werden vergast?" wil de rechter weten. "Een half uur later ­zagen we de lijken," is haar antwoord.

Lucas wordt voor de gemeenschappelijke moord op minstens duizend mensen veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en drie maanden. In maart 1968 wordt hij voortijdig vrijgelaten en bij een nieuw proces in 1970 vrijgesproken.

Lucas overlijdt in 1994, Corper een jaar later.

Ro Corper in 1965, tweede van rechts op deze foto Beeld anp

1483: Broodwegers tegen gesjoemel

Om een einde te maken aan het gesjoemel met het ­Amsterdamse brood, dat per gewicht werd verkocht, stelden de Amsterdamse burgemeesters vanaf 1483 jaarlijks twee broodwegers aan: een voor het roggebrood en een voor het wittebrood.

Wekelijks kwamen zij bijeen op het stadhuis voor het vaststellen van de broodprijs. Als voorlopers van de latere Keuringsdienst van Waren gingen ze ook bij bakkers langs voor het keuren en nawegen van de broden. Het stadsbestuur verordonneerde dat niemand de broodwegers 'in 't waarnemen van hun ambt' mocht hinderen.

Amsterdammers die de bakkers waarschuwden als de broodwegers hun huis verlieten, riskeerden een boete van 300 gulden of drie maanden tuchthuis. Sjoemelende bakkers konden ook rekenen op een forse boete of een handels­verbod.

Bij de oprichting van het Sint Hubertus­gilde voor bakkers, in 1530, werd de positie van de broodwegers versterkt.

Bakker met mand met broden, Marie Lambertine Coclers, 1776 - 1815 Beeld .

15 april 1911 - de eerste toeristenbus

De eerste toeristenbus, die op 15 april 1911 opdook op de Dam, oogstte vooral verbazing. Deze 'helrode automobiel van buitengewone afmetingen' bood plaats aan veertien personen. De eerste rit, aangeboden door reisbureau Lissone, voerde naar de bollenvelden.

De kranten waren enthousiast over het nieuwe vervoer­middel, gemaakt door de Amsterdamse autofabrikant Spijker. Een jaar later kreeg de firma een vergunning voor het 'stationeren van harer groote toeristenauto's' op de Dam 'ter bevordering van het vreemdelingenverkeer'. Tweemaal per dag werden sightseeingtours aangeboden.

Nog dezelfde zomer kreeg Lissone concurrentie van reisbureau Thomas Cook, dat een door paarden getrokken open rijtuig inzette.

Toeristenbus van Lissone-Lindeman Sight Seeing op de Dam voor het Koninklijk Paleis. Op de achtergrond de Nieuwe Kerk Beeld Stadsarchief Amsterdam

Amsterdam in de middeleeuwen

Over middeleeuws Amsterdam is relatief weinig bekend. Stichting Middeleeuwse Archieven Amsterdam wil dat veranderen. Probleem is dat de oudste archieven van de stad op één hoop zijn gegooid.

Lees verder: 'Amsterdam is nooit echt middeleeuws geweest'

De stad in 1342 Beeld Stadsarchief Amsterdam

13 april 1942 - Anne Frank doet aangifte

'Ik wou dat ik niet naar school moest, m'n fiets is in de paasvakantie gestolen,' schrijft Anne Frank op 24 juni 1942 in haar dagboek. Twee ­weken later, op 6 juli, duikt de familie Frank onder in het achterhuis aan de Prinsengracht. Daar worden ze op 4 augustus 1944 na verraad ontdekt en opgepakt.

De aangifte van diefstal van haar fiets deed Anne Frank op 13 april op het politiebureau aan de Pieter Aertszstraat. Deze aangifte is terug te vinden in het archief van de Amsterdamse politie, dat wordt ­bewaard in het Stads­archief: 'Anne Frank, 12 jaar, scholier, woont Mer­wedeplein 37-III alhier, doet aangifte van diefstal van haar rijwiel, gepleegd op 13-4-42 tusschen 12 en 14 uur van voor haar woning. Waarde 45 gulden. Geen vermoeden.'

Anne Frank Beeld Fotocollectie Anne Frank Stichting

3 april 1778: Johan van Gogh onthoofd

'Maar wyl mijn zotte min trad buiten 't spoor der reden, moet morgen 't zotte hoofd van 't lichaam zijn gesneden,' dichtte broodschrijver Johannes Bartholomeus ­Ferdinandus van Gogh op 3 april 1778, de dag voor zijn openbare executie op de Dam. 

Van Gogh, schuldig bevonden aan doodslag van zijn geliefde, de prostituee Anna Smitshuizen, beklaagde zich in zijn afscheidsgedicht dat hij 'gehoor had gegeven aan hoerenlist'.

Het proces tegen de voormalige acteur en scheepschirurgijn trok veel aandacht, net als zijn onthoofding op 4 april. Iedereen probeerde aan de zaak te verdienen, er verscheen een stortvloed aan publicaties. De prent die uitgever Dirk Schuurman voor tien stuivers op de markt bracht, inclusief een beschouwing van de strafvoltrekking, werd een bestseller.

De terechtstelling van Johan van Gogh te Amsterdam, 1778 Beeld Rijksmuseum

3 april 1987 - eerste Hasjmuseum gesloten

Het eerste Hasjmuseum ter wereld wordt op 3 april 1987 op last van het Openbaar Ministerie gesloten, 24 uur na de officiële opening. Het Amsterdamse museum, in een verbouwde huiskamer aan de Oudezijds Achterburgwal, is al enkele maanden open. Tot de justitiële actie vond de persofficier van justitie, Leo de Wit, de tentoongestelde foto's en softdrugs vooral een 'ludiek initiatief', maar na de officiële opening blijkt het tij gekeerd. 

De inboedel wordt in beslag genomen, omdat conservator Ed Rosenthal 'het gebruik en de verkoop van softdrugs' heeft bevorderd. De Amerikaan vindt de inval 'belachelijk', maar minister van Justitie Frits Korthals Altes prijst in het NOS Journaal de justitiële actie: "Dit is een goede zaak voor Amsterdam."

Interieur van het Hasjmuseum Beeld anp

De Gouden Eeuw - ook veel singles in de stad

Amsterdam is een stad van singles. Dat was in de Gouden Eeuw niet anders, zo staat in het boek Ja, Ik Wil! van René van Weeren en Tine de Moor. Uit Amsterdamse ondertrouwakten blijkt dat de manier waarop we relaties (niet) aanknopen de afgelopen eeuwen amper is veranderd.

Een vozend paartje ten tijde van de Gouden Eeuw. Beeld Gesina Terborg

21 maart 1974 - De witkar

Irene Vorrink, minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, opent op 21 maart 1974 op het Amstelveld het eerste witkarstation. De witkar, een ontwerp van provo Luud Schimmelpennink, is een elektrisch voertuig op drie wielen voor collectief gebruik.

Een levenslang lidmaatschap kost 25 gulden, de magnetische sleutel jaarlijks 20 gulden en de ritprijs een dubbeltje per minuut. Er moeten nog vier andere stations worden geopend, maar het beoogde aantal van 25 stations en 125 voertuigen blijkt onhaalbaar. 

De witkar wordt geen succes. Schimmelpennink beschouwt de witkar nu als een 'systeemexperiment uit het verleden' en ziet toekomst voor de Biro als nieuw collectief stadsvoertuig. "Ik ben al twee keer bij ze geweest in Italië: zij willen wel."

Eind jaren zeventig reden de eerste witkarren in Amsterdam Beeld anp

Voorjaar 1994 - De fietstaxi

Amsterdam dankt de fietstaxi aan dertien studenten van de Haarlem Business School, die als afstudeeropdracht een origineel en winstgevend project moesten bedenken. In het voorjaar van 1994 reden ze een week door Amsterdam met vijf in Harderwijk gehuurde riksja's.

Het was niet de eerste keer dat er fietstaxi's reden in Amsterdam, maar in 1941 vond de Duitse bezetter ze 'strijdig met het natuurlijke moraliteitsgevoel van den Noord-eeuropeeschen mensch'. De media springen er nu bovenop, van het Jeugdjournaal tot de Herald Tribune. Tv-programma Nova organiseert een wedstrijd tegen een TCA-taxi, die door de studenten glansrijk wordt gewonnen: de riksja is goedkoper en sneller. De fietstaxi is sindsdien niet meer weggeweest.

Op lijn 1 van het Centraal naar de Stadionweg werd in 1969 de eerste zelfbedienings stempelautomaat in gebruik genomen. Beeld anp

1 maart 1913 - De eerste honkbalclub

Er is bijna geen sportpark in Amsterdam waar honkbalvereniging Quick niet ooit heeft gebivakkeerd. Maar het begon voor de Amsterdamsche Honkbal Club Quick allemaal op 1 maart 1913, op een gehuurd hoekje van het IJsclubterrein, het huidige Museumplein. Daarmee is de Amsterdamse vereniging de oudste honkbalclub van Europa.

Vanaf 1924, toen de landelijke honkbalcompetitie vorm had gekregen, kende Quick grote triomfen op de honkbalvelden en werd de club meerdere malen Nederlands kampioen.Ondanks alle titels moesten de honkballers bijna tien keer hun thuisbasis verhuizen. Van 1951 tot 1960 lag die op het Olympiaplein, maar het jeugdteam werd in 1960 kampioen van Nederland op het sportpark aan de Jan van Galenstraat.

Twintig jaar later vierde het eerste team de promotie naar de hoofdklasse op sportpark Goed Genoeg en tegenwoordig is Quick gevestigd op sportpark Sloten. De club afficheert zich nu vooral als een 'gezelligheidsvereniging, waarbij ervaring niet is vereist'.

11 februari 1920 - Het eerste schooltuincomplex

Op 11 februari 1920 stemde de gemeenteraad in met een subsidie van 9000 gulden voor de Amsterdamsche Vereeniging voor Schoolwerktuinen. Het geld volstond voor de inrichting en exploitatie van een eerste schooltuincomplex in de polder tussen de Petroleum- en de Houthaven. Daar konden 280 schoolkinderen aan de slag, elk op 20 vierkante meter grond.

De economische schaarste na de Eerste Wereldoorlog speelde een rol, maar het tuinieren moest de kinderen ook behoeden voor 'de demoraliserende invloed van de straat'.De tweede tuin kwam in de Watergraafsmeer aan de Ringdijk, achter de voormalige hofstede Klein Dantzig, en de derde aan de Zuidelijke Wandelweg in Zuid.

Eerst werden de lessen gegeven op woensdag- en zaterdagmiddag, in 1934 kregen dertien scholen toestemming om onder schooltijd te gaan tuinieren. Amsterdam telde in 1980 negentien schooltuincomplexen, waarvan er nu nog dertien in gebruik zijn.

Kinderen aan het werk op de schoolwerktuinen aan de Spaarndammerdijk, gezien naar het leslokaal ca 1930 Beeld Stadsarchief Amsterdam

11 februari 1489 - De keizerskroon

Maximiliaan van Oostenrijk, vorst van het Heilige Roomse Rijk, werd in 1489, tijdens zijn verblijf in Den Haag, zo ziek dat voor zijn leven werd gevreesd. Hij beloofde bij genezing op bedevaart te gaan naar Amsterdam.

En zo geschiedde: op 11 februari gaf hij de stad het privilege het stadswapen te sieren 'metter crone van onsen Rijcke, tot eeuwighen daghen'. Tot zover de legende, want Maximiliaan was in 1484 doodziek en ging pas vijf jaar later op bedevaart. Maar Amsterdam was een belangrijke financier van zijn strijd tegen het opstandige Vlaanderen en de Hoekse steden - en voor wat hoort wat.

Overigens was Maximiliaan destijds nog geen keizer. De kroon die wij kennen van het stadswapen en de Westertoren is die van de latere keizer Rudolf II, uit 1602.

29 januari 1766 - Mozart in Amsterdam

De pas 10-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn oudere zus Maria Anna kwamen in de winter van 1766 naar Amsterdam. Vader Leopold Mozart en zijn vrouw waren al sinds 1763 op pad om de muzikale kunsten van hun kinderen uit te venten. De familie Mozart vindt onderdak in herberg De Gouden Leeuw in de Warmoesstraat.

Hoogtepunt van het verblijf in Amsterdam zijn de optredens in de zaal van de Hollandsche Manege, hoek Leidsegracht en Lijnbaansgracht. Voor het eerste concert op 29 januari plaatst Leopold annonces in de Amsterdamsche Dinsdagsche Courant en de Opregte Haarlemsche Courant, waarin hij Wolfgang opzettelijk twee jaar jonger maakt. Het optreden is een groot succes, in februari en mei volgen nog twee reprises.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden