Frank Paauw in zijn kamer aan ‘de gouden gang’ van het hoofd­bureau aan de Elandsgracht.

Plus Interview

Politiechef over misdaad in de stad: ‘We zullen van deur tot deur moeten’

Frank Paauw in zijn kamer aan ‘de gouden gang’ van het hoofd­bureau aan de Elandsgracht. Beeld Ivo van der Bent

Frank Paauw is ruim honderd dagen politiechef van Amsterdam. Hij is ‘al echt van hier’, maar vindt Rotterdamse stevigheid in de strijd tegen de criminaliteit nodig. ‘Dat vergt een omslag’.

Toen u als hoofdcommissaris van Rotterdam voor deze klus werd gevraagd, riep u niet meteen vol overgave: ‘O! Ja! Eindelijk Amsterdam!’ U kwam toch. Hoe bevalt het?

“Het korte antwoord is dat ik het meer naar mijn zin heb, me meer thuis voel, geaccepteerd voel, dan gedacht. In een omgeving die héél anders is dan Rotterdam. Ik vind het écht leuk.”

U studeerde hier. Amsterdam is sindsdien veel veranderd…

“Ja. Ik was lang niet in het centrum geweest, maar daar ging ik nu op mijn eerste dag heen. De massaliteit. De drukte. Het gehalte van ‘er moet hier 24/7 plezier gemaakt worden’: dat is een meteen zichtbare verandering. Er zijn ook mooie dingen gebeurd. Je ziet leuke horeca in gebieden waar je vroeger niet dood gevonden wilde worden – of juist dood gevonden werd. De Pijp, Oost, de Frederik Hendrikbuurt… Veel van die gebieden en wijken zijn fors vooruitgegaan.”

En als u als politiebaas kijkt? Hoe las u vorige week het rapport dat stelt dat de stad een groot drugsprobleem heeft, al weet niemand hóe groot?

“Als politiechef zie ik ook dat andere beeld, ja. Het is een heel serieus signaal dat we over de drugs krijgen, maar het verbaast niet. Van die ondermijnende activiteiten door drugshandel ben je als bewoner geen direct slachtoffer, maar als maatschappij zijn we dat wél, met elkaar.”

“Veel cijfers ontbreken, maar één van de harde cijfers die we hebben, is dat 50 procent van de horeca in de stad is gefinancierd met een onderhandse lening. Daar kan duister geld achter zitten. Dan heb ik het nog niet over de branches die gewoon niet deugen. Winkels, horeca waar de formele verdiensten nooit overeen kunnen komen met wat werkelijk is verkocht.”

Wat is nog meer tegen die ondermijning te doen dan al gebeurt?

“Extra maatregelen kunnen onorthodox zijn. Ik denk dat de privacywetgeving op een andere leest geschoeid moet worden. We laten ons nu de handen op de rug binden, terwijl we allemaal zien dat we op het ravijn afrijden. Met de koppeling van de bestanden van al die organisaties die zich direct of indirect met de criminaliteitsbestrijding bezighouden, kun je een eind komen.”

Echt ingrijpen tegen fout geld vergt een lange adem, die juist ontbreekt, is de kritiek ook.

“Ingrepen zijn te gefragmenteerd, hebben een te korte cyclus en onvoldoende focus. In de meest optimistische prognose pakken we criminelen 5 procent van hun misdaadwinsten af. Al dat andere zwarte geld vloeit terug in de maatschappij. Dat is mijn grote zorg.”

Omdat geld de trigger is voor alle criminelen?

“Het begint met jongeren die geen enkele prikkel voelen om met wonen, werken of een opleiding bezig te gaan, omdat ze de criminele verdienmodellen zien waarmee het gewone leven niet kan concurreren. De volgende stap is dat hele families meeprofiteren.”

“Vervolgens zie je hoe het grote geld weer in nieuwe drugspartijen wordt geïnvesteerd. Dan volgt de doorwerking naar de bovenwereld en moet je je uiteindelijk afvragen van wie de stad is. Hoe is horeca gefinancierd, hoe werkt het witwassen? Die parallelle economie is op de lange termijn desastreus voor de samenleving.”

Volstaat het koppelen van bestanden dan in de strijd tegen die ondermijning?

“Nee, nee, nee. Het gaat erom wat je hier als overheid tegenover wil stellen. Wil je het debat over privacy aangaan? Wil je omgekeerde bewijslast, zodat de ondernemer moet aantonen dat hij netjes aan zijn startkapitaal is gekomen? Een leefbare maatschappij heeft een prijs. Willen we die betalen? Zelf heb ik het antwoord wel. Ja. We zijn allemaal dol op de vrijheid in deze stad, maar weten dat je aan je vrijheid ten onder gaat als je die begrenzing er niet op zet.”

Het politieke klimaat van het u bekende Rotterdam verschilt nogal van dat in Amsterdam.

“Waar in Rotterdam al veel van deze gevoelige discussies beslecht zijn, moeten we ze in Amsterdam nog voeren. Ik zou alle programma’s tegen misdaad bij elkaar willen brengen in wat ik een superprogramma noem. We moeten beginnen in de wijken: hoeveel brengen we op straat? Wie is daar de baas? De wijkagent is cruciaal en maakt ons een van de beste polities in de wereld, maar het is niet genoeg.”

In de Bijlmer zijn recent twee jonge criminelen geliquideerd. Een derde uit Zuidoost is op Curaçao gedood. Dinsdag is een jongen van 18 doodgestoken. Wat moet in Zuidoost gebeuren?

“In Rotterdam-Zuid hadden we een programma om én in de gezinnen te komen én over wonen, scholing en werk te gaan én te strijden ­tegen ondermijning. Elke stoeptegel werd omgekeerd, en niet voor één of twee jaar. Met geld vanuit het rijk, met capaciteit van iedereen, inclusief de belastingdienst. Dát bedoel ik met een superprogramma, waarin iedereen ondergeschikt is aan de doelstelling. Dat zou ik willen vertalen naar Zuidoost. Dat vergt een omslag in het Amsterdamse hoofd. Voor de duidelijkheid: ik bén ondertussen Amsterdammer, maar wel een die ook weet hoe het wél kan.”

Zuidoost is een afgebakend gebied. Jongeren die zich door criminelen laten paaien, zitten in de hele stad. Hoe houdt u die uit de misdaad?

“Ik zie dat de aanwas niet afneemt. We zullen van deur tot deur moeten, met meer drang en dwang. De landelijke wachttijden voor de jeugdzorg moeten omlaag. Dat kost een klap geld, maar we zijn een rijk land en Den Haag investeert ook fors in infrastructuur. Ik hoop ook op geld voor jeugdzorg, voor wijkagenten.”

“Twee vrienden van me geven les aan jongens die hun schooltijd maar wat uitzitten. Dat zijn sitting ducks voor de drugsjongens. Daar hebben we als maatschappij onvoldoende rem op. Ik heb onlangs nog in een gezin gestaan waar we een overvaller kwamen aanhouden en waar de moeder me huilend kon vertellen dat haar jongere zoon de volgende zou zijn.”

“In een onderzoek waarin de telefoontaps na de arrestaties nog liepen, hoorden we gasten van 15, 16, 17 jaar elkaar briefen hoe ze moesten omgaan met al die hulpverleners en trajecten, om er vooral geen last van te hebben. Ik vraag zeker niet alleen repressie, maar ook een effectieve zorg. De beroemde Top 600 was gericht op zichtbare criminaliteit zoals overvallen. Nu willen we ook de jongeren erin krijgen die onzichtbaar zijn, in de drugswereld. Een hele klus.”

“Ik kom uit een tijd waarin zo’n gast er van zijn vijftiende tot zijn dertigste over deed om in de echt zware criminaliteit te komen. Nu deinzen jongens van twintig al nergens voor terug. Het profiel van die gasten is veranderd, dus wij moeten ook nieuwe stappen zetten. Met preventie, proactief optreden en zo nodig repressie.”

Frank Paauw

Baarn, 1958

- 1986-1999 rechercheur en verscheidene functies als chef bij politie Den Haag

- 1999-2003 districtschef in Rotterdam

- 2003-2006 plv korpschef in regio Zuid-Holland-Zuid

- 2006-2010 plv korpschef in regio Haaglanden

- 2010-april 2019 korpschef van Rotterdam

- sinds mei 2019 korpschef van Amsterdam

Paauw haalde in 1995 zijn doctoraal bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden