PlusAchtergrond

Plots is Felix Meritis een gelikt geheel. Is het complex niet te gepolijst geworden?

Na een verbouwing van enkele jaren is Felix Meritis niet langer een wankel doolhof, maar een gelikt geheel, genietbaar voor hipsters en klaar voor de terugkeer van cultuur en wetenschap. Is het complex daarmee iets te gepolijst geworden?

Beeld Eva Plevier

Er is een opvallende gelijkenis tussen de restauratie en uitbreiding van het Rijksmuseum en die van Felix Meritis. Zoals het motto bij het Rijksmuseum ‘Vooruit met Cuypers’ luidde, zo zou je bij Felix Meritis kunnen spreken van ‘Vooruit met Husly’, de architect die het kunst- en wetenschapsgebouw in 1786/1787 ontwierp.

Is het Rijksmuseum voornamelijk neorenaissance, Felix staat in het teken van het neoclassicisme. Dat is een bouwstijl die je in Nederland (en dus Amsterdam) niet veel ziet. Na de restauratie is Felix door toedoen van Nol Hermkens (MATH-architecten) terug bij het origineel, ­ neo-neoclassicisme met andere woorden.

Waar blijkt dat uit? De interieurarchitecten van i29 hebben zich mogen uitleven in decoratie en avonturen met kleur. Ze kregen de ­opdracht Felix genietbaar te maken voor ­hipsters van nu. De geur van verschaald bier en de sigarettenrook van vroeger zijn nadrukkelijk uit het pand verdreven. 

De eikenhouten paneeldeuren zijn gedompeld in een chique mahoniekleur, zuilen in de oude concertzaal verschieten door de belichting van tint terwijl de receptie aan de rechterkant van de centrale gang is versierd met een indrukwekkend wandtapijt. Dat moet de gasten van de vroegere Teekenzaal in de vorm van een schuttersstuk verbeelden.

De Zuilenzaal is net niet te statig dankzij de kaal gehouden kolommen.Beeld Eva Plevier

Niets, maar dan ook niets herinnert meer aan het vroegere, sjofele Felix of ‘Shaffy’, zoals de lange bar met het boter-kaas-en-eierenbord aan de wand, of de houten noodtrap aan de rechterkant, waar een industrieel toilet zat. Het vernieuwde Felix is ronduit deftig en misschien zelfs wel te gepolijst. Gelukkig zijn de zuilen in de Zuilenzaal verveloos gebleven en is de wandbekleding kleurloos gehouden. Ja, een rauw randje had ook elders in het pand niet misstaan.

Elke zaal, en dat zijn er nogal wat, heeft zijn ­eigen kleur gekregen, zodat je in het doolhof dat Felix ook is, je oriëntatie kunt behouden. Elke zaal is bovendien gevuld met een regiment aan poefs en loungebanken – je struikelt er gewoon over. Die kunnen moeiteloos in de opslag, net als de kantinetafels, zodat er meer ruimte komt. Als dat gebeurt, is de opluchting groot.

Europese cultuur

De geschiedenis van het cultuur- en wetenschapscomplex (het oudste van Europa) is rijk en divers. Het genootschap nam er zijn intrek aan het eind van de 18de eeuw, componisten zoals Brahms musiceerden er in de concertzaal (het Concertgebouw bestond immers nog niet), in de 20ste eeuw was dit het hoofdkwartier van de CPN en dagblad De Waarheid

Ramses Shaffy begon er op te treden aan het eind van de jaren zestig. Na het vertrek van de CPN tot aan het ­begin van de 21ste eeuw was Felix een centrum voor Europese cultuur, tot de stichting failliet ging en het monumentale pand via de gemeente in handen kwam van Alex Mulder van Amerborgh. Die heeft het voor vele miljoenen laten restaureren en inrichten.

Als er geen corona was uitgebroken, was het nieuwe Felix onmiddellijk een bloeiend congres- en cultuurcentrum geworden. De opening was voorzien voor maart. Het virus torpedeerde die festiviteit. Nu gaat Felix schoorvoetend open. Het restaurant is tijdelijk in de concertzaal gevestigd en op donderdag tot en met zaterdag open. Verder worden er rondleidingen ­gegeven.

De naar architect Jacob Otten Husly vernoemde lounge mikt op feesten.Beeld Eva Plevier

De grootste verdienste van de jongste architectonische ingreep is dat de contouren van het ­gebouw zijn blootgelegd, met helderheid over het ovalen podiumdeel en de rechthoekige voorzalen. Want zo was Felix oorspronkelijk verdeeld: muziek in de ovalen achterbouw, ­literatuur en handel in de Zuilenzaal aan de voorkant, kunst in de Teekenzaal daarboven en wetenschap weer boven in de achterbouw.

Noem het een beschavingswarenhuis met het imposante trappenhuis als verbindende ­schakel: Felix is in feite een splitlevelgebouw waar de zalen ten opzichte van elkaar verspringen. De toevoegingen zijn subtiel maar overtuigend. De buitenwanden van de ovale concertzaal en de Shaffyzaal erboven, zijn ontdaan van hun pleisterwerk. Er ligt een nieuw glazen dak boven de oude binnenplaats, waardoor er een lichthof is ontstaan. Dit is de vleugel voor het restaurant, die aanvoelt als een buitenruimte.

Silhouet

Helemaal boven in het trappenhuis zijn twee ­ramen aan weerszijden van de kapverdieping vergroot – het biedt een uitzicht waarvan elke Amsterdammer een keer zou moeten genieten. Aan de zuidkant zien we de torens van het Rijksmuseum, aan de noordkant de Westerkerk. Dat daarachter ook Pontsteiger opduikt, moeten we accepteren als het nieuwe silhouet van Amsterdam. Ten slotte heeft de bovenste zaal aan de voorkant een daklicht gekregen waarvan het licht wordt getemperd door lamellen.

Zoals altijd zijn het de kleine dingen die het doen, bijvoorbeeld de akoestische vouwwanden waarmee de Shaffyzaal verbonden kan worden met de bar. Die zaal is het perfecte vlakkevloertheater gebleven. De concertzaal heeft door ingenieus inklapbare panelen de gewenste droge akoestiek gekregen.

Dat Felix Meritis weer voor vele decennia is ­gered, is de grootste triomf. Zo’n brok geschiedenis wil je niet missen. Dat het resultaat gelikt is, nemen we dan maar voor lief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden