PlusAchtergrond

Pllek moet plaatsmaken: ‘Weet je wel wat je van de stad afpakt?’

Op een zomerdag trekt Pllek zo’n vijfduizend bezoekers.Beeld Hollandse Hoogte / Frans Lemmens

In acht jaar bouwde Sjoerd Steenbeek met hart en ziel aan tijdelijk restaurant Pllek op de NDSM-werf. Hij wist dat hij op een dag moest wijken voor nieuwbouw, maar dat er nu een ander tijdelijk project komt, steekt. ‘Het voelt alsof ons werk wordt miskend.’

Restaurant Pllek heeft in acht jaar de harten veroverd van Amsterdammers en toeristen, vleesliefhebbers en vegetariërs en van zakenmensen en strandgangers. Toch moet het straks plaatsmaken voor een ander, tijdelijk concept op de NDSM-werf in Noord. Sjoerd Steenbeek (57), de initiator en eigenaar van Pllek, wil ‘uit nood’ zijn verhaal doen in Het Parool

Steenbeek begon Pllek in 2012, nadat hij een prijsvraag van de gemeente had gewonnen. De winnaar mocht een horecaconcept uitbaten op het toen nog stuk braakliggend grond op de NDSM-werf. Na een decennium zou zijn ­restaurant moeten wijken voor nieuwbouw.

De ruimte aan het IJ liet Steenbeek zo opbouwen dat die oogt als een filmkader. “Daar rechts en links heb je rommel (lees: de randen van de werf) en in het midden een strak kader met een sterk uitzicht: het centrum van Amsterdam.”

De omschrijving is typerend voor Steenbeek. Voordat hij de horeca in ging, was hij uitvoerend producent voor onder andere de tv-serie Baantjer. “Na een dag op de set reed ik altijd naar het strand in Bloemendaal om een hapje te eten en te chillen. Ik dacht: dat moet beter kunnen.”

Jaren zocht de Amsterdammer naar een geschikte plek in Noord. Daar hebben bezoekers van dichtbij toch de stad op afstand en kunnen ze zich zonder al te veel moeite echt even weg wanen, was zijn gedachte. De pont is daar een belangrijk onderdeel van. “Dat heeft een charme, met de boot naar de overkant. Alsof je naar een ander eiland gaat.” Steenbeek initieerde daarom ook de nachtpont bij het GVB en betaalde daar de eerste twee jaar aan mee.

Nieuwe buren

Hoewel vanaf het begin duidelijk was dat het huurcontract in 2022 zou aflopen, komt het toch hard aan dat hij over twee jaar de deuren van ‘zijn kind’ moet sluiten. “Twee jaar geleden kreeg ik nieuwe buren: Treehouse, een ver­zameling ateliers die kunstenaars voor een schappelijke prijs kunnen huren. Zij kregen een contract van tien jaar en ik dacht direct: dan zit ik wel goed. Blijkbaar gaan ze hier de komende tien jaar nog niet bouwen en mag ik ook nog even blijven. Dat dacht ik echt.”

Toen Steenbeek niet veel later vanwege die ­buren zo’n 40.000 euro moest betalen om zijn opslagplaats te verhuizen, wilde hij zekerheid. “Ik wilde die kosten wel voor eigen rekening ­nemen, want je wilt de relatie met de gemeente ook goed houden natuurlijk, maar dan wilde ik wel uitsluitsel voor de toekomst. De gemeente zei echter: ‘Jouw contract loopt af in 2022, dus dan moet je weg. Er komt iets tijdelijks tot het bouwproject van start gaat.’ Waarom? vroeg ik. De beloofde projecten die de plek van Pllek in zouden nemen, startten op zijn vroegst pas in 2028. Weet je wat het antwoord was? ‘Omdat je contract afloopt.’”

Had hij in de afgelopen acht jaar hamburgers en friet lopen ‘beuken voor cash’, dan had Steenbeek de gemeente wel begrepen. Kwam er nieuwbouw, dan had hij ook met opgeheven hoofd het avontuur afgesloten. “Maar we hebben hier een klein dorpje gebouwd dat én mensen van over de hele wereld én de Amsterdammer dient, én dat maatschappelijke waarde heeft. Dat gaan we toch niet afbreken voor een ander tijdelijk concept?”

Mensen prikkelen

Bezoekers kunnen al vanaf dag één bij Pllek ­terecht voor ontbijt, lunch, diner en borrel. In de zomer is er bovendien een stadsstrand – op een zomerdag trekt dat circa vijfduizend bezoekers per dag. Elke zondag­ochtend is er yoga, er is een programma voor kinderen, er is een culturele agenda, er staan twee bands per week op het programma en het menu is ‘toegankelijk maar toch supergroen’.

“Het verduurzamen van de menukaart ging geleidelijk,” zegt Steenbeek. In het begin was de werf nog een leeg gebied. Hij vond dat hij iedereen moest dienen, dus stonden er ook hamburger en Fristi op de kaart. Toen Cannibale Royale op twee minuten lopen opende, gooide Steenbeek de hamburger en de bavette van de kaart. “Ik dacht: ik ga mensen prikkelen om andere dingen te eten.” Dat lukte. “Mijn publiek bestaat voor 80 procent uit niet-vegetariërs, maar 80 procent van mijn verkochte gerechten is vegetarisch.”

De groenten zijn biologisch en lokaal, van de Amsterdamse boer Wim Bijma. Het beetje vlees dat nog op de kaart staat, is wild. De koffie is van Moyee, dat de koffie brandt en verpakt in het land waar de bonen vandaan komen, zodat het grootste deel van de opbrengst daar blijft. En zo kan Steenbeek nog wel even doorgaan.

Door en voor de stad

Over alles in zijn restaurant is nagedacht. Ook over de herkomst van de speciaalbiertjes – die worden gemaakt door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, net als de koekjes bij de koffie. “Het is zo’n grote organisatie. We hebben een grote impact en dat brengt ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich mee. Die nemen we heel serieus. We willen hier ook nog debatavonden organiseren in samenwerking met Pakhuis de Zwijger. Dat gaan we ook doen. Ik ben nog lang niet klaar om af te bouwen, ik ben nog aan het opbouwen.”

Steenbeek wil tot het bittere eind strijden voor zijn bedrijf. Hij schreef een brief aan wethouder Marieke van Doorninck en ging het gesprek aan met ambtenaren, maar tot nu toe was alles tevergeefs. Die 2022 staat er niet in ­potlood. Steenbeek: “Pllek vertelt een verhaal, en dat is nog niet ten einde. Het voelt alsof ons werk wordt miskend, daar kan ik wel kwaad van worden,” zegt Steenbeek, hoewel hij het wat egoïstisch vindt om zijn gevoelens te benoemen.

“Het is mijn kindje, maar daar het gaat nu niet om. Meer dan honderd mensen maken deze plek al acht jaar tot een succes en duizenden mensen genieten hier, daar moet het om gaan. Dit is een bedrijf gemaakt door en voor de stad Amsterdam. Hallo gemeente, weet je wel wat je van de stad afpakt als Pllek moet stoppen?”

‘Keerzijde van het concept’

Volgens de gemeente is de afspraak gemaakt dat de NDSM een plek voor vernieuwing en experiment moet zijn en blijven. “Tijdelijkheid hoort daarbij,” zegt de woordvoerder van wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ordening en Duurzaamheid).

Dat men tevreden is met hoe Pllek zijn rol op de NDSM-werf heeft ingevuld,is geen reden het tijdelijke contract – dat in 2022 afloopt – met een paar jaar te verlengen. Hoewel er nog geen plannen zijn om te gaan bouwen op die locatie, moet de onderneming van Sjoerd Steenbeek dus plaatsmaken.

“Het experimentele karakter zorgt ervoor dat verschillende bedrijven op de werf kunnen floreren. Daar zit ook een keerzijde aan: er komt een einde aan initiatieven die goed gaan, zoals Pllek,” zegt de woordvoerder. “Zo kunnen ook andere, nieuwe initiatieven een kans krijgen.”

Sjoerd Steenbeek.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden