Plus

Patrick Hendrikse: ''t Blauwe Theehuis is idioot en magisch'

Hij is de man achter de populaire (IJ)biertjes en sinds kort ook eigenaar van een van de meest monumentale kroegen van de stad: 't Blauwe Theehuis. Patrick Hendrikse (48) werd financieel onafhankelijk door altijd te doen wat hij leuk vindt.

'De truc bij elk café is: zorg ervoor dat mensen nog een keer terugkomen' Beeld Erik Smits

Patrick Hendrikse grijnst tevreden bij de herinnering. Toen hij de eigenaar van 't Blauwe Theehuis een jaar geleden voorstelde voortaan alleen maar IJbier uit de tapkraan te laten stromen, schudde die het hoofd. Hij was niet in de stemming voor verkooppraatjes voor bier.

Maar Hendrikse bedoelde iets anders: "Ik wilde niet de tap, maar het hele Theehuis kopen. En er vervolgens een proef­lokaal met uitsluitend bier uit onze brouwerij van maken. Nou, dat ging al helemaal niet, zeiden ze. Maar toen ze na een tijdje doorhadden hoe serieus mijn zakenpartner Bart Obertop en ik waren, zijn we toch gaan praten."

De verkoop van de iconische, in 1937 opgetrokken theesalon in het hart van het Vondelpark kwam vorig jaar rond. Het bleef nog even in oude staat open, maar heropent eind mei precies volgens Hendrikses plan als het tweede proeflokaal van Brouwerij 't IJ, Amsterdams grootste brouwerij van spe­ciaalbieren.

Wat kost het, zo'n theehuis in het beroemdste park van Nederland?
"Veel. Het was duur."

Obertop en u waren al eigenaar van zes cafés en nu van een brouwerij. Was dit het duurste wat u ooit aankocht?­­
"Zeker. Maar dat is logisch omdat het zo uniek is. Je kunt niet zeggen: 'Dan nemen we wel een andere tent in een ander Amsterdams park.' En die hoge prijs was ook niet erg: als we het ooit verkopen, zullen we de nieuwe kopers aan diezelfde dingen herinneren."

U had eerder al succesvolle cafés als Zouk en Flamingo­. Geldt deze stap als een kroon op uw werk?
"Niet als je bedoelt dat het daarmee af is. Maar inderdaad, het is wel even iets, zeg. Die locatie! En dat iconische pand met dat gigantische terras erbij. Het is eenidiote stap; wie neemt er als brouwerij het Theehuis over? Maar ik verheug me er ontzettend op. Het Vondelpark is toch magisch: die rust, lekker onder de blaadjes. Je zit er heerlijk, zeker met een goed biertje."

De stichting Vrienden van het Vondelpark vreest juist voor die rust en tekende protest aan tegen de ruime openingstijden. Heeft u die kunnen geruststellen?
"Heel makkelijk zelfs. Die mensen zijn heus niet dom. Misschien schrokken ze van het lezen van de vergunning, die stelt dat we tot drie uur 's nachts open mogen zijn. Maar die hebben we bij ons andere proeflokaal ook en daar sluiten we om acht uur 's avonds. Het Theehuis zal iets langer openblijven, maar het wordt absoluut geen nachtclub."

Daar moeten we u op uw blauwe ogen op geloven?
"Dat vroegen zij ook, ja. En toen heb ik 'ja' geantwoord. We draaien geen muziek, geven geen feesten; we willen gewoon de achtertuin van de omwonenden zijn."

U gaat een vol terras op een zwoele zomeravond naar huis sturen?
"Zo'n avond mag best lekker lang duren. Een uur of twaalf, half één zal een enkele keer voorkomen. Maar ik denk dat overlast komt van mensen die zelf met muziek in het park drinken of blowen. Bij ons hoor je alleen geroezemoes en klinkende bierglazen."

Het Theehuis is onmiskenbaar mooi gelegen. Toch staat het niet bekend als Amsterdams succesvolste uitspanning.
"De truc bij elk café is: zorg ervoor dat mensen nog een keer terugkomen. Je hoort café-eigenaren weleens zeggen: 'Goeie dag geweest, topomzet gedraaid.' Dat is dus geen alleszeggende maatstaf. Het gaat om de juiste sfeer."

Hoe gaat u daarvoor zorgen?
"Op een doorsneedag met een waterig zonnetje lukt het wel, maar juist die zomerse piekdagen moet het top zijn. Dan moet je snel je biertje krijgen en lekker kunnen zitten. Niet dat er zomaar duiven op je stoeltje zitten te kakken als je even niet oplet. Het Theehuis was soms toch een beetje een groezelige tent. Bij ons wordt het strak en schoon; no-nonsense."

"We voelen ons wel gastheer van het Vondelpark. Dus we zijn altijd open, serveren ook een kopje koffie en zijn niet af te huren. We willen een legendarische plek worden. Dan moet je geen bordje met 'Gesloten wegens privéfeest' op je deur hangen."

Bent u er zenuwachtig over?
"Ja, toch wel. Omdat je het niet allemaal in de hand hebt. Wellicht gaan we een paar weken voor het officiële begin al stilletjes open om het gevoel een beetje in de vingers te krijgen."

Hendrikse wilde deze middag afspreken in het andere proeflokaal van Brouwerij 't IJ, naast molen De Gooyer in Centrum-Oost, maar daar is het te druk voor een rustig gesprek. Geen verrassing: in het proef­lokaal is het altijd druk. De belangrijkste reden: de populariteit van het zelfgebrouwen bier van 't IJ, dat ook in vele andere Amsterdamse kroegen een publiekstrekker is.

Hendrikse en Obertop fabriceren de bieren - de toppers heten IJwit, Zatte of Columbus - zelf in de brouwerij die ze in 2008 overnamen. Daarvoor bestierden ze cafés door heel Amsterdam. De laatste drie - Zouk in de Eerste Constantijn Huygensstraat, Katoen aan het Rokin en De Pijp in de Ferdinand Bolstraat - verkochten ze om ruimte te maken voor 't IJ. De kroeg­bazen werden bierbrouwers.

Met nog meer succes dan ze met hun horeca boekten. Sinds het speciaalbiertje een onmisbare accessoire werd in de garderobe van de hipster, gaan de zaken goed. Zo goed, dat een groot Belgisch bierbedrijf in 2015 een flink belang nam in de brouwerij. Het maakte Obertop en Hendrikse, die uiteindelijk met glaasje verdejo aanschuift, bij restaurant Plantage, in één klap financieel onafhankelijk.

Wilde u als kind al kroegbaas of bierbrouwer worden?
"Nee, nooit. Pas toen ik op mijn 22ste bij café Thijssen op de Brouwersgracht ging werken, kreeg ik door hoe leuk de horeca is. Ik ontmoette er mijn latere vrouw Nienke en constateerde op een dag hoe ik letterlijk fluitend naar mijn werk fietste. Op de Noordermarkt ben ik toen even afgestapt en heb tegen mezelf gezegd: 'Misschien is dit wel mijn toekomst.'"

"Ik studeerde op dat moment economie, had geen idee wat ik daarmee wilde. Het maakte me niet uit wat ik zou gaan studeren, als ik maar van Bloemendaal naar Amsterdam kon. Die stad oefende zo'n aantrekkingskracht op me uit. Dáár moest ik zijn."

"Aan die studie heb ik nooit heel gemotiveerd gewerkt. Als ik dit doorzet, werk ik op mijn 35ste achter een bureau bij een bank of een verzekeringsmaatschappij, dacht ik steeds vaker. Dan kon ik beter een kroegje beginnen. Bart, met wie ik lid was bij een studentenvereniging, wilde wel meedoen. Het werd Tabac, precies tegenover de plek waar ik die ene ochtend van mijn fiets was gestapt."

Waren ze thuis in het keurige Bloemendaal enthousiast?
"Mijn moeder raadde het af. 'Er zijn toch al genoeg cafés?' zei ze. En: 'Je kunt toch ook eerst je studie afmaken en dan beginnen?' Ik dacht: Ja dag, dan is het laat. Na die studie val ik vast voor de verleiding van zekerheid. Ik heb me niet meer ingeschreven voor het volgende studiejaar. Het is echt beter om je schepen achter je te verbranden. Zo ga je vol voor je volgende stap en wordt de kans op succes groter."

U was niet onder de indruk van de adviezen van uw moeder?
"Ik nam haar wel serieus, hoor. Maar ik gebruikte vaker dezelfde truc om een grote beslissing te nemen. Dan vroeg ik me af: wat zou je kiezen als iedereen om je heen dood is? Nu ik kinderen heb, ligt dat allemaal niet meer zo eenvoudig, maar toen kon ik op die manier verwachtingen van anderen uitsluiten en koos ik altijd waar mijn hart echt lag."

Hoe maakte u van uw eerste kroeg een succes?
"In het begin maak je de stomste fouten natuurlijk. Opengaan zonder dat je wisselgeld in huis hebt - dat soort dingen. Daarvan moet je snel leren. En je moet van je eerste winst geen dure dingen kopen. Gewoon doorgaan tot het écht loopt."

"Bart en ik woonden boven de kroeg. We wisselden elkaar af achter de bar, werkten tachtig uur per week. Zo hadden wel snel goed contact met de buurtbewoners. Ik wist hoe de buurman zijn ossenworstje gesneden wilde hebben en hoe de buurvrouw keek als ze een asbak zocht."

Voor u Tabac opende, vertrok u naar Kaapstad. U had er willen blijven, vertelde Nienke.
"Ik ben geëmigreerd, ja. Omdat ik er de eerste negen maanden van mijn leven heb gewoond, had ik nog een paspoort. Het was 1994, Mandela was net president. Zuid-Afrika leek me het beloofde land. Mijn idee was een bloeiende strandtent en dan een gezin stichten. Maar ik bleek de slechtste barman van de stad, ik moest alle Zuid-Afrikaanse gebruiken nog leren. Daarbij werd het werk ontzettend slecht betaald. Het schoot niet op."

Na een jaar keerde u terug. Een zware teleurstelling?
"Die volgde toen ik terugkwam op Schiphol. Nienke was een paar keer langs geweest in Zuid-Afrika. Terwijl ik mijn tassen in de achterbak van de auto zette, vertelde ze dat het ze uitmaakte. Ik kon het niet geloven. Vond het onfatsoenlijk. Daarbij was ze bedrijfsleider van café Thijssen geworden. Dus behalve mijn relatie en mijn logeeradres, was ik ook mijn poten­tiële werkplek kwijt. Gelukkig kon ik bij Bart op de bank slapen."

Het nulpunt van uw bestaan?
"Het heeft me gemotiveerd om een jaar keihard te werken. Ik dacht: oogkleppen op, alleen maar rammen en over een jaar heb ik een café. Bart had misschien niet dat verbetene, maar was wel enthousiast. Voor mij hoefde het niet eens leuk te worden, ik wilde alleen maar die eigen zaak."

Na de opening van uw tweede café, Katoen aan het Rokin, kwam het alsnog goed met de liefde, toch?
"Nienke was nog steeds een collega, dus kreeg ze een uitnodiging. En tja, zonder dat ik het kan benoemen, bezit zij iets wat me meteen door de knieën laat gaan. Ondanks de boosheid van toen, kon ik geen weerstand bieden. Binnen een paar weken waren we weer samen, en ruim twintig jaar later gelukkig nog steeds."

Waarom wil een succesvolle kroegbaas vervolgens een eigen brouwerij?
"We waren barmannen die kroegbazen werden. Dat was erg leuk, zo lang het overzichtelijk bleef. Maar als je meer cafés krijgt, word je ineens manager. Op een goed moment hadden we 75 man personeel in dienst. Daarmee was altijd iets aan de hand. Bart en ik dachten: managers raken gestrest en gaan vroeg dood."

Patrick Hendrikse
18 februari 1971, Kaapstad

1977-1983 Basisschool BSV, Bloemendaal
1983-1989 Stedelijk Gymnasium Haarlem
1990-1994 Studie economie UvA (niet afgemaakt)
1996-2002 Mede-eigenaar café Tabac
2000-2005 Mede-eigenaar café Katoen
2001-2005 Mede-eigenaar café Zouk
2002-2005 Mede-eigenaar café De Pijp
2006-2010 Mede-eigenaar café Spargo
2007-nu Mede-eigenaar café Flamingo
2008-nu Mede-eigenaar Brouwerij ’t IJ
2018-nu Mede-eigenaar ’t Blauwe Theehuis

Patrick Hendrikse woont met zijn vriendin Nienke Westendorp (47) en hun drie dochters (12, 14 en 16) in de Watergraafsmeer.

Patrick Hendrikse Beeld Privé-archief
Onze theorie was: 'Brouwers leven langer' Beeld Erik Smits

"Het viel ons op dat die mensen van de brouwerij bij wie we bier kochten, altijd volkomen ontspannen waren. Onze theorie was: 'Brouwers leven langer.' We stelden ze voor te ruilen: drie café-restaurants voor een brouwerij. We werden uitgelachen, maar het zaadje was wel geplant."

Sinds u de brouwerij overnam, zijn uw bieren de hipste van Amsterdam geworden. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
"Door veel dingen niet te doen. Toen we in 2007 bij Brouwerij t IJ begonnen, kregen we veel ongevraagde adviezen: 'Je moet dat bier in literflessen gaan verkopen, je moet een hip reclamebureau nemen.' We hebben niets opgevolgd en het gelaten zoals het is. Het was toch al leuk? Succes was voor ons dagelijks met een leuk clubje mensen die bieren maken. En ze dan in de zon lekker zelf opdrinken."

U zegt: het hoefde in eerste instantie geen financiële klapper te worden?
"Nee, totaal niet. We brouwden in het begin drie keer in de week, waren druk met bottelen en op vrijdag reed ik in een oud Volkswagenbusje langs de Amsterdamse kroegen om te leveren. Dat was al flink druk. Een bestelling in de Jordaan noemden we al export. Als het mooi weer werd en de biertjes snel gingen, sprong ik op zaterdag nog weleens op de fiets om een vaatje extra te brengen. Dat vonden mensen sympathiek. Die relaxte houding paste ook bij ons. Het idee is nooit geweest om gigagroot te worden."

U werd het wel. Dankzij de gunfactor?
"Dat denk ik zeker, ja. Die had de vorige eigenaar trouwens ook al, een oude kraker die uit liefhebberij bier was gaan brouwen. Wij zijn ook geen zakenlieden, maar horecamensen; in de basis gedienstig, we doen ons uiterste best iedereen tevreden te houden. In het begin nogal provisorisch: als de etiketjes van de flesjes loslieten, fietste ik langs met plaksel. Op die manier hebben we het zeker tot 2012 volgehouden."

Kort daarna kwam de investering van Duvel en hoeft u voor het geld niet meer te werken. Wat voor gevoel geeft dat?
"Het geeft rust. Maar er is ook weer niet zo veel veranderd: ik doe nog altijd precies wat ik leuk vind. Daarom blijf ik aan de slag. Maar ik weet wel: mocht de lol eraf gaan, dan kan ik stoppen."

Is het lastig om je leven zinvol te houden als het moeten er niet meer is?
"Er zijn veel heel succesvolle mensen voor wie het leven een wedstrijd is én blijft. Neem Trump. Voor hem is het altijd: ik tegen jou en dan ga ik winnen. En er komt altijd een volgende tegenstander. Doodvermoeiend. Doelen stellen is prima, maar denk liever: wat vind ik het komende jaar belangrijk?"

Wat is dat nu voor u?
"Ik denk nu vooral aan mijn drie dochters van 12, 14 en 16. Die zijn over een jaar of zes vermoedelijk allemaal het huis uit. Ik wil de komende tijd zorgen dat ik ze goed meemaak. Aan het leven met zijn vijven komt een einde, daarvan wil ik me bewust zijn. Ik blijf aan het werk, maar niet meer tot diep in de avond of nacht."

In hoeverre komt uw op plezier gerichte levenshouding voort uit het vroege overlijden van uw vader?
"Dat heeft me beïnvloed, dat kan niet anders. Hij overleed toen ik acht was. Een auto-ongeluk. Hij was pas 42. In de jaren die volgden, geloofde ik vast dat ik voor hém moest slagen in het leven. Pas als puber raakte ik dat gevoel kwijt."

Hoe?
"Simpelweg door ouder te worden. Als je jong bent, hang je aan zo'n gebeurtenis van alles op. Het was té groot, te pijnlijk, te intens om mee om te kunnen gaan. Dan kwam ik bij vriendjes thuis die met hun vaders stoeiden en raakte ik van de wijs: 'Dat kan ik dus nooit meer.'"

"Toch is het verdriet niet voor altijd als een donkere wolk boven het gezin blijven hangen. Mijn moeder kwam na een jaar of twee haar, inmiddels gescheiden, jeugdliefde weer tegen en is gelukkig geworden. Dat was fijn."

"Langzaam werd het gewoon een ontzettend stom ongeluk. Het verloor die lading van 'Ik moet doen, wat hij niet meer kan'. Gelukkig, want het was ongezond geweest met die motivatie verder te leven."

"Wel heb ik nog lang gedacht dat ik niet ouder zou worden dan hij. Vooral omdat mijn vaders vader ook bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Hij werd een paar jaar ouder dan zijn zoon, maar dus ook niet oud. Als je eenmaal dat soort gedachtes hebt, krijg je natuurlijk haast."

"Toen ik een jaar of 22 was, vlak voor ik naar Kaapstad ging, nam ik mezelf voor: zorg dat je het allemaal doet in de twintig jaar die nog komen. Daarna kan het niet meer."

Hoe was het om die leeftijd van 42 te passeren?
"Ik heb een mooi diner gegeven. Nodigde mijn vrienden en familie uit zonder hen de reden te vertellen. Ook de broer van mijn vader en zijn kinderen waren erbij. Ik koos niet mijn vaders sterfdag, maar de dag waarop ik zijn hoogste leeftijd bereikte: 42 jaar en, ik meen, 201 dagen. Toen ik vertelde dat ik nu mijn vader had overleefd, werd het een heel mooie avond vol oude verhalen. Na die avond ben ik nooit meer bang geweest."

Nu wordt u glimlachend tachtig of negentig?
"Nou nee, ik heb nog steeds haast. Ik heb een hekel aan het verdoen van tijd, word misselijk van mezelf als ik een uur doelloos heb zitten zappen voor de tv. Mooie dingen moet je niet voor later bewaren, dat blijf ik heel sterk voelen. Als ik ontdek dat het leuk is om een platbodem te zeilen, wil ik dat zo snel mogelijk leren en word ik fanatiek. Inmiddels vaar ik een paar keer jaar met een groepje vrienden over de Wadden."

"Dat soort momenten moet je koesteren. Het is een illusie om te denken dat je als gezin of vriendengroep het leven voor altijd ongeschonden doorkomt. Nee, als je iets echt graag wilt, moet je het nu doen."

't Blauwe Theehuis in het Vondelpark Beeld Erik Smits
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden