Plus Klapstoel

Patricia Linhard: ‘Ik ga met liefde andere dingen doen’

Patricia Linhard (1957) is eigenaar van modewinkel Linhard in de Van Baerlestraat. Na 95 jaar sluiten zaterdag de deuren van het illustere familiebedrijf.

Patricia Linhard op de Klapstoel. Beeld Harmen De Jong

Oud-Zuid

“Ik ben geboren in de Boerhaave kliniek, aan het Museumplein. Mijn ouders woonden in bij mijn grootouders boven de winkel aan de Willemsparkweg. Nog voordat ik naar de kleuterschool ging, zijn we verhuisd naar Bos en Lommer, driehoog in de Egidiusstraat. Geweldige buurt, leuke buren. Met zes kleine meisjes op de Solex van mijn vader naar school. Voorop, achterop, tussen zijn benen. Toen ik naar het Cartesius Lyceum ging, zijn we terugverhuisd naar de Willemsparkweg, het jaar dat mijn grootmoeder overleed.”

Honderd

“Ik had het graag vol willen maken, maar als ik nog vijf jaar door was gegaan, had ik mezelf niet meer in de spiegel durven aankijken. De consument en detailhandelaar houden elkaar in een wurggreep. De klant verwacht dat wij steeds sneller en steeds meer korting geven, die wil niet meer één keer per seizoen voor het volle pond iets moois kopen om daar vervolgens heel duurzaam mee om te gaan.” 

“Wij worden daardoor gedwongen goedkoper in te kopen om nog voldoende marge over te houden. Ergens in de keten wordt de prijs betaald en die is hoog: inzet van kinderarbeid bijvoorbeeld of milieuvervuiling door gebruik van slechte materialen of verkeerde verf. Toch gaan we er vanavond uit met een feestje. Als je 95 jaar werkgever bent geweest, is er ook veel te vieren.”

Ihiel Linhard

“Mijn opa uit Iasi in Roemenië. Hij beheerste geen enkele taal, maar wist zich wel in elke taal verstaanbaar te maken. Op zijn elfde wilde hij al uit Roemenië weg, maar bij de grens werd hij opgepakt en teruggebracht naar huis. Twee jaar later heeft zijn vader hem het land uit geholpen. Bijna al zijn verhalen heeft hij meegenomen in zijn graf, maar hij is in elk geval door ­Europa gaan zwerven en heeft onderweg leren kleermaken. In hun woning in het Paleis van Volksvlijt heeft hij in 1924 samen met oma het bedrijf opgericht: hoeden en haute couture.” 

“Mijn vader Raymond is er geboren. Begin jaren dertig zijn ze naar de Willemsparkweg ­gegaan. Toen kwam er andere kleding bij: jurken, ensembles en mantelpakjes. Raymond was enig kind. Na de oorlog moest hij de zaak overnemen. Daar was geen discussie over.”

Hennie Brakel

“Mijn man, de toptennisser en vader van onze zoons. Hij speelde eredivisie bij Popeye Goldstar, nog net voordat het grote geld zijn intrede deed in de tenniswereld. De tijd van Tom Okker, die kende hij goed. Hennie gaf mijn zus en mij tennisles. Ik had geen enkel talent. Hij zei tegen me: ‘Het is leuk hoor, maar je beweegt als een olifant over de baan.’ Eerlijkheid heb ik altijd erg belangrijk gevonden.” 

“We zijn samen in de zaak gegaan. Ik was erg jong toen we iets kregen, veertien jaar. Op een gegeven moment wilden we elkaar weer wat ruimte gunnen en zijn we apart gaan wonen, maar we zijn wel altijd samen met de kinderen blijven eten. Toen Hennie ziek werd, hebben we alles teruggedraaid. Ik vind: de laatste fase in het leven doe je samen. Tien jaar geleden is hij overleden.”

Vinaigrette

“Ons familierecept: de echte Parijse vinaigrette in zo’n grote fles! De kinderen zijn er dol op. Mijn moeder maakt het al jaren, maar eerlijk ­gezegd: elke keer is het net een beetje ­anders. Ik maak het zelf ook, maar zij is de absolute reine. Haar moeder was Parisienne, haar vader Corsicaan. Er zit niet zoveel Nederlands in bij mij. Ihiel was een Roemeense Jood, mijn oma komt uit België. Ik voel me vooral Amsterdammer, daar is geen twijfel over.”

De Bijenkorf

“Ik was twintig en had twee jaar economie gestudeerd, maar was daarmee gestopt omdat mijn vader arbeidsongeschikt dreigde te worden. Hij vond dat ik eerst maar eens elders ervaring op moest doen: werknemer moest zijn voordat ik werkgever zou worden. Ik ben begonnen op de kinderkleding en heb in de jaren zeventig de implementatie van de eerste computerkassa’s gedaan. Ik zat ook een tijdje bij de afdeling HRM. Als je je niet lekker voelde, ging je naar zuster Bontekoe voor een aspirientje en mocht je even op de bank liggen. Vaak kon je dan ’s middags weer aan het werk. Het was echt een fantastisch bedrijf. Nog steeds. En geloof me: ik weet hoe moeilijk het is.”

T-shirtbibliotheek

“De gedachte was: hoe gaan we liefdevol om met kleding? Laten we nadenken over wat we aan hebben. Voordat een kledingstuk een kledingstuk is, zijn er veel handelingen aan te pas gekomen. Dus: behandel het met zorg en hou het zo lang mogelijk goed. En als je er dan genoeg van hebt, zorgen wij ervoor dat het een tweede, derde of vierde leven krijgt. We hadden er een hele verdieping voor ingeruimd, compleet met boeken over duurzaam produceren. Maar de markt was er tien jaar geleden niet rijp voor. Ik had ook nog wel een broekenbibliotheek en een truienbibliotheek gewild. Helaas: het mocht niet zo zijn.”

Kleding van papier

“Dat was van mijn vader, zo rond 1970. Een bijzondere man die altijd aan het zoeken was naar de toegevoegde waarde. Dat doe ik ook. Papier is prachtig materiaal, mooi zacht, bedrukt of onbedrukt. We hebben er rokjes, jurken en truitjes van verkocht. Er waren zelfs jassen met een dun plastic laagje, zodat ze een of twee keer een buitje konden hebben. Je nam het mee op vakantie en kon het dan daarna netjes weggooien. Het heeft een of twee jaar geduurd, toen was het over. Het is destijds in de markt gezet door een kunstenaar. Die hele kunstenaarswereld moeten we echt blijven koesteren.”

P.C. Hooftstraat

“Ik heb het zien veranderen van een straat waar nog een gewone groenteman was in een straat die zich qua aanbod kan meten met alle wereldsteden. Moet je daar een waardeoordeel aan hechten? De straat heeft de stap op een natuurlijke manier gemaakt. Het zegt ook iets over ­deze tijd. Amsterdam is een fantastische stad die alles in zich draagt en daar hoort het top­segment bij. Daar moeten we trots op zijn, daar moeten we in blijven investeren, overheid en ondernemers samen. Vergis je niet: het aantal mensen dat googelt op P.C. Hooftstraat, is ­gigantisch. Onderschat niet hoeveel werkgelegenheid dat oplevert, ook voor mensen die van het mbo en hbo komen. We hebben al die bedrijven keihard nodig.”

No Label

“Een winkel die we in 1995 zijn gestart, verderop in de straat. We wilden laten zien dat er ook een wereld kan zijn waarin niet iedereen op zoek is naar een merknaam op zijn shirt. Hennie was iemand die nooit iets inkocht als er een merkje aan de buitenkant zat.” 

“Wij zijn van de generatie dat je als consument niet betaalt om reclame te maken. Soms liet een producent speciaal voor ons het merk weg in een deel van de kleding. En als we de kleding echt niet zonder label konden krijgen, haalden we het er zelf netjes uit met zo’n tornmesje. Dat was best ­arbeidsintensief. Het heeft zo’n anderhalf jaar geduurd. Net als met de papieren kleding en de T-shirtbibliotheek: we waren te vroeg. Nu zit er op de Willemsparkweg weer een winkel die No Label heet, een herenmodewinkel. Die ziet er prachtig uit.”

Aretha Franklin

“Zoals Hennie zei: mijn motoriek is niet mijn grootste talent. Maar de soul raakt mijn hart, ook als geëngageerd mens. Aretha Franklin ­vertegenwoordigt een tijd waarin we gingen voor kracht en autonomie, voor onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Het ritme voel ik en dat is geweldig. Ik dans in mijn hoofd. Ik ben een optimist, mijn vader was een optimist. Ik ben ontzettend dankbaar voor de genen die ik heb meegekregen.”

PvdA

“Nog steeds mijn partij. Ik was er ruim een jaar volksvertegenwoordiger voor in de Tweede Kamer. In de trein terug naar Amsterdam dacht ik elke dag: wauw, dat ik dit mag doen. Ik ben nog steeds actief bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Het gaat me om de A van Arbeid. Door arbeid kunnen we mensen ontmoeten, het geeft je autonomie en het maakt je sterk. Naast eten en een dak boven je hoofd is het hebben van prettige arbeid een eerste levensbehoefte.” 

“Ik ben een van de oprichters van de Rode Ondernemers in de PvdA. Rond ondernemerschap hangt een vooroordeel: dat werkgevers er alleen maar op uit zijn om zoveel mogelijk geld te verdienen. Maar in Nederland wordt 95 procent van de werkgelegenheid geboden door het midden- en kleinbedrijf. Wij zorgen ervoor dat mensen kunnen werken en kunnen terugkeren als ze ziek zijn geweest.”

Pensioen

“Nee, nou, nee. Ik heb straks wel wat pensioen, maar ik ga met liefde andere dingen doen. Eerst even lekker op vakantie en dit bedrijf afronden. Dat duurt ook nog wel een paar maanden. Daarna zal ik het zoeken in de belangenbehartiging en coaching van nieuwe ondernemers. Misschien wel lesgeven op een mbo of hbo. Mensen inspireren om die moeilijke stap te nemen naar zelfstandig ondernemerschap.”

Boris van der Ham

“Ik zat met hem in de Tweede Kamer. We hebben samen in het vliegtuig gezeten toen we op werkbezoek gingen in India. Een mooi mens. Hij vindt dat iedereen recht heeft op een goed bestaan. Bij alles wat hij doet of zegt, komt hij daarop terug. Als hij een opmerking maakt, zet die je altijd aan het denken. Maar ja, dat is bij mij misschien niet zo moeilijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden