Plus Achtergrond

Partners van topvrouwen onder druk: ‘Ik ben niet het verlengstuk van Halsema’

Het valt niet mee: man zijn achter een sterke vrouw. Burgemeester Halsema ligt onder vuur, niet over zichzelf, maar vanwege de onhandige uitspraken van haar man, Robert Oey. 

Nederland is nog lang niet zo geëmancipeerd als we weleens denken. Beeld Kristel Steenbergen

Opeens vond Harmen van der Veen zich terug in een hok waar hij niet in wilde zitten. Letterlijk, bijna. Zijn vrouw, Marjolein Moorman, was uitgenodigd voor de opening van het Rijksmuseum, protocol schreef voor dat hij een andere plek kreeg, tussen de partners. “Ik stond daar met bijna alleen maar vrouwen. Dat kon ik echt niet aan. Ik ben weggerend.”

Van der Veen is getrouwd met Marjolein Moorman, destijds gemeenteraadslid voor de PvdA en sinds vorig jaar wethouder Onderwijs voor de gemeente Amsterdam. Hij is journalist voor BNR en maakte vorige zomer de podcast ‘De prijs van zij’, over vrouwen aan de top. “Ik had het beter ‘de man van’ kunnen noemen,” zegt hij nu.

Duidelijk is: Nederland is nog lang niet gewend aan mannen achter vrouwen met in het oog springende, publieke functies. En dat oefent een druk uit op die mannen, die daar niet altijd mee om kunnen gaan.

In zijn podcast vertelt Van der Veen over hoe hij zelf anders wordt bekeken sinds zijn vrouw wethouder is. Hoe andere mannen medelijden met hem hebben, dat hij nu wel opeens veel meer thuis zal moeten doen. In de laatste aflevering van zijn podcast interviewt hij zijn vrouw. “Door jouw carrière gaan mensen anders naar me kijken,” zegt hij tegen haar. “Dat vind ik superirritant. Wij zijn gelijkwaardig, vind ik, we houden allebei van ons werk en plooien de rest van ons leven daaromheen. En opeens moet ik mij zorgen gaan maken!”

Amerikaans onderzoek van Cornell University wijst uit: bij heterohuwelijken waar de vrouw meer carrière maakt dan haar man, is de kans twee keer zo groot dat de man vreemdgaat. Ook is het aantal echtscheidingen bij dergelijke relaties aanmerkelijk hoger dan in relaties waar de man meer verdient. “Het gaat niet om het geld,” aldus Christin Munsch, de hoofdonderzoeker van Cornell. “Het gaat om hun seksuele identiteit. Als mannen ongelukkig zijn over hun financiële status en hun onvermogen om kostwinner te zijn, proberen ze door vreemd te gaan hun gevoel van mannelijkheid te herstellen.”

Niet aan een leiband

Ook Nederland is nog lang niet zo geëmancipeerd als we weleens denken. Er komen weliswaar steeds meer vrouwen aan de top, maar de rolpatronen veranderen niet automatisch mee.

De uitspraken van Robert Oey vorige week laten zien hoe nieuw het nog is, de man te zijn van een vrouw die een hoge publieke functie bekleedt, zegt Julia Wouters, schrijver van het boek De zijkant van de macht en oud-adviseur van PvdA-leider Lodewijk Asscher. “Oey moest even laten zien dat hij niet aan een leiband loopt, dat hij zich niet laat beperken.” Ze kan dat wel plaatsen. “We denken nog heel klassiek over de man-vrouwverdeling. Een man moet zijn vrouw kunnen temmen, dat idee. Lodewijk Asscher heeft uitvoerig met zijn vrouw overlegd voor hij besloot vicepremier te worden. Dat vonden mensen heel raar. Achter zijn rug om zeiden ze tegen mij: wie heeft bij hem thuis eigenlijk de broek aan?”

We vinden het nog steeds doodnormaal dat de man meer verdient, zegt Wouters. “Dat de man hogeropgeleid is, ouder, en groter. Als een vrouw langer is dan haar man, vinden veel mensen dat ongemakkelijk. En als ze dan óók nog eens hakken draagt, krijgt ze commentaar.”

Offers

“Mensen die daar iets van vinden, zijn letterlijk en figuurlijk klein,” zegt Harmen van der Veen (1 meter 79, Moorman is 1 meter 82). “Het is voor mij totaal geen probleem als ze hoge hakken draagt. Dat vind ik juist supersexy.”

Niet dat het tussen Moorman en Van der Veen altijd makkelijk was. Hij werkt in deeltijd en zorgt dus vaker voor de kinderen. “We hebben er ook wel spanning over gehad,” zegt Van der Veen. “Als ik het gevoel krijg: nu beschik je over mijn tijd, dan moeten we daarover praten. Toen ze wethouder werd, hebben we ook afgesproken dat ze niet de portefeuilles Kunst of Sport zou doen, want dan zou ze in de weekends wel heel veel weg zijn. Dat trok ik niet.”

En hij brengt offers. “We zijn verliefd op elkaar geworden ook omdat we allebei een grote maatschappelijke betrokkenheid voelen. Zij bestuurt, ik controleer de macht. Maar ik mag voor mijn werk geen Amsterdamse politiek doen, en ik kan eigenlijk ook niet tegenover Onderwijsminister Arie Slob komen te staan. Dus met Prinsjesdag doe ik de rijtoer en het lullige, en daarna rijd ik naar huis want de rest is politiek.”

Niet elke relatie overleeft de offers die worden gebracht. In Van der Veens podcast vertelt Ingrid de Graaf, de enige vrouw in de raad van bestuur van Aegon, dat ze is gescheiden. “Mijn man had er veel moeite mee om de ‘man van’ te zijn,” zegt ze. “Om hem heen werd denigrerend over hem gedaan: hij was de huisman, alsof hij er zelf niet meer toe deed. Dat gebeurde in de straat, op het schoolplein. Ik heb daarvan geleerd hoe belangrijk het is voor mannen om erkenning te krijgen. Die kreeg hij niet.”

Hij heeft op gezette tijden een stap terug ­gedaan, zodat zij zich verder kon ontwikkelen, vertelt ze. “Dan ontstaat er een ereschuld binnen je relatie, een mentale boekhouding. Hoe kun je dat goedmaken, als iemand het gevoel heeft dat hij een deel van zijn leven voor jou heeft ingeleverd?” En dan, peinzend: “Ik heb me vaak afgevraagd: hoeveel erkenning krijgt een vrouw eigen­lijk die een stap opzij doet voor haar man? Ook niet zo veel. Dat vinden wij vrij normaal.”

‘Ik ben geen verlengstuk van Femke Halsema’

Toen Femke Halsema in 2002 in Den Haag fractievoorzitter werd van GroenLinks, stapte de vrouw van haar voorganger Paul Rosenmöller op Robert Oey (53) af, de partner van de huidige burgemeester van Amsterdam. Of ze hem wat tips kon geven over zijn nakende leven als ‘partner van’.

“Ga weg! Hou op zeg!” verklaarde Oey deze zomer in een interview met Het Parool. “Ik denk nog steeds: moet ik me nu gaan gedragen als de man van de burgemeester?” Stoppen voor rood licht? “Ja zeg. Zie je het voor je: de hele meute komt op gang en ik blijf staan.”

Wat bezielde Oey een week geleden om in NRC Handelsblad te verklaren dat het onklaar gemaakte pistool waarmee zijn zoon werd gesnapt op een verlaten woonboot van hem was en dat het al weken rondslingerde op de ambtswoning? En dat er op de zolder wellicht nog meer verboden wapens liggen? Wilde hij zijn vrouw pootje haken? Wilde hij laten zien dat hij zelf een hele meneer was? Of dacht hij, het is niet uitgesloten, zijn vrouw er een dienst mee te bewijzen?

Oey, documentaire­maker en opgegroeid in Middelburg als zoon van een Nederlands-Duitse moeder en een op Java geboren en getogen Chinese vader, kwam Halsema dertig jaar geleden stomdronken tegen in Carels Nachtcafé. Ze stond op het punt de Tweede Kamer in te gaan, maar hij had geen idee. ‘Hij maakte op mij een onthechte indruk,’ schrijft Halsema in haar boek Pluche. “Dat brengt ze slim,” repliceerde hij in Het Parool. “Zo van: die jongen heeft natuurlijk wat sturing nodig, hahaha. Ik had er zelf niet zo’n last van.”

Twee sterke persoonlijkheden, op zijn zachtst gezegd. Dan is het wachten op de botsing.

In Pluche schrijft Halsema: ‘De onvrijwillige devaluatie tot ‘partner van’ bekomt hem slecht.’ Voor Oey was het nieuwe informatie. Zo goed had hij het boek van zijn vrouw niet gelezen. Gedevalueerd? “Dat maken jullie ervan. Snap je? Ik ben geen verlengstuk van Femke Halsema. Daar heb ik me echt van vrijgevochten.”

Als Oey journalisten ontvangt, doet hij dat het liefst in het Waldorf Astoria, waar twee kopjes thee 17 euro doen. Man van de wereld.

Verontwaardiging was zijn deel toen hij in NRC zei dat hij weigerde terug te komen uit Bangkok toen zijn zoon was gearresteerd. Daar staat tegenover dat Oey met zijn, toen nog, kleine kinderen de stad in ging om ze een kusje te laten geven op de verkiezingsaffiche van Halsema, want in het echt zagen ze hun moeder vrijwel nooit.

Als Halsema verklaart dat ze bij zichzelf te rade is gegaan omdat ze als burgemeester beslissingen moet nemen die niet per se goed zijn voor haar familie, reageert Oey met: “Echt waar? Het bizarre is dat wij dit soort zaken niet bespreken.”

Ik bén de man van, zei Oey in Het Parool. “Maar interessanter is: veel mannen kunnen die rol wel accepteren van mij, maar zien hem voor zichzelf niet. Ze kijken naar me alsof ik iets heel exotisch ben. Ik weet hoe veel mannen redeneren. Dat er wel iets mis moet zijn met jou als je een sterke vrouw als Femke naast je hebt.”

Marcel Wiegman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden