Amsterdam heeft een oppervlakte van zo’n 200 vierkante kilometer en meer worden dat er niet, tenzij je in de hoogte of laagte gaat denken.

PlusAchtergrond

Park of sportveld, plas of theater: in Amsterdam is het schipperen met elke vierkante meter

Amsterdam heeft een oppervlakte van zo’n 200 vierkante kilometer en meer worden dat er niet, tenzij je in de hoogte of laagte gaat denken.Beeld Van Santen & Bolleurs

Parkeerplaats of groen? Ongerepte plas of topplek voor een theater? De ruimte in Amsterdam is schaars en dat zorgt voor wrijving. Winst van de een is verlies voor de ander. De toekomst: schipperen, schuiven en stapelen met elke vierkante meter.

Het is een luxeprobleem, daar op IJburg, maar luxeproblemen zijn wel degelijk ook echte problemen. De bijna 25.000 inwoners van de wijk sporten graag en veel, relatief vaak in georganiseerd verband ook. Plus: IJburg groeit en zal de komende jaren blijven groeien. Dus met die slechts zes voetbal- en hockeyvelden in het Diemerpark kom je er niet: het is dringen op het sportpark. Zoals de gemeente het zegt: er is een inhaalslag nodig.

Vier velden moeten erbij. Daar kan niet veel op tegen zijn, toch? Toch wel, zo bleek afgelopen weken. Want extra velden kosten ruimte. Ruimte waar een deel van de IJburgers liever iets anders zou zien dan kunstgras, dat weliswaar groen van kleur is, maar met natuur uiteindelijk niet zoveel te maken heeft. Daar komt nog eens bij dat bij een uitbreidend sportpark behalve gecamoufleerde kunststof ook fors extra ­asfalt hoort: bezoekende verenigingen komen niet zelden van ver en zijn op de auto aangewezen. Parkeerplaatsen dus, in het geval van sportpark IJburg negentig tegenover de 42 parkeerplekken van nu.

Hakken in het kunstgras

Omwonenden van de plek waar vooralsnog die extra parkeerplek is bedacht, niet naast het sportpark maar even verderop in de wijk, zetten de hakken in het kunstgras. Waarom moet hun uitzicht, dat nu nog bestaat uit vrolijk opspringend groen, wijken voor asfalt en blik? Wat betekenen extra auto’s voor de verkeersveiligheid in hun voortuin? Tel daarbij op dat de Vrienden van het Diemerpark ook verdrietig worden van de aantasting van hun geliefde groengebied en het luxeprobleem is een écht probleem geworden.

Nimby’s, klonk het na een artikel hierover in Het Parool. Not in my backyard. Deze IJburgers zouden van die mensen zijn die wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er vooral geen hinder van willen ondervinden. Ze zeiden het zelf: “Waarom moeten de problemen van een sportpark worden afgewenteld op de buurt die ernaast ligt?” Ja, waarom eigenlijk?

Het is ruimtelijke ordening in bedrijf: hoe wordt beschikbare ruimte ingevuld? Waar moeten woningen komen, hoeveel wegen, parkeerplekken en winkels horen daarbij? Hoeveel park, hoeveel sportaccommodatie, hoeveel ­water en hoeveel groen? Ruimtelijke ordening is nooit niet ingewikkeld geweest, maar de laatste jaren, nu Amsterdam groeit en bloeit, neemt de druk op onze leefruimte toe en daarmee ook de aanspraak die mensen daarop maken.

Geen kant meer op

Dat speelt op IJburg, maar tegelijk ook op zoveel andere plekken in de stad. Neem de felle strijd over het verplaatsen van theater de Meervaart naar een plek in de Sloterplas. Of het verzet tegen de plannen van de gemeente voor het openstellen van volkstuincomplexen. De uitbreidende terrassen, het schrappen van parkeerplaatsen in de Frans Halsbuurt, de woningbouw op het Marineterrein en het uitgummen van vrijliggende fietspaden.

Kijk naar een plattegrond van Amsterdam en je ziet dat de stad geen kant meer op kan. Ruimte is schaars goed. Geen vierkante centimeter Amsterdam is onbestemd: alles heeft een functie of staat op de lijst een functie te krijgen. Het is niet anders, de stad kan zich geen verspilling permitteren. Daardoor spreekt geen enkele vierkante meter vanzelf. En dat levert schermutselingen op: strijd om plek waarbij de winst van de een verlies is voor de ander.

Het heeft te maken met de Amsterdamse ondergrond, zegt Fred Feddes, die onder meer 1000 jaar Amsterdam schreef. “Van oudsher is de grond er hier niet vanzelf, die moest echt ­gewonnen worden en kostte daarmee dus geld. Gevolg is dat alle oppervlakte van deze stad van waarde is en economisch moet worden doordacht. Het is alleen al om die reden dat Amsterdam, in tegenstelling tot steden als Wenen en Parijs, weinig ceremoniële ruimte kent: grote pleinen waar je een gevoel van weidsheid zou kunnen hebben.”

Dat nadenken over de vormgeving van een stad is alleen maar pregnanter geworden, zegt Feddes. “Tijdens corona zag je dat de betekenis van bijvoorbeeld parken groter is geworden: als mensen niet of beperkt naar bijvoorbeeld horeca kunnen, is er toch behoefte om buitenshuis activiteiten te ontplooien. En kijk eens naar de terrassen: uitbaters van cafés hebben de afgelopen periode veel meer ruimte ter beschikking gekregen. Dat gaat ten koste van bijvoorbeeld voetgangers.”

Recht van de sterkste

Er moeten keuzes worden gemaakt, zegt Feddes. “Want ook als je ervan uitgaat dat ruimte een economische waarde vertegenwoordigt, mag schaarste er niet toe leiden dat het recht van de sterkste gaat gelden. Daar zijn natuurlijk regels voor, want parken zijn belangrijk. En kijk naar de Sloterplas: die open ruimte is een weldaad voor de meeste mensen. Het behoud van dergelijke ruimte is ook een politieke keuze.”

Daar is verantwoordelijk wethouder Marieke van Doorninck het mee eens. Ook zij constateert dat er her en der veldslagen en -slagjes plaatsvinden. “De groei van de stad zal binnen de grenzen van die stad moeten plaatsvinden. Bedenken hoe je wil dat de leefomgeving eruitziet, is heel belangrijk: er rusten veel claims op ruimte en dus zullen er keuzes moeten worden gemaakt. In zekere zin is het schipperen, dat is van alle tijden.”

Amsterdam heeft een oppervlakte van zo’n 200 vierkante kilometer en meer worden dat er niet. Of eigenlijk wel, denk aan de ondergrondse fietsenstalling onder het Beursplein of de parkeergarage in de Boerenwetering: plekken waarvan je met niet eens zo heel veel fantasie kan zeggen dat de stad er vierkante meters bij heeft gemaakt.

En wat te denken van de plannen om bijvoorbeeld sportvelden te stapelen? Tennisvereniging Sloterplas werd geconfronteerd met plannen om een deel van het terrein te bestemmen voor woningbouw. Tennisbanen konden dan ook wel boven op elkaar komen. Efficiënt, maar het plan stuitte ook op verzet van leden die hun lommerrijke complex aangetast zagen worden.

Compact stadje

Het kunnen ingewikkelde keuzes zijn, waarvoor het stadsbestuur zich geplaatst ziet. Maar onmogelijk is het allemaal niet, zegt Van Doorninck. “We komen uit een situatie waarin functiescheiding centraal heeft gestaan. Het was óf wonen, óf werken, óf verkeer en ga zo maar verder. Dat laten we los: nu en in de toekomst moet inventiever worden omgegaan met ruimte. Meer nog dan in het verleden zal ­Amsterdam een compacte stad moeten zijn.”

Slimmer werken, zegt Van Doorninck. Neem de bedrijventerreinen zoals we die kennen: die zullen er straks anders uitzien, anders worden ingevuld. “Het zal daar meer en meer moeten draaien om werken én wonen. Veel eenlaagbouw met daaromheen parkeerplaatsen is niet meer van deze tijd.”

Functies combineren

Ook de auto is een ruimtevreter. Dat geldt niet alleen voor stilstaand blik, maar ook voor auto’s in beweging. Het afwaarderen van heel veel wegen naar dertig kilometer per uur biedt mogelijkheden voor een stad waar iedere meter telt, zegt Van Doorninck. “Als we bijvoorbeeld op de Gooiseweg of de Lelylaan een lagere maximumsnelheid kunnen invoeren, betekent dat dat je dichter op de weg kan bouwen. Dat biedt heel veel mogelijkheden, bijvoorbeeld voor wonen.”

Van Doorninck krijgt bijval van Guido Wallagh van Stad-Forum, de onafhankelijke denktank die de gemeente gevraagd en ongevraagd voorziet van advies over stedelijke ontwikkeling. Volgens Wallagh is een stad nu eenmaal aan verandering onderhevig. “Mensen komen in verzet als hun leefomgeving verandert. Kijk naar het Marineterrein waar huizen gaan worden gebouwd. Dat is een gewaardeerd pareltje in de stad. De eerste reactie is dan: handen ervan af. Tegelijk zijn woningen nodig in Amsterdam. Je zult echt functies moeten gaan combineren.”

Dat gebeurt al, zegt Wallagh. Hij wijst als voorbeeld op de Wibaustraat, lang een van de minst leefbare straten in de stad. “Het was zo’n typische verkeersplek, je gebruikte de straat om doorheen te rijden op weg naar je bestemming. Maar sinds de rijweg enkele jaren geleden een make-over heeft gekregen, gaat het er al beter. Er is meer groen gekomen. Ondernemers zijn in de plinten van de gebouwen zaakjes begonnen. En onderwijsinstellingen als de Hogeschool van Amsterdam zijn er gaan zitten. Het primaat ligt nu óók bij andere functies. Dat creëert in zekere zin ook extra ruimte.”

Er valt nog veel te halen in de stad, zegt Wallagh. “Neem het Artisplein: extra ruimte die is toegevoegd aan de stad. Ruimte die echt een toevoeging is, waar mensen graag zijn. Of van iets langer geleden: Nemo. Voorheen was dat een tunnelmond, een plek waar als er al iets zou zijn geweest, je niet eens kon komen. Nu is het een museum en een plek waar je heerlijk kan zitten.”

Het blijft ingewikkeld en dat zal het altijd blijven, zegt Wallagh. “Je zal nooit bereiken dat iedereen 100 procent gelukkig is met zijn leefomgeving, daarvoor lopen de belangen te vaak te veel uiteen. Er is maar een oplossing voor de overheid: je zult continu met elkaar in gesprek moeten blijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden