Plus

Ouders: ‘Je kiest een school toch om een bepaald publiek’

De kloof tussen leerlingen van hoog- en laagopgeleide ouders wordt steeds groter. Ouders en schoolbestuurders over de keuze voor een school: ‘Je zoekt mensen op die op je lijken.’

Op het IJburg College is nog goede instroom op alle lesniveaus, zegt de directeur. Beeld Floris Lok

‘Alle kleuren van de regenboog’

Boukje (44), werkloos, Centrum
“Ik ben opgegroeid in een heel witte omgeving, in een provinciestadje, ik heb op een elitaire basisschool en vervolgens het gymnasium gezeten. Van daaruit kwam ik studeren in Amsterdam. Toen ik in Diemen woonde, kwam ik in eerste instantie terecht tussen Antillianen en Surinamers. Ik had dat nog nooit meegemaakt.

Mijn man en ik hebben bewust de keuze gemaakt om in Amsterdam te blijven wonen, juist omdat het hier zo’n mooie smeltkroes is van alles. Alles loopt hier rond: arm, rijk, zwart, wit. Ik word er gelukkig van dat ik door mijn gymnasiumopleiding een prachtige culturele achtergrond heb meegekregen. Maar van het leven heb ik niets geleerd. Dat leer je in de stad wel.

Mijn dochter is net begonnen op een middelbare school in Buikslotermeer, in Noord. Vanwege onze woonplek hebben we vooral in Zuid en Centrum gekeken. We hadden deze school als reserve op de zesde plek op de lijst gezet. Twintig minuten reizen is natuurlijk fijner dan veertig, en de loting was een ontzettende teleurstelling voor haar. Toch voelt ze zich prettig op de school. Toen ik de klassenfoto zag, dacht ik: dit klopt gewoon. Alle kleuren van de regenboog zitten er. Dat is onze reden om in Amsterdam te wonen.”

‘Het Vossius is een witte bubbel’

Evelien Taira Idrissi-Beckers (39), trajectmanager in de zorg, Nieuw-West
“Wij zijn een gemengd gezin. Onze kinderen zijn Nederlands en Marokkaans. Ze zitten al heel erg in een Nederlands milieu. Als je wilt dat ze de andere kant van hun identiteit ook ontwikkelen, zul je ze ook in contact moeten brengen met mensen die niet volledig Nederlands zijn. Dat gaat niet werken als je in een witte bubbel zit.

Mijn tienjarige dochter zit nu op een gemengde, oecumenische basisschool midden in de wijk. Ik heb zelf altijd op openbare scholen gezeten, en ik ben een groot voorstander van openbaar onderwijs. Natuurlijk speelt kwaliteit ook een rol. Je wilt dat je kinderen het best mogelijke onderwijs krijgen. Maar ik ben ervan overtuigd dat je dat niet alleen in Zuid hebt.

Mijn dochter krijgt denk ik wel een vwo-advies. Ik heb het idee dat categorale gymnasia als het Vossius en Barlaeus witte bubbels zijn met kinderen van ouders die allemaal hoogopgeleid zijn. Ik denk dat zij zich begeven in een deel van de maatschappij dat weinig contact heeft met mensen die bijvoorbeeld minder verdienen. Ik zou het jammer vinden als mijn dochter daar terechtkomt. Je verliest contact met een groot deel van de maatschappij.”

‘Zaandam kan ook nog’

Annika (35), ambulante zorgwerkerNoord
“Onze zoon zit nu pas in groep zes, dus hij gaat nog niet naar open dagen. We zijn er wel met hem over aan het praten. Hij zou eventueel in Noord naar school gaan, maar dat is enkel als het zal lukken op het Hyperion Lyceum. Dat is best een exclusieve school. Je moet een goede cijferlijst hebben.

Mocht dat niet kunnen, dan wordt het waarschijnlijk Zuid, omdat die scholen nog steeds goed aangeschreven staan. We wonen in een stuk van Amsterdam-Noord dat echt tegen de Zaanstreek aan ligt, dus een alternatief is nog Zaandam.

Ik ben me door het stuk in Het Parool van dinsdag wel bewust geworden dat je een school ook uitkiest op het publiek. Dat vind ik confronterend, en vervelend van mezelf, dat ik daar zo over denk. Maar wat ik altijd hoor van vriendinnen met kinderen op de middelbare school, is dat je je zo meer thuisvoelt. Dat komt, denk ik, doordat mijn ouders ook dezelfde gedachten hebben gehad. Vanuit Slotervaart lieten ze mij bijvoorbeeld niet naar het Caland­lyceum fietsen, maar ze hebben me naar Zuid gestuurd.”

‘Uitsluiting en geweld’

Marieke (45), kwaliteitsmedewerker, Nieuw-West
“Mijn jongste zoon zit nu in zijn eerste jaar op het Berlagelyceum in De Pijp. Daar doet hij tweetalig onderwijs. Daar heeft hij bewust voor gekozen. Een andere eis van hem was om naar een school te gaan waar mensen met meer kleuren op zitten. Amsterdam is nu eenmaal niet wit. Maar in Nieuw-West heb je niet zoveel mogelijkheden voor vwo. Er is niet heel veel aanbod. En in Zuid heb je op elke hoek een school.

Mijn oudste is naar het vmbo op het Sweelinck College in Zuid gegaan. We hadden ook voor het Calandlyceum kunnen kiezen, maar daar word je gediscrimineerd als je wit bent. Witte mensen die ik ken met een kind op het vmbo, hebben daar last van. Het gaat dan ook om uitsluiten en zelfs fysiek geweld. Daar wil je je kind niet aan blootstellen.

Wij hebben de kinderen altijd laten kiezen. Zij moeten zich goed voelen op een school. Daarin wegen wij af: hoe ziet de omgeving van de school eruit? En hoe wordt er lesgegeven? Dat speelt natuurlijk mee. Het karakter van die elitescholen is heel anders dan van de gemengde scholen. Loop het Vossius of Amsterdams Lyceum binnen, die zijn inderdaad behoorlijk wit. Maar de omgangsvormen zijn anders. Ik kan me voorstellen dat je je daar als witte, hoogopgeleide toch wel beter in herkent.”

‘Ik zie alleen maar voordelen van een gemengde school’

Degi ter Haar, startte het ouderinitiatief op de Joop Westerweelschool
In De Baarsjes startte Degi ter Haar een ouderinitiatief om de Joop Westerweelschool, waar zijn drie kinderen op zitten, gemengder te maken. Hij vreest dat er over een paar jaar nauwelijks gemengde scholen meer zijn.

“Ik voel me thuis in een multiculturele samenleving, en hoop dat mensen verbinding zoeken. Juist de school is de plek waar ouders elkaar op een gelijkwaardige basis tegenkomen. Je afkomst en opleiding maken hier niet uit, of je beroep nu directeur of schoonmaker is.” 

Ter Haar – zelf met een Turkse vrouw getrouwd – werkte jaren als vrijwilliger, maar wordt inmiddels financieel gesteund door de gemeente. “Ik organiseer bijvoorbeeld voetbaltoernooien, en ouders die meer tijd hebben koken – tegen betaling – voor ouders die het druk hebben. We gaan de dialoog aan, en maken ruimte voor de iftar tijdens de ramadan en het kerstdiner.” Zo mengen de ouders, en uiteindelijk ook de school. “Een van de problemen is dat er weinig hoogopgeleide allochtonen zijn in de wijk. Die vertrekken naar Badhoevedorp en Almere zodra ze kunnen. Daarom zijn er weinig aansprekende voorbeelden.”

Ter Haar erkent dat het soms lastiger kan zijn om aansluiting te vinden als de andere kinderen in een klas een hele andere achtergrond hebben. “Enkele ouders halen hun kind daarom toch van school af als de kinderen ouder worden.”

“Maar ik zie alleen maar voordelen. Dat een gemengde school geen nadelig effect heeft op het niveau wordt bewezen op de Joop Westerweelschool, waar de helft van de leerlingen uit groep acht vwo-advies heeft gekregen.”

“De ontwikkeling van magneetscholen, die zich specialiseren in een onderwerp als kunst, techniek of sport, zouden een oplossing kunnen zijn om segregatie tegen te gaan. Als zo’n school in een gemengde buurt staat, een geschikt gebouw heeft en goed wordt geleid, kan dat een succesvolle manier van mengen zijn.” 

Speelplein van de Joop Westerweelschool.Beeld ANP

‘Je zoekt mensen op die op je lijken’

Jolanda Hogewind, bestuurder van het IJburg College 
Hogewind herkent de trend van segregatie in de stad. “Wellicht hebben we het niet alleen over opleidingsniveau, maar ook over sociaal-economische klasse. Je ziet in zijn algemeenheid, dat mensen zich thuis voelen waar ze zichzelf herkennen. Je zoekt mensen op, die op je lijken. Uit onderzoek blijkt dat dit onbewust ook vaak bij sollicitaties gebeurd.”

Het IJburg College heeft ook te maken met een veranderende instroom, maar merkt dat er nog leerlingen binnenkomen op alle opleidingsniveaus. “Ik heb ook een hele groep ouders achter me die ervan overtuigd zijn dat hun kind in aanraking moet komen met andere groepen uit de samenleving. Dat zijn bewuste ouders.” Hogewind hecht waarde aan de diversiteit op haar school. “Als het over burgerschap gaat, denken we een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving op die manier.” 

‘Op een scholengemeenschap kan een leerling altijd nog afzakken’

Jan Paul Beekman, rector van scholengemeenschap Spinoza Lyceum 
Op het Spinoza Lyceum neemt de wachtrij af op het gymnasium. Beekman: “Vier jaar geleden moesten we nog veel leerlingen afwijzen omdat het gewoon niet paste. Nu is dat nog maar een enkele keer.” Of dat komt door de groei van de zelfstandige gymnasiumscholen – categorale gymnasia – durft hij niet te zeggen. “Die zijn altijd al populair geweest.”

“Op een scholengemeenschap kan een leerling altijd nog afzakken. Dat is een vaak vergeten voordeel. Op een categorale school moeten ze weg als het niet lukt. Dat kan in het eerste jaar best tragisch zijn. De vraag is of je dan nog een leuke plek vindt. Dit is een van de redenen van ouders om hun kind naar het Spinoza te sturen.”

‘Veel aandacht voor tweetalig onderwijs’

Rosanne Bekker, rector van het Berlage Lyceum
Bekker ziet geen afname van de aanmeldingen voor het Berlage Lyceum. “Wij merken gerichte belangstelling voor onze scholengemeenschap, waar veel aandacht is voor tweetalig onderwijs. Ook zien we waardering voor het feit dat onze school zo’n mooie afspiegeling vormt van de Amsterdamse maatschappij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden