PlusInterview

Oud-wethouder Carolien Gehrels: ‘Ga eropuit, blijf plannen smeden’

De coronacrisis raakt Amsterdam midscheeps. De stad is een virushaard, de economie en de bevolking krimpen, de sociale gevolgen zijn enorm. Carolien Gehrels, oud-wethouder en topvrouw bij Arcadis: ‘Amsterdammers vinden vanzelf weer nieuwe kansen.’

Carolien Gehrels: ‘Ik ben een neerlandica bij een ingenieursbedrijf. Iedereen heeft onvermoede talenten.’Beeld Frank Ruiter

Een trampoline op het dak. Haar zoon van bijna 14 heeft er veel plezier aan beleefd toen hij noodgedwongen thuis zat, vertelt Carolien Gehrels (52), die van 2006 tot 2014 wethouder was in Amsterdam. Inmiddels mag hij weer naar school, de OSB in Zuidoost, maar de trampoline is nog altijd populair. “Hij kan er zijn energie kwijt.” Sinds de corona-uitbraak in maart is Gehrels één keer naar het kantoor van Arcadis gegaan. Ook bij het advies- en ingenieursbureau aan de Zuidas is thuiswerken het devies. “De lift is het probleem.” Gehrels is eraan gewend, want voor corona begon ze haar werkdag ook al vaak thuis in De Pijp.

Toch ziet haar leven er heel anders uit. Als ­directeur Europese Steden vloog ze de wereld over, nu spreekt ze haar internationale collega’s online. Gehrels leert steden wat die van andere steden kunnen leren. “Toen we net in de lockdown zaten, belde mijn collega uit Milaan, ook voormalig wethouder. Milaan heeft de ambitie om uit te groeien tot fietsstad en wil weten hoe Amsterdam dat heeft gedaan. Wij helpen het Milanese gemeentebestuur daarbij.”

Amsterdam lijdt onder de pandemie. De economische schade is groot; de werkloosheid en het aantal faillissementen groeien snel. Ook de sociale gevolgen zijn enorm, zoals groeiende ongelijkheid, eenzaamheid en langere rijen voor de Voedselbank. “Dat zie ik ook,” zegt Gehrels. “Maar ook de creativiteit staat onder druk, doordat we elkaar minder snel tegenkomen. Ontmoetingen en gesprekken kunnen leiden tot grote ideeën die Amsterdam nieuw leven inblazen. Die missen we nu. En Amsterdam is te afhankelijk geworden van de toeristische sector.”

Heeft u als wethouder die afhankelijkheid van de toeristische sector niet vergroot met I Amsterdam en een forse groei van het aantal hotelkamers?

“Dat was een andere tijd. Amsterdam was destijds juist te afhankelijk van de financiële sector en dat was niet handig tijdens de bankencrisis. We wilden de stad ook op andere gebieden aantrekkelijk maken. Amsterdam telde te weinig hotelkamers. Maar we hebben ook geïnvesteerd in kennis en innovatie, bedrijven en belangrijke universiteiten binnengehaald, zoals MIT, TU Delft en Wageningen. We moeten nu weer inspelen op nieuwe ontwikkelingen.”

Welke ontwikkelingen zijn dat?

“We kunnen meer techbedrijven gebruiken. Die doen het nu goed, kijk naar Adyen, TomTom en Messagebird. We hebben goede universiteiten en het Europees medicijnagentschap EMA. Life sciences is een belangrijke sector, want corona heeft ons geleerd dat we lokaler moeten denken. We willen toch niet meer afhankelijk zijn van andere continenten voor onze pillen? En ik voorzie grote mogelijkheden voor de Amsterdamse haven in de energie­transitie. In de haven liggen nu nog kolen, maar dat gaat straks echt anders. Een transformatie naar nieuwe grondstoffen is noodzakelijk en onze haven kan daarin vooroplopen. En denk aan de mogelijkheden die 5G biedt.”

Veel techbedrijven werven internationale werknemers, waar moeten die wonen?

“Amsterdam heeft behoefte aan nieuwe bouwprogramma’s. We hebben veel meer woningen nodig. Op dat gebied liggen ook kansen, bijvoorbeeld om hotels en kantoren, die leeg komen te staan, om te bouwen tot huizen of zorghotels. Het reisgedrag van mensen verandert en we werken straks meer thuis.”

U heeft als wethouder twee economische dips meegemaakt: de bankencrisis en de schuldencrisis. Amsterdam moest ook toen honderden miljoenen bezuinigen. Hoe hebben jullie dat destijds gedaan?

“We hebben bezuinigd, maar ook een begin gemaakt met een herstructurering van de stedelijke economie. Wij hebben gekeken naar wat de markt kan doen en wat in handen moet blijven van de overheid. Onze aandelen in Nuon hebben we verkocht, want energie produceren kan het bedrijfsleven beter. Maar de netwerken en infrastructuur moesten van de stad blijven. Daarom hebben we ons verzet tegen de privatisering van Schiphol. Ik vind dat de overheid vooral voorwaarden moet scheppen waaronder bedrijven activiteiten kunnen ontplooien, zoals een goed 5G-netwerk. Daarmee kunnen ondernemers aan de slag.”

U was wethouder van de PvdA, maar dit klinkt als een VVD-verhaal.

“Welnee. Ik ben een groot fan van de sociaal-democratische wethouder Floor Wibaut. Tijdens de crisis in de jaren dertig duurde het drie weken voordat de vis van de afslag arriveerde in de Amsterdamse winkels. De markt faalde en dus zette Wibaut centrale vishandels op. Sindsdien was de vis binnen 36 uur in de stad. Bedrijven pikten dit op en toen kon Wibaut de vishandels weer verkopen. Ik ben voor een sterke overheid, die grip houdt op belangrijke infrastructuur, zorgt voor een goed salaris voor zorgpersoneel en een betaalbare huursector. Maar de gemeente moet, net als Wibaut, ook ondernemerschap stimuleren en uiteindelijk aan de markt overlaten wat die zelf kan doen.”

Hoeveel invloed heeft een gemeentebestuur om een crisis te keren?

“Veel. Kijk, als je drie mensen bij elkaar brengt, kun je de wereld veranderen. Dat is de belangrijkste rol van de gemeente: partijen bij elkaar brengen. Als wethouder Rutger Groot Wassink de Arena en de RAI aan tafel zet met een techbedrijf, kunnen daar mooie zaken ontstaan, ook wat omscholing betreft. De gemeente hoeft niet het nieuwe Adyen te bedenken, maar kan wel de voorwaarden scheppen waaronder de nieuwe Adyen ontstaat.”

Wat kan de gemeente doen om kwetsbare Amsterdammers door deze crisis te loodsen?

“De grootste werkloosheid ontstaat nu onder jongeren. Het is niet alleen een taak van de gemeente om daar iets aan te doen, ook bedrijven hebben hun verantwoordelijkheid. De kracht van een diverse economie is dat mensen die in de ene sector hun baan verliezen, elders weer aan de slag kunnen, omdat daar wel werk is. Daar is omscholing voor nodig. De gemeente kan werkgevers en werknemers bij elkaar halen. Mijn ervaring is dat als je die uitnodigt voor een gesprek in de ambtswoning van de burgemeester, ze allemaal komen.”

Omscholing is ineens het toverwoord in deze crisis, maar is dat wel zo eenvoudig?

“Dat is zeker niet makkelijk. Het is zaak om mensen op te leiden voor de nieuwe banen in de stad. Bijvoorbeeld in de energietransitie of in nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie of medische toepassingen. In die sectoren is veel vraag naar jong personeel.”

Ik zie nog niet zo snel een vrijetijdswetenschapper terechtkomen in kunstmatige intelligentie. U wel?

“Ik ben een neerlandica bij een ingenieursbedrijf, iedereen heeft onvermoede talenten. De Amsterdamse bevolking is behoorlijk hoogopgeleid. Het gaat er natuurlijk om dat de juiste mensen bij de juiste banen terechtkomen. Daarbij kan de gemeente een rol spelen.”

Van welke Europese steden kan Amsterdam wat leren?

“Er zijn veel voorbeelden. Milaan gebruikt de crisis dus om uit te groeien tot fietsstad. In Parijs kijkt de gemeente met vastgoedbedrijven naar zakencentrum La Défense: wat is de toekomst van al die kantoorgebouwen als mensen vaker thuis gaan werken? Welke kansen biedt dat? Londen staat boven aan de lijst van techsteden, maar staat niet stil en is nu druk bezig met energietransitie.”

Hoe optimistisch bent u over de toekomst van Amsterdam?

“Ik denk dat het nog wel even spannend blijft tot eind 2021. Het is vooral belangrijk dat we naar buiten gaan, elkaar ontmoeten, plannen smeden, de ondernemers helpen door op het terras te zitten. Dat houdt de stad creatief. We moeten aan de bak, maar Amsterdammers zijn van nature erg creatief. Die vinden vanzelf weer nieuwe kansen.”

Dit is deel 3 van een interviewserie over de vraag hoe Amsterdam uit de coronacrisis kan komen. ­Volgende week: Kim Putters, directeur Sociaal en Economisch Planbureau.

CV

Carolien Gehrels (1967) is geboren in Dronten en studeerde Nederlands aan de Universiteit van Groningen. In de jaren negentig ging ze als communicatiemedewerker aan de slag bij het OLVG in Amsterdam. Later deed ze, als adviseur van bureau Berenschot, onderzoek naar de internationale marketing van Amsterdam. Hiermee legde ze de basis voor de latere I Amsterdamcampagne en voor haar carrière als wethouder. Van 2006 tot 2014 was ze PvdA-wethouder van Amsterdam, onder meer van Cultuur, Sport en Economische Zaken. In 2014 stapte ze over naar Arcadis als directeur Europese Steden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden