PlusExclusief

Oud-voetballer Richard Witschge: ‘Bij Ajax moet je goed voetballen, winnen én het publiek vermaken, een voorstelling geven’

Eerst was Richard Witschge voetballer bij Ajax, nu is hij er trainer. Of het een warme club is? ‘Het kan een harde cultuur zijn. Direct. Niet iedereen kan daarmee omgaan.’

Robert Vuijsje
Richard Withschge: ‘Ik heb nooit een ander vak overwogen dan voetballer.’ Beeld Erik Smits
Richard Withschge: ‘Ik heb nooit een ander vak overwogen dan voetballer.’Beeld Erik Smits

Richard Witschge zit in de kantine van De Toekomst, het trainingscomplex van Ajax, als de persvoorlichter van de voetbalclub een flesje water komt brengen. Witschge, tegenwoordig assistent-trainer van het eerste elftal van Ajax, neemt het flesje in ontvangst en zegt razendsnel, zonder erbij na te denken, tegen de persvoorlichter: “En neem zelf ook wat, hè.”

Bestaat er zoiets als Amsterdamse humor?

“Sarcasme, de ander een beetje in de maling nemen, je woordje snel klaar hebben. Dat is het wel.”

Verschilt het van voetbalhumor?

“Dat noem ik meer mannenhumor. Een man die in een bruidsjurkenwinkel werkt, tussen de vrouwen: daar zullen ze andere humor hebben dan wanneer je altijd met dertig kerels op pad bent, zoals wij.”

In Lefgozer, het in 2018 verschenen boek met voetbalverhalen van Richard Witschge, staat een aantal anekdotes in de categorie kleedkamerhumor: sokken afknippen, schoenen verstoppen en andere hoogtepunten. “Nu maken ze nog steeds grappen met elkaar, maar ik denk niet dat ze dit soort dingen nog doen. Het is sowieso altijd humor waar je bij moet zijn geweest, als je het navertelt is het niet grappig.”

Met een onderbreking van vijf jaar voetbalde je tussen 1986 en 2003 zelf bij Ajax, nu ben je trainer. Was de sfeer in het team toen anders?

“Ja. Wij voetbalden met veel Nederlandse spelers, nu is het internationaler. Argentijnen, Mexicanen, we hebben alles in het team. Het sarcasme blijft, de grappen ook, maar als je het in het Engels doet is het toch anders dan in het Nederlands. De voertaal is nu Engels. Als de trainer voor de wedstrijd zijn bespreking doet, gebeurt dat in het Engels.”

Is Ajax een warme club?

“In mijn geval wel. Ik loop hier rond sinds ik een jongen van 13 was. Het kan ook een harde cultuur zijn. Direct. De jongens uit onze eigen jeugd zijn dat gewend. De buitenlanders soms niet, die slagen ook niet allemaal.”

“Niet iedereen kan ermee omgaan. Je denkt dat je heel goed bent en dan kom je hier en zie je jongens die nog beter voetballen dan jij: dat kan lastig zijn. Daar kun je een minderwaardigheidscomplex van krijgen. Maar dat hoort bij topvoetbal, je moet kunnen incasseren.”

Richard Witschge groeide eerst op in Slotermeer, op zijn 13de verhuisde het gezin naar een woning op het Westergasterrein. Zijn vader was beheerder van de kantines van het GEB, het gemeente-energiebedrijf. En hij had een kleine hoedenfabriek op de Lindengracht, waar onder meer hoedjes voor het cabinepersoneel van KLM werden gemaakt.

Ook was Piet Witschge oud-profvoetballer van DWS. “Wij gingen altijd mee. Van mijn ouders begreep ik later dat mijn broer Rob en ik tijdens zijn wedstrijden in het Olympisch Stadion gewoon langs de lijn stonden te voetballen. Ik groeide erin op, ik heb nooit een ander vak overwogen dan voetballer. Onze ouders hebben ons niet gepusht, ze waren alleen maar trots. Rob en ik hebben allebei Ajax 1 en het Nederlands elftal gehaald.”

Was het prettig om vanaf je 13de helemaal voor het voetbal te leven?

“Het was mijn hobby, ik deed het toch al de hele dag. Alleen was dat nu op de trainingen en minder op straat. Uitgaan deed ik ook nog wel, de wedstrijden waren altijd op zaterdag. Mijn teamgenoot Danny Muller, zijn vader Bennie speelde ook voor Ajax, woonde vlakbij.”

“Met de bus gingen we dan eerst naar Landsmeer, daar begon het uitgaan vroeger. Dan terug naar Amsterdam, vanaf het Centraal Station liepen we door de hoerenbuurt naar Zorba. Bij die discotheek moest je hopen dat je naar binnen mocht.”

Is er zoiets als een Amsterdamse voetbalstijl?

“Dat zeggen ze, ja. Je moet uitstralen: kom maar op, niemand kan mij iets maken, ik heb overal maling aan. In het veld heeft iedereen taken, maar je moet ook eigenzinnigheid hebben. In de jeugd wonnen wij alle wedstrijden met 16-0 of 20-0. We speelden niet landelijk, alleen tegen andere Amsterdamse clubs. In het buitenland wonnen we ook alle toernooien. Dan loop je toch rond met zelfvertrouwen. Bij Ajax moet je goed voetballen, winnen en het publiek vermaken, een voorstelling geven.”

In 1997 hield Richard Witschge de bal negen keer hoog tijdens een met 4-0 gewonnen wedstrijd tegen Feyenoord, wat zou kunnen worden geïnterpreteerd als vernederend. “Ik weet niet of dat een typische Ajaxactie was. Het was zeker niet een belangrijk moment in mijn carrière. Het zou triest zijn als dat wel zo was. Het kwam gewoon zo uit, het had net zo goed tegen PEC Zwolle kunnen gebeuren. Al had ik wel een soort boosheid. Bij Feyenoord werd je altijd uitgescholden, ze gooiden aanstekers naar je hoofd.”

Wat denk je als Ajaxsupporters roepen dat ze Joden zijn?

“Ik hoor het al mijn hele leven. Ze roepen ook: wij zijn de beste.”

Het zorgt voor een tegenreactie bij supporters van de andere clubs. Die beginnen weer teksten tégen joden te schreeuwen.

“Ik heb er nooit bij nagedacht. Mijn schoonvader was ook Joods, hem heb ik er nooit over gehoord.”

Zitten er tegenwoordig in de Johan Cruijff Arena minder Amsterdammers dan vroeger in De Meer?

“Ik denk het wel. Door de successen van de laatste vijfentwintig jaar hebben we in het hele land meer supporters gekregen. In Den Bosch of Maastricht zie je ook mensen in een Ajaxshirt lopen.”

Zorgt het voor een andere sfeer in het stadion?

“Misschien wel. Maar het zijn allemaal fans. De club moet iedere wedstrijd 55.000 plaatsen verkopen, al die seizoenkaarten. Dan moet je door heel Nederland zitten, met alleen een Amsterdams publiek krijg je dat niet voor elkaar.”

In het buitenland speelde je onder meer voor FC Barcelona en Bordeaux. Had je heimwee?

“Ik heb het overal naar m’n zin gehad, maar als we een week of een weekend vrij waren, kwamen we wel altijd naar Amsterdam.”

Was het moeilijk om te stoppen met voetbal?

“Een zwart gat? Daar heb ik nooit last van gehad. Ik hoefde niet zo in de aandacht te staan, de rust die ik nu heb is wel lekker. Na het voetbal heb ik van alles gedaan. Kinderondergoed, spijkerbroeken voor voetbalclubs. Leuke dingen doen, onderweg zijn.”

Hoeveel jaar zat er tussen stoppen met voetbal en trainer worden?

“Een jaartje of vijf, denk ik. Door Bryan Roy, met wie ik vroeger voetbalde, werd ik gevraagd drie middagen in de week techniektrainer te worden bij Ajax. Dat is een beetje uit de hand gelopen.”

“De vorige trainer, Erik ten Hag, vroeg vijf jaar geleden of ik mee wilde met het eerste elftal. Met een groep van 25 spelers gingen ze op trainingskamp. Hij wilde werken met de eerste achttien, de vraag was of ik met die andere zeven kon trainen. Daarna vroeg hij of ik er vast bij wilde komen. Alfred Schreuder, die nu de hoofdtrainer is, was toen een van de andere assistenten.”

“Ik sta een beetje tussen de trainer en de spelers in. Met de spelers ben ik goed. Als ik daar iets hoor over de trainer probeer ik dat op een tactische manier aan hem over te brengen. En wanneer ik van de trainer iets hoor over de spelers probeer ik ze dat ook op een tactische manier te laten weten.”

Ben je een cultuurbewaker?

“Dat denk ik wel. Ik heb Johan Cruijff nog meegemaakt als trainer, ik begrijp hoe het Ajax-dna in elkaar zit, wat voor spel wij willen spelen. Michael Reiziger, de andere assistent, loopt hier ook al lang rond. Alleen is hij wel meer jaren weggeweest dan ik.”

Zou je bij een andere club kunnen werken?

“In Nederland niet. Ik heb altijd gezegd: er is maar één club. In Nederland heb ik ook nooit voor een andere club gespeeld. Ik zou wel in het buitenland kunnen werken, dat is iets anders.”

Wat betekent Ajax?

“Dat zit in je. Vanaf mijn geboorte ben ik fan, het was mijn droom om hier te spelen en dat is gelukt. Het klinkt gek, maar meer kan ik er niet over zeggen. Zo heb ik het altijd in m’n hoofd gehad: ik wilde naar Ajax.”

CV
Richard Witschge (Amsterdam, 1969) was voetballer bij onder meer Ajax en het Nederlands elftal. Nu is hij assistent-trainer bij het eerste elftal van Ajax. Over zijn leven verscheen het boek Lefgozer.

De stad van... Richard Witschge

Echt Amsterdams
“Door de stad fietsen.”

Accent
“Plat Amsterdams. Zelf heb ik het niet door, maar als ik het op tv terughoor, denk ik: jezus.”

Partner
“Ze komt ook uit Amsterdam, we ontmoetten elkaar 32 jaar geleden in de iT en zijn nog steeds bij elkaar, het klikte gelijk.”

Huur of koop
“Koop. Huur is zonde van je geld.”

Import
“Als ze echt van de stad houden kunnen ze Amsterdammers worden, waarom niet?”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Lees hier alle afleveringen terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden