PlusExclusief

Oud-voetballer en horecaman Dries Boussatta: ‘Klanten in een Porsche, dat is mijn volk niet’

Twaalf jaar geleden zag Dries Boussatta in Amsterdam-West geen koffiebars, dus begon hij er zelf een op de Admiraal de Ruijterweg. Nu is de buurt veranderd. ‘Ik zie Marokkaanse moeders langsrijden op bakfietsen.’

Robert Vuijsje
Dries Boussatta: ‘Ik wilde het gevoel van vroeger terugkrijgen, toen ik hier opgroeide.’ Beeld  Erik Smits
Dries Boussatta: ‘Ik wilde het gevoel van vroeger terugkrijgen, toen ik hier opgroeide.’Beeld Erik Smits

Dries Boussatta zit aan een tafel in Buongiorno, de koffiebar met vijf vestigingen in Amsterdam-West, en wijst naar buiten. Dit was de eerste zaak die hij opende, twaalf jaar geleden, aan het begin van de Admiraal de Ruijterweg, op de hoek met de Willem de Zwijgerlaan. Maar eerst zat hij een maand aan de overkant. Daar, op straat, bij die bloemenstal.

“Ik wilde zien wat hier voor publiek langskwam. Het was in de periode dat de buurt begon te veranderen. Zo gemengd als het nu is, was het toen niet. In die tijd had je hier nog vijf Turkse bruidsmodezaken in één blok. Het winkelaanbod is bepalend voor de bevolkingssamenstelling van een buurt.”

“Als één groep overheersend is, dat werkt eigenlijk nooit goed. Stel, een Nederlands gezin komt wonen in Geuzenveld, maar er zijn alleen islamitische slagers. Als ze naar een biologische winkel willen, moeten ze helemaal naar een andere wijk. Dat werkt niet. Ik hou van die mix, dat iedereen zich thuis voelt.”

In de koffiebar kijkt hij om zich heen. “Die man in dat overhemd en die nette broek wacht op zijn broodje. En daar zit een Marokkaanse vrouw met een hoofddoek op, met haar kind. Dat gevarieerde publiek wilde ik hier binnen hebben. En dat is ook wat ik langs zag lopen. Alleen bestond er in die tijd nog een ander beeld van deze buurt. Daarom zaten hier ook nul koffiebars.”

Hoe was het beeld?

“De gedachte was: daar wonen alleen Turken en Marokkanen, die gaan niet naar een koffiebar. Iedereen ging de brug over, naar de Kinkerstraat, om koffie te halen bij Coffee Company. Ik wilde het gevoel van vroeger terugkrijgen, toen ik hier opgroeide. We waren samen. De samenstelling is nu ook ongeveer net zoals toen.”

Hoe dan?

“Een goede mix van Nederlandse en Marokkaanse mensen, iedereen door elkaar. Die Nederlanders zijn alleen wat anders dan ze toen waren. In mijn jeugd waren ze net als wij. Arbeiders. Die zijn verhuisd naar Almere en Purmerend. De Nederlanders die hier nu wonen – yuppies zou ik ze niet noemen, wel hipsters? Dingen veranderen en vermengen ook. Ik zie hier Marokkaanse moeders langsrijden op bakfietsen met hun kinderen.”

Wat voor pand was dit?

“Het was een gesloten Turks café. Een gokhuis ook, denk ik. Zo’n pand dat door de politie in de gaten werd gehouden. Verpauperd.”

In een vorig leven was Dries Boussatta profvoetballer. Nog steeds is hij de enige voetballer die zowel voor het Nederlandse als het Marokkaanse nationale team heeft gespeeld. “Daar denk ik eigenlijk nooit meer aan. Het is een eng wereldje. Toen ik voetbalde wist ik al: als ik stop, wil ik hier niet meer van afhankelijk zijn. Je ziet vaak dat voetballers niets anders kunnen en dan maar trainer proberen te worden. Dat wilde ik niet.”

“Op mijn 21ste investeerde ik in Medico Vision, wat nu Olympic Gym heet, de sportschool in het Olympisch Stadion. Twee jaar later kocht ik mijn eerste pandje, dat ik verhuurde aan studenten. Ik had een broodjeszaak. Geloof mij, de voetballers die stoppen en thuis gaan zitten: na een jaar zijn ze depressief.”

Net zoals veel andere latere profvoetballers leerde Dries Boussatta het spel op het Balboaplein. “Ik ben altijd in deze buurt gebleven. Ik groeide op in de Marco Polostraat, in een woning met twee slaapkamers. En zeven kinderen. Toen ik tien was, verhuisden we naar Slotermeer. Elke dag kwam ik terug naar het pleintje om te voetballen. Al mijn vrienden waren hier.”

Was dat niet ver?

“Meestal rende ik het. In een kwartier. Nieuw-West is nooit mijn buurt geweest, ik hou van West, hier voel ik me thuis. In die tijd woonden er in Slotermeer nog alleen Nederlanders, in de straat zat één ander Marokkaans gezin. Ik was gewend aan de drukte van deze buurt.”

“Later heb ik in Amstelveen gewoond, zeventien jaar geleden, nadat ik was gescheiden. Ook niks voor mij. Je loopt ’s avonds de straat op om wat te eten en alles is dicht. Als ik naar de islamitische slager wilde of de moskee: die waren er niet.”

Was het moeilijk om profvoetballer te worden?

“Toen ik vijftien was, heb ik één seizoen voor Ajax gespeeld. Samen met Edgar Davids werd ik eruit gepikt op een talentendag. In die tijd waren er nog geen voorbeelden van Marokkaanse profvoetballers. Surinamers hadden een voorsprong op ons van tien, vijftien jaar. Hun ouders spraken de taal, kwamen uit een Nederlandse kolonie, konden betere banen krijgen.”

“Aan het begin van het seizoen raakte ik geblesseerd, mijn knieschijf lag eruit, het duurde driekwart jaar. Ik merkte dat je voor Ajax een nummertje bent, het is gewoon handel. Van de club hoorde ik niets, tot ik aan het einde van het seizoen weer speelde. Ik speelde goed ook – en toen waren ze ineens weer aardig tegen me. Ik had geen vader die meeging, ik moest alles zelf doen. Ik liep de bestuurskamer in en vertelde dat ik wegging. Dat hadden ze nog nooit gehoord. Niemand gaat hier zelf weg, wíj sturen jongens weg.”

“Ik ging naar Haarlem en een jaar later naar Volendam, een stapje omhoog. Daar speelden al helemaal geen andere Marokkanen. In de A1 was ik de aanvoerder, we deden bovenin mee en moesten een belangrijke wedstrijd spelen tegen Ajax. Op mijn 15de was ik begonnen met vasten tijdens de ramadan. Een paar weken van tevoren begon de trainer op me in te praten: je bent belangrijk, kun je niet eten op de dag van de wedstrijd, dan haal je die dag later in? Ik besprak het thuis en liet me overhalen. Die dag kwam ik aan, ik had al ontbeten, en zag dat de trainer me reserve had gezet.”

“Dat hij me liet eten en daarna mocht ik niet spelen: ik kan geen andere reden bedenken dan dat het was om me te kwetsen, kapot te maken. Daarna heb ik ook nooit meer een dag niet gevast tijdens ramadan, voor niemand zou ik dat nog doen. Dus ja, het was moeilijk om prof te worden. Nederlandse mensen zullen het altijd ontkennen, maar je merkte het aan alles: ik werd tegengewerkt. Je moest echt de beste zijn en werd achtergesteld.”

Dan wordt hij gebeld. Een gesprek in het Engels volgt. In al zijn zaken heeft Boussatta last van personeelstekort. “Het is een drama. Die flitsbezorgers hebben al het horecapersoneel ingepikt. Daar zaten grote investeerders achter. Ze betaalden beter en gaven meteen vaste contracten. Alleen beginnen ze nu om te vallen.”

Zou je meer dan vijf zaken willen hebben?

“Nog meer problemen met personeel? Nee. West is mijn vijver, alles zit nu bij elkaar in de buurt, het is goed zo. Ik doe dit ook niet om het meeste geld te verdienen dat ik kan krijgen. De prijsstelling blijft zo dat ik iedereen hier binnen kan krijgen.”

“Als ik een aanbieding zou krijgen om een zaak te openen in Laren, waar ik heel veel geld kon verdienen, zou ik het niet doen. Ik zou daar doodongelukkig worden. Klanten die komen voorrijden in een Range Rover of een Porsche: het is mijn slag volk niet. Is dat discriminerend? Ik denk het niet, ik hou er gewoon van om hier tussen mijn mensen te zitten. Als een Turkse klant binnen komt zeg ik: gunaydin, goedemorgen. Tegen een Surinaamse klant: fawaka. Met de Nederlandse buurvrouw, die hier al haar hele leven woont, maak ik iedere dag een praatje.”

Wat als je nu zou moeten kiezen tussen het Nederlandse en Marokkaanse elftal?

“Marokko. Ik voel me meer Marokkaan dan Nederlander. Hoe hard je ook je best doet, je wordt altijd als een buitenlander gezien.”

En als er een Amsterdams nationaal elftal bestond?

“Dan zou de keuze makkelijk zijn. Ik zie het al voor me: ik op rechts, Edgar Davids op links, Michael Reiziger en André Ooijer erachter. Ik noem nu alleen Amsterdammers op van mijn leeftijd hè, van mijn jaargang bij Ajax. Allemaal het Nederlands elftal gehaald.”

CV
Dries Boussatta (Amsterdam, 1972) is de eigenaar van koffiebarketen Buongiorno, met vijf vestigingen in Amsterdam-West. In een vorig leven voetbalde hij voor zowel het Nederlandse als het Marokkaanse nationale voetbalelftal.

De stad van... Dries Boussatta

Echt Amsterdams
“Ajax is niet echt mijn club, zeker niet hoe die wordt geleid. Maar toch, ook als ik met vakantie ben: ik kijk altijd even wat Ajax heeft gedaan.”

Accent
“Ik hoor altijd dat ik een Amsterdams accent heb, zelf heb ik dat nooit door. In mijn jeugd praatte iedereen zo.”

Partner
“Ze komt ook uit West, dezelfde buurt als ik.”

Huur of koop
“Huur. Ik doe niets met rente. Geen hypotheken, geen schulden. Vroeger heb ik wel koopwoningen gehad, maar sinds ik me meer ben gaan verdiepen in het geloof doe ik dat niet meer. Rente, wij noemen het riba, is haram.”

Import
“Ik zal nooit zeggen: jij bent geen echte Amsterdammer. Als iemand het zo voelt, zijn ze voor mij Amsterdammer. Maar het gevoel kan niet hetzelfde zijn als dat van iemand die hier is opgegroeid.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 31. Lees hier alle afleveringen terug.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden