Plus Analyse

Oppositie krijgt moeilijk grip op ‘kneiterlinkse coalitie’

Een jaar na de start van de ‘kneiterlinkse coalitie’ van GroenLinks, D66, PvdA en SP heeft vooral de oppositie het moeilijk. Die is verdeeld, onervaren en ontbeert strijdlust.

De raadzaal in het stadhuis van Amsterdam. Beeld Koen van Weel/ ANP

De Algemene Beschouwingen, het jaarlijkse debat over de staat van de stad, zijn doorgaans een goede graadmeter om te zien hoe het bestuur van de stad eraan toe is. Een mooi moment om te zien of het idealistische verhaal waarmee de coalitiepartijen vorig jaar begonnen, stand houdt, of dat de samenwerking onder druk staat door pijnlijke besluiten die onvermijdelijk zijn.

Als die druk er al is, dan is die niet bloot gelegd. Deze week viel vooral op dat de zeven oppositiepartijen moeilijk grip krijgen op het progressieve kwartet dat sinds juni 2018 de macht heeft in Amsterdam. En dat terwijl de coalitie best geruchtmakende besluiten heeft genomen: diverse lastenverzwaringen, een keur aan ge- en verboden en impopulaire maatregelen zoals het schrappen van parkeerplaatsen of het huisvesten van illegalen. Toch hadden GroenLinks, D66, PvdA en SP het geen moment moeilijk.

Drie problemen

De oppositie heeft last van drie problemen. Allereerst is er de onervarenheid. De VVD, de grootste oppositiepartij, zat jarenlang in het stadsbestuur en heeft duidelijk moeite met de omschakeling. Fractievoorzitter Marianne Poot weet haar kritiek in de krant of op stadsomroep AT5 altijd scherp te verwoorden, maar in het directe debat met de progressieve partijen domineert zij niet en kwam ze zelfs in de problemen. 

Ze voerde in haar verhaal een startende basisschoolleraar op die momenteel geen woonruimte kon vinden in de stad, volgens Poot vanwege het coalitiebeleid. Maar toen zij even later betoogde dat de gemeente méér sociale woningen moet verkopen of omzetten naar het middensegment, had SP-fractievoorzitter Erik Flentge haar al snel klem gezet. “Die jonge leraar van u verdient in zijn beginjaren veel te weinig voor een koopwoning of de vrije markt, en is aangewezen op sociale huur,” corrigeerde hij. “En die wilt u verkopen? Volstrekt onsamenhangend.”

D66-leider Reinier van Dantzig dwong Poot zelfs om afstand te nemen van de landelijke VVD. Die willen statushouders hun voorrang op een sociale huurwoning ontzeggen, iets dat de Amsterdamse VVD veel te ver gaat.

De coalitiefracties werkten nauw samen en wisselden hun aanvallen op Poot af, waardoor juist de grootste oppositiepartij onder druk stond. De omgekeerde wereld.

Gebrek aan samenwerking

Een andere reden waarom de oppositie geen indruk maakt, komt door het gebrek aan samenwerking. Toegegeven, de verschillen tussen de oppositiepartijen zijn heel erg groot; neem alleen al Forum voor Democratie en BIJ1, twee uitersten in politieke opvattingen. Maar op deelonderwerpen zou er best iets mogelijk zijn. De VVD probeerde het stadsbestuur weg te zetten als de coalitie die van alles verbiedt. Denk aan bootjevaren met grote groepen, parkeren binnen de ring, of auto’s met een benzinemotor. Inhoudelijk zijn Forum voor Democratie en Denk het daarmee eens, zo vinden zij alledrie dat de coalitie veel te streng is, bijvoorbeeld richting autobezitters. Toch schoten deze partijen de VVD niet te hulp. In haar eentje was Poot al snel door haar spreektijd heen, waardoor de aanval verstomde.

Een derde reden waarom het niet wilde knetteren bij de Algemene Beschouwingen, kwam doordat kopstukken van de oppositie helemaal niet meer van zich laten horen in het belangrijkste debat van het jaar. Annabel Nanninga, het boegbeeld van Forum, heeft de coalitiepartijen nul keer aangevallen en lijkt de oppositie vooral op sociale media te voeren. Ook Sylvana Simons (Bij1) hield zich stil. Deze nieuwe partijen gebruiken het debat in het stadhuis als een platform om hun boodschap te zenden, niet om hun ideeën te scherpen aan die van andere raadsleden of partijen.

Uitverkoop

Dat de oppositie niet langer probeert om een wig te drijven tussen de coalitiepartijen is een gemiste kans. Want het is nog maar kort geleden dat de oppositie wél succesvol was. Tussen 2014 en 2018 zetten toenmalige oppositiepartijen GroenLinks en PvdA de coalitie van D66, VVD en SP weg als een bestuur dat de stad in de uitverkoop deed aan toeristen en vastgoedbazen. Het verstandshuwelijk van liberalen en socialisten viel daardoor snel uiteen in ruzie en interne verdeeldheid.

Het kan hopeloos lijken, oppositie voeren tegen vier progressieve coalitiepartijen met een ruime meerderheid die elkaar steunen. Maar slim en stevig oppositievoeren is als water, dat na verloop van tijd steeds diepere sleuven slijt in de rots waarop de coalitie is gebouwd. Toch kan na de eerste Algemene Beschouwingen de enige conclusie zijn: GroenLinks, D66, PvdA en SP hebben nog geen krasje geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden