PlusInterview

Opgestapte bestuurder Haga Lyceum: ‘Ik had veel meer voor elkaar moeten krijgen’

Amper vier maanden hield Rasit Bal het vol als bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum. ‘Ik voelde wantrouwen bij de Marokkaanse gemeenschap.’

Rasit Bal, voormalig dagelijks bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum.Beeld Erik Smits

“Ik was te veel tijd kwijt aan pogingen om de verhoudingen te normaliseren. Het zat me dwars dat ik me onvoldoende kon richten op wat de school nodig heeft. De school voldoet nu aan de meest basale kwaliteitseisen. Maar de situatie is heel labiel en kwetsbaar.”

Eind juni trad Rasit Bal aan als bestuurder op het Cornelius Haga Lyceum. Nu is hij alweer weg. Moegestreden. Boven zijn aftocht hangt de schaduw van zijn voorganger, Soner Atasoy. Met medeoprichters van het Cornelius Haga Lyceum speelde Atasoy een voorname rol op het Islamitisch College Amsterdam, dat in 2012 failliet ging en gold als zwakke school. Dat gegeven voedde het wantrouwen bij de overheid, die het Haga Lyceum trachtte te blokkeren. Atasoy voerde tientallen rechtszaken om de school te stichten.

Vorig jaar waarschuwden de AIVD en NCTV voor radicaal-islamitische invloeden, waarna onderwijsminister Arie Slob aanstuurde op Atasoys vertrek. De rechter floot hem terug. Dit voorjaar struikelde Atasoy alsnog. Het bestuur stuurde hem weg na klachten over intimidatie en afluisterpraktijken. Atasoy probeert nu via de rechter terug te keren.

U bent vastgelopen op het verzet van een groep ouders die Atasoy terug wil.

“Dat is een factor geweest. Mijn pogingen om goed onderwijs te organiseren sneeuwden onder door de vele rechtszaken rond Atasoy. Ik had geen zin me aan te sluiten bij de juridiseringsagenda van het bestuur. Die slokte te veel tijd op.”

Begin september schatte u in een interview met Het Parool de omvang van de groep op 40 tot 50 gezinnen, op een school met 400 leerlingen.

“De groep wordt kleiner, want hun voorman zit op afstand.”

Welke andere factoren leidden tot uw vertrek?

“Het idee was dat de school een groter deel van de Amsterdamse moslimgemeenschap moet aanspreken. Via islamitische basisscholen en moskeeorganisaties zouden we streven naar verbreding. Ook dat is mislukt. Het bestuur kon de opening niet maken, mede door de onzekerheid over de uitkomst van de juridische strijd. Er was ook angst bij betrokkenen dat de verbreding zou leiden tot aantasting van de islamitische identiteit.”

Wat voor verbreding beoogde u?

“Ik wilde bijvoorbeeld samenwerken met een school die in de soefistische traditie staat (een mystieke stroming binnen de islam die salafisten afwijzen, red.). Dat werd ervaren als een ontsporing, een bedreiging van de identiteit. Niet alleen door de groep rond Atasoy. De steun voor de verbredingsagenda in het bestuur was fragiel.”

“Het ouderbestand van de school bestaat vooral uit vrome moslims, die zeer uitgesproken zijn in hun religieuze overtuiging. Dat maakte het moeilijk een opening te maken naar andere moslimgroepen. De school bedient nu een groep die maar een klein deel van de Amsterdamse moslimgemeenschap beslaat.”

Hoe ziet u de toekomst van het Haga Lyceum?

“Ik kan me goed voorstellen dat mijn opvolger Achmed Baadoud (oud-stadsdeelvoorzitter in Nieuw-West, red.) beter ligt in Marokkaanse kring. Dat maakt hem kansrijker om te slagen. Ik denk dat Baadoud de basis van de school kan verstevigen door de Marokkaanse gemeenschap in de wijk beter te mobiliseren. Op dat vlak liggen zijn kwaliteiten.”

Had u last van uw Turkse achtergrond?

“Daar loop ik nooit mee te koop. Maar ik voelde wantrouwen bij de Marokkaanse gemeenschap. Ik heb het gevoel dat Marokkaanse moslims die uitgesproken vroom zijn en bijvoorbeeld erg hechten aan het Arabisch, bij voorbaat iemand als ik wantrouwen. Het is me maar gedeeltelijk gelukt dat te overwinnen.”

Beschouwt u uw missie als mislukt?

“Ja. Ik had veel meer van mezelf verwacht. Tegelijkertijd kan ik als wetenschapper en onderzoeker deze uitkomst verklaren. Maar ik had veel meer voor elkaar moeten krijgen.”

U bent wel erg hard voor uzelf. Het was ook een wespennest waarin u zich begaf.

“Veel mensen hebben me daar ook voor gewaarschuwd. Ik bleef zeggen: ik ben hiervoor toegerust.”

Rasit Bal

Rasit Bal (1964) is zoon van een Turkse gastarbeider. Hij was projectleider en coördinator bij de mislukte imam­opleiding aan de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is ook nu weer betrokken bij pogingen een Nederlandse imamopleiding te stichten. Tot 2018 was hij voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), de voornaamste belangenbehartiger van de islamitische gemeenschap. Eerder was hij beleidsmedewerker en directeur bij de koepelorganisatie van islamitische scholen Isbo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden