PlusAchtergrond

Opeens is zichtbaar hoe afhankelijk Amsterdam is van toerisme

In de Amsterdamse binnenstad zijn de straten uitgestorven. Opeens is zichtbaar hoe afhankelijk het centrum is van toerisme. Die stilte biedt kansen voor een nieuwe start. ‘We zetten ineens twee stappen vooruit.’

Het Damrak in 2014 en in 2020. Beeld: Amaury Miller.

Aan de Oudezijds Voorburgwal zitten Kiki Amsberg en Joost Smiers voor hun deur in de middagzon. Twee stoeltjes, een tafel, kopjes koffie, koektrommel, tijdschrift en een boek; een ongekend rustig tafereel in de Amsterdamse binnenstad. “Het is net alsof we ineens in Monnickendam wonen,” zegt Amsberg.

In de drukke tijden zaten ze ook weleens voor de deur, sporadisch. Sinds het uitbreken van de coronacrisis doen ze het bijna dagelijks. Geen auto’s, geen toeristen, geen vrijgezellenfeesten, geen kots in de portiek. En kijk, de buren komen ook naar buiten. “We leren onze buurtgenoten ineens veel beter kennen, voorbijgangers maken een praatje,” aldus Amsberg, die al sinds de jaren zeventig in de binnenstad woont.

Door de coronacrisis zijn de drommen toeristen uit het straatbeeld verdwenen. Het Oudekerksplein, waar in het precoronatijdperk 27 rondleidingen per uur overheen gingen, is verlaten. De Dam? Leeg, op een paar duiven en één levend standbeeld na. In de Kalverstraat loopt slechts een enkeling langs de paar winkels die open zijn.

Het klinkt gek, maar juist de stilte op straat maakt duidelijk hoe afhankelijk de binnenstad is van toeristen. Nu alle cafés, hotels, musea en de meeste toeristenwinkels dicht zijn en sekswerk onmogelijk is, blijft er heel weinig over: buurtwinkels zijn er nauwelijks en de vele donkere huizen na zonsondergang tonen aan hoezeer vakantieverhuur deze buurt heeft over­genomen.

Harde klappen

Amsterdammers hebben de binnenstad de rug toegekeerd en zien geen enkele reden om naar het historische centrum te komen, ook al is de rust teruggekeerd. Het is een wending die niemand voor mogelijk had gehouden: het drukste stukje Amsterdam is in korte tijd teruggebracht tot het rustigste stukje van de stad. “Van de week deed ik boodschappen in de Maasstraat, daar was het best een gezellige boel,” zegt Barry van den Berg, die al 26 jaar Café Del Mondo uitbaat op de Nieuwmarkt. “In de Rivierenbuurt wonen nog mensen, in de binnenstad nauwelijks. Hierdoor krijgt onze buurt nu enorm op z’n flikker.”

Het centrum van Amsterdam is in de loop der jaren te afhankelijk geraakt van toerisme, erkent Mascha ten Bruggencate, voorzitter van stadsdeel Centrum. Hierdoor is de economie te weinig divers en vallen in dit deel van de stad harde klappen sinds de coronapandemie het toerisme heeft platgelegd. “De balans is al een tijd zoek,” zegt ze. “En deze crisis maakt dit op een zure manier duidelijk.”

Speelruimte

Zef Hemel, hoogleraar planologie aan de UvA, heeft vorig jaar, in opdracht van burgemeester Femke Halsema, een toekomstvisie ontwikkeld voor de toen nog overvolle binnenstad. Zijn belangrijkste aanbeveling: geef het centrum van de stad terug aan de Amsterdammers. De coronacrisis biedt, ondanks alle ellende die het virus verspreidt, ook een geweldige kans voor de binnenstad, aldus Hemel. Of liever: een buitenkans. “De menselijkheid is teruggekeerd,” zegt hij. “Nu is het zaak de rest van Amsterdam te verleiden naar de binnenstad te gaan.”

Bert Nap, die ook al jaren in het centrum woont, is het hiermee eens. “Amsterdammers zijn vergeten hoe mooi het hier is. We moeten de binnenstad weer uitnodigend maken.” Nap spreekt van een ‘reset’: de rust op straat biedt de mogelijkheid het centrum opnieuw uit te vinden. “We moeten ervoor zorgen dat het hier niet opnieuw overkookt als het toerisme weer op gang komt.”

De vraag is welke speelruimte de gemeente en het stadsdeel hebben om de binnenstad naar hun hand te zetten. Toeristenketens zijn dicht, maar worden overeind gehouden door de noodfondsen van het kabinet. Het staat vastgoed­eigenaren vrij om zelf te bepalen aan wie ze hun panden verhuren. Lokale winkels zijn leuk en aardig, maar ze kunnen meestal de hoge huren niet betalen.

Desalniettemin is een grondige opknapbeurt mogelijk, zegt Hemel. “De gemeente moet een nieuw type middenstand stimuleren. Door de crisis zal leegstand ontstaan, met dalende prijzen als gevolg. Daar is dan ruimte voor winkels die zich richten op Amsterdammers. Als een ­hotel in de problemen komt, help ondernemers dan om daar iets anders te beginnen.” Dit vraagt om een bemoeizuchtige en interveniërende overheid, zegt Hemel. “De gemeente moet om de tafel met pandeigenaren, maar kan ook zelf een actieve rol gaan spelen in de vastgoedmarkt en winkels binnenhalen met een grootstedelijke aantrekkingskracht.”

De herovering van de binnenstad zal een lange adem vergen, maar volgens Hemel heeft de gemeente voldoende tijd: een crisis duurt meestal een jaar of zeven. “Ik ben zeer optimistisch.”

Stadsdeelvoorzitter Ten Bruggencate herkent ook de kansen, al kiest ze haar woorden zorg­vuldig: spreken over kansen tijdens een gezondheidscrisis geeft politiek geen pas. “We zijn vooral druk bezig om te voorkomen dat het virus zich verspreidt.” Maar toch. “Wij proberen de binnenstad weer leuk te maken voor heel Amsterdam. En ja, we zetten nu ineens twee stappen vooruit.”

Ze voert hierover al gesprekken met bewoners, bedrijven en instellingen: hoe moet de binnenstad er straks uitzien. Ook amsterdam&partners, de organisatie die de citymarketing verzorgt, is achter de schermen bezig met de toekomst van het historische hart, bevestigt directeur Geerte Udo. “We grijpen dit moment aan. De overlast van toeristen willen we echt niet meer terug.”

Troefkaart

De gemeente heeft in tijden van topdrukte al een aantal maatregelen genomen om toerisme in te dammen. Nieuwe toeristenwinkels zijn verboden, net als rondleidingen over de Wallen en voor delen van de binnenstad geldt straks een verbod op vakantieverhuur. “We kijken wat we nog meer kunnen regelen,” aldus Ten Bruggencate. Voor het overige is ook de gemeente afhankelijk van wat er in de wereld gebeurt, wanneer toeristen weer deze kant opkomen en met hoeveel ze zijn. Ondertussen gebruikt de stad het intermezzo tussen twee toeristische vloedgolven om de dijken te versterken.

De werkelijke troefkaart is niet in handen van de gemeente, maar van de Amsterdammers, zegt Zef Hemel. Als zij eens wat vaker kopen bij die paar lokale winkels in de binnenstad, dan kunnen die in deze tijd een enorme impuls krijgen. De verandering begint misschien wel in onze portemonnee. “De consument is aan zet.”

Wat doet Amsterdam al tegen de drukte?

- Geen nieuwe toeristenwinkels in de binnenstad, behalve in panden waarin al een toeristenzaak zat (per oktober 2017)

- Bierfietsen uit het centrum ­(november 2017)

- Verhoging belastingen voor toeristen (1 januari 2020)

- Quota voor B&B’s (1 januari 2020)

- Verbod op rondleidingen langs ­sekswerkers (per 1 april 2020)

- Alleen gidsen met vergunning in het ­centrum (per 1 april 2020)

In aantocht

- Verbod vakantieverhuur in deel van de Wallen en stukje grachtengordel (per 1 juli 2020)

- Burgemeester Halsema komt met aanpak coffeeshops

- Prostitutiehotel elders in de stad moet Wallen ontlasten

- Cruiseterminal moet de stad uit

‘Amsterdammer, kom naar centrum’

Deze crisis biedt de kans de waardering onder Amsterdammers voor de eigen stad en vooral het historische centrum te vergroten, zegt directeur Geerte Udo van amsterdam&­partners, de organisatie die de stadsmarketing verzorgt. “We willen deze tijd gebruiken om Amsterdammers te verleiden ook eens naar de binnenstad te gaan. Het zou mooi zijn als de bewoners hun stad en centrum meer waarderen als de crisis voorbij is.” Door de coronacrisis is de binnenstad leeg en verlaten. “Dat is tegelijkertijd adembenemend en beangstigend,” zegt Udo. “De binnenstad is als een leeg decor.”

Tijdens de vorige economische crisis heeft Amsterdam de stadsmarketing juist opgetuigd om toeristen naar de stad te halen. Buitenlandse gasten moesten onze economie uit het slop trekken. Dat is ook gebeurd, maar gaandeweg liep het toerisme uit de hand, door de opkomst van budgetvluchten, de groeiende welvaart in China en India en de bekendheid van de Wallen en de coffeeshops.

Amsterdam had geen marketing meer nodig, de letters I amsterdam verdwenen van het Museumplein. Udo verwacht dat het toerisme na de crisis weer op gang komt. “Dat gebeurde na de vorige recessies ook.” Ze zou het wel een gemiste kans vinden als daarna alles weer bij het oude is. “Die overlast in de binnenstad willen we echt niet meer.” ­Stadsmarketing zal vooral proberen toeristen te verleiden die zich gedragen en bijvoorbeeld naar musea gaan. 

“We bouwen aan een nieuwe reputatie voor Amsterdam, door een ander verhaal over de stad te vertellen,” zegt Udo, die achter de schermen praat met gemeente, horeca, congrescentra en attracties over de kansen die deze crisis biedt om te werken aan ‘duurzaam toerisme’. “We moeten dit momentum pakken. Ik hoop echt dat het platte consumentisme uit het toerisme is verdwenen als dit achter de rug is.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden